Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2501

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-07-2019
Datum publicatie
24-07-2019
Zaaknummer
201806117/3/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De erven van [overledene] hebben een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201806117/3/A1.

Datum beslissing: 19 juli 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:

de erven van [overledene],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 juni 2018 in zaken nrs. 17/6844 en 17/6937 in het geding tussen:

de erven

en

het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek.

Procesverloop

Wijlen [overledene], laatstelijk gewoond hebbend te ’t Loo Oldenbroek, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 juni 2018 in zaken nrs. 17/6844 en 17/6937.

De erven van [overledene] hebben een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft:

• een verklaring van executele van 23 april 2019

• een brief van de executeur-testamentair van 25 april 2019

Overwegingen

1.    De erven hebben de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.

2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3.    De erven hechten er uit een oogpunt van privacy waarde aan dat de verklaring van executele en de brief van de executeur-testamentair niet worden verstrekt aan andere partijen. De stukken bevatten volgens de erven namelijk bij uitstek bijzondere persoonsgegevens, te weten gegevens over de afwikkeling van de nalatenschap. Volgens de erven gaat het derden niets aan wie welk deel van de nalatenschap heeft geërfd.

Bij uitspraak van 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1092, heeft de Afdeling een verzoek van de erven om beperkte kennisname van een brief van 2 april 2019 met daarin hun namen en adressen afgewezen. Zoals de Afdeling in die uitspraak heeft overwogen moeten de erven hun identiteit bekendmaken, aangezien zij het hoger beroep van [overledene] willen voortzetten. De erven hebben naar aanleiding van deze uitspraak een ongeschoonde versie van de brief van 2 april 2019 aan de Afdeling en de andere partijen gezonden.

In de bodemzaak is onderdeel van de identiteit van de erven dat zij, zoals zij stellen, erfgenaam zijn van wijlen [overledene]. De zittingskamer in de bodemzaak heeft ter vaststelling hiervan de erven verzocht een verklaring van executele over te leggen. De andere partijen hebben belang bij kennisname van de verklaring van executele voor zover daardoor de identiteit van de erven als erfgenaam van wijlen [overledene] komt vast te staan. Daarvoor moeten de andere partijen kennis kunnen nemen van de aanhef en de onderdelen 1, 5 gedeeltelijk, 6, 7 en 8 van de verklaring van executele. Kennisname van de onderdelen 2, 3 4 en 5 laatste drie regels van de verklaring van executele is daarvoor niet nodig.

De brief van de executeur-testamentair van 25 april 2019 bevat naast de naam van wijlen [overledene] geen ander persoonsgegeven dan de naam van de executeur-testamentair. De naam van de executeur-testamentair is al in die hoedanigheid vermeld in de hiervoor vermelde brief van 2 april 2019. Voor beperking van de kennisneming van de brief van de executeur-testamentair van 25 april 2019 bestaat daarom geen grond.

Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de erven minder zwaar dan het belang van alle partijen om kennis te kunnen nemen van de volledige identiteit van alle partijen die deelnemen aan het geding. Voor het overige weegt het belang van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen zwaarder.

4.    Uit het voorgaande volgt dat het verzoek tot beperkte kennisneming voor een deel gerechtvaardigd is. Voor het overige dient het verzoek te worden afgewezen. Dit geldt voor de brief van de executeur-testamentair en voor de volgende gedeelten van de verklaring van executele:

Aanhef

1. Overlijden

5. Vererving, behoudens de laatste drie regels

6. Executele; de executeur

7. Conclusie

8. Slotverklaring

5.    De Afdeling bepaalt dat de verklaring van executele van 23 april 2019 en de brief van de executeur-testamentair van 25 april 2019 worden teruggezonden aan de erven.

6.    Indien de erven geen gehoor geven aan het in dictumonderdeel III. aangeduide verzoek om een ongeschoonde versie van de brief van de executeur-testamentair en een versie van de verklaring van executele waarin alleen de gedeelten ten aanzien waarvan het verzoek om beperking van de kennisneming is ingewilligd onleesbaar zijn gemaakt, toe te sturen, kan de Afdeling daaraan gevolgen verbinden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    wijst het verzoek af wat betreft de brief van de executeur-testamentair van 25 april 2019 en wat betreft de volgende gedeelten van de verklaring van executele van 23 april 2019:

Aanhef

1. Overlijden

5. Vererving, behoudens de laatste drie regels

6. Executele; de executeur

7. Conclusie

8. Slotverklaring

II.    willigt het verzoek om beperking van de kennisneming voor het overige in;

III.    verzoekt de erven binnen 7 dagen na heden

-    de stukken opnieuw in te sturen; en voorts

-    een versie van de verklaring van executele van 23 april 2019 waarin de gedeelten ten aanzien waarvan het verzoek om beperking van de kennisneming is ingewilligd onleesbaar zijn gemaakt aan de Afdeling en de andere partijen toe te sturen.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier.

w.g. Daalder    w.g. Oranje

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier