Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:4045

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-12-2018
Datum publicatie
12-12-2018
Zaaknummer
201707568/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 september 2014 heeft het algemeen bestuur geweigerd Zicob Vastgoed omgevingsvergunning te verlenen voor het omzetten van een shortstaybedrijf en kantoorruimte naar een hotelfunctie op de percelen Middenweg 91-95 te Amsterdam (hierna: de percelen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2018/571
Module Ruimtelijke ordening 2019/8109
Omgevingsvergunning in de praktijk 2019/7982
AB 2019/23 met annotatie van L.J.A. Damen
JOM 2019/148
JB 2019/60 met annotatie van Keinemans, J.H.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201707568/1/A1.

Datum uitspraak: 12 december 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Zicob Vastgoed B.V., handelend onder de naam Frankendael Apartments, gevestigd te Amsterdam, en anderen (hierna: Zicob Vastgoed),

appellanten,

en

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost (thans: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam),

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2014 heeft het algemeen bestuur geweigerd Zicob Vastgoed omgevingsvergunning te verlenen voor het omzetten van een shortstaybedrijf en kantoorruimte naar een hotelfunctie op de percelen Middenweg 91-95 te Amsterdam (hierna: de percelen).

Bij besluit van 8 augustus 2017 heeft het algemeen bestuur het door Zicob Vastgoed daartegen gemaakte bezwaar wederom ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft Zicob Vastgoed beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 juli 2018, waar Zicob Vastgoed, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door [persoon], en het college, vertegenwoordigd door drs. E. Koldenhof, bijgestaan door mr. S. Haak, advocaat te Utrecht, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Zicob Vastgoed B.V. is eigenaar van drie naast elkaar gelegen panden op de percelen Middenweg 91-95. Deze panden hebben op grond van het bestemmingsplan "Middenmeer I en II" de bestemming "Gemengd-2". Ingevolge artikel 7.1 van de planregels is de begane grond van panden met die bestemming bestemd voor niet-woonfuncties en de bouwlagen daarboven voor wonen. In een gedeelte van de panden is thans kantoorruimte aanwezig. Voorts mag een deel van de panden tijdelijk worden gebruikt voor short stay. Zicob Vastgoed B.V. heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om de functie van de panden om te kunnen zetten naar een hotelfunctie met 8 appartementen en kantoorruimte. Het algemeen bestuur heeft geweigerd de aangevraagde vergunning te verlenen.

    Bij uitspraak van 6 juni 2016 heeft de rechtbank het besluit op bezwaar, waarbij het algemeen bestuur dit weigeringsbesluit heeft gehandhaafd, vernietigd en het algemeen bestuur opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Bij uitspraak van 31 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1434) heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, voor zover hier van belang, bevestigd en het besluit van 10 augustus 2016, dat het algemeen bestuur heeft genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank en waarbij het het weigeringsbesluit wederom heeft gehandhaafd, vernietigd. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij haar beroep kan worden ingesteld.

    Bij het besluit van 8 augustus 2017 heeft het algemeen bestuur het weigeringsbesluit wederom gehandhaafd, met toepassing van het "Overnachtingsbeleid 2017 en verder". Het Overnachtingsbeleid is op 1 januari 2017 in werking getreden ter vervanging van het Amsterdamse deel van de Regionale Hotelstrategie 2016-2022.

    Op de bij deel I van de Notitie behorende gebiedskaart is het gebied waarbinnen de percelen liggen aangewezen als gebied waar geen hotelontwikkeling is toegestaan. Volgens het algemeen bestuur biedt het Overnachtingsbeleid daarom geen basis om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Zicob Vastgoed kan zich er niet mee verenigen dat het algemeen bestuur de gevraagde vergunning op deze grond opnieuw heeft geweigerd.

Ontvankelijkheid

2.    Het beroep is ingesteld door Zicob Vastgoed B.V., [gemachtigde A] en [gemachtigde B]. Naar ter zitting is gebleken hebben laatstgenoemde twee personen dat gedaan als bestuurders van Zicob Vastgoed B.V. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep, voor zover ingediend door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], niet-ontvankelijk is. Volgens het college zijn zij geen belanghebbende als bedoeld in artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), nu de geweigerde omgevingsvergunning niet door hen, maar door Zicob Vastgoed B.V. is aangevraagd.

2.1.    De Afdeling stelt vast dat het college bij het besluit van 8 augustus 2017, naar uit de bewoordingen ervan volgt, het bezwaar van Zicob Vastgoed B.V. opnieuw ongegrond heeft verklaard en de weigering van de door Zicob Vastgoed B.V. aangevraagde omgevingsvergunning wederom heeft gehandhaafd. [gemachtigde A] en [gemachtigde B] hebben, als bestuurders van Zicob Vastgoed B.V., slechts een van die B.V. afgeleid belang. Dat anderszins van een rechtstreeks belang sprake zou zijn is niet gesteld of aannemelijk geworden. Het beroep tegen het besluit van 8 augustus 2017, voor zover ingesteld door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Gevolg wijziging beleid voor besluit ter uitvoering uitspraak Afdeling

3.    Zicob Vastgoed betoogt dat het algemeen bestuur het besluit van 8 augustus 2017 niet had mogen nemen zonder toepassing te geven aan de voorheen nog geldende Hotelstrategie. Dit volgt volgens haar uit de uitspraak van de Afdeling van 31 mei 2017, met inachtneming waarvan het algemeen bestuur het besluit van 8 augustus 2017 behoorde te nemen, nu de Afdeling het algemeen bestuur daarbij heeft opgedragen om een nieuw besluit op het bezwaar te nemen aan de hand van de Hotelstrategie.

3.1.    Als uitgangspunt heeft te gelden dat bij het nemen van een besluit op bezwaar het recht en de beleidsregels moeten worden toegepast zoals die op dat moment gelden. In dit geval was het algemeen bestuur er echter toe gehouden om, na vernietiging van een eerder besluit op bezwaar, opnieuw te beslissen op het bezwaar van Zicob Vastgoed met inachtneming van de uitspraak van 31 mei 2017. In die uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het algemeen bestuur bij dat nieuw te nemen besluit alsnog aan de hand van de Hotelstrategie zorgvuldig moest onderzoeken of het medewerking aan de door Zicob Vastgoed gewenste hotelfunctie kan verlenen. De Afdeling heeft verder opgemerkt dat, voor zover het algemeen bestuur de weigering handhaaft en niet alsnog overgaat tot verlening van de gevraagde vergunning, het dat niet mag doen zonder dat het kenbaar en deugdelijk is ingegaan op de uitgebreide en kritische overwegingen van de rechtbank over de toetsing aan de in de Hotelstrategie opgenomen hotelladder. Het algemeen bestuur kon niet voorbij gaan aan deze uitdrukkelijke opdracht van de Afdeling op de enkele grond dat de Hotelstrategie ten tijde van het besluit van 8 augustus 2017 was vervangen door het Overnachtingenbeleid. Dit geldt te meer nu met het Overnachtingenbeleid is beoogd de mogelijkheden voor hotelontwikkeling ten opzichte van de Hotelstrategie verder te beperken. Het algemeen bestuur heeft bij het nemen van het besluit van 8 augustus 2017 dan ook ten onrechte geen toepassing gegeven aan de eerder geldende Hotelstrategie overeenkomstig de uitspraak van 31 mei 2017.

    Het betoog slaagt.

Slotoverwegingen

4.    Het beroep, voor zover dat is ingesteld door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], is niet-ontvankelijk. Het beroep is voor het overige gegrond. Het besluit van 8 augustus 2017 dient wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb te worden vernietigd. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en de eerdere uitspraak van 31 mei 2017. De Afdeling zal daartoe een termijn stellen.

    Nu het college de aanvraag in zijn geheel opnieuw dient te beoordelen aan de hand van de Hotelstrategie overeenkomstig de uitspraak van 31 mei 2017, en het in dat kader verschillende stappen moet doorlopen, acht de Afdeling het in dit geval niet geëigend om toepassing te geven aan artikel 8:51d, van de Awb. Wel ziet de Afdeling, met het oog op een efficiënte afdoening, aanleiding om wederom met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit slechts bij haar beroep kan worden ingesteld.

5.    Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep, voor zover ingesteld door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], niet-ontvankelijk;

II.    verklaart het beroep voor het overige gegrond;

III.    vernietigt het besluit van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost van 8 augustus 2017, kenmerk Z-16-29050/INT-17-12272;

IV.    draagt het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op om binnen acht weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van Zicob Vastgoed B.V., handelend onder de naam Frankendael Apartments en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

V.    bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;

VI.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot vergoeding van bij Zicob Vastgoed B.V., handelend onder de naam Frankendael Apartments, in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.002,00 (zegge: duizendtwee euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Zicob Vastgoed B.V., handelend onder de naam Frankendael Apartments, het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 333,00 (zegge: driehonderddrieëndertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. H. Bolt, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.N. Witsen, griffier.

w.g. Van der Spoel    w.g. Witsen

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2018

727.