Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:3014

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-09-2019
Datum publicatie
04-09-2019
Zaaknummer
201608879/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij tussenuitspraak van 21maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:955, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 29 september 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Camping International" te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201608879/2/R2.

Datum uitspraak: 4 september 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Nieuwvliet, gemeente Sluis,

2.    [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

3.    [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 3]), wonend te Nieuwvliet, gemeente Sluis,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Sluis,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 21maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:955, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 29 september 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Camping International" te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 5 juli 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Camping International" gewijzigd vastgesteld, teneinde het gebrek te herstellen.

[appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] en Camping international hebben hun zienswijze daarover naar voren gebracht.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: de StAB) heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

[appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] en de raad hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Tussenuitspraak

1.    De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat aan het besluit van 29 september 2016 een gebrek kleeft nu de raad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat de akoestische gevolgen zijn van het plan. Gelet hierop is het besluit van 29 september 2016 tot vaststelling van het plan in strijd met artikel 3:2 van de Awb. De beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] zijn gegrond, zodat het besluit van 29 september 2016 dient te worden vernietigd.

De opdracht in de tussenuitspraak

2.    In de tussenuitspraak van 21 maart 2018 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak over te gaan tot herstel van een gebrek dat kleeft aan het besluit van 29 september 2016. Daartoe diende de raad inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn voor het woonklimaat in de omgeving van het plangebied, waarbij wordt uitgegaan van juiste aannames voor de toetspunten aan de perceelgrenzen, zo nodig nader akoestisch onderzoek te verrichten en het plan aan de hand van de uitkomsten van dat nader onderzoek zonodig aan te passen.

Het besluit van 5 juli 2018

3.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad, na het verrichten van akoestisch onderzoek, bij besluit van 5 juli 2018 het bestemmingsplan "Camping International" gewijzigd vastgesteld. Dit besluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van het geding.

4.    In het onderstaande zal de Afdeling aan de hand van de door [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] naar voren gebrachte zienswijzen beoordelen of de raad met het gewijzigd vaststellen van het plan heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak.

Het besluit van 5 juli 2018

5.    [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] betogen onder meer dat de raad nog immer niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de gevolgen van het plan zijn voor hun woonklimaat.

6.    Naar aanleiding van het deskundigenbericht van de StAB heeft de raad te kennen gegeven dat hij kan instemmen met het standpunt van de StAB dat een aanvullende berekening nodig is om de effecten van de maximale mogelijkheden van het plan te kunnen beoordelen en dat op basis van de door de StAB uitgevoerde berekeningen een aanpassing van het plan moet plaatsvinden. De raad heeft aangegeven het plan opnieuw te willen wijzigen. Tot op heden heeft de raad niet duidelijk gemaakt op welke wijze en op welke termijn die gewijzigde vaststelling zal plaatsvinden.

Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het besluit van 5 juli 2018 heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat dat besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Dat besluit moet derhalve wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb worden vernietigd.

Nu de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] reeds hierom slagen, ziet de Afdeling geen aanleiding om in te gaan op het overige door hen aangevoerde.

Opdracht

7.    Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

Proceskosten

8.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Sluis van 29 september 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Camping International", gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Sluis van 29 september 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Camping International";

III.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Sluis van 5 juli 2018 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Camping International", gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Sluis van 5 juli 2018 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Camping International";

V.    draagt de raad van de gemeente Sluis op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor onder II en IV vermelde onderdelen worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VI.    - veroordeelt de raad van de gemeente Sluis tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.587,52 (zegge: vijftienhonderdzevenentachtig euro en tweeënvijftig cent), waarvan € 1.536,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

- veroordeelt de raad van de gemeente Sluis tot vergoeding van bij [appellant sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 540,12 (zegge: vijfhonderdveertig euro en twaalf cent);

- veroordeelt de raad van de gemeente Sluis tot vergoeding van bij [appellant sub 3B] en [persoon] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 51,52 (zegge: eenenvijftig euro en tweeënvijftig cent) met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VII.    gelast dat de raad van de gemeente Sluis aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) voor [appellant sub 1], € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) voor [appellant sub 2] en € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) voor [appellant sub 3B] en [persoon] vergoedt met dien verstande dat ten aanzien van [appellant sub 3B] en [persoon] geldt dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzitter, en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt en mr. B.J. Schueler, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.

w.g. Uylenburg    w.g. Matulewicz

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2019

45.