Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:3437

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-10-2019
Datum publicatie
16-10-2019
Zaaknummer
201809038/1/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 oktober 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201809038/1/V3.

Datum uitspraak: 14 oktober 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 7 november 2018 in zaak nr. NL18.20068 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 7 november 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Timmer, advocaat te Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De staatssecretaris en de vreemdeling hebben nadere stukken ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De in de grieven opgeworpen rechtsvraag over de elektronische ondertekening van de maatregel van bewaring heeft de Afdeling beantwoord bij uitspraak van 8 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3355. Uit die uitspraak volgt dat de maatregel rechtsgeldig is ondertekend in de zin van artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Die overwegingen zijn hier ook van toepassing, zodat de grieven slagen.

2.    Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 7 november 2018 in zaak nr. NL18.20068;

III.    verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;

IV.    wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, griffier.

w.g. Verburg    w.g. Van Leeuwen

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2019

373-848.