Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2983

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-08-2019
Datum publicatie
04-09-2019
Zaaknummer
201906003/2/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 oktober 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, alsmede het verzoek om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201906003/2/V2.

Datum uitspraak: 30 augustus 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 12 juli 2019 in zaak nr. 18/9778 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 3 oktober 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, alsmede het verzoek om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod, afgewezen.

Bij besluit van 5 december 2018 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 juli 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, omdat uitzetting naar Afghanistan in strijd is met artikel 3 van het EVRM.

2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. De Afdeling is in de uitspraak van 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3998, teruggekomen van haar rechtspraak over het belang dat een vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd maar de Europese Unie nog niet heeft verlaten, heeft bij procederen over een asielvergunning. Dat brengt mee dat de vreemdeling asielgerelateerde redenen om niet naar Afghanistan te willen terugkeren, in een asielprocedure aan de orde kan stellen. Die redenen kunnen in het kader van deze procedure over het zware inreisverbod geen reden zijn een voorlopige voorziening te treffen.

3.    Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, griffier.

w.g. Troostwijk    w.g. Bosma

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2019

572-894.