Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:3266

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
25-09-2019
Zaaknummer
201807673/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2018:4035, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 januari 2018 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het pand op het perceel [locatie] te Langeboom en het aanbrengen van reclame.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201807673/1/A1.

Datum uitspraak: 25 september 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Langenboom, gemeente Mill en Sint Hubert,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 15 augustus 2018 in zaken nrs. 18/39 en 18/355 in het geding tussen onder meer:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert.

Procesverloop

Bij besluit van 10 januari 2018 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het pand op het perceel [locatie] te Langeboom en het aanbrengen van reclame.

Bij uitspraak van 15 augustus 2018 heeft de rechtbank het door

[appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 augustus 2018, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. B.A.A. Lucas-Jasperse, zijn verschenen. Voorts is ter zitting verschenen [vergunninghouder], bijgestaan door [gemachtigde A] en [gemachtigde B].

Overwegingen

1.    [vergunninghouder] wil haar woning op het perceel gebruiken als yogastudio met daaraan ondergeschikte activiteiten. Het college heeft de daarvoor door haar gevraagde omgevingsvergunning verleend. De rechtbank heeft de verleende omgevingsvergunning in stand gelaten. [appellant] kan zich daar niet mee verenigen.

2.    Het gebruik van de woning als yogastudio is in strijd met het ten tijde van het nemen van het besluit ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert". Om het aangevraagde gebruik mogelijk te maken, heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onderdeel 3º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) omgevingsvergunning verleend. De gronden van [appellant] richten zich uitsluitend tegen de verleende toestemming voor het gebruiken van de woning in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo en niet tegen het aanbrengen van reclame.

3.    Bij besluit van 8 februari 2018 heeft de raad van de gemeente Mill en Sint Hubert het bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert, herziening 2018" vastgesteld. Bij uitspraak van 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1945, heeft de Afdeling het door [appellant] tegen het vaststellingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard en is het bestemmingsplan in zoverre onherroepelijk geworden.

De yogastudio is in overeenstemming met dit bestemmingsplan, zodat een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo niet langer is vereist voor de yogastudio. Dat betekent dat de verleende omgevingsvergunning niet meer nodig is om de yogastudio te gebruiken. In zoverre bestaat geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep over de verlening van de vergunning. Ook voor het overige is van zo’n belang niet gebleken. Het hoger beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, griffier.

w.g. Jurgens    w.g. Van der Zijpp

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2019

262-866.