Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2995

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-09-2019
Datum publicatie
11-09-2019
Zaaknummer
201904820/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 19 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Waelplas" en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld. De bestreden besluiten voorzien in een woningbouwproject in de zogenoemde Poelpolder ten oosten van de kern van ’s-Gravenzande. Alcomij is een dienstverlenend bedrijf in de glastuinbouwsector dat onder meer kassystemen en logistieke teeltoplossingen ontwikkelt. Zij vreest dat de bewoners van de nieuwe woningen overlast zullen ondervinden van haar activiteiten, met als gevolg dat zij in haar bedrijfsvoering beperkt zal worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201904820/2/R3.

Datum uitspraak: 4 september 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

Alcomij B.V., Alcomij Beheer B.V. en Alcomij Logistics B.V. (hierna in enkelvoud: Alcomij), gevestigd te 's-Gravenzande, gemeente Westland,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Westland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 19 maart 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Waelplas" en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld.

Tegen deze besluiten heeft Alcomij beroep ingesteld. Bij deze brief heeft Alcomij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 augustus 2019, waar zijn verschenen:

-    Alcomij, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. drs. H. Nijman, advocaat te Den Bosch,

-    de raad, vertegenwoordigd door mr. W.C.M. Niekus-de Vries.

Tevens is ter zitting gehoord Ontwikkelingsmaatschappij Het Nieuwe Westland B.V. (hierna: OWN), vertegenwoordigd door [gemachtigden].

Overwegingen

Inleiding

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    De bestreden besluiten voorzien in een woningbouwproject in de zogenoemde Poelpolder ten oosten van de kern van ’s-Gravenzande.

3.    Alcomij is een dienstverlenend bedrijf in de glastuinbouwsector dat onder meer kassystemen en logistieke teeltoplossingen ontwikkelt. Zij vreest dat de bewoners van de nieuwe woningen overlast zullen ondervinden van haar activiteiten, met als gevolg dat zij in haar bedrijfsvoering beperkt zal worden.

4.    Het bestemmingsplan bevat twee plandelen die woningbouw mogelijk maken. Het plandeel "Woongebied - 1" voorziet bij recht in de bouw van maximaal 61 woningen. De kortste afstand tot het bedrijfsperceel van Alcomij is ongeveer 160 m.

    Het plandeel "Woongebied - 2" moet nog worden uitgewerkt. In het uitwerkingsplan kunnen maximaal 57 woningen mogelijk gemaakt worden (maar het totaal aantal woningen in het plangebied mag niet meer dan 110 zijn). De kortste afstand van de in dit plandeel betrokken gronden tot het bedrijfsperceel is ongeveer 19 m.

Spoedeisend belang

5.    In het verzoekschrift wordt verzocht om schorsing van het bestemmingsplan en het exploitatieplan.

6.    Gelet op het verhandelde ter zitting stelt de voorzieningenrechter vast dat het verzoek wat betreft het bestemmingsplan alleen ziet op het plandeel met de bestemming "Woongebied - 1". Alleen hier is immers bij recht woningbouw toegestaan, terwijl het plandeel "Woongebied - 2" nog moet worden uitgewerkt. Omdat OWN te kennen heeft gegeven binnen afzienbare tijd te willen beginnen met de bouw van woningen in "Woongebied - 1" bestaat in zoverre het vereiste spoedeisende belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

7.    Van een spoedeisend belang van Alcomij bij een voorlopige voorziening voor het exploitatieplan is de voorzieningenrechter niet gebleken. Reeds hierom moet het verzoek wat betreft het exploitatieplan worden afgewezen.

Hinder vanwege bedrijfsactiviteiten

8.    Alcomij stelt dat onaanvaardbare geluid- en lichthinder dreigt te ontstaan bij de woningen in "Woongebied - 1". Dit zou kunnen worden voorkomen als, zoals de raad heeft beoogd, ten behoeve van de woningen in "Woongebied - 2" een geluidscherm wordt geplaatst. Dit is volgens Alcomij om diverse redenen echter onzeker.

    De voorzieningenrechter zal die redenen hier niet bespreken, maar uitgaan van het voor Alcomij ongunstigste geval waarin de woningen in "Woongebied - 1" wel worden gebouwd maar die in "Woongebied - 2" niet en het daarvoor bedoelde geluidscherm (dus) ook niet.

Geluidhinder

9.    Alcomij betoogt dat de raad zich niet heeft mogen baseren op het rapport "Akoestisch onderzoek bedrijven" van DGMR van 5 juli 2018.

10.    Alcomij stelt hiertoe dat het rapport niet uitgaat van de maximale planologische mogelijkheden voor het bedrijfsverzamelgebouw op het naastgelegen perceel. Dat biedt volgens Alcomij ruimte aan acht bedrijfsunits, waarvan er vier naar het plangebied zijn gericht. Alcomij stelt dat het rapport echter ten onrechte uitgaat van zes units met drie deuren aan de zijde van het plangebied.

10.1.    In het rapport staat op bladzijde 7:

"Zoals in figuur 1 te zien is staat ten zuiden van Alcomij een bedrijfshal. Dit is een bedrijfsverzamelgebouw waarin, naar onze informatie, twee bedrijven zijn gevestigd: René Don hoveniers en Form-A-Fence. Echter, er zijn drie deuren per zijde wat impliceert dat er zes bedrijven gevestigd kunnen worden. Daarbij zijn de drie deuren die richting het plangebied zijn gericht immissierelevant in dit gebied. In het geluidsmodel zijn om deze reden drie uitstralende gevels opgenomen."

10.2.    Het bedrijfsverzamelgebouw valt onder het bestemmingsplan "Woonkern ’s-Gravenzande". De betrokken gronden zijn daarin bestemd als "Bedrijf" met de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1". Er is geen maximum gesteld aan het aantal bedrijven of bedrijfsunits dat in het bedrijfsverzamelgebouw gevestigd mag zijn. Dit betekent dat moet worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden.

    Zoals staat in de hiervoor aangehaalde passage gaat het rapport uit van drie uitstralende gevels van het bedrijfsverzamelgebouw. Uit de figuur in bijlage 2 volgt dat de drie uitstralende gevels de hele oostelijke zijde van het bedrijfsverzamelgebouw beslaan. Dit is de zijde die naar het plangebied is gericht. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op deze wijze uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden voor het bedrijfsverzamelgebouw.

11.    Alcomij betoogt dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in dit geval een langtijdgemiddelde geluidbelasting van 50 dB(A) in de dagperiode aanvaardbaar is. Alcomij wijst erop dat bij het ontwerpplan nog werd uitgegaan van 45 dB(A) voor een rustige woonwijk. Nu wordt 50 dB(A) ineens aanvaardbaar geacht omdat de locatie nabij bedrijven ligt. Dit is volgens Alcomij een doelredenering.

11.1.    Gelet op hoofdstuk 2 van het rapport van DGMR en het verweerschrift heeft de raad de grenswaarde voor de maximale langtijdgemiddelde geluidbelasting voor een rustige woonwijk van 45 dB(A) voor de dagperiode in dit geval niet passend geacht op het plangebied, omdat er in de omgeving bedrijven zijn gevestigd. Daarom heeft de raad die grenswaarde met 5 dB verhoogd. Dit behoefde naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen nadere motivering.

12.    Alcomij stelt verder dat het rapport ten onrechte geen inzicht geeft in de hoogte van de maximale geluidbelastingen die bij de woningen ontstaan. Zij stelt in dit verband dat er activiteiten plaatsvinden op haar bedrijfsperceel die in de dagperiode zijn uitgezonderd van de normering in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het gaat volgens haar om het laden en lossen en het storten van resten staal en aluminium in containers. Alcomij stelt dat het rapport met deze activiteiten geen rekening houdt.

12.1.    In het rapport staat op bladzijde 7:

"Sinds 2009 is Alcomij niet meer milieuvergunningsplichtig en valt daardoor onder het Activiteitenbesluit. Acolmij beschikt over maatwerkvoorschriften voor geluid. Aan de zijde van de geplande nieuwbouw moet het bedrijf echter voldoen aan de standaard voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Dit betekent dat het bedrijf momenteel aan die zijde een geluidsruimte heeft tot 50 dB(A) etmaalwaarde voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en 70, 65 en 60 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode voor de maximale geluidsniveaus bij de (bestaande) woningen. Omdat Alcomij zijn productiecapaciteit wil uitbreiden zijn de afgelopen jaren de bedrijfsprocessen en logistiek geoptimaliseerd. Hierdoor zijn o.a. transportroutes verplaatst en productiehallen geïsoleerd. Hiermee gebruikt het bedrijf de totale beschikbare geluidsruimte. De huidige situatie is daarmee gelijk aan de maximale planmogelijkheden. Het gehanteerde model voor de geluidsberekeningen op de omgeving is aangeleverd door de geluidsadviseur. Het model hoort bij de aanvraag tot vervallen maatwerkvoorschriften aan de oostzijde van het bedrijf. Daarmee beschrijft dit model de benodigde geluidsruimte van Alcomij."

12.2.    In bijlage 2 van het rapport zijn de invoergegevens opgesomd. Hier zijn onder meer het afstorten van metaalschroot in containers en het laden en lossen met vorkheftruck en zijlaadheftruck vermeld als geluidbronnen. De voorzieningenrechter leest niet in het rapport dat deze bronnen bij het maken van de figuren met de geluidcontouren buiten beschouwing zijn gelaten.  Gelet op het verhandelde ter zitting berust de veronderstelling van Alcomij dat de bronnen buiten de berekeningen zijn gelaten alleen op het feit dat het rapport van DGMR gebruik maakt van een melding die Alcomij op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft gedaan. Omdat het vooralsnog om niet meer dan een vermoeden van Alcomij gaat, verwacht de voorzieningenrechter niet dat het betoog in de bodemprocedure zal slagen.

13.    Alcomij betoogt ook meer in het algemeen dat het rapport van DGMR onvoldoende inzicht geeft in de toekomstige geluidbelasting van de voorziene woningen. Er zijn alleen contouren voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 50 dB(A) en het maximale geluidniveau van 70 dB(A). Hiermee worden direct de maximale waarden gehanteerd.

    Tevens stelt Alcomij dat ten onrechte de cumulatieve geluidbelasting van haar bedrijf met het bedrijfsverzamelgebouw niet is berekend.

13.1.    In de figuren in bijlage 1 van het rapport van DGMR is met contouren weergegeven waar aan de grenswaarden wordt voldaan. Zowel de situatie zonder geluidbeperkende maatregelen als die met een geluidscherm van 6 tot 8 m hoog is in beeld gebracht. De geluidbelastingen vanwege Alcomij en het bedrijfsverzamelgebouw zijn in afzonderlijke contouren weergegeven.

13.2.    De voorzieningenrechter ziet niet in waarom de raad in dit geval geen gebruik zou hebben mogen maken van figuren met geluidcontouren. De contouren maken inzichtelijk waar wordt voldaan aan de door de raad gekozen grenswaarden. Op deze wijze kan dus worden vastgesteld of in dit opzicht bij de voorziene woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal bestaan. Uit de figuren blijkt dat ook in de situatie zonder geluidscherm de contouren zich niet uitstrekken tot de gronden in het plandeel met de bestemming "Woongebied - 1". Dit betekent dat bij de daar voorziene woningen dus sowieso wordt voldaan aan de door de raad gekozen grenswaarden.

13.3.    Verder acht de voorzieningenrechter het in dit geval aanvaardbaar dat het rapport alleen afzonderlijke geluidcontouren voor Alcomij en het bedrijfsverzamelgebouw bevat en geen inzicht geeft in de gecumuleerde geluidbelasting van deze twee bedrijfslocaties. De contouren maken namelijk duidelijk dat Alcomij de belangrijkste bron van geluidhinder zal zijn. Bovendien is de afstand van de contouren tot de gronden in "Woongebied - 1" zodanig groot dat de voorzieningenrechter niet inziet dat een aparte contour voor de gecumuleerde geluidbelasting tot andere conclusies zou leiden over het woon- en leefklimaat.

Lichthinder

14.    Alcomij stelt dat lichthinder dreigt te ontstaan bij de woningen in "Woongebied - 1". Het gaat volgens haar zowel om de koplampen van verkeer dat op het bedrijfsperceel rijdt als om de verlichting aan de gevels van het bedrijfspand.

14.1.    Hiervoor is al vastgesteld dat de minimale afstand van het bedrijfsperceel van Alcomij tot de gronden in "Woongebied - 1" 160 m is. Deze afstand is naar het oordeel van de voorzieningenrechter te groot voor de verwachting dat de voorziene woningen onaanvaardbare lichthinder te duchten zullen hebben als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van Alcomij.

Overige beroepsgronden

15.    In hetgeen Alcomij voor het overige naar voren heeft gebracht, ziet de voorzieningenrechter evenmin reden voor de verwachting dat het beroep in de bodemprocedure gegrond zal worden verklaard.

Conclusie

16.    Gelet op het voorgaande wordt het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen afgewezen.

17.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Jacobs, griffier.

w.g. Slump    w.g. Jacobs

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2019

717.