Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:1500

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-05-2019
Datum publicatie
15-05-2019
Zaaknummer
201900718/1/V
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 september 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover hier van belang, een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201900718/1/V1.

Datum uitspraak: 9 mei 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 december 2018 in zaak nr. 18/6015 in het geding tussen:

[de vreemdeling] en [referent]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 1 september 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover hier van belang, een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 16 juli 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover hier van belang, het daartegen door de vreemdeling en referent gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 december 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling en referent ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De in de eerste en tweede grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 15 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1171, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak volgt dat de grieven slagen.

2.    Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Wat de staatssecretaris voor het overige aanvoert behoeft geen bespreking. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling ziet in dit geval aanleiding de zaak naar de rechtbank terug te wijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van wat in de hiervoor genoemde uitspraak is overwogen, omdat zij niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van andere beroepsgronden van de vreemdeling en referent dan de beroepsgrond die verband houdt met de grief. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 december 2018 in zaak nr. 18/6015;

III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.

w.g. Drop    w.g. Schuurman

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2019

282-862.