Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:261

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-01-2019
Datum publicatie
30-01-2019
Zaaknummer
201801331/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2018:704, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 november 2016 heeft het college Solide Woningen B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik zonder de vereiste vergunningen van het pand op het perceel Dorsmolen 10 te Wieringerwerf (hierna: het perceel) als logiesaccomodatie te staken en gestaakt te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2019/355
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201801331/1/A1.

Datum uitspraak: 30 januari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon, gevestigd te Anna Paulowna, gemeente Hollands Kroon,

appellant,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2018 in zaak nr. 17/2588 in het geding tussen:

Solide Woningen B.V., gevestigd te Wieringerwerf, gemeente

Hollands Kroon,

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 17 november 2016 heeft het college Solide Woningen B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik zonder de vereiste vergunningen van het pand op het perceel Dorsmolen 10 te Wieringerwerf (hierna: het perceel) als logiesaccomodatie te staken en gestaakt te houden.

Bij besluit van 25 april 2017 heeft het college het door Solide Woningen B.V. daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 23 januari 2018 heeft de rechtbank het door Solide Woningen B.V. daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 25 april 2017 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

Solide Woningen B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 oktober 2018, waar het college, vertegenwoordigd door B.C.B. van Yperen-Leek, en Solide Woningen B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Uit het besluit van 17 november 2016 volgt dat het college bij een controle op 16 november 2016 heeft geconstateerd dat het pand op het perceel zonder de volgens het college benodigde omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) als logiesaccomodatie werd gebruikt. Aan Solide Woningen B.V. is daarop bij dit besluit een last onder dwangsom opgelegd.

    Bij brief van 23 december 2016 heeft de toenmalige gemachtigde van Solide Woningen B.V., Catch Legal te Amsterdam, een pro-forma bezwaarschrift ingediend tegen dit besluit. Daarbij werd in die brief verzocht om een aanvullende termijn van vier weken voor het indienen van de gronden van het bezwaar. Bij brief van 3 januari 2017 heeft de coördinator van de commissie voor de bezwaarschriften aan Catch Legal de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd en een termijn van vier weken verleend om de gronden van bezwaar in te dienen. Bij brief van 27 januari 2017 heeft Catch Legal het college evenwel laten weten niet meer als gemachtigde van Solide Woningen B.V. op te treden en verzocht om verdere correspondentie aan Solide Woningen B.V. zelf te richten. Catch Legal had op dat moment nog geen gronden van bezwaar ingediend. Bij brief van 14 maart 2017 van de coördinator van de commissie voor de bezwaarschriften gericht aan Solide Woningen B.V., welke brief zich onder de gedingstukken bevindt, is Solide Woningen B.V. nog een extra termijn van twee weken verleend om alsnog de gronden van bezwaar in te dienen.

    Uit het advies van de commissie bezwaarschriften van 10 april 2017, gelezen in samenhang met het besluit op bezwaar van 25 april 2017, blijkt dat binnen de gestelde termijnen van vier weken en vervolgens twee weken, geen gronden van bezwaar zijn ontvangen. Bij het besluit van 25 april 2017 is het bezwaar van Solide Woningen B.V. daarom niet-ontvankelijk verklaard.

2.    Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

3.    De rechtbank heeft geoordeeld dat nu Solide Woningen B.V. de ontvangst van de hiervoor genoemde brief van 14 maart 2017 betwist, het college aannemelijk dient te maken dat deze brief is verzonden. Naar het oordeel van de rechtbank is het college daar niet in geslaagd. Nu verzending van de brief derhalve niet is komen vast te staan, is niet gebleken dat Solide Woningen B.V. genoegzaam in de gelegenheid is gesteld om haar verzuim met betrekking tot het niet indienen van de bezwaargronden te herstellen. De rechtbank heeft gelet daarop geoordeeld dat het college haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4.    [persoon], enig aandeelhouder en bestuurder van Solide Woningen B.V., heeft zich namens Solide Woningen B.V. ter zitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat met een brief van 18 november 2016 wel gronden van bezwaar zijn ingediend. Solide Woningen B.V. is er ter zitting in hoger beroep evenwel niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij deze brief inderdaad, zoals zij stelt, als de bij het bezwaarschrift van 23 december 2016 behorende gronden van bezwaar aan het college heeft toegezonden.

Het hoger beroep

5.    Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het het bezwaar van Solide Woningen B.V. terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het voert daartoe aan dat Solide Woningen B.V. voor het eerst ter zitting in beroep heeft aangevoerd dat zij niet alleen het besluit op bezwaar van 25 april 2017 niet heeft ontvangen, maar ook niet de brief van de coördinator van de commissie voor de bezwaarschriften van 14 maart 2017.

    Het college stelt dat het door de rechtbank ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om aannemelijk te maken dat deze brief is verzonden. Het college stelt zich op het standpunt dat de verzending aannemelijk is en dat door Solide Woningen B.V. geen aanknopingspunten naar voren zijn gebracht die aan de verzending of de ontvangst van deze brief doen twijfelen.

5.1.    De Afdeling overweegt dat in het geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het desbetreffende stuk is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Indien het bestuursorgaan de verzending aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde voormeld vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe is voldoende dat op grond van hetgeen hij aanvoert ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.

5.2.    Het college heeft er terecht op gewezen dat de brief van 14 maart 2017 is voorzien van de juiste adressering, Dorsmolen 10a, 1771 PA te Wieringerwerf, en dat er een verzenddatum op vermeld staat, namelijk 14 maart 2017. Verder heeft het college ter zitting toegelicht dat het gebruik maakt van het digitale verzendregistratiesysteem "JOIN" en heeft het een aantal prints uit dit systeem overgelegd. Daaruit blijkt eveneens dat de brief op 14 maart 2017 is verzonden. Uit deze prints blijkt verder dat ook in dit geautomatiseerde systeem het juiste adres, alsmede het juiste kenmerk van de brief, Z-115122, is geregistreerd. Daarnaast is bij ‘Onderwerp’ in dit systeem ‘bezwaarschrift’ vermeld en bij ‘Zaakomschrijving’: ‘HT: logiesaccomodatie Dorsmolen 10A’. Ook deze laatste informatie heeft betrekking op de betrokken brief.

    Het college heeft hiermee op genoegzame wijze aannemelijk gemaakt dat de brief van 14 maart 2017 aan Solide Woningen B.V. is verzonden.

    De opmerkingen die Solide Woningen B.V. bij de prints uit het verzendregistratiesysteem heeft gemaakt, doen daaraan niet af. Dat daarop het kopje ‘Datum afhandeling’ niet is ingevuld, en dat wordt vermeld dat de zaak is gestart op 15 december 2015, wat volgens Solide Woningen B.V. niet juist kan zijn, is onvoldoende voor twijfel aan de juistheid van de gegevens in het systeem. Het college heeft ter zitting medegedeeld dat ‘Datum afhandeling’ niet is ingevuld, omdat het gaat om een nog lopende zaak. Ook de stelling van Solide Woningen B.V. dat uit het systeem ten onrechte niet blijkt dat en wanneer de brief aan een postdienst is aangeboden, leidt niet tot het daarmee beoogde doel. Het college heeft daarover ter zitting toegelicht dat na verwerking van de brief in "JOIN", deze in een bak voor uitgaande post gaat en dat de uitgaande post vervolgens wordt opgehaald en bezorgd door de postdienst van Noorderkwartier. De Afdeling ziet geen grond om te twijfelen aan deze werkwijze.

    Voor zover Solide Woningen B.V. betoogt dat het gehanteerde adres niet juist is, omdat de brief niet naar Dorsmolen 10a, maar naar Dorsmolen 10 had moeten worden gezonden, slaagt dat evenmin. Het college heeft daarover gesteld dat de handhaving weliswaar betrekking heeft op het adres Dorsmolen 10, maar dat de last is gestuurd naar het adres Dorsmolen 10a, omdat Solide Woningen B.V., aan wie de last was gericht, op dat adres is gevestigd. Blijkens een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat zich onder de gedingstukken bevindt, is dat juist. Bovendien bevinden zich in het dossier verschillende brieven van de heer [persoon], namens Solide Woningen B.V. zelf, waarin ook het adres Dorsmolen 10a als het adres van het bedrijf wordt genoemd.    

5.3.    Solide Woningen B.V. betwist de ontvangst van de brief van 14 maart 2017. Omdat op het perceel twee afzonderlijke brievenbussen voor de adressen Dorsmolen 10 en 10a vlak bij elkaar zijn geplaatst, komt post soms in de verkeerde brievenbus terecht. Het perceel Dorsmolen 10a was ten tijde van belang volgens Solide Woningen B.V. verhuurd aan een Pools detacheringsbureau, dat Solide Woningen B.V. niet altijd de aan haar gerichte bezorgde post overhandigde.

    Dit betoog wordt evenmin gevolgd. De stelling van [persoon] ter zitting, dat (gedeelten van) het pand op het perceel Dorsmolen 10/10a worden verhuurd, doet er niet aan af dat het gehele pand zijn pand betreft. Daarbij komt dat, zoals hiervoor reeds is overwogen, de brief van 14 maart 2017 aan Solide Woningen B.V. juist is geadresseerd aan het adres Dorsmolen 10a te Wieringerwerf. Voor zover de plaatsing van de twee afzonderlijke brievenbussen voor Dorsmolen 10 en 10a, vlak bij elkaar, voor verwarring kan zorgen, dient die omstandigheid voor rekening van Solide Woningen B.V. zelf te blijven.

    De conclusie is dat het college terecht betoogt dat het de verzending van de brief van 14 maart 2017 aannemelijk heeft gemaakt en dat hetgeen Solide Woningen B.V. heeft aangevoerd, geen grond vormt om de ontvangst van die brief redelijkerwijs te betwijfelen. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

    Het betoog slaagt.

6.    Solide Woningen B.V. heeft in haar schriftelijke uiteenzetting schadevergoeding gevorderd van het college, in de vorm van huurinkomstenderving.

    Nu uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van het college gegrond is en het besluit van 25 april 2017 rechtmatig is, bestaat daarin geen grond voor toekenning van schadevergoeding, zoals gevorderd door Solide Woningen B.V..

Conclusie

7.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 25 april 2017 van het college alsnog ongegrond verklaren.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2018 in zaak nr. 17/2588;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;

IV.    wijst het verzoek om schadevergoeding van Solide Woningen B.V. af.

Aldus vastgesteld door mr. D.J.C. van den Broek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, griffier.

w.g. Van den Broek    w.g. Bolleboom

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2019

641. BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 6:5, eerste lid:

Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht;

d. de gronden van het bezwaar of beroep.

Artikel 6:6

Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:

a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of

b. het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15,

mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.1, eerste lid:

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

a. (…);

b. (…);

c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet,

d. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk in met het oog op de brandveiligheid bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen,

e. t/m i. (…).