Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2629

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-07-2019
Datum publicatie
31-07-2019
Zaaknummer
201900379/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3713, heeft de Afdeling de beroepen tegen het bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland" en de omgevingsvergunning voor het bouwen van vier windturbines met transformatorhuisjes en inkoopstation aan de Krommeweg 4 in Kamperland ten dele niet-ontvankelijk en ten dele ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201900379/1/R2.

Datum uitspraak: 31 juli 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

de vereniging Communicatie Platform de Banjaard, gevestigd te Borsbeek (België), en anderen (hierna: De Banjaard en anderen),

verzoekers,

om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3713.

Procesverloop

Bij uitspraak van 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3713, heeft de Afdeling de beroepen tegen het bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland" en de omgevingsvergunning voor het bouwen van vier windturbines met transformatorhuisjes en inkoopstation aan de Krommeweg 4 in Kamperland ten dele niet-ontvankelijk en ten dele ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

De Banjaard en anderen hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 14 november 2018 te herzien.

De Banjaard en anderen, de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland en Windpark Noord-Beveland B.V. hebben schriftelijke uiteenzettingen ingediend.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 juli 2019, waar De Banjaard en anderen, vertegenwoordigd door mr. D.A.C. Janssen, advocaat te Tilburg, zijn verschenen.

Voorts zijn de raad en het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda, en Windpark Noord-Beveland B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], ter zitting als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    De Banjaard en anderen hadden beroep ingesteld tegen het plan en de omgevingsvergunning. Zij willen dat de uitspraak van 14 november 2018 wordt herzien omdat er feiten en omstandigheden zijn die pas na de zitting van 7 augustus 2018 bij hen bekend zijn geworden en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

Toetsingskader

2.    Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Feiten en omstandigheden die aan al deze voorwaarden voldoen, worden nova genoemd. Alleen als sprake is van nova kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.

Is sprake van nova?

Aantal Megawatt (hierna: MW) van windturbines

3.    Uit een subsidieaanvraag van 3 oktober 2017 en uit een subsidiebesluit van 7 februari 2018 dat namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat is genomen, lijkt volgens De Banjaard en anderen te volgen dat het vermogen per turbine ten opzichte van een te vervangen turbine met minstens één MW toeneemt. Dat zou kunnen leiden tot de conclusie dat het gezamenlijke vermogen van de vier windturbines ten opzichte van de bestaande, die een vermogen van 3 MW hebben, daarmee zou toenemen tot tenminste 4 MW per windturbine. Ervan uitgaande dat de nieuwe windturbines per stuk worden gesteld op 3,6 MW, zouden blijkens het subsidiebesluit de oude windturbines 2,6 MW per stuk hebben en geen 3 MW. Onduidelijk is met welke oude situatie de nieuwe is vergeleken. Als is uitgegaan van 2,6 MW, zijn de effecten van de nieuwe windturbines in vergelijking met de voorgaande mogelijk onderschat.

4.    De subsidieaanvraag dateert van 3 oktober 2017 en het subsidiebesluit van 7 februari 2018. Daarmee dateren die stukken van voor de voorafgaand aan de uitspraak van 14 november 2018 gehouden zitting van 7 augustus 2018. De Banjaard en anderen hebben pas na de uitspraak van 14 november 2018, op 18 december 2018, een Wob-verzoek ingediend om deze stukken op te vragen, hoewel in de toelichting van het bestemmingsplan al staat vermeld dat er subsidie zal worden aangevraagd. Gelet op de data van de stukken konden De Banjaard en anderen daarmee redelijkerwijs voor de zitting bekend zijn. Voor deze stukken wordt niet voldaan aan de voorwaarde in artikel 8:119, onder b, van de Awb.

Geluid

5.    De Banjaard en anderen voeren aan dat na de zitting van 7 augustus 2018 maar voor de uitspraak van 14 november 2018 nieuwe wetenschappelijke inzichten over de effecten van geluid van windturbines op de gezondheid bekend zijn geworden. Uit de "Environmental Noise Guidelines for the European Region" van 10 oktober 2018, van de Regional Office for Europe van de World Health Organization (hierna: aanbevelingen van de WHO), volgt volgens hen dat blootstelling aan geluidsniveaus van windturbines boven de 45 dB Lden kan leiden tot "adverse health effects". In de aanbevelingen van de WHO wordt volgens hen een maximaal geluidsniveau van 45 dB Lden voorgeschreven. Ook dient het bevoegd gezag volgens hen voorzorgsmaatregelen te nemen voor geluidsniveaus door windturbines.

    Omdat uit het ten behoeve van het plan opgestelde "Akoestisch onderzoek t.b.v. Windturbinepark Noord Beveland te Kamperland" van 21 maart 2017 door Adviesburo Van der Boom volgt dat de norm van 45 dB Lden wordt overschreden, kan de plaatsing van de windturbines negatieve gevolgen voor hun gezondheid hebben en mocht de geluidgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit 47 dB Lden niet worden aangehouden. De raad heeft daar volgens hen ten onrechte geen rekening mee gehouden. Hierdoor is ook het oordeel dat gegeven is over de cumulatie van geluidsbronnen niet houdbaar, aldus De Banjaard en anderen.

5.1.    De Afdeling stelt voorop dat het besluit tot vaststelling van het plan wordt getoetst aan de hand van de feiten zoals die zich voordeden en het recht dat gold ten tijde van het nemen van het besluit. De aanbevelingen van de WHO dateren van 10 oktober 2018 en daarmee van na het nemen van het besluit van 24 augustus 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland". Dit betekent dat de Afdeling deze aanbevelingen niet in haar beoordeling van het plan van 24 augustus 2017 kon betrekken (vergelijk onder 87.1 van de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1781). Hetgeen De Banjaard en anderen hebben aangevoerd met betrekking tot artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens geeft geen aanleiding tot een ander oordeel, omdat de aanbevelingen van de WHO algemeen van aard zijn en er niet uit volgt dat het windturbinepark leidt tot geluidoverlast die de betrokkenen in ernstige mate in hun gezondheid treft of belet in hun woongenot en hun privé- of gezinsleven. Daarom zouden de aanbevelingen van de WHO niet tot een andere uitspraak hebben kunnen leiden. Om die reden wordt niet voldaan aan de voorwaarde die is opgenomen in artikel 8:119, eerste lid, onder c, van de Awb.

Conclusie

6.    De Afdeling komt tot de conclusie dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 8:119 van de Awb, zodat zij niet de bevoegdheid heeft de uitspraak te herzien. Het verzoek moet daarom worden afgewezen.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. H. Bolt, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.

w.g. Slump

voorzitter    De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2019

45-865.