Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2155

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-07-2019
Datum publicatie
03-07-2019
Zaaknummer
201805880/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 mei 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Geldrop-Mierlo, 1e herziening" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201805880/1/R2.

Datum uitspraak: 3 juli 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo,

en

de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Geldrop-Mierlo, 1e herziening" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 mei 2019, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door mr. G.J.J. van Houtert, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting TenneT TSO B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Overwegingen

1.    Het plan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Geldrop Mierlo", dat op 8 november 2010 is vastgesteld, (hierna: het vorige plan) en voorziet in een bovengrondse hoogspanningsverbinding (hierna: de hoogspanningsverbinding) en hoogspanningsmasten met een maximum bouwhoogte van 60 m. In vergelijking met het vorige plan, voorziet het plan uitsluitend in een grotere bouwhoogte van de hoogspanningsmasten. [appellant] woont aan de [locatie] te Mierlo en zijn woning staat in de directe nabijheid, op een afstand van ongeveer 35 m, van de hoogspanningsverbinding. [appellant] vreest voor gezondheidsklachten als gevolg van de hoogspanningsverbinding.

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

3.    [appellant] betoogt dat hij nadelige gevolgen voor zijn gezondheid zal ondervinden als gevolg van het plan. [appellant] stelt in dit verband in de eerste plaats dat het plan een bovengrondse hoogspanningsverbinding mogelijk maakt. Mede in combinatie met de wens van de gemeente Helmond de daar aanwezige bovengrondse hoogspanningsverbinding ondergronds te maken en de daaruit voortvloeiende noodzaak een opstijgpunt te realiseren zal dat tot een te hoge magnetische straling bij zijn woning leiden. Hiertoe voert hij aan dat de magnetische straling bij zijn woning nu al hoger is dan 0,4 µT, terwijl de Gezondheidsraad volgens hem adviseert om geen woningen op te richten in een zone waarbinnen de magnetische straling hoger is dan 0,4 µT. Voorts betoogt [appellant] dat in het plan geen zakelijk rechtstrook op zijn gronden had mogen worden opgenomen omdat er, anders dan de raad stelt, geen overeenkomst over een zakelijk rechtstrook is gesloten. Ten slotte betoogt [appellant] dat nabij zijn woning een zogenoemde vuile buisleiding zal worden aangelegd, waarbij niet duidelijk is wat de gevolgen daarvan zijn in relatie tot de hoogspanningsverbinding.

4.    De raad stelt zich op het standpunt dat in het plan een planologische regeling is opgenomen voor de bestaande hoogspanningsverbinding, waarvoor een onherroepelijke vergunning is verleend. De bouwhoogte is volgens de raad in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

5.    Artikel 1.1 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) luidt:

"[…]

GML-bestand bij dit besluit: elektronisch geografisch databestand dat is opgemaakt in Geography Markup Language en is gepubliceerd via www.ruimtelijkeplannen.nl, met kenmerk:

a. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3000, of

b. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3005, of

c. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3010, of

d. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3015, of

e. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3020, of

f. NL.IMRO.0000.IMam11Barro-3021;

[…]."

    Artikel 2.8.6 van het Barro luidt:

"1. Als hoogspanningsverbinding worden aangewezen de op de kaarten in bijlage 5 aangeduide tracés:   

[…]

j. Zwolle - Hengelo (O) - Doetinchem - Dodewaard - Maasbracht - Eindhoven - Geertruidenberg - Krimpen a/d IJssel - Diemen - Lelystad - Ens - Zwolle;

[…]

2. De tracés, bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in een GML-bestand bij dit besluit.

3. […]."

    Artikel 2.8.7 van het Barro luidt:

"1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 2.8.6, eerste of derde lid, bevat het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat het gebruik als hoogspanningsverbinding toe.

2. Een bestemmingsplan wijst geen ander tracé van de hoogspanningsverbinding aan.

3. […]."

6.    Over het betoog van [appellant] dat in het plan ten onrechte een zakelijk rechtstrook voor zijn gronden is opgenomen, overweegt de Afdeling dat in het plan geen zakelijk rechtstrook is opgenomen. Deze grond mist derhalve feitelijke grondslag.

7.    Voor zover het beroep van [appellant] is gericht tegen de wens van de gemeente Helmond om de op het grondgebied van de gemeente Helmond aanwezige hoogspanningsverbinding ondergronds aan te leggen, waardoor op bepaalde plaatsen opstijgpunten zullen ontstaan, overweegt de Afdeling dat het bestemmingsplan waarin deze wens van de gemeente Helmond tot uitdrukking komt niet in deze procedure voorligt. Het hier aan de orde zijnde plan voorziet niet in een ondergrondse hoogspanningsverbinding en evenmin in daarbij behorende opstijgpunten. Voor zover [appellant] vreest voor de invloed van een vuile buisleiding op de in het plan voorziene hoogspanningslijn, overweegt de Afdeling dat het bestemmingsplan waarin een (reserveringszone voor een) zogenaamde vuile buisleiding mogelijk wordt gemaakt, hier niet voorligt. Het hier aan de orde zijnde plan voorziet niet in een (reserveringszone voor een) zogenoemde vuile buisleiding. Gelet hierop zal de Afdeling deze argumenten in deze procedure dan ook buiten beschouwing laten.

8.    De Afdeling stelt voorop dat het plangebied, gelet op het GML-bestand bij het Barro, deel uitmaakt van het in artikel 2.8.6, onder j, van het Barro als hoogspanningsverbinding aangewezen tracé. Op grond van artikel 2.8.7 van het Barro is de raad verplicht het tracé van die hoogspanningsverbinding in het bestemmingsplan op te nemen en het gebruik daarvan als hoogspanningsverbinding toe te laten.

    Voor zover [appellant] stelt als gevolg van de hoogspanningsverbinding nadelige gevolgen voor zijn gezondheid te ondervinden, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar de uitspraak van 8 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2672), dat de toenmalige staatssecretaris van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: het Ministerie van VROM) bij brief van 3 oktober 2005 adviseert om bij de vaststelling van bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij de wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan, waarbij kinderen langdurig in een gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen verblijven, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 µT (de magneetveldzone). In het advies van de Gezondheidsraad van 18 april 2018 staat dat in de huidige stand van wetenschap geen aanleiding wordt gezien om de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat te adviseren deze beleidskeuze met betrekking tot bovengrondse hoogspanningslijnen te heroverwegen. De Afdeling stelt vast dat de woning van [appellant] ten tijde van de vaststelling van het plan geen nieuwe situatie was als bedoeld in de voornoemde brief van de staatssecretaris van het Ministerie van VROM, nu de woning van [appellant]  en de hoogspanningsverbinding toen reeds aanwezig waren. In vergelijking met het vorige plan voorziet het plan uitsluitend in een grotere bouwhoogte van de hoogspanningsmasten. Daarvoor was echter al eerder, bij besluit van 15 december 2011, een omgevingsvergunning verleend die bij uitspraak van 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1455, in rechte onaantastbaar is geworden. Het plan voorziet in planologisch opzicht niet, zoals [appellant] vreest, in meer leidingen dan voorheen mogelijk waren of in een wijziging anderszins. Nu de hoogspanningsverbinding nabij de woning van [appellant] al mogelijk en ook al aanwezig was, staat deze in de voorliggende procedure niet meer ter discussie.

    Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

    Het betoog faalt.

9.    Het beroep is ongegrond.

10.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.

w.g. Van Ravels    w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2019

45-880.