Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:1743

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
29-05-2019
Zaaknummer
201806921/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2018:5178, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 3 april en 26 april 2017 heeft de minister van Veiligheid en Justitie verzoeken tot vermelding van de specialisatie 'tolk in strafzaken' bij de inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Rbtv) als tolk Nederlands - Arabisch (Palestijns-Jordaans), tolk Nederlands - Arabisch (Irakees) en tolk Nederlands - Arabisch (Syrisch-Libanees), afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201806921/1/A3.

Datum uitspraak: 29 mei 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2018 in zaak nr. 17/6610 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Raad voor Rechtsbijstand (lees: de minister van Justitie en Veiligheid).

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 3 april en 26 april 2017 heeft de minister van Veiligheid en Justitie verzoeken tot vermelding van de specialisatie 'tolk in strafzaken' bij de inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Rbtv) als tolk Nederlands - Arabisch (Palestijns-Jordaans), tolk Nederlands - Arabisch (Irakees) en tolk Nederlands - Arabisch (Syrisch-Libanees), afgewezen.

Bij besluit van 3 oktober 2017 heeft de minister de door [appellant] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 juli 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 mei 2019, waar [appellant] en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.E.S. Tomeij, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het geding betreft de afwijzing van het verzoek tot vermelding van de specialisatie "tolk in strafzaken" bij de reeds bestaande inschrijving van [appellant] in het Rbtv. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard omdat de minister terecht heeft gesteld dat [appellant] niet objectief heeft aangetoond aan alle daarvoor geldende voorwaarden te voldoen. [appellant] bestrijdt dit.

Wettelijk kader

2.    Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak

Beoordeling gronden

3.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor de vermelding van de specialisatie 'tolk in strafzaken' bij zijn inschrijving in het Rbtv. Volgens [appellant] heeft de rechtbank niet onderkend dat de zaak ging over de vraag of hij aan de voorwaarden van specialisatie voldoet zoals die vermeld zijn in artikel 2 van de bijlage "Tolk in strafzaken" bij het Besluit Aanwijzen Specialisatie (hierna: artikel 2 van de bijlage). De rechtbank had moeten onderzoeken of hij voldoet aan de voorwaarden van specialisatie en niet of hij de vijf modules van de opleiding van de Stichting Instituut Gerechtstolk & Vertalers (hierna: de SIGV) heeft behaald. Het gaat in het bijzonder om de vraag of de minister de wettelijke eisen terecht zo heeft uitgelegd dat de praktijktoets die [appellant] heeft gehaald voor het Arabisch (Marokkaans) niet kan gelden voor de andere dialecten waarvoor [appellant] is ingeschreven als tolk. Volgens [appellant] heeft hij anderszins aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 2 van de bijlage, zoals volgt uit de vierde alinea van de toelichting op het Besluit aanwijzen specialisatie. Zijn situatie is bijzonder. Hij staat in het Rbtv ingeschreven als tolk Arabisch (Syrisch-Libanees), Arabisch (Palestijns-Jordaans) en Arabisch (Irakees), hij heeft een diploma gerechtstolk in strafzaken van de SIGV en hij voldoet aan alle voorwaarden. Tijdens de zitting bij de rechtbank is voorts gebleken dat er tolken in strafzaken worden ingezet die de specialisatie niet hebben of niet in het Rbtv staan ingeschreven. De minister heeft om die reden geen belang om zijn verzoek af te wijzen.

3.1.    Uit artikel 7 van het Besluit specialisatie volgt dat de specialisatie uitsluitend bij de talencombinatie of vertaalrichting wordt vermeld waarop de specialisatie van toepassing is en waarvoor de tolk of vertaler is ingeschreven in het Rbtv en is beëdigd. Voor de vermelding van de specialisatie 'tolk in strafzaken' in het Rbtv, moet [appellant] daarom aantonen dat hij in elk van de door hem gewenste talencombinaties aan de daarvoor in artikel 2 van de bijlage daaraan gestelde, cumulatieve voorwaarden voldoet. Uit de toelichting op dat artikel, waar [appellant] ook zelf naar verwijst, volgt dat de opleiding van de SIGV de norm is voor de kennis en vaardigheden die voor de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ worden genoemd. Een diploma van een taalgebonden opleiding van de SIGV en ervaring leiden tot het vermelden van de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ bij de inschrijving in het Rbtv van de tolk. De opleiding bestaat uit vijf modules, waarvan vier theoretisch van aard zijn. De vijfde module is tolkvaardigheid en wordt afgerond met een praktijktoets.

[appellant] heeft voor alle dialecten tolkvaardigheid gevolgd, maar hij heeft alleen voor het Marokkaans de praktijktoets gehaald. Niet in geschil is dat hij geen diploma van een taalgebonden SIGV-opleiding Gerechtstolken in Strafzaken als tolk Nederlands - Arabisch (Syrisch-Libanees), tolk Nederlands - Arabisch (Irakees) en tolk Nederlands - Arabisch (Palestijns-Jordaans) heeft overgelegd.

Voor de vermelding bij de inschrijving als tolk Nederlands - Arabisch (Syrisch-Libanees) heeft [appellant] dan ook niet objectief aangetoond dat hij beschikt over de vereiste tolkvaardigheid in strafzaken in de talencombinatie Nederlands  Arabisch (Syrisch-Libanees). Hij heeft immers geen examen gedaan voor Syrisch-Libanees.

Ditzelfde geldt voor de overige talencombinaties, Nederlands - Arabisch (Irakees) en Nederlands - Arabisch (Palestijns-Jordaans). Nu hij daarvoor evenmin examens heeft afgelegd, heeft hij niet objectief aangetoond dat hij beschikt over de vereiste tolkvaardigheid in strafzaken in die talencombinaties. Daarnaast heeft [appellant] voor deze talencombinaties niet objectief aangetoond over de vereiste 50 uur werkervaring per talencombinatie te beschikken.

3.2.    Voor zover een tolk anderszins wil aantonen te beschikken over de gevraagde kennis en vaardigheden, is volgens de toelichting bij het Besluit aanwijzing specialisatie aansluiting gezocht bij eindkwalificaties die de SIGV hanteert voor de taalgebonden opleidingen ‘Gerechtstolk in strafzaken’. Anders dan [appellant] betoogt heeft hij niet anderszins aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet. Hij heeft weliswaar aangetoond dat hij ruime ervaring heeft als tolk, maar met de door hem overgelegde stukken heeft hij niet aangetoond dat hij over tolkvaardigheid in strafzaken in iedere talencombinatie beschikt en evenmin dat hij tenminste 50 uren ervaring heeft opgedaan specifiek in de talencombinatie Nederlands - Arabisch (Irakees) en Nederlands - Arabisch (Palestijns-Jordaans).

Met het certificaat van de module Algemene tolktechnieken voor gevorderden, behaald bij ITV Hogeschool voor Tolken en Vertalen, toont [appellant] niet aan over tolkvaardigheid in strafzaken in de betrokken talencombinaties te beschikken. Het moet immers gaan om een tolktoets waarbij een strafrechtelijke procedure, zoals een zitting bij de strafrechter of een politieverhoor, is nagebootst. Hiervan is geen sprake in de module Algemene tolktechnieken voor gevorderden.

Voor het aantonen van de werkervaring in strafzaken heeft [appellant] een referentie van Concorde Group BV van 1 maart 2017 overgelegd. Hieruit blijkt dat belanghebbende sinds april 2015 18 uur als tolk Nederlands - Arabisch (Irakees) heeft gewerkt. Daarnaast volgt uit de referentie dat hij twee keer als tolk Nederlands - Arabisch (Palestijns-Jordaans) is ingezet. Dit is minder dan de vereiste 50 uur per talencombinatie. Evenmin blijkt uit de stukken dat de uren zijn getolkt in het kader van strafrechtelijke procedures.

3.3.    Voor zover [appellant] betoogt dat de minister geen belang heeft om zijn verzoek af te wijzen, nu er tolken in strafzaken worden ingezet die de specialisatie niet hebben of die niet in het Rbtv staan ingeschreven, volgt de Afdeling het standpunt van de minister. Het gegeven dat tolken in strafzaken worden ingezet door rechtbanken of het Openbaar Ministerie die de specialisatie niet vermeld hebben staan bij hun inschrijving in het Rbtv, maakt nog niet dat om die reden de specialisatie van [appellant] vermeld dient te worden bij zijn inschrijving. Uitgangspunt van de Wet beëdigde tolken en vertalers is immers dat alleen degene wiens kwaliteit na toetsing vaststaat, wordt ingeschreven als tolk in het Rbtv. Ditzelfde geldt voor het vermelden van specialisaties bij de inschrijving in het Rbtv. Dit zijn specifieke extra bekwaamheden die iemand moet bezitten bovenop de bekwaamheden van iemand die in de betrokken talencombinatie als tolk in het Rbtv staat ingeschreven. De minister betoogt terecht dat daarom de tolkvaardigheid in strafzaken per talencombinatie waarvoor men als tolk ingeschreven staat objectief dient te worden aangetoond.

3.4.    Het betoog faalt in zoverre.

4.    Voor zover [appellant] betoogt dat zijn geval bijzonder is en daarom zijn specialisaties alsnog vermeld moeten worden, heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de minister geen mogelijkheid heeft om af te wijken van de voorwaarden die zijn neergelegd in het Besluit aanwijzen specialisatie.

De Raad voor Rechtsbijstand heeft voor de beoordeling van verzoeken om vermelding van overige specifieke bekwaamheden in het register beleidsregels, die namens de minister zijn vastgesteld, neergelegd in het Besluit specialisatie (Stcrt. 2012, nr. 12134) en het Besluit aanwijzen specialisatie (Stcrt. 2012, nr. 12136). Ingevolge artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Het betoog van [appellant] leidt evenwel niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. De minister heeft terecht geen aanleiding gezien te oordelen dat de door [appellant] behaalde diploma's en zijn ervaring als bijzondere omstandigheden kunnen worden aangemerkt die nopen tot afwijking van de in het Besluit aanwijzen specialisatie vastgestelde beleidsregels. De door [appellant] genoemde omstandigheden zien immers niet op zijn werkzaamheden als tolk in strafzaken, maar op zijn studie en werkervaring als jurist.

Conclusie

5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, griffier.

w.g. Borman    w.g. Van Deventer-Lustberg

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2019

587.

 

BIJLAGE

 

Wet beëdigde tolken en vertalers

Artikel 2

1. Er is een register voor beëdigde tolken en vertalers. Het register bevat ten aanzien van iedere ingeschreven tolk of vertaler in elk geval de volgende gegevens:

a. de personalia;

b. de aanduiding of betrokkene tolk of vertaler is;

c. de bron- of doeltaal dan wel bron- of doeltalen waarin de tolk of vertaler zijn werkzaamheden verricht; en

d. de overige specifieke bekwaamheden waarvan  de tolk of vertaler vermelding in het register wenselijk acht.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid.

Besluit specialisatie

Artikel 2

Een beëdigde tolk of beëdigde vertaler als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c en d van de Wbtv, kan een verzoek tot het vermelden van een specialisatie in het Rbtv indienen.

Artikel 6

De voorwaarden en daarmee vereiste competenties voor het vermelden van een specialisatie zijn neergelegd in het Besluit aanwijzen specialisatie en de bijlagen daarbij.

Artikel 7

De specialisatie wordt uitsluitend vermeld bij de talencombinatie of vertaalrichting waarop de specialisatie van toepassing is en waarvoor de tolk of vertaler is ingeschreven in het Rbtv en is beëdigd.

Besluit Aanwijzen Specialisatie

Artikel 1

De specialisaties die op verzoek in het Rbtv kunnen worden vermeld, worden aangewezen en neergelegd in de bijlagen bij dit besluit.

Bijlage Tolk in strafzaken

Artikel 1

Als specialisatie wordt aangewezen de bekwaamheid ‘tolk in strafzaken’.

Artikel 2

De specialisatie ‘tolk in strafzaken’ kan in het Rbtv worden vermeld indien, in aanvulling op de voor inschrijving in het Rbtv vereiste competenties, wordt aangetoond dat over de volgende competenties wordt beschikt:

a. kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht van het land waarin de brontaal de standaardtaal is;

b. kennis van het materieel strafrecht en het strafprocesrecht van het land waarin de doeltaal de standaardtaal is;

c. tolkvaardigheid in strafzaken;

d. minimaal 50 uren ervaring als tolk in strafzaken."

In de toelichting daarop staat, voor zover thans van belang, het volgende vermeld:

"De SIGV biedt reeds sinds 1994 taalgebonden opleidingen ‘Gerechtstolken in strafzaken’ aan. Die opleidingen zijn erop gericht basistolken op te leiden tot gekwalificeerde en professionele gerechtstolken en omvat vrijwel alle kennis- en vaardigheidsonderdelen die, overeenkomstig het advies van het Kwaliteitsinstituut, vereist zijn voor de specialisatie ‘tolk in strafzaken’. Daarmee is de opleiding van de SIGV de norm voor de kennis en vaardigheden die hier worden genoemd.

In het advies van het Kwaliteitsinstituut is echter neergelegd dat een tolk die de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ krijgt vermeld, alle facetten van het werk als tolk moet beheersen. Daaronder valt ook het zogenaamde fluistertolken. In de opleidingen van de SIGV werd daaraan in het verleden nog geen aandacht besteed. De afgelopen jaren gebeurde dat in zeer beperkte omvang. Pas met ingang van het studiejaar 2011-2012 is fluistertolken een onderdeel van het curriculum en de toetsing van de opleidingen van de SIGV. Er zijn in Nederland ook geen andere opleidingen en toetsen waarmee tolken afdoende kunnen aantonen te beschikken over deze competentie. Omdat de competentie dus feitelijk niet aan te tonen is, heeft de Raad besloten de bekwaamheid niet in de voorwaarden voor de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ op te nemen. Zodra er wel mogelijkheden zijn om deze competentie aantoonbaar te ontwikkelen, kan dat alsnog gebeuren.

Mede om dit gebrek te compenseren, is er voor gekozen ook ervaring als tolk in strafzaken als voorwaarde te hanteren. Kort gezegd leiden een diploma van een taalgebonden opleiding van de SIGV én ervaring dus tot het vermelden van de specialisatie ‘tolk in strafzaken’ bij de inschrijving in het Rbtv van de tolk.

Voor zover een tolk anderszins wil aantonen te beschikken over de gevraagde kennis en vaardigheden, is aansluiting gezocht bij eindkwalificaties die de SIGV hanteert voor de taalgeboden opleidingen ‘Gerechtstolk in strafzaken’.

Benadrukt wordt dat het hier om cumulatieve voorwaarden gaat. Ervaring als tolk in strafzaken alleen is onvoldoende voor het vermelden van de specialisatie."