Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:1652

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-05-2019
Datum publicatie
22-05-2019
Zaaknummer
201804954/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2018:3392, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 3 mei 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep betreffende een door hem aan de korpschef gericht verzoek om informatie niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201804954/1/A3.

Datum uitspraak: 22 mei 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2018 in zaak nr. 17/3425 in het geding tussen:

[appellant]

en

de korpschef van politie.

Procesverloop

Bij uitspraak van 3 mei 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep betreffende een door hem aan de korpschef gericht verzoek om informatie niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 mei 2019, waar [appellant] en de korpschef, vertegenwoordigd door mr. I. de Hoop, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    De rechtbank heeft haar beslissing in de aangevallen uitspraak gebaseerd op het oordeel dat [appellant] misbruik van recht heeft gemaakt. Hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren brengt, biedt geen aanleiding om de aangevallen uitspraak onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3556, ECLI:NL:RVS:2018:3555, ECLI:NL:RVS:2018:3559, ECLI:NL:RVS:2018:3553 en ECLI:NL:RVS:2018:3558 en 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3310 heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt. De feiten in die zaken zijn vergelijkbaar met de feiten in de thans voorliggende zaak. Voorts is van belang dat op dezelfde dag als deze zaak zeven andere zaken van [appellant] ter zitting door de Afdeling zijn behandeld. In de uitspraken van vandaag wordt in deze zaken hetzelfde overwogen als in deze zaak.

2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.

w.g. Borman    w.g. Ley-Nell

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2019

597.