Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2676

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-08-2019
Datum publicatie
07-08-2019
Zaaknummer
201809412/2/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2018:5899, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 oktober 2018 in zaak nr. 17/7487.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201809412/2/A1.

Datum beslissing: 2 augustus 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 oktober 2018 in zaak nr. 17/7487 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.

Procesverloop

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 oktober 2018 in zaak nr. 17/7487.

Het college heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van een gedeelte van het stuk.

Het betreft het stuk ‘Vastgoedstrategie - [locatie]’ van de Stadsontwikkelingsmaatschappij Tilburg B.V. van 28 juli 2010.

Overwegingen

1.    Het college heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling kennis zal nemen van de in de inleiding van het stuk vermelde tekst tussen het woord "aangekocht" in de eerste regel en de woorden "Het pand" in de zesde regel (hierna ook: de tekst).

2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3.    Het college heeft gevraagd om beperkte kennisneming van de tekst ter bescherming van de privacy en van bedrijfsgeheimen.

4.    Het stuk ‘Vastgoedstrategie - [locatie]’ is een stuk van een derde, namelijk de Stadsontwikkelingsmaatschappij Tilburg B.V., die geen partij is in de hoofdzaak. De tekst waarvan het college om beperkte kennisneming heeft verzocht bevat strategische redenen waarom de Stadsontwikkelingsmaatschappij het pand aan de [locatie] indertijd heeft aangekocht. Daarbij is verwezen naar andere derden. De tekst bevat dus strategische bedrijfsgegevens en de namen van andere derden.

    Naar het oordeel van de Afdeling weegt de bescherming van de strategische bedrijfsgegevens van de Stadsontwikkelingsmaatschappij Tilburg en van de persoonlijke levenssfeer van de andere derden die in de onder 1 aangeduide tekst zijn vermeld zwaarder dan het belang dat [appellant] heeft om van de tekst kennis te nemen.

5.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe;

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier.

w.g. Oranje    w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2019

507.