Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:720

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-02-2018
Datum publicatie
28-02-2018
Zaaknummer
201800402/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 januari 2018 heeft het centraal stembureau een verzoek tot wijziging van de aanduiding ONP/PSP’92 in Onafhankelijke Nijmeegse Partij afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201800402/1/A2.

Datum uitspraak: 28 februari 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging PSP’92,

appellante,

en

het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Nijmegen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 januari 2018 heeft het centraal stembureau een verzoek tot wijziging van de aanduiding ONP/PSP’92 in Onafhankelijke Nijmeegse Partij afgewezen.

Tegen dit besluit heeft de PSP’92 een bezwaarschrift ingediend bij het centraal stembureau. Het centraal stembureau heeft het bezwaarschrift doorgezonden naar de Afdeling ter behandeling als beroepschrift.

Overwegingen

1.    De Afdeling doet uitspraak met toepasing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.    Bij aangetekende brief van 24 januari 2018, die nogmaals per gewone post is verzonden op 29 januari 2018, is de PSP’92 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en op andere formaliteiten die in acht moeten worden genomen voordat het beroep inhoudelijk kan worden behandeld. De brieven zijn gestuurd naar het adres van de voorzitter van de PSP’92, dat op het briefpapier en in zijn e-mails staat vermeld.

3.    De Afdeling constateert dat de PSP’92 het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van twee weken heeft voldaan. Evenmin is gereageerd op het verzoek om binnen die termijn aan de andere formaliteiten te voldoen. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de PSP’92 in verzuim is geweest. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Hagen    w.g. Dallinga

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2018

18.