Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2413

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-07-2019
Datum publicatie
17-07-2019
Zaaknummer
201905093/3/V1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De vreemdeling heeft op 12 juli 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht door de staatssecretaris op 16 juli 2019.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201905093/3/V1.

Datum uitspraak: 15 juli 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht):

[de vreemdeling],

verzoeker.

Procesverloop

De vreemdeling heeft op 12 juli 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht door de staatssecretaris op 16 juli 2019.

Voorts heeft de vreemdeling op 12 juli 2019 bij de rechtbank een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening om zijn voorgenomen overdracht tegen te gaan. De griffier van de rechtbank heeft het bezwaarschrift en het verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter aan de Afdeling doorgezonden.

Overwegingen

1.    Het door de vreemdeling krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 gemaakte bezwaar wordt aangemerkt als een aanvulling op het bij de voorzieningenrechter van de rechtbank ingediende en aan de Afdeling doorgezonden verzoek.

2.    Bij uitspraak van 28 juni 2019 in zaak nr. NL19.12710 heeft de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 31 mei 2019, waarbij de minister de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling heeft genomen, ongegrond verklaard. Bij uitspraken van onderscheidenlijk 15 juli 2019 in zaak nrs. 201905093/1/V3 en 201905093/2/V3 heeft de Afdeling deze uitspraak bevestigd en heeft de voorzieningenrechter het verzoek van de vreemdeling tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Wat de vreemdeling in het onderhavige verzoek heeft aangevoerd biedt geen grond om niet langer van de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht uit te gaan.

3.    Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, griffier.

w.g. Bijloos    w.g. Van Leeuwen

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2019

373-850.