Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:3637

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
30-10-2019
Zaaknummer
201804171/4/R3 en 201804172/4/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2470, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep van StiL en anderen gegrond verklaard en het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 12 maart 2018 vernietigd, waarbij de bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden" en "Voormalige vliegbasis Twente - Zones" zijn vastgesteld. De raad en Technology Base voeren onder andere aan dat het vernietigde plan "Zones" voorziet in twee geluidzones, één gerelateerd aan het plangebied van het plan "Midden" en één gerelateerd aan het plangebied van het inmiddels onherroepelijk geworden bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Noord". Volgens hen voorziet het plan "Zones" in afzonderlijke, akoestisch en fysiek van elkaar te onderscheiden geluidzones en kennen deze geluidzones ook in fysiek opzicht geen overlap. De Afdeling heeft het plan volgens hen dan ook ten onrechte in zijn geheel vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JNA 2019/123
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201804171/4/R3 en 201804172/4/R3.

Datum uitspraak: 30 oktober 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van:

1. de raad van de gemeente Enschede (hierna: de raad),

2. Gemeenschappelijke Regeling Technology Base (hierna: Technology Base),

opposanten,

tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 juli 2019 in zaak nrs. 201804171/3/R3 en 201804172/3/R3 (ECLI:NL:RVS:2019:2470).

en, met toepassing van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb, in het geding tussen:

Stichting Lonnekerberg en omgeving, Stichting Lonneker Land en de Natuur en Milieuraad Enschede, gevestigd te Enschede (hierna: StiL en anderen),

appellanten

en

de raad van de gemeente Enschede,

verweerder.

Procesverloop

Bij uitspraak van 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2470, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep van StiL en anderen gegrond verklaard en het besluit van de raad van 12 maart 2018, waarbij de bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden" en "Voormalige vliegbasis Twente - Zones" zijn vastgesteld, vernietigd.

De uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben de raad en Technology Base verzet gedaan.

De raad en Technology Base zijn in de gelegenheid gesteld om op een zitting te verschijnen. Verder zijn StiL en anderen, [partij], het college van gedeputeerde staten van Overijssel en de provincie Overijssel, vanwege de in artikel 8:55, tiende lid, van de Awb neergelegde mogelijkheid tot het doen van een uitspraak in de hoofdzaak, in de gelegenheid gesteld om op deze zitting te verschijnen. Alle partijen hebben bericht dat zij geen gebruik maken van deze mogelijkheid en dat zij, bij gegrondverklaring van het verzet, geen bezwaar hebben tegen het doen van een uitspraak op het beroep van StiL en anderen.

Overwegingen

Verzetprocedure

1.    Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, betreft uitsluitend de vraag of de Afdeling ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van - in dit geval - het beroep van StiL en anderen tegen het besluit van de raad van 12 maart 2018, waarbij de bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden" en Voormalige vliegbasis Twenthe - Zones" zijn vastgesteld. Dit betekent dat de beoordeling van de Afdeling in deze verzetprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder de raad en Technology Base op zitting te horen. Indien in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat omtrent de uitkomst. Zo ja, dan dient de verzetrechter het verzet gegrond te verklaren opdat nader onderzoek kan plaatsvinden.

2.    In de uitspraak, waarvan verzet, heeft de Afdeling in overweging 8 overwogen dat het plan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden" (hierna: het plan "Midden") mede berust op de passende beoordeling die voor het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) is gemaakt. Gelet op hetgeen de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) is dat echter niet mogelijk. Daarom heeft de raad niet de zekerheid verkregen dat het plan "Midden" de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Dit plan is dan ook vastgesteld in strijd met artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming.

De Afdeling heeft vervolgens het beroep van StiL en anderen gegrond verklaard en het plan "Midden", gelet op de samenhang tussen de verschillende plandelen, in zijn geheel vernietigd. Tevens is het plan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Zones" (hierna: het plan "Zones"), vanwege de samenhang met het plan "Midden", in zijn geheel vernietigd.

3.    De raad en Technology Base voeren onder andere aan dat het vernietigde plan "Zones" voorziet in twee geluidzones, één gerelateerd aan het plangebied van het plan "Midden" en één gerelateerd aan het plangebied van het inmiddels onherroepelijk geworden bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Noord" (hierna: het plan "Noord"), vastgesteld door de raad op 24 september 2018. Volgens hen voorziet het plan "Zones" in afzonderlijke, akoestisch en fysiek van elkaar te onderscheiden geluidzones voor de plannen "Noord" en "Midden" en kennen deze geluidzones ook in fysiek opzicht geen overlap. De raad en Technology Base wijzen er daarbij op dat het beroep van StiL en anderen niet zag op het plan "Zones", voor zover dat plan betrekking heeft op het plangebied van het plan Noord. De Afdeling heeft dit plan volgens hen dan ook ten onrechte in zijn geheel vernietigd.

4.    De Afdeling is van oordeel dat hetgeen de raad en Technology Base in verzet hebben aangevoerd, leidt tot de conclusie dat de uitspraak van 17 juli 2019, waarvan verzet, voor zover dat betrekking heeft op de vernietiging van het plan "Zones", onjuist is. Gelet hierop is naar het oordeel van de Afdeling duidelijk dat voortzetting van het onderzoek nodig was en dus geen sprake was van de voor de toepassing van artikel 8:54 van de Awb vereiste kennelijkheid. Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat de Afdeling het beroep van StiL en anderen niet als kennelijk gegrond heeft mogen afdoen op de wijze waarop dit is gedaan in de uitspraak van 17 juli 2019.

Conclusie

5.    Het verzet is gegrond, waaruit volgt dat de uitspraak van 17 juli 2019 is vervallen.

Proceskosten

6.    De Afdeling ziet op na te melden wijze aanleiding voor vergoeding van de proceskosten van de raad die zijn gemaakt voor de verzetprocedure. Van proceskosten aan de zijde van Technology Base is niet gebleken.

Beroepsprocedure

7.    Met toepassing van artikel 8:55, tiende lid, aanhef en onder a en b, van de Awb zal de Afdeling opnieuw uitspraak doen op het beroep van StiL en anderen.

8.    De Afdeling is van oordeel dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. In de vervallen uitspraak van 17 juli 2019 heeft de Afdeling onder 7 tot en met 8 overwogen:

"Het Hof van Justitie heeft de in de zaken over vergunningen voor veehouderijen gestelde vragen over het PAS beantwoord bij arrest van 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882. De Afdeling heeft in die zaken vervolgens op 29 mei 2019 uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2019:1603). In die uitspraak heeft de Afdeling vastgesteld dat met de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden die in het PAS zijn opgenomen niet zullen worden aangetast. Wat dit betekent voor de onderhavige zaak blijkt uit de volgende overwegingen, waarin ook wordt ingegaan op het gevolg van de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017:

"32.6.  Kort gezegd houdt het voorgaande in dat een vergunning voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied dat in het PAS is opgenomen, niet kon worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Dat geldt zowel als de aangevraagde situatie op basis van de in de Regeling voorgeschreven wijze niet tot toename van depositie leidt ten opzichte van de hoogste feitelijk veroorzaakte depositie in de periode 2012-2014 of een verleende Nbw-vergunning, als in de gevallen waarin wel sprake is van een toename. Verder is niet relevant of de aanvraag betrekking heeft op een prioritair project (segment 1) of een overig project (segment 2). Het voorgaande geldt verder voor alle besluiten die genoemd zijn in artikel 19km van de Nbw 1998, waaronder het tracébesluit of het wegaanpassingsbesluit.

(…)

34.  Op 1 januari 2017 is de Nbw 1998 ingetrokken en de Wnb in werking getreden. Op grond van artikel 9.3, derde lid, van de Wnb geldt het PAS als programma als bedoeld in artikel 1.13, eerste lid, van de Wnb. De in 31.1 vastgestelde onverbindendheid van bijlage 2 van het PAS werkt door in het PAS dat op grond van de Wnb van kracht is.

34.1.  Het PAS-beoordelingskader is overgenomen in de Wnb, het Besluit natuurbescherming (hierna: Bnb) en de Regeling natuurbescherming (hierna: Rnb). In artikel 2.7 van het Bnb zijn de toestemmingsbesluiten opgesomd waarvoor het PAS-beoordelingskader geldt. De artikelen 2.1 en 2.4 van de Rnb bevatten de bepalingen over de wijze waarop de omvang en de toename van stikstofdepositie door activiteiten die depositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden die in het PAS zijn opgenomen wordt vastgesteld.

34.2.  Het in 32-32.7 overwogene geldt onverkort voor toestemmingsbesluiten die op grond van de Wnb zijn verleend. Dat houdt kort gezegd in dat een Wnb-vergunning voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied dat in het PAS is opgenomen, niet kon worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Dat geldt zowel als de aangevraagde situatie op basis van de in de Rnb voorgeschreven wijze niet tot toename van depositie leidt, als in de gevallen waarin wel sprake is van een toename. Verder is niet relevant of de aanvraag betrekking heeft op een prioritair project (segment 1) of een overig project (segment 2). Het voorgaande geldt verder voor alle besluiten die genoemd zijn in artikel 2.7 van het Bnb, waaronder het tracébesluit of het wegaanpassingsbesluit."

Omdat voor het plan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden" ontwikkelingsruimte is toegedeeld die in het PAS is gereserveerd, berust het mede op de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Gelet op hetgeen is overwogen in de hiervoor aangehaalde uitspraak is dit echter niet mogelijk. Daarom heeft de raad niet de zekerheid verkregen dat het plan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden" de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Dit plan is dan ook vastgesteld in strijd met artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming."

De Afdeling ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan de Afdeling onder de overwegingen 7 en 8 van de vervallen uitspraak van 17 juli 2019 heeft gedaan. Het plan "Midden" is gelet hierop vastgesteld in strijd met artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming.

Conclusie

9.    Gelet op het voorgaande is het beroep van StiL en anderen wederom gegrond. Het plan "Midden" moet, gelet op de samenhang tussen de verschillende plandelen, in zijn geheel worden vernietigd.

Anders dan in de vervallen uitspraak van 17 juli 2019, ziet de Afdeling aanleiding om slechts een deel van het plan "Zones" te vernietigen, namelijk dat deel van het plan "Zones" dat samenhang heeft met het plan "Midden" en waartegen het beroep van StiL en anderen zich richt, te weten de aanduiding "geluidzone - industrie" die het plan "Zones" toekent rondom de gronden met de bestemming "Cultuur en ontspanning - Leisurepark" van het plan "Midden".

Ten overvloede wijst de Afdeling erop dat de aanduiding "geluidzone - industrie" die het plan "Zones" toekent rondom de gronden van het plan "Noord", de aanduiding "vrijwaringszone - radar" en de aanduiding "overige zone - vervallen zones" van het plan "Zones" in stand blijven. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat namens StiL en anderen is bevestigd dat hun beroep zich niet richt tegen deze plandelen van het plan "Zones".

Proceskosten

10.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het verzet gegrond;

II.    verklaart het beroep van de Stichting Lonnekerberg en omgeving, Stichting Lonneker Land en de Natuur en Milieuraad Enschede tegen het besluit van 12 maart 2018, waarbij de raad van de gemeente Enschede de bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden" en "Voormalige vliegbasis Twenthe - Zones" heeft vastgesteld, gegrond;

III.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 12 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden";

IV.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Enschede van 12 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Zones", voor zover het betreft het plandeel met de aanduiding "geluidzone - industrie" toegekend aan de gronden rondom de bestemming "Cultuur en ontspanning - Leisurepark" van het plangebied van het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe - Midden";

V.    draagt de raad van de gemeente Enschede op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen III en IV worden verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VI.    verstaat dat de griffier de door de raad gemaakte proceskosten voor het verzet van € 256,00 (zegge: tweehonderdzesenvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vergoedt;

VII.    verstaat dat de raad van de gemeente Enschede aan Stichting Lonnekerberg en omgeving, Stichting Lonneker Land en de Natuur en Milieuraad Enschede het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 338,00 (zegge: driehonderdachtendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Tieleman, griffier.

w.g. Minderhoud    w.g. Tieleman

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2019

817.