Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:91

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
201709850/1/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 november 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201709850/1/V3.

Datum uitspraak: 15 januari 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 december 2017 in zaak nr. NL17.12843 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 14 november 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Op 5 december 2017 heeft de rechtbank op het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep uitspraak gedaan.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.H.K. van Middelkoop, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

2.    De Afdeling overweegt ambtshalve dat de aangevallen uitspraak de beslissing van de rechtbank niet vermeldt. De aangevallen uitspraak is derhalve in strijd met artikel 8:77, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb en komt om die reden voor vernietiging in aanmerking.

3.    Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, doch uitsluitend voor zover de rechtbank daarbij heeft nagelaten het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 14 november 2017 ongegrond te verklaren en het verzoek om schadevergoeding af te wijzen. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling dit beroep alsnog ongegrond verklaren en het verzoek om schadevergoeding afwijzen.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 december 2017 in zaak nr. NL17.12843 voor zover het beroep van de vreemdeling daarbij niet ongegrond is verklaard en het verzoek om schadevergoeding niet is afgewezen;

III.    verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;

IV.    wijst het verzoek om schadevergoeding af;

V.    bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Van Laar

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2018

551.