Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:2144

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-07-2019
Datum publicatie
03-07-2019
Zaaknummer
201808644/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 september 2018 heeft het college het locatieplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s) in de wijk Hoogland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201808644/1/A1.

Datum uitspraak: 3 juli 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Amersfoort,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2018 heeft het college het locatieplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s) in de wijk Hoogland.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 mei 2019, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. H.J.M. van Gellekom en ing. P.W.M. Wieman, zijn verschenen.

Overwegingen

    Inleiding

1.    Het bij besluit van 4 september 2018 vastgestelde plaatsingsplan voorziet onder meer in de plaatsing van een ORAC aan De Koop ter hoogte van [locatie] (locatie 33435; hierna: de locatie). [appellant] woont in die woning. Hij is het niet eens met de aanwijzing van de locatie.

Beoordelingskader

2.    Bij de keuze voor een locatie voor de plaatsing van ORAC’s dient het college een afweging te maken van alle betrokken belangen. Daarbij heeft het beleidsruimte. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden en de daarbij naar voren gebrachte alternatieve locaties beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen.

De locatie

3.    [appellant] betoogt dat het college zijn belangen onvoldoende heeft betrokken bij het besluit. Hij voert hiertoe aan dat de ORAC op korte afstand van zijn voordeur is voorzien, zodat hij vreest overlast te zullen ondervinden. Hij noemt in dit verband ten eerste overlast van naast de ORAC geplaatste huisvuilzakken en zwerfafval, met name omdat de locatie op de vaste route van uitgaande jeugd ligt. Daarnaast vreest hij geluidshinder als de passerende jeugd op de ORAC gaat trommelen, en vreest hij geuroverlast. Tot slot is [appellant] bezorgd voor brandgevaar. Hij vreest dat het vuur gemakkelijk zal overslaan naar zijn woning als de ORAC vlam zou vatten.

3.1.    Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat pilots met ORAC’s in de wijk Nieuwland in Alkmaar en onderzoek naar ORAC’s in andere gemeenten uitwijzen dat slechts in zeer geringe mate zwerfafval bij ORAC's wordt aangetroffen. Om hinder als gevolg van zwerfafval en huisvuilzakken te voorkomen, zal het college de eerste tijd na de ingebruikname van de ORAC een afvalcoach inzetten om het gebruik van de ORAC in de gaten te houden en zo nodig bij te sturen. Daarbij zal actief worden gecontroleerd en tegen hinder worden opgetreden. Ook heeft het college ter zitting toegelicht dat het de ORAC’s laat uitrusten met een dynamisch ledigingssysteem, wat wil zeggen dat een sensor in de ORAC meet hoe vaak de klep wordt geopend en na een bepaald aantal keren automatisch een bericht stuurt aan de afvalcentrale. Op deze manier kan de ORAC volgens het college altijd worden geleegd wanneer hij vol dreigt te raken, zodat plaatsing van huisvuilzakken naast de container als gevolg van een volle ORAC niet of nauwelijks valt te verwachten.

    Gelet op de toelichting van het college mocht het er van uitgaan dat eventuele hinder als gevolg van huisvuilzakken en zwerfafval bij de ORAC binnen aanvaardbare grenzen zal blijven. Het onjuist aanbieden van afval is verder een kwestie van handhaving. Het college heeft in de vrees voor hinder als gevolg van huisvuilzakken en zwerfafval dan ook geen reden hoeven te vinden om af te zien van aanwijzing van de locatie.

3.2.    Het college heeft zich in zijn reactie op de ingebrachte zienswijzen op het standpunt gesteld dat uit de pilots met ORAC’s in de wijk Nieuwland blijkt dat niet door passerende kinderen op ORAC’s wordt getrommeld. Het college heeft in die reactie tevens uiteengezet dat als gevolg van de te plaatsen ORAC geen geurhinder van betekenis valt te verwachten, omdat de ORAC bedoeld is voor gescheiden restafval, dat minder stinkt dan bijvoorbeeld groente-, fruit- en tuinafval. Bovendien zal de ORAC regelmatig aan de buitenkant worden schoongemaakt. Volgens het college wijzen ook ervaringen elders in de gemeente en in andere gemeenten uit dat ORAC's niet tot klachten over geluid- en geurhinder leiden.

    De Afdeling ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de standpunten van het college. Gelet hierop heeft het college in de vrees voor geluid- of geurhinder geen reden hoeven te vinden om af te zien van aanwijzing van de locatie.

3.3.    Het college heeft in de reactie op de ingebrachte zienswijzen toegelicht dat, gezien het volume en de afsluitende klep van de ORAC, enige rookontwikkeling leidt tot zuurstofgebrek binnen de container. Een beginnende brand zal daardoor snel weer zal doven. Hierdoor is de kans dat een ORAC vlam vat zeer gering.

    De Afdeling is van oordeel dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de aanwezigheid van de ORAC niet zal leiden tot zodanig onveilige situaties dat het college aanleiding had moeten zien om de locatie niet aan te wijzen.

3.4.    Het betoog faalt.

Alternatieve locaties

4.    [appellant] betoogt verder dat het college de locatie niet in redelijkheid heeft kunnen aanwijzen, omdat geschikte alternatieve locaties voorhanden zijn. Hij noemt in dit verband een locatie aan de Klapmuts ter hoogte van het pand aan De Koop 150, de straathoek ter hoogte van het pand aan De Koop 109, en de parkeerplaats naast het pand aan De Koop 150.

4.1.    Het college heeft in de reactie op de ingebrachte zienswijzen aangegeven dat de eerste voorgestelde locatie niet geschikter is dan de aangewezen locatie in verband met de verkeerssituatie en de aanwezigheid van kabels en leidingen ter hoogte van het pand aan De Koop 150. Bij de tweede locatie, op de straathoek bij De Koop 109, ligt een elektriciteitskabel, en bij de derde, de parkeerplaats naast het pand aan De Koop 150, ligt een datakabel, zodat ook die locaties volgens het college niet geschikter zijn voor de plaatsing van een ORAC dan de aangewezen locatie.

4.2.    [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem genoemde alternatieve locaties geschikter zijn voor plaatsing van de ORAC dan de aangewezen locatie. Het college heeft in die alternatieve locaties dan ook in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om niet tot aanwijzing van locatie 33435 over te gaan.

    Het betoog faalt.

5.    Het beroep is ongegrond.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, griffier.

w.g. Drop    w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2019

270-860.