Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:3290

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-09-2019
Datum publicatie
02-10-2019
Zaaknummer
201907010/2/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 3 november 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201907010/2/V3.

Datum uitspraak: 27 september 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdelingen], mede voor hun minderjarige kinderen,

verzoekers,

tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 11 september 2019 in zaken nrs. NL17.12121 en NL17.12123 in de gedingen tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 3 november 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraken van 11 september 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraken hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld.

Voorts hebben de vreemdelingen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De vreemdelingen hebben nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.    De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.

2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraken van de rechtbank zullen worden vernietigd of dat de staatssecretaris de vreemdelingen de gevraagde vergunning uiteindelijk niet had mogen weigeren. Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdelingen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3.    Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier.

w.g. Troostwijk    w.g. Verweij

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2019

722.