Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:490

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
14-02-2018
Zaaknummer
201704591/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 april 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Zonnepanelen Ooststellingwerf" gewijzigd vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201704591/1/R6.

Datum uitspraak: 14 februari 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Haulerwijk, gemeente Ooststellingwerf,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Ooststellingwerf,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Zonnepanelen Ooststellingwerf" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 december 2017, waar [appellant] en anderen zijn verschenen.

Voorts is Herbo GroenLeven B.V., vertegenwoordigd door drs. M. Mosterman, als partij gehoord.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend.

De Afdeling heeft de zaak verder ter zitting behandeld op 8 januari 2018, waar [appellant] en anderen, en de raad, vertegenwoordigd door T. Wuite, zijn verschenen.

Voorts is Herbo GroenLeven B.V., vertegenwoordigd door drs. M. Mosterman, als partij gehoord.

Overwegingen

Toetsingskader

1.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Inleiding

2.    Met het bestemmingsplan wordt een aantal gebieden aangewezen die in aanmerking komen voor grootschalige opwekking van duurzame energie met zonnepanelen. Een van de aangewezen gebieden ligt in de directe omgeving van Haulerwijk. [appellant] en anderen wonen in de nabijheid van dit gebied. GroenLeven is exploitant van het zonnepanelenveld.

Omvang geding

3.    Ter zitting is gebleken dat thans nog slechts aan de orde zijn de maximale hoogte van de transformatoren en de afstand tussen de zonnepanelen en de sloot.

Maximale bouwhoogte

4.    [appellant] en anderen voeren aan dat niet alle reacties op hun zienswijze in het plan zijn verwerkt. [appellant] en anderen stellen dat de maximale bouwhoogte van 2 m voor de transformatoren niet is vastgelegd.

4.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat artikel 2, lid 2.1.2, onder c, van de planregels regels geeft met betrekking tot transformatoren. De in dat artikel opgenomen maximale hoogte van 3 m is volgens de raad een gangbare hoogte voor transformatoren die planologisch aanvaardbaar is. De raad betoogt dat de door [appellant] en anderen met GroenLeven gemaakte afspraak om te komen tot een maximale hoogte voor de transformatoren van 2 m niet in strijd is met dit artikel. In zoverre bestond volgens de raad geen aanleiding om het plan op dit punt aan te passen. De raad geeft aan dat de transformatoren al zijn gebouwd en dat zij een hoogte van minder dan 2 m hebben.

4.2.    Artikel 2, lid 2.1.2, onder c, aanhef en onder 3, luidt: "Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: ter plaatse zijn transformatoren toegestaan met een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 10 m2 per bestemmingsvlak."

4.3.    In hun zienswijze hebben [appellant] en anderen naar voren gebracht dat een maximale hoogte van de transformatoren van 2 m voor hen aanvaardbaar is. In de nota van zienswijzen is vermeld dat de transformatoren kunnen worden gerealiseerd met een maximale bouwhoogte van 2 m boven peil. Dit komt tegemoet aan de wens van [appellant] en anderen, aldus de nota van zienswijzen. Bij de voorgestelde aanpassingen van het bestemmingsplan is vermeld dat bijlage 2 naar aanleiding van de zienswijze van [appellant] en anderen zal worden aangepast. Voorts is vermeld dat de verbeelding en de inrichtingsschets met elkaar in overeenstemming zullen worden gebracht wat betreft de begrenzing. Een aanpassing van de maximale hoogte van de transformatoren is niet voorzien in de nota van zienswijzen. De Afdeling begrijpt de nota van zienswijzen aldus dat de raad heeft volstaan met de constatering dat transformatoren kunnen worden gerealiseerd met een maximale bouwhoogte van 2 m boven peil. Gelet hierop moet worden geconcludeerd dat het vaststellingsbesluit in zoverre niet in strijd is met de nota van zienswijzen.

    Voor zover [appellant] en anderen hebben betoogd dat voor transformatoren alleen een maximale hoogte van 2 m aanvaardbaar is, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een maximale hoogte voor de transformatoren van 3 m in ruimtelijke zin aanvaardbaar is, nu dit een gangbare hoogte voor transformatoren is, die hoogte voor het hele plan geldt en niet is gebleken dat de omgevingskenmerken aanleiding geven op de onderhavige locatie een andere maximale hoogte aanvaardbaar te achten.

    Het betoog faalt.

Discrepanties afstanden

5.    [appellant] en anderen voeren aan dat het plan ten onrechte niet garandeert dat binnen een afstand van 10 m van de sloot aan de oostzijde van het plangebied geen zonnepanelen kunnen worden geplaatst.

5.1.    De raad stelt dat tussen [appellant] en anderen en GroenLeven een verschil van mening bestaat over de vraag of de afstand van 10 m die in acht genomen moet worden tussen de zonnepanelen en de sloot moet worden gemeten vanaf de bestaande insteek van de sloot van ongeveer 8 m breed, of vanaf de kadastrale grens, die volgens GroenLeven in de sloot is gelegen. De raad vermeldt dat hij heeft beoogd mee te werken aan een oplossing door het overleg over een andere inrichting van het zonnepanelenveld aan te gaan. Dit neemt niet weg dat bijlage 2 bij de planregels volgens de raad in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

5.2.    Artikel 2, lid 2.1.2, onder c, aanhef en sub 4. onder h, van de planregels luidt: "Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: voor zover opgenomen in bijlage 2, worden de zonnepaneelvelden ingericht conform bijlage 2 bij deze regels."

5.3.    Als bijlage 2 bij de planregels zijn opgenomen de inrichtingsplannen zonnepaneelvelden. Tekening W1.1, zoals gewijzigd op 19 april 2017, heeft betrekking op het plaatsen van zonnepanelen op de locatie Hoofdweg Haulerwijk. Op deze tekening is een doorsnede van de oostwest opstelling van de zonnepanelen opgenomen. Volgens deze doorsnede wordt tussen de zonnepanelen en de sloot een afstand van 10 m in acht genomen. Deze bestaat uit een pad van 3 m, een groenstrook van 2 m en een pad van 5 m. Anders dan door GroenLeven wordt betoogd, volgt uit deze tekening dat deze afstand in acht genomen moet worden tussen de insteek van de sloot en de op te richten zonnepanelen. Dit betekent dat uit artikel 2, lid 2.1.2, onder c, aanhef en sub 4, onder h, van de planregels voortvloeit dat tussen de zonnepanelen en de sloot een afstand van 10 m in acht moet worden genomen. Gelet hierop mist het betoog feitelijke grondslag.

    Het betoog faalt.

6.    Het beroep is ongegrond.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, griffier.

w.g. Daalder    w.g. Bijleveld

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2018

433.