Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:737

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-03-2018
Datum publicatie
14-03-2018
Zaaknummer
201801786/3/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 februari 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201801786/3/V3

Datum uitspraak: 2 maart 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en [de vreemdeling] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de staatssecretaris,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 1 maart 2018 in zaken nrs. NL18.3273 en NL18.3789 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 1 maart 2018 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij mondelinge uitspraak van 1 maart 2018 in zaak nr. 201801786/2/V3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat uitspraak is gedaan nadat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen op het verzoek te reageren.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ter behandeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling doorgezonden.

Overwegingen

1.    Het verzoek van de staatssecretaris heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan het bevel van de rechtbank. Indien de staatssecretaris gehouden is dat wel te doen bestaat de aanzienlijke kans dat zulks tot gevolgen leidt die niet dan wel slechts bezwaarlijk zijn te redresseren.

1.1.    Niet op voorhand is aannemelijk dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.

2.    Het verzoek van de vreemdeling is erop gericht dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat een dwangsom wordt verbeurd wanneer de staatssecretaris geen gevolg geeft aan het bevel tot opheffing van de maatregel van bewaring.

2.1.    Er is thans geen grond om aan te nemen dat de staatssecretaris geen gevolg zal geven aan het bevel tot opheffing van de maatregel van bewaring. De voorzieningenrechter ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding om een voorlopige voorziening zoals verzocht te treffen.

3.    De verzoeken dienen als ongegrond te worden afgewezen.

4.    De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    wijst de verzoeken af;

II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek van de staatssecretaris opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier.

w.g. Troostwijk    w.g. Snijders

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2018

279