Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2478

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
17-07-2019
Zaaknummer
201803916/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 februari 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Westerbork ‘herziening evenementen en ambulante detailhandel’" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201803916/1/R3.
Datum uitspraak: 17 juli 2019

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Westerbork, gemeente Midden-Drenthe,

en

de raad van de gemeente Midden-Drenthe,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Westerbork ‘herziening evenementen en ambulante detailhandel’" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

[appellant] en de raad hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 mei 2019, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], en de raad, vertegenwoordigd door H.M. Teijema, drs. I.N. Fels en ing. A.J. Abbingh, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Het plan voorziet in een partiële herziening van het bestemmingsplan "Westerbork", vastgesteld bij besluit van 28 september 2013. In het plan is onder meer voorzien in een regeling voor evenementen in het centrum rondom het Burgemeester Gualthérie van Weezelplein en op het terrein aan de Oude Beilerweg in Westerbork.

1.1.

In hoofdlijnen maakt het plan mogelijk dat er binnen de aanduiding "overige zone - evenementenzone 1" in het centrum per kalenderjaar 25 zogenoemde categorie 0-evenementen mogen plaatsvinden. Voor deze evenementen geldt een maximaal toegestane geluidbelasting op woningen van 60 dB(A). Voorts mogen er in het centrum twaalf zogenoemde categorie 1- en 2-evenementen plaatsvinden. Voor het westelijke gedeelte van evenementenzone 1, waaraan de aanduiding "overige zone - evenementenzone 1 west" is toegekend, geldt dat maximaal negen categorie 1- en 2-evenementen mogen plaatsvinden. De geluidbelasting op woningen vanwege deze evenementen mag niet meer dan 75 dB(A) bedragen, zij het dat voor twee categorie 2-evenementen per kalenderjaar voor gedurende vier aaneengesloten uren een geluidbelasting van 90 dB(A) is toegestaan op de gevels van woningen gelegen in de zone "overige zone - hogere geluidbelasting evenement categorie 2". Voorts is ter plaatse van het terrein aan de Oude Beilerweg de aanduiding "overige zone - evenementenzone 2" opgenomen. Binnen deze aanduiding mogen per kalenderjaar negen categorie 0-evenementen en drie categorie 1-evenementen plaatsvinden. De evenementen vinden gespreid plaats en mogen op maandag tot en met zaterdag van 08:00 uur tot 23:00 uur en op zondag van 13:00 uur tot 23:00 uur plaatsvinden. Onder voorwaarden mag de eindtijd drie keer per kalenderjaar worden verlengd tot 01:00 uur.

2. [ appellant] woont op het adres [locatie 1]. Hij is voorts eigenaar van de panden [locatie 2], waarin een makelaarskantoor is gevestigd, [locatie 3] en [locatie 4], waarin een supermarkt is gevestigd, [locatie 5], en van het perceel gelegen tussen [locatie 6] en [locatie 7]. De percelen [locatie 2], [locatie 1], [locatie 3] en [locatie 4], en het perceel [locatie 5] liggen in de zone "overige zone - evenementenzone 1" en "overige zone - evenementenzone 1 west". Het perceel [locatie 5] ligt voorts in de zone "overige zone - hogere geluidsbelasting evenement categorie 2". Het perceel gelegen tussen [locatie 6] en [locatie 7] ligt niet in een evenementenzone. [appellant] vreest voor geluid- en parkeeroverlast als gevolg van de in het plan toegestane evenementen in de zone "overige zone - evenementenzone 1 west" en "overige zone - hogere geluidsbelasting evenement categorie 2".

3. De raad hanteert als uitgangspunt dat er geen geluidhinder ten gevolge van evenementen in de woning optreedt indien de geluidniveaus ter hoogte van de gevel aan de buitenzijde van een woning lager zijn dan 60 dB(A). Dit uitgangspunt is volgens de raad gemeentelijk beleid.

4. De raad hanteert voorts als uitgangspunt dat elke omwonende maximaal twaalf keer per jaar geluidhinder mag kunnen ondervinden als gevolg van evenementen. De raad heeft in dat verband het door Tebodin opgestelde "Akoestisch onderzoek Evenementen Westerbork" van 16 december 2016 (hierna: het akoestisch onderzoek) en de door Tebodin opgestelde "Nota van Uitgangspunten Geluid Evenementen Westerbork" van 16 december 2016 (hierna: de Tebodin-nota) aan het plan ten grondslag gelegd. In zowel het akoestisch onderzoek als de Tebodin-nota is aangesloten bij de nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg van januari 1996 (hierna: de Nota Evenementen). De Nota Evenementen richt zich ten aanzien van evenementen op het waarborgen van de spraakverstaanbaarheid in de woning en het vermijden van slaapverstoring in de nachtperiode. Om de grens van het optreden van "onduldbare hinder" in de woning als gevolg van evenementen niet te overschrijden wordt in de Nota Evenementen aanbevolen om, indien geen specifiek onderzoek is gedaan, voor evenementen de geluidwaarden uit onderstaande tabel 3 als maximum te hanteren.

Planregels

5. De relevante planregels die ten grondslag liggen aan de hierna volgende rechtsoverwegingen, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Toetsingskader

6. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

6.1.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 20 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8858, ligt het op de weg van de raad om te beoordelen of een bestemming die evenementen op een bepaalde locatie toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt acceptabel is. Ook dient de raad over het toegestane aantal evenementen per jaar, de soorten evenementen en de maximale bezoekersaantallen regels te stellen voor zover dit uit het oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid op een locatie van belang is. Deze beoordeling is een andere dan die op grond waarvan, in een concreet geval, voor een evenement al dan niet een vergunning wordt verleend.

Procedure

7. [appellant] betwijfelt of bij de vaststelling van het plan de wettelijke procedure is gevolgd, aangezien het plan ten opzichte van het ontwerpplan is gewijzigd en deze wijziging niet in de inspraak is geweest.

7.1.

De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zo groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen.

Vaststaat dat de raad in dit geval het plan heeft vastgesteld met een aantal wijzigingen. Deze afwijkingen van het ontwerp zijn naar aard en omvang niet zo groot dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan voorligt. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de wijzigingen verduidelijkingen ten opzichte van het ontwerpplan inhouden. Het betoog faalt.

Evenemententerrein/recreatiecentrum

8. [appellant] betoogt dat de raad voor het bepalen van de afstand tot de gronden waarop evenementen zijn toegestaan gebruik had moeten maken van de richtafstanden uit de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure). Volgens [appellant] is voor deze gronden sprake van een evenemententerrein, en dient een evenemententerrein voor de toepassing van de VNG-brochure te worden beschouwd als een recreatiecentrum. Een recreatiecentrum is een inrichting in milieucategorie 4.2, waarvoor ten aanzien van het aspect geluid een richtafstand van 300 m geldt, aldus [appellant]. In het plan wordt volgens hem ten onrechte niet aan deze richtafstand voldaan. Voorts heeft de raad volgens [appellant] gelet hierop ten onrechte geen expliciete aanduiding "evenemententerrein" opgenomen.

8.1.

De raad stelt dat de evenementenzones niet kunnen worden aangemerkt als inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer (hierna: de Wm). Daarvoor acht de raad van belang dat op de gronden waarvoor een evenementenzone is opgenomen een gelimiteerd aantal keren per jaar voor de duur van één dag of enkele dagen een evenement mag plaatsvinden en na ieder evenement de podia, kramen en eventuele geluidinstallaties worden verwijderd. Gelet hierop vormen de evenementen geen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing worden verricht, aldus de raad.

8.2.

De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de evenementenzones in het plan kwalificeren als recreatiecentrum. Deze evenementenzones kunnen niet worden aangemerkt als inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wm en zijn daarom niet te vergelijken met een recreatiecentrum. Daartoe overweegt de Afdeling als volgt.

Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van de Wm wordt onder "inrichting" verstaan: "elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht". De evenementen die in de evenementenzones zijn toegestaan kunnen los van elkaar door eenieder worden georganiseerd en kunnen daarom niet in samenhang worden beschouwd voor de vraag of de evenementenzones zelf als inrichting hebben te gelden. Omdat de in de planregels toegestane evenementen bovendien elk op zichzelf ook te kortdurend zijn om aangemerkt te kunnen worden als een bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wm zijn de evenementenzones geen inrichting als bedoeld in deze wet (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3444). Gelet hierop bestond voor de raad in zoverre geen aanleiding om in het plan een aanduiding "evenemententerrein" op te nemen en toepassing te geven aan de VNG-brochure.

Rechtszekerheid - planregels

9. [appellant] betoogt dat uit de planregels onvoldoende duidelijk volgt hoeveel evenementen per jaar mogen plaatsvinden. Daartoe voert [appellant] aan dat in de planregels enerzijds staat dat in het geval van een meerdaags evenement iedere dag dat het evenement plaatsvindt telt als één evenement en anderzijds dat een meerdaags evenement ter plaatse van de aanduiding "overige zone - evenementenzone 2" wordt beschouwd als één evenement.

9.1.

Ter plaatse van de aanduiding "overige zone - evenementenzone 2" mogen ingevolge het bij artikel 3, lid 3.1.4, van de planregels herziene artikel 31.1.3, aanhef en onder a, van de regels van het bestemmingsplan "Westerbork" in een kalenderjaar maximaal negen evenementen in categorie 0, en maximaal drie evenementen in categorie 1 plaatsvinden. Ingevolge het herziene artikel 31.1.3, aanhef en onder c, van de regels van het bestemmingsplan "Westerbork" zijn hier ook meerdaagse evenementen toegestaan met een maximale duur van drie dagen, waarbij iedere dag dat het meerdaagse evenement plaatsvindt geldt als één evenement. Dit betekent dat een meerdaags evenement van drie dagen, voor het aantal evenementen dat is toegestaan wordt aangemerkt als drie evenementen. In aanvulling hierop is in het herziene artikel 31.1.4, aanhef en onder a, van de regels van het bestemmingsplan "Westerbork" geregeld dat in een week (maandag tot en met zondag) ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - evenementenzone 1' en 'overige zone - evenementenzone 2' in totaal maximaal één evenement in categorie 1 of 2 mag plaatsvinden. Een meerdaags evenement ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenemententerrein 2' wordt voor de toepassing van deze regeling beschouwd als één evenement. Anders dan [appellant] meent, heeft deze aanvulling betrekking op de spreiding van de evenementen en niet op het aantal evenementen dat in totaal in een kalenderjaar mag plaatsvinden. In zoverre zijn de planregels niet tegenstrijdig en voldoende rechtszeker.

Gelet op het vorenstaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid. Het betoog faalt.

Geluid

Algemeen - totaliteit

10. [appellant] verzet zich tegen het plan voor zover daarmee evenementen mogelijk worden gemaakt, omdat deze evenementen volgens hem leiden tot een onaanvaardbare aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Daartoe voert [appellant] aan dat hij als gevolg van het plan 25 keer per kalenderjaar geluidhinder kan ondervinden van de categorie 0-evenementen en negen keer per kalenderjaar ernstige geluidhinder kan ondervinden van de categorie 1- en 2-evenementen die zijn toegestaan in de evenementenzone "overige zone - evenementenzone 1 west".

10.1.

De Afdeling bespreekt in het navolgende eerst de categorie 0-evenementen. Daarna bespreekt de Afdeling de categorie 1- en 2-evenementen. Tot slot zal de Afdeling voor het aspect geluid de gevolgen van de toegestane evenementen in de zone "overige zone - evenementenzone 1 west" voor het woon- en leefklimaat van [appellant] in hun totaliteit bezien.

Categorie 0-evenementen

11. [appellant] betoogt dat het plan ten onrechte voorziet in de mogelijkheid om per kalenderjaar 25 categorie 0-evenementen in het centrum te houden.

In de eerste plaats voert hij daarover aan dat, anders dan de raad stelt, deze evenementen wel degelijk geluidhinder veroorzaken. In dat verband acht [appellant] van belang dat de maximaal toegestane geluidbelasting voor deze evenementen 60 dB(A) bedraagt, terwijl de standaard geluidgrenswaarde voor een rustige woonwijk 50 dB(A) bedraagt. Voorts acht hij hiervoor van belang dat deze maximaal toegestane geluidbelasting het referentieniveau van het omgevingsgeluid overstijgt. Naar aanleiding van het deskundigenbericht heeft [appellant] door Valersi geluidbureau een langdurige geluidmeting bij zijn woning laten uitvoeren om het referentieniveau van het omgevingsgeluid te bepalen. In de zienswijze van [appellant] op het deskundigenbericht staat dat gedurende de dagperiode het geluidniveau bij de gevels niet hoger is dan 52 dB(A) en het referentiegeluid van de omgeving in de dagperiode 47 dB(A) en in de nachtperiode 45 dB(A) bedraagt.

Daarnaast leiden de categorie 0-evenementen volgens [appellant] tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat in zijn woning en tuin. Over de geluidbelasting in zijn woning als gevolg van deze evenementen voert [appellant] aan dat de raad ten onrechte en zonder nader onderzoek is uitgegaan van een gevelwering van 20 à 25 dB. Volgens [appellant] bedraagt de gevelwering van zijn woning 17 dB. Naar aanleiding van het deskundigenbericht heeft [appellant] opnieuw onderzoek naar de gevelwering verricht, waaruit volgens hem blijkt dat zijn gevelwering 16,4 dB bedraagt. Dit betekent dat het binnengeluidniveau hoger is dan 40 dB(A), hetgeen volgens de Nota Evenementen leidt tot een verstoring van de spraakverstaanbaarheid en een aantasting van de persoonlijke levenssfeer, aldus [appellant]. In dat verband voert [appellant] aan dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat zijn woning aan de achterzijde van het pand wordt afgeschermd door het makelaarskantoor aan de voorzijde van dit pand, aangezien hij de verdieping boven het makelaarskantoor gebruikt als slaapkamer, gastenverblijf en kantoor aan huis. Ter zitting heeft [appellant] hieraan toegevoegd dat hij bij voorkeur in zijn tuin aan de westzijde van de woning zit, en hier van afscherming geen sprake is.

Tot slot betwijfelt [appellant] de haalbaarheid van 60 dB(A) die geldt voor categorie 0-evenementen. Daarvoor acht [appellant] van belang dat het plan in tegenstelling tot het gemeentelijk evenementenbeleid (versterkte) geluidbronnen bij categorie 0-evenementen niet uitsluit. Volgens [appellant] blijkt uit de geluidmeting die op 20 juli 2001 is verricht door Stroop Raadgevende Ingenieurs dat het geluidniveau afkomstig van een folkloristische markt die werd gehouden op een zacht dempende ondergrond met ongeveer 1.000 bezoekers 58,8 dB(A) bedroeg ter plaatse van [locatie 1]. Gelet hierop verwacht [appellant] dat wanneer sprake is van een verhard terrein en een aantal van 4.000 bezoekers, dit leidt tot een overschrijding van de 60 dB(A). Voorts wordt in het rapport van Tebodin van 30 oktober 2002 volgens hem geconcludeerd dat er een geluidniveau van meer dan 60 dB(A) optreedt bij de nabijgelegen woningen indien er activiteiten zijn op of rond het Burgemeester Gualthérie van Weezelplein waarbij een omroepinstallatie, versterkte muziek, een muziekkorps of livemuziek aanwezig is. Ook is er bij de beoordeling van de geluidsituatie geen rekening gehouden met stemgeluid en met markten. Ter zitting heeft [appellant] toegelicht dat hij hiermee niet doelt op de reguliere weekmarkten maar op de markten die worden aangemerkt als evenementen.

11.1.

De raad stelt dat van oudsher in hoofdzakelijk het centrum van het dorp evenementen, festiviteiten en andere levendigheid plaatsvindt. Een geluidbelasting van 60 dB(A) ten gevolge van een evenement leidt volgens de raad niet tot hinder. Daarvoor verwijst de raad naar het rapport van Tebodin van 30 oktober 2002 (opgesteld ten behoeve van de rechtbank Assen in een procedure over een vergunning voor een evenement in Westerbork), waarin staat dat een ondergrens waarbij geluid een rol gaat spelen in de hinderbeleving tijdens evenementen van 60 dB(A) bij de naastgelegen woningen wordt gehanteerd. Volgens de raad is dit uitgangspunt sinds 2007 gemeentelijk beleid.

Onder verwijzing naar paragraaf 4.5 van het deskundigenbericht van 8 januari 2014 dat is uitgebracht ten behoeve van het bestemmingsplan "Westerbork", stelt de raad dat met een geluidniveau van 60 dB(A) op de gevel het binnengeluidniveau, ingeval van een standaardisolatie waarde, tussen de 35 en 40 dB(A) bedraagt, hetgeen ruim binnen de normering voor de hinder/verstaanbaarheid als bedoeld in de Nota Evenementen ligt. Volgens de raad is het vanwege het grote aantal en de grote verscheidenheid van de woningen ondoenlijk om de gevelwering van alle woningen individueel te beoordelen. Om die reden is de raad aangesloten bij de Nota Evenementen, waarin wordt aanbevolen een gevelwering van 20 à 25 dB te hanteren. Naar aanleiding van het deskundigenbericht heeft de raad, hoewel hij betwist dat [appellant] de bovenverdieping mag gebruiken als woning, volledigheidshalve de gevelwering van [locatie 2] alsnog onderzocht. Hierover staat in de zienswijze van de raad dat hij het onderzoek naar de gevelwering dat is uitgevoerd in opdracht van [appellant] heeft beoordeeld, waarbij de raad gebruik heeft gemaakt van de basisgegevens uit dat onderzoek. Op basis van de berekeningen concludeert de raad dat de gevelwering 22 dB bedraagt. De raad stelt dat dit bij een geluidbelasting van 60 dB(A) leidt tot een binnengeluidniveau van 38 dB(A) en daarmee tot een overschrijding van 3 dB(A) van de in de Nota Evenementen genoemde basisnorm van 35 dB(A). Onder verwijzing naar de hindertabel uit de Nota Evenementen merkt de raad op dat er bij deze overschrijding weliswaar sprake is van enige overlast, maar de raad acht dit aanvaardbaar omdat er maximaal 25 categorie 0-evenementen mogelijk zijn, de evenementen gespreid plaatsvinden en er begin- en eindtijden zijn vastgesteld.

Volgens de raad volgt uit het geluidrapport "Geluidmetingen Folkloristische markt 30-7-15. Locatie Burg. G. Van Weezelplein Westerbork" van RUD Drenthe van 31 juli 2015 dat ook voor de categorie 0-evenementen waarbij gebruik wordt gemaakt van geluidbronnen kan worden voldaan aan de 60 dB(A) gevelwaarde. Of een evenement al dan niet op verhard terrein plaatsvindt is volgens de raad niet relevant, nu geen overschrijding van de toegestane geluidwaarden mag plaatsvinden. Bij overtreden van de maximaal toegestane geluidwaarden zal volgens de raad handhavend worden opgetreden. Volgens de raad moeten de markten die worden aangemerkt als evenementen, ter onderscheiding van de reguliere weekmarkten, eveneens voldoen aan de maximaal toegestane geluidbelasting die voor de desbetreffende evenementencategorie geldt.

11.2.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1.1, van de planregels, dat voorziet in een herziening van artikel 1 van de regels van het bestemmingsplan "Westerbork", wordt onder evenementen in categorie 0 verstaan: "evenementen waarbij geen geluidsbronnen aanwezig zijn dan wel evenementen waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn en de geluidsbelasting op woningen ten hoogste 60 dB(A) bedraagt." In de Nota Evenementen staat dat, hoewel de achtergrondniveaus in woningen variëren, in het algemeen wordt uitgegaan van een basisnorm van 35 dB(A) etmaalwaarde. Wanneer het binnengeluidniveau boven de 40 dB(A) stijgt, heeft dit tot gevolg dat de bewoners luider moeten gaan spreken om verstaanbaar te zijn. Een toename van het binnengeluidniveau van 25 à 35 dB(A) tot 40 dB(A) is volgens de Nota Evenementen goed hoorbaar en zal leiden tot het ondervinden van hinder.

11.3.

De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant] aldus dat hij primair aanvoert dat de raad ten onrechte in het gemeentelijk beleid het uitgangspunt heeft gehanteerd dat er een ondergrens is van 60 dB(A) waarbij geluid een rol gaat spelen in de hinderbeleving bij de naastgelegen woningen tijdens evenementen, omdat volgens [appellant] voor de hinderbeleving het omgevingsgeluid bepalend is. De Afdeling begrijpt het betoog voorts aldus dat [appellant] subsidiair aanvoert dat de raad, gelet op de onevenredige gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat, gebruik had moeten maken van de mogelijkheid om af te wijken van dit uitgangspunt.

11.4.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in redelijkheid voornoemd uitgangspunt kunnen hanteren. Het betoog van [appellant] over de standaard geluidgrenswaarde voor een rustige woonwijk van 50 dB(A) dan wel over het referentieniveau van de omgeving treft geen doel, omdat het beleid juist betrekking heeft op situaties die vanwege evenementen ten aanzien van het aspect geluid afwijken van de normale, gemiddelde dagen en de daarbij horende geluidbelasting.

11.5.

Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat het handelen overeenkomstig het beleid gevolgen heeft die, wat het geluid binnen de woning betreft, voor het woon- en leefklimaat van [appellant] onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen en die de raad aanleiding hadden moeten geven om van dit beleid af te wijken. Daarbij betrekt de Afdeling dat in het deskundigenbericht staat dat de raad gelet op het bouwjaar van de woningen heeft mogen uitgaan van een gevelwering van 20 à 25 dB en de raad alsnog een onderzoek heeft verricht naar de gevelwering van [locatie 2], waaruit een gevelwering van 22 dB volgt. Wat [appellant] heeft aangevoerd over de gevelwering van [locatie 2] geeft geen aanleiding om aan deze gevelwering van 22 dB te twijfelen. In het deskundigenbericht staat dat de berekeningen van [appellant] waar volgens hem uit volgt dat de gevelwering 17 dB bedraagt niet correct zijn, omdat de berekeningen zijn uitgevoerd met een open rooster van 1 m2. Voorts is de meting die voor het bepalen van de gevelwering is uitgevoerd volgens het deskundigenbericht niet duidelijk en navolgbaar aangezien het meetrapport ontbreekt. Gelet daarop acht de Afdeling de nadien door [appellant] gestelde lagere gevelwering van 16,4 dB onvoldoende aannemelijk. Uitgaande van een gevelwering van 22 dB, treedt bij een geluidbelasting van 60 dB(A) een binnengeluidniveau op van 38 dB(A). De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een binnengeluidniveau tussen de 35 dB(A) en 40 dB(A) niet leidt tot onevenredige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van [appellant]. Daarbij heeft de raad mogen betrekken dat een binnengeluidniveau tussen de 35 dB(A) en 40 dB(A) weliswaar leidt tot enige hinder, maar hierbij volgens de Nota Evenementen nog geen sprake is van een aantasting van de spraakverstaanbaarheid. Ook heeft de raad hierbij mogen betrekken dat het aantal categorie 0-evenementen in het plan gelimiteerd is tot 25, de evenementen gespreid plaatsvinden en er voor de evenementen begin- en eindtijden zijn vastgesteld.

Wat [appellant] heeft aangevoerd over zijn tuin leidt evenmin tot het oordeel dat de raad van zijn beleid had moeten afwijken. Daarbij betrekt de Afdeling dat, hoewel [appellant] heeft aangegeven ook zijn tuin aan de westzijde van de woning te gebruiken, hij de mogelijkheid heeft in het deel van zijn tuin aan de zuidzijde te zitten en hierover in het deskundigenbericht staat dat de geluidbelasting als gevolg van de categorie 0-evenementen hier 50 dB(A) zal bedragen. Dit is volgens het deskundigenbericht niet ongebruikelijk voor een centrumgebied.

Het betoog faalt in zoverre.

11.6.

In wat [appellant] heeft aangevoerd over de haalbaarheid van de maximaal toegestane geluidbelasting van 60 dB(A) ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat voor de raad aanleiding bestond om het gebruik van geluidbronnen voor categorie 0-evenementen uit te sluiten. Daarbij betrekt de Afdeling dat in het deskundigenbericht staat dat het gebruik van geluidbronnen (muziek) niet is uitgesloten, maar dat de mogelijkheden in verband met de afstand tot woningen van 90 m die in dat geval zou moeten worden aangehouden, gelet op de oppervlakte van het Burgemeester Gualthérie van Weezelplein, wel beperkt zijn. Dit geldt ook voor het gebruik van omroepinstallaties, waarover in het deskundigenbericht staat dat hiervoor in het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een bronvermogen van 108 dB(A), waarmee eveneens een afstand van 90 m tot woningen aangehouden zou moeten worden. Het deskundigenbericht vermeldt tot slot dat stemgeluid is meegenomen bij de beoordeling of bij categorie 0-evenementen kan worden voldaan aan de maximaal toegestane geluidbelasting op woningen van 60 dB(A). Volgens het deskundigenbericht was bij de metingen die zijn uitgevoerd door de raad logischerwijs stemgeluid aanwezig. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over markten leidt evenmin tot het oordeel dat het plan in zoverre niet uitvoerbaar zou zijn, nu voor markten die worden aangemerkt als evenementen eveneens de maximaal toegestane geluidbelasting van 60 dB(A) op woningen geldt en geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat deze maximaal toegestane geluidbelasting niet haalbaar is. Het betoog faalt in zoverre.

Categorie 1- en 2-evenementen

12. [appellant] komt voorts op tegen de mogelijkheid om in de evenementenzone "overige zone - evenementenzone 1 west" negen keer per kalenderjaar categorie 1- en 2-evenementen te houden.

Daartoe voert [appellant] aan dat de maximaal toegestane geluidbelasting voor de zogenoemde categorie 1- en 2-evenementen van 75 dB(A) leidt tot langdurige onduldbare hinder in zijn woning en tuin. Ter zitting heeft [appellant] erop gewezen dat het hem met name gaat om de duur van deze evenementen, omdat hij hierdoor van ’s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat wordt geconfronteerd met onduldbare hinder.

Daarnaast is de maximaal toegestane geluidbelasting van 90 dB(A) op woningen voor categorie 2 evenementen waarvoor de aanduiding "overige zone - hogere geluidsbelasting evenement categorie 2" is opgenomen, volgens [appellant] te hoog. Daarvoor wijst hij erop dat volgens de Nota Evenementen een gevelbelasting boven 70 dB(A) onduldbaar is. Dat de bewoners van de woningen in de evenementenzone waarbinnen een geluidbelasting van 90 dB(A) is toegestaan schriftelijk hebben verklaard geen onduldbare hinder te ondervinden van de evenementen doet hier volgens hem niet aan af, aangezien deze verklaringen subjectief zijn en bovendien niet volledig aangezien de verklaring van de eigenaar van [locatie 5] ontbreekt. Daarnaast leidt de maximaal toegestane geluidbelasting van 90 dB(A) voor de dieren op de aangrenzende paardenweiden tot onrust en stress, aldus [appellant].

12.1.

In de plantoelichting staat dat de evenementen een belangrijke bijdrage leveren aan het levendige karakter van Westerbork, bijdragen aan het toeristische imago en zowel in sociaal als economisch opzicht van belang zijn voor het dorp. De raad beoogt via het bestemmingsplan voor de omgeving een aanvaardbare situatie te waarborgen, waarbij de raad van belang acht dat het aantal categorie 1- en 2-evenementen dat jaarlijks mag plaatsvinden in het plan is gelimiteerd, deze evenementen gespreid plaatsvinden en de begin- en eindtijden hiervan zijn vastgelegd. De raad hanteert als uitgangspunt dat omwonenden maximaal twaalf keer per jaar geluidhinder mogen ondervinden van evenementen. Voor de woning van [appellant] wordt hier aan voldaan, aldus de raad. Volgens de raad is het, gelet op het bouwjaar en de ligging aan de achterzijde van [locatie 2], aannemelijk dat in de woning van [appellant] de binnenwaarde van 50 dB(A) niet zal worden overschreden. Daartoe verwijst de raad naar bijlage 4 van het akoestisch onderzoek.

De raad stelt dat het ruimtelijk aanvaardbaar is dat jaarlijks voor twee unieke, centrum gebonden evenementen, onder strikte voorwaarden voor een aantal woningen aan de Hoofdstraat de grenswaarde van 75 dB(A) wordt overschreden. Voor een tijdsduur van maximaal vier aaneengesloten uren per evenement wordt een geluidbelasting van 90 dB(A) op deze woningen toegestaan. De desbetreffende woningen worden volgens de raad voornamelijk bewoond door belanghebbenden van evenementen. De raad acht voor de aanvaardbaarheid van deze evenementen verder van belang dat voor de overige woningen in het centrum de geluidbelasting tijdens deze evenementen beperkt dient te blijven tot 75 dB(A). Voorts staat op p. 6 van de plantoelichting dat met de bewoners van de woningen waar een geluidniveau van meer dan 75 dB(A) optreedt nader overleg heeft plaatsgevonden en de eigenaren en huurders schriftelijk hebben verklaard dat zij in de afgelopen jaren geen onduldbare hinder hebben ervaren van de evenementen en met de gestelde voorwaarde van ten hoogste twee keer per jaar maximaal 90 dB(A) akkoord gaan. Voor de woning [locatie 5] is volgens de raad alleen de huurder benaderd. Dat de bewoners in de zone waar de gevelwaarde maximaal 90 dB(A) mag bedragen hebben verklaard zich in de regeling te kunnen vinden en de bewoners buiten de zone geen geluidbelasting van 90 dB(A) ondervinden, sterkt de raad in zijn overtuiging een aanvaardbare regeling tot stand te hebben gebracht.

12.2.

Volgens de Nota Evenementen is een stoorgeluid, dat wil zeggen geluid van een evenement, van 50 dB(A) in de woning "zo’n ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer, dat hier de grens zou moeten liggen van wat in redelijkheid van een omwonende gevraagd kan worden te accepteren, en wat daarom kan worden gezien als de grens waarboven een geluid als "onduldbaar" kan worden gekwalificeerd."

12.3.

Ingevolge het bij artikel 3, lid 3.1.4, van de planregels herziene artikel 31.1.2, aanhef en onder f, van de regels van het bestemmingsplan "Westerbork" mogen de evenementen binnen de zone "overige zone - evenementenzone 1" op maandag tot en met zaterdag van 08:00 uur tot 23:00 uur en op zondag van 13:00 tot 23:00 uur plaatsvinden. Voorts is voor maximaal drie evenementen per kalenderjaar een eindtijd van 01:00 uur toegestaan, maar alleen op een dag die wordt gevolgd door een zaterdag, zondag of nationale feestdag.

12.4.

Over de maximaal toegestane geluidbelasting van categorie 1- en 2-evenementen van 75 dB(A) overweegt de Afdeling als volgt. Zoals hiervoor overwogen in 11.5, heeft de raad voor [locatie 2] uit mogen gaan van een gevelwering van 22 dB. Een gevelbelasting van 75 dB(A) leidt bij die gevelwering tot een binnengeluidniveau van 53 dB(A). In het deskundigenbericht staat dat het voorste gedeelte van het pand een deel van het geluid afschermt van de woning van [appellant] in het achterste gedeelte van het pand. Gelet hierop acht de Afdeling aannemelijk dat in het achterste gedeelte van het pand het binnengeluidniveau de binnenwaarde van 50 dB(A) niet zal overschrijden. Daargelaten of [appellant] de verdieping aan de voorzijde van het pand boven het makelaarskantoor bij zijn woning heeft mogen betrekken, heeft [appellant] gelet hierop de mogelijkheid om gedurende de evenementen in zijn woning in het achterste deel van het pand te verblijven waar de grens voor onduldbare hinder niet wordt overschreden. Het betoog faalt in zoverre.

12.5.

Over de duur van de categorie 1- en 2-evenementen overweegt de Afdeling als volgt. Hoewel [appellant] aanzienlijke geluidhinder zal ondervinden in zijn woning en tuin wanneer de maximaal toegestane geluidbelasting voor categorie 1- en 2-evenementen van 75 dB(A) (bepaald gedurende 1 minuut), volledig zou worden benut gedurende de tijdspanne die het plan daarvoor biedt, hoeft dat niet noodzakelijkerwijs te leiden tot het oordeel dat deze hinder onaanvaardbaar is. Voor dat oordeel is van belang dat de raad hier in redelijkheid een zwaarder gewicht heeft kunnen toekennen aan het volgens hem met de evenementen gediende belang dan aan de belangen van [appellant] bij een goed woon- en leefklimaat (vergelijk de uitspraak van 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1245). Daarbij betrekt de Afdeling dat het aantal dagen waarop categorie 1- en 2-evenementen zijn toegestaan in de zone "overige zone - evenementenzone 1 west" is gelimiteerd tot negen en de evenementen gespreid plaatsvinden. Het betoog faalt in zoverre.

12.6.

Over de categorie 2-evenementen vermeldt het deskundigenbericht dat de woning [locatie 5] in de zone ligt waar een geluidbelasting op de gevel vanwege deze evenementen van 90 dB(A) is toegestaan. Het deskundigenbericht vermeldt dat de gevelwering van deze woning ten minste 24 dB is. Bij een geluidbelasting op de gevel betekent dit een binnengeluidniveau van 66 dB(A) gedurende twee keer vier aaneengesloten uren. Hoewel een binnengeluidniveau van 66 dB(A) volgens de Nota Evenementen leidt tot onduldbare hinder, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het volgens hem met deze evenementen gediende belang dan aan het belang bij een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van [locatie 5]. Daarbij betrekt de Afdeling dat het aantal evenementen met deze geluidbelasting is beperkt tot twee en de tijdsduur voorts is beperkt tot vier aaneengesloten uren. Het betoog van [appellant] dat deze geluidbelasting voor paarden leidt tot onrust en stress leidt - wat daar verder ook van zij - ook niet tot het oordeel dat de raad deze geluidbelasting niet in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen achten. Daarbij betrekt de Afdeling dat in het deskundigenbericht staat dat wat aanvaardbaar wordt geacht voor mensen in dit geval ook aanvaardbaar kan worden geacht voor paarden. [appellant] heeft niet onderbouwd waarom de raad hiervan niet heeft mogen uitgaan.

Het betoog faalt in zoverre.

Totaliteit

13. Hierna zal de Afdeling voor het aspect geluid de gevolgen van de in de zone "overige zone - evenementenzone 1" toegestane evenementen voor het woon- en leefklimaat van [appellant] in hun totaliteit bezien.

13.1.

De Afdeling stelt voorop dat de geluidgrenswaarden in het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn op de in het plan opgenomen evenementenzones omdat geen sprake is van een inrichting in de zin van de Wm. De raad hoefde voor de geluidniveaus en de aantallen evenementen dan ook niet aan te sluiten bij de geluidgrenswaarden uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de in artikel 2.21, eerste lid, opgenomen mogelijkheid om van deze geluidwaarden voor ten hoogste twaalf dagen per kalenderjaar af te wijken ten behoeve van festiviteiten (vergelijk de uitspraak van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3444). Dit neemt niet weg dat de raad moet motiveren waarom ter plaatse van de woning van [appellant] als gevolg van alle evenementen die in de zone "overige zone - evenementenzone 1 west" kunnen plaatsvinden, niet leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant].

13.2.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de evenementen die zijn toegestaan in de zone "overige zone - evenementenzone 1 west" ook in samenhang bezien niet leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant]. Daartoe overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft in redelijkheid als uitgangspunt kunnen hanteren dat bewoners als gevolg van de evenementenzones in het plan maximaal twaalf keer per jaar geluidhinder ondervinden van evenementen in categorieën 1 en 2. Hoewel met het plan niet is uitgesloten dat [appellant] ook geluidhinder kan ondervinden van categorie 0-evenementen en het aantal keer dat hij hinder ondervindt daarmee groter is dan twaalf, heeft de raad in redelijkheid een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het volgens hem met de evenementen gediende belang dan aan de belangen van [appellant] bij een goed woon- en leefklimaat. Daarbij heeft de raad mogen betrekken dat het in totaal toegestane aantal evenementen in het plan gelimiteerd is, de evenementen gespreid plaatsvinden en er voor de evenementen begin- en eindtijden zijn vastgesteld. Ook heeft de raad hierbij mogen betrekken dat de woning van [appellant] in een centrumgebied ligt waar ook andere functies zijn toegestaan, waaronder horeca, supermarkt en dienstverlenende bedrijven. Tot slot heeft de raad van belang mogen achten dat de geluidbelasting die geldt voor categorie 0-evenementen van 60 dB(A) (bepaald gedurende 1 minuut), niet van dien aard is dat deze zodanig afwijkt van wat in een centrumgebied gebruikelijk is, dat de raad deze geluidhinder in combinatie met de geluidhinder afkomstig van categorie 1- en 2-evenementen, niet in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen achten.

Het betoog faalt.

Parkeren

14. [appellant] betoogt dat het plan ten onrechte geen rekening houdt met de gevolgen van de evenementen voor de parkeergelegenheid in het centrum. Daarvoor acht [appellant] van belang dat het plan evenementen mogelijk maakt op de weg en op de parkeerplaatsen in het centrum, hetgeen ertoe leidt dat zijn woning, de supermarkt en de omliggende winkels inclusief de parkeerplaatsen tijdens de evenementen onbereikbaar zijn, de supermarkt niet kan worden bevoorraad en hulpdiensten in geval van calamiteiten ter plaatse de locatie niet kunnen bereiken. Onder verwijzing naar de CROW-richtnormen voert [appellant] aan dat de parkeergelegenheid in het centrum volgens hem momenteel al onvoldoende is. Volgens [appellant] dient het centrumgebied op grond van de kencijfers van CROW over 414 parkeerplaatsen te beschikken, maar zijn er maar 252 aanwezig. Aangezien het plan volgens [appellant] nog 37 (kort)parkeerplaatsen vergt, de benodigde parkeerplaatsen ten behoeve van de evenementen daar nog bij komen en het houden van de evenementen op de parkeerplaatsen is toegestaan zodat deze parkeerplaatsen tijdens evenementen niet gebruikt kunnen worden, loopt dit tekort aan parkeergelegenheid in het centrum door het plan nog verder op, aldus [appellant]. Daarnaast is volgens [appellant] in het kader van de parkeerbehoefte ook geen rekening gehouden met de wekelijkse vrijdagmarkten. Ter zitting heeft [appellant] toegelicht dat de standhouders van de weekmarkt parkeerplaatsen innemen.

14.1.

In paragraaf 2.1.3 van de plantoelichting staat dat tijdens evenementen geparkeerd kan worden op diverse locaties in Westerbork, onder andere op het parkeerterrein aan de Roessinghkamplaan, het parkeerterrein bij de sporthal, het heringerichte Van Weezelplein, langs de Oude Beilerweg, langs de Kerkhoflaan, het parkeerterrein aan de Wilhelminastraat en, bij uitzondering, in een weiland aan de Beilerstraat. Hoewel een deel van de evenementenbezoekers in de woonwijk parkeert en dit voor omwonenden tot enige overlast kan leiden, is dit ongemak volgens de plantoelichting niet van dien aard dat het als onaanvaardbaar moet worden beschouwd. Via de evenementenvergunning wordt volgens de plantoelichting gereguleerd hoe wordt omgegaan met parkeren en kunnen indien nodig ook voorwaarden worden gesteld aan het parkeren van fietsen. Volgens de plantoelichting zijn de openbare dan wel de tijdelijk aangewezen parkeerplaatsen in het verleden voldoende gebleken voor het publiek dat de evenementen bezoekt. Aangezien in het plan is aangesloten bij de bezoekersaantallen van afgelopen jaren, kan volgens de plantoelichting worden geconcludeerd dat de parkeersituatie aanvaardbaar is.

14.2.

Met het plan mag in het centrum maximaal 25 keer per jaar een categorie 0-evenement en twaalf keer per jaar een categorie 1- of 2-evenement plaatsvinden. Voor alle evenementen geldt dat het bezoekersaantal maximaal 5.000 per evenement mag bedragen.

14.3.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad voldoende inzichtelijk gemaakt dat omwonenden geen onevenredige hinder in de vorm van parkeeroverlast of verminderde bereikbaarheid voor hulpdiensten zullen ondervinden van de te houden evenementen. Daarbij betrekt de Afdeling, naast hetgeen hierover in paragraaf 2.1.3 van de plantoelichting is vermeld, de toelichting van de raad dat tijdens evenementen weliswaar sprake kan zijn van minder parkeergelegenheid in de directe nabijheid van de winkels, maar dat volgens hem regelmatig alternatieve parkeerlocaties worden aangewezen. Ook betrekt de Afdeling hierbij de toelichting van de raad dat in het kader van een aanvraag voor een evenementenvergunning overleg wordt gepleegd met onder meer de brandweer en voorwaarden aan de vergunning kunnen worden verbonden indien dit met het oog op de veiligheid nodig is. Wat [appellant] heeft aangevoerd over de weekmarkt leidt - wat daar verder ook van zij - niet tot een ander oordeel. Daarbij betrekt de Afdeling de toelichting van de raad dat over het parkeren afspraken worden gemaakt met de standhouders en voorts dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de parkeeroverlast als gevolg van de weekmarkten van dien aard is dat de raad de weekmarkten in verband met de parkeerdruk niet in redelijkheid in het plan mogelijk heeft kunnen maken.

Het betoog faalt.

Conclusie

15. Het beroep is ongegrond.

16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, griffier.

w.g. Uylenburg w.g. Kuipers
lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2019

271-896.

BIJLAGE

Planregels

Artikel 3, lid 3.1.1 luidt:

"- In artikel 1 (Begrippen) wordt het begrip 'evenement' vervangen door het volgende begrip:

kk evenement:

alle tot vermaak en recreatie bedoelde tijdelijke, al dan niet periodiek terugkerende activiteiten op of aan de openbare weg dan wel op het voor publiek toegankelijke buitenterrein van een inrichting, zoals feesten, markten, braderieën, sportwedstrijden, auto- of motorcrosswedstrijden, voorstellingen, optochten en georganiseerd vuurwerk, met uitzondering van:

- ( week)markten als bedoeld in de Gemeentewet;

- snuffelmarkten als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening;

- activiteiten binnen inrichtingen in de zin van artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, die behoren tot de dagelijkse bedrijfsuitoefening en waartoe die inrichting is bestemd en ingericht, uitgezonderd tijdelijke activiteiten op het voor publiek toegankelijke buitenterrein van die inrichting;

- kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

- speelgelegenheden als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening en;

- betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Waarbij de volgende categorieën evenementen worden onderscheiden:

- categorie 0: evenementen waarbij geen geluidsbronnen aanwezig zijn dan wel evenementen waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn en de geluidsbelasting op woningen ten hoogste 60 dB(A) bedraagt;

- categorie 1: evenementen waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn en de geluidsbelasting op woningen ten hoogste 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C) bedraagt;

- categorie 2: evenementen waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn en de geluidsbelasting op woningen ten hoogste 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C) bedraagt, uitgezonderd de in deze planregels bedoelde woningen, waar het geluidsniveau ten hoogste 90 dB(A) respectievelijk 105 dB(C) bedraagt.

- Aan artikel 1 (Begrippen) worden de volgen de begrippen toegevoegd:

aaaa. geluidsbelasting op woningen:

het invallend equivalent geluidsniveau, bepaald gedurende één minuut, ter plaatse van woningen, uitgedrukt in A-gewogen niveau (LAeq, 1-minuut) en/of C-gewogen niveau (LCeq, 1-minuut);

bbbb. equivalent geluidsniveau:

het energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus van het ter plaatse gedurende een bepaalde tijd optredende geluid;

cccc. A-gewogen niveau:

geluidsniveau waarvan het spectrum is beoordeeld met een A-weging: een spectrale weging die is gebaseerd op de gevoeligheid van het menselijk gehoor voor verschillende frequenties en die wordt uitgedrukt in dB(A);

dddd. C-gewogen niveau:

geluidsniveau waarvan het spectrum is beoordeeld met een C-weging: een spectrale weging waarin de lage tonen nadrukkelijker worden meegenomen en die wordt uitgedrukt in dB(C);

eeee. geluidsbronnen (bij evenementen):

versterkte en onversterkte muziek en versterkte spraak die ten gehore wordt gebracht gedurende een evenement; stemgeluid van bezoekers van het evenement wordt niet als geluidsbron beschouwd."

Artikel 3, lid 3.1.4, van de planregels, dat voorziet in een wijziging van artikel 31 van de regels van het plan "Westerbork", luidt:

"(…)

31.1.2 Gebruiksregels evenementenzone 1

Voor evenementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenementenzone 1' gelden de volgende bepalingen:

a. In een kalenderjaar zijn de volgende evenementen toegestaan:

1. maximaal 25 evenementen in categorie 0;

2. maximaal 12 evenementen in categorie 1 en 2, waarvoor tevens geldt dat:

ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenementenzone 1 west' maximaal 9 evenementen zijn toegestaan;

maximaal 2 evenementen in categorie 2 zijn toegestaan.

b. Het aantal bezoekers per evenement bedraagt maximaal 5.000 per dag.

c. De duur van een evenement bedraagt maximaal 1 dag, exclusief opbouwen en afbreken.

c. In een weekend (zaterdag en zondag) mag maximaal één evenement plaatsvinden.

e. De geluidsbelasting op woningen vanwege de evenementen mag niet meer bedragen dan:

1. voor evenementen in categorie 0: 60 dB(A);

2. voor evenementen in categorie 1: 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C);

3. voor evenementen in categorie 2: 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C), met dien verstande dat voor de woningen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - hogere geluidsbelasting evenement categorie 2' een geluidsbelasting van 90 dB(A) respectievelijk 105 dB(C) is toegestaan voor ten hoogste 4 aaneengesloten uren per evenement.

f. Evenementen mogen plaatsvinden:

1. op maandag tot en met zaterdag: van 08.00 uur tot 23.00 uur;

2. op zondag: van 13.00 uur tot 23.00 uur.

31.1.3 Gebruiksregels evenementenzone 2

Voor evenementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenementenzone 2' gelden de volgende bepalingen:

a. In een kalenderjaar zijn de volgende evenementen toegestaan:

1. maximaal 9 evenementen in categorie 0;

2. maximaal 3 evenementen in categorie 1.

b. Het aantal bezoekers per evenement bedraagt maximaal 5.000 per dag.

c. De duur van een evenement bedraagt maximaal 3 dagen, exclusief opbouwen en afbreken. In het geval van een meerdaags evenement telt iedere dag dat het evenement plaatsvindt, exclusief de dagen waarop uitsluitend opbouw- of afbreekwerkzaamheden plaatsvinden, voor de toepassing van het bepaalde onder a als één evenement.

d. De geluidsbelasting op woningen vanwege de evenementen mag niet meer bedragen dan:

1. voor evenementen in categorie 0: 60 dB(A);

2. voor evenementen in categorie 1: 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C).

e. Evenementen mogen plaatsvinden:

1. op maandag tot en met zaterdag: van 08.00 uur tot 23.00 uur;

2. op zondag: van 13.00 uur tot 23.00 uur.

31.1.4 Gebruiksregels evenementenzone 1 en 2 gezamenlijk

In aanvulling op het bepaalde in sub 31.1.2 en 31.1.3 gelden de volgende bepalingen:

a. In een week (maandag tot en met zondag) mag ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - evenementenzone 1' en 'overige zone - evenementenzone 2' in totaal maximaal één evenement in categorie 1 of 2 plaatsvinden. Een meerdaags evenement ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenemententerrein 2' wordt voor de toepassing van deze regeling beschouwd als één evenement.

b. In afwijking van het bepaalde in sub 31.1.2 onder f en sub 31.1.3 onder e is een eindtijd van 01.00 uur toegestaan onder de volgende voorwaarden:

1. deze eindtijd geldt in totaal (voor beide evenementenzones gezamenlijk) voor maximaal 3 evenementen per kalenderjaar;

2. deze eindtijd is uitsluitend toegestaan op een dag die wordt gevolgd door een zaterdag, zondag of nationale feestdag;

3. deze eindtijd is uitsluitend toegestaan voor een evenement in categorie 1 of categorie 2."