Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:3541

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-10-2019
Datum publicatie
30-10-2019
Zaaknummer
201806557/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 mei 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201806557/1/V2.

Datum uitspraak: 22 oktober 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 1 augustus 2018 in zaak nr. NL18.10105 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 1 augustus 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H. Jonker, advocaat te Lemmer, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De in de eerste grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling beantwoord bij uitspraak van 5 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2986. Uit de overwegingen van deze uitspraak volgt dat het niet in alle asielzaken toepassen van het vierogenbeginsel er niet toe leidt dat de besluitvorming in asielzaken alleen al daarom onzorgvuldig is.

     Hieruit vloeit voort dat de grief slaagt.

2.    De staatssecretaris klaagt in zijn tweede grief dat de rechtbank ten onrechte het beroep gegrond heeft verklaard onder verwijzing naar de gegrondverklaring van het beroep van de echtgenote van de vreemdeling. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2019:3531, heeft de Afdeling het hoger beroep van de staatssecretaris, gericht tegen de uitspraak van de rechtbank in de zaak van de echtgenote van de vreemdeling, gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank.

     Alleen al daarom slaagt de grief.

3.    Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling wijst de zaak naar de rechtbank terug om door haar te worden behandeld, waarbij zij het oordeel van de Afdeling in deze uitspraak in acht neemt (artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb). De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 1 augustus 2018 in zaak nr. NL18.10105;

III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug.

Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Van Eck    w.g. Van de Sluis

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2019

802-897.