Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:1593

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-05-2019
Datum publicatie
22-05-2019
Zaaknummer
201809809/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 29 oktober 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dilgt, Hemmen en Essen, deelgebied 1".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201809809/2/R3.

Datum beslissing: 15 mei 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het geding tussen:

1. [appellant sub 1A], wonend te [woonplaats], en [appellant sub 1B], wonend te [woonplaats] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]),

2. [appellant sub 2], wonend te Haren, gemeente Groningen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Haren, thans de gemeente Groningen,

verweerder.

Procesverloop

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 29 oktober 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dilgt, Hemmen en Essen, deelgebied 1".

De raad heeft één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

Het betreft de samenwerkingsovereenkomst betreffende de ontwikkeling en realisatie van Haren Noord van 30 januari 2007.

Overwegingen

1.    De raad heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van dit stuk kennis zal nemen.

2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3.        De raad heeft ter motivering van zijn verzoek aangevoerd dat de samenwerkingsovereenkomst is gesloten met private partijen en met zich brengt dat het kostenverhaal van de grondexploitatie is verzekerd. Volgens de raad zijn [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geen eigenaren van gronden in het plangebied zodat zij niet met kostenverhaal zullen worden geconfronteerd. De inhoud van de samenwerkingsovereenkomst behoeven zij dan ook niet te kennen om hun beroep tegen het bestemmingsplan te kunnen onderbouwen, aldus de raad. De raad voert daarnaast aan dat de samenwerkingsovereenkomst geen openbaar stuk in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur is. Voorts voert de raad aan dat het belang van openbaarmaking van de samenwerkingsovereenkomst niet opweegt tegen het financiële belang van de gemeente. Ook kan openbaarmaking leiden tot onevenredige benadeling van de private partijen bij de overeenkomst. Volgens de raad kan immers bij openbaarmaking van de samenwerkingsovereenkomst worden nagegaan wat de kosten, de kostenstructuur en de verdeling van de kosten over de partijen zijn. Dit schaadt de onderhandelingspositie van de gemeente en de private partijen bij de samenwerkingsovereenkomst bij onder meer het bouw- en woonrijp maken van de gronden als bij de verkoop van de woningen.

4.        In aanmerking nemende dat de samenwerkingsovereenkomst financiële gegevens bevat omtrent de ontwikkeling van de gronden, wegen naar het oordeel van de Afdeling de financiële belangen van de gemeente en het belang bij het voorkomen van onevenredige benadeling van de commerciële derden bij de overeenkomst zwaarder dan het belang dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben bij kennisneming van die overeenkomst.

5.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe;

Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.

w.g. Eck    w.g. Lodeweges

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2019