Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2670

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-08-2019
Datum publicatie
07-08-2019
Zaaknummer
201900645/2/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De RDW heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 december 2018 in zaak nr. 17/8689.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201900645/2/A2.

Datum beslissing: 1 augustus 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:

de directie van de Dienst Wegverkeer (hierna: de RDW),

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 december 2018 in zaak nr. 17/8689 in het geding tussen:

[wederpartij] wonend te [woonplaats],

en

de RDW.

Procesverloop

De RDW heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 december 2018 in zaak nr. 17/8689.

De RDW heeft één gedingstuk met bijlage overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

Het betreft een aanvullend proces-verbaal van bevindingen/onderzoek van 4 mei 2018 met bijlage, opgesteld door een buitengewoon opsporingsambtenaar van de RDW.

De Afdeling heeft de RDW verzocht het verzoek om beperkte kennisname van het stuk nader te motiveren. De RDW heeft een nadere motivering ingediend.

Overwegingen

1.    De RDW heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het document kennis zal nemen.

2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3.    [wederpartij] heeft bij de RDW een Congolees rijbewijs ingediend met het verzoek dit om te wisselen voor een Nederlands rijbewijs. De RDW heeft dat verzoek afgewezen omdat het Congolese rijbewijs een vals document is. Volgens een proces-verbaal van bevindingen van 18 juli 2017, opgesteld door een buitengewoon opsporingsambtenaar van de RDW, is uit technisch onderzoek gebleken dat het document vals is. Dit proces-verbaal heeft de RDW bij de rechtbank overgelegd. In hoger beroep heeft de RDW een door een medewerker van de Koninklijke Marechaussee opgesteld proces-verbaal van bevindingen van 27 februari 2019 overgelegd waarin eveneens is vermeld dat uit technisch onderzoek is gebleken dat het document vals is. Deze processen-verbaal heeft de RDW bij de rechtbank onderscheidenlijk de Afdeling overgelegd zonder een verzoek als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb. Dit is de reden dat de Afdeling de RDW heeft gevraagd om zijn verzoek tot beperkte kennisneming van het aanvullend proces-verbaal van bevindingen/onderzoek van de RDW van 4 mei 2018 nader te motiveren.

4.    Volgens de nadere motivering van de RDW bevatten de processen-verbaal van de RDW en de Koninklijke marechaussee algemene beschrijvingen van geconstateerde onregelmatigheden van het Congolese rijbewijs. In het aanvullend proces-verbaal van bevindingen/onderzoek van de RDW is explicieter ingegaan op de kenmerken van het Congolese rijbewijs op grond waarvan is geconcludeerd dat het document vals is. In de bijlage bij het aanvullend proces-verbaal zijn voorbeelden van andere valse rijbewijzen met deze kenmerken weergegeven. Volgens de RDW kan een persoon die rijbewijzen vervalst met deze informatie zijn werkwijze verfijnen, waardoor het steeds moeilijker wordt om valse documenten van echte te onderscheiden. Op grond van het voorgaande heeft de RDW in de nadere motivering het verzoek om beperkte kennisneming van het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van de RDW met bijlage gehandhaafd.

5.    De Afdeling stelt vast dat in het aanvullend proces-verbaal van bevindingen/onderzoek van de RDW van 4 mei 2018 enkele detailkenmerken van het Congolese rijbewijs zijn vermeld op grond waarvan is geconcludeerd dat het document vals is, terwijl deze detailkenmerken niet zijn vermeld in het proces-verbaal van de RDW van 18 juli 2017 en in het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee van 27 februari 2019. De bijlage bij het aanvullend proces-verbaal van de RDW bevat voorbeelden van andere valse rijbewijzen met deze kenmerken. De Afdeling acht aannemelijk dat documenten makkelijker of beter zijn te vervalsen indien vervalsers kennis hebben van deze kenmerken en dat de opsporing van valse documenten hierdoor kan worden bemoeilijkt.

    Naar het oordeel van de Afdeling weegt het algemeen belang van de opsporing van valse documenten zwaarder dan het belang van [wederpartij] om van het aanvullend proces-verbaal van de RDW met bijlage kennis te nemen.

6.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe;

Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier.

w.g. Van Eck    w.g. Oranje

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2019

507.