Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:604

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
21-02-2018
Zaaknummer
201600215/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 oktober 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Stedelijk gebied 1e herziening" gewijzigd vastgesteld, voor zover dit het perceel [locatie] te Naarden betreft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201600215/2/R1.

Datum uitspraak: 21 februari 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Naarden,

en

de raad van de gemeente Naarden (thans: de raad van de gemeente Gooise Meren),

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3066, heeft de Afdeling de raad opgedragen om het in de tussenuitspraak omschreven gebrek in het besluit van 30 september 2015 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 11 oktober 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Stedelijk gebied 1e herziening" gewijzigd vastgesteld, voor zover dit het perceel [locatie] te Naarden betreft.

[appellant] is in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop het gebrek is hersteld.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De Afdeling heeft in de tussenuitspraak vastgesteld dat in het plan niet alle legaal bestaande bebouwing als zodanig is bestemd, nu de oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen binnen de bestemming "Wonen" volgens het plan ten hoogste 75 m2 mag bedragen, maar er feitelijk meer aanwezig is. De raad heeft in het besluit niet gemotiveerd dat nieuwe planologische inzichten daartoe aanleiding hebben gegeven en heeft in dat kader evenmin een belangenafweging gemaakt. Ook heeft de raad niet aannemelijk gemaakt dat de legale bebouwing binnen de planperiode zal verdwijnen. De Afdeling acht het besluit daarom in zoverre niet voldoende gemotiveerd.

    Gelet hierop is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 30 september 2015 gegrond. Het besluit dient wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd, voor zover het ziet op de bestemming "Wonen" voor het perceel [locatie] te Naarden.

2.    Ter voldoening aan de in de tussenuitspraak gegeven opdracht van de Afdeling heeft de raad op 11 oktober 2017 het plan gewijzigd vastgesteld. Voor het perceel aan de [locatie] is in afwijking van hetgeen is bepaald binnen de bestemming "Wonen" opgenomen dat de oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 335 m2 mag bedragen. [appellant] heeft hierover geen zienswijze naar voren gebracht. De Afdeling leidt hieruit af dat [appellant] geen bezwaren heeft tegen het besluit van 11 oktober 2017. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.

3.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het besluit van 30 september 2015, gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Naarden van 30 september 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stedelijk gebied 1e herziening", voor zover het betreft de bestemming "Wonen" voor het perceel [locatie] te Naarden;

III.    verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het besluit van 11 oktober 2017, ongegrond;

IV.    veroordeelt de raad van de gemeente Gooise Meren tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.035,17 (zegge: duizendvijfendertig euro en zeventien cent), waarvan € 1.002,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V.    gelast dat de raad van de gemeente Gooise Meren aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.J.R.R. Brock, griffier.

w.g. Kramer    w.g. Brock

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2018

603.