Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:3884

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-11-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
201805224/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2018:10383, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 december 2015 heeft het college het verzoek van Lecc Exploitatie om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van een aantal recreatiewoningen op het bungalowpark De Horn te Dirkshorn niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2018/6889
JOM 2019/116
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201805224/1/A1.

Datum uitspraak: 28 november 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Schagen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 mei 2018 in zaak nr. 17/2214 in het geding tussen:

Lecc Exploitatie De Horn B.V.,

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2015 heeft het college het verzoek van Lecc Exploitatie om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van een aantal recreatiewoningen op het bungalowpark De Horn te Dirkshorn niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 27 maart 2017 heeft het college het door Lecc Exploitatie daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 8 mei 2018 heeft de rechtbank het door Lecc Exploitatie daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 27 maart 2017 vernietigd en het besluit van 21 december 2015 herroepen. De rechtbank heeft tevens bepaald dat het college met inachtneming van haar uitspraak opnieuw dient te beslissen op de verzoeken van Lecc Exploitatie.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 november 2018 waar het college, vertegenwoordigd door C.R. Waal en M.J.A. Ruigrok, en Lecc Exploitatie, vertegenwoordigd door mr. K. Hollenberg, advocaat te Alkmaar, [gemachtigden], zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Lecc Exploitatie beheert in opdracht van Lecc Vastgoed B.V. het bungalowpark De Horn. Dit beheer bestaat, onder andere, uit het verhuren van een aantal recreatiewoningen namens de eigenaren van deze woningen en het exploiteren van de wasserette, tennisbaan en een verkooppunt in de receptie van het bungalowpark. Daarnaast draagt Lecc Exploitatie zorg voor het schoonhouden van het park en regelt zij de afvalinzameling voor gebruikers van het park.

    Lecc Exploitatie heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van een aantal bungalows in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Recreatieterreinen Harenkarspel". Het college heeft het verzoek en het bezwaar van Lecc Exploitatie niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat uit de kadastrale gegevens niet blijkt dat Lecc Exploitatie eigenaar is van de percelen waar de verzoeken om handhaving op zijn gericht en evenmin van aangrenzende percelen op het park. Volgens het college leveren de economische belangen van Lecc Exploitatie geen belang op bij de handhavingsverzoeken en is geen sprake van een zwaardere last op de infrastructuur en het onderhoud van het park door permanente bewoning, omdat de recreatiewoningen jaarrond recreatief mogen worden gebruikt.

2.    De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat Lecc Exploitatie belanghebbende is bij het verzoek om handhavend op te treden. Daartoe overweegt de rechtbank, kort samengevat, dat Lecc Exploitatie het bungalowpark exploiteert, zij drie recreatiewoningen verhuurt die eigendom zijn van Lecc Vastgoed B.V., niet onaannemelijk is dat verhuurinkomsten door permanente bewoning kunnen verminderen en niet uit te sluiten valt dat de opbrengsten van de exploitatie van de tennisbaan, de wasserette en het verkooppunt in de receptie door permanente bewoning op het park teruglopen.

Hoger beroep college

3.    Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat Lecc Exploitatie belanghebbende is. Daartoe voert het college aan dat de feitelijke werkzaamheden van Lecc Exploitatie niet bestaan uit de exploitatie van een bungalowpark en dat de economische belangen van Lecc Exploitatie niet aannemelijk zijn gemaakt. Bovendien onderscheidt Lecc Exploitatie zich volgens het college niet van overige ondernemers gevestigd in het dorp Dirkshorn en zijn de meeste recreatiewoningen eigendom van particulieren.

3.1.    Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt:

"Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken."

    Artikel 1:3 luidt:

"1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.

3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

[…]."

3.2.    De rechtbank heeft terecht overwogen dat Lecc Exploitatie belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb bij een beslissing op haar verzoek om handhaving. Daarbij heeft de rechtbank terecht van belang geacht dat niet is uitgesloten dat de inkomsten van Lecc Exploitatie, als exploitant van de verkoopruimte in de receptie, de wasserette en de tennisbaan teruglopen ten gevolge van de permanente bewoning. Daarnaast is Lecc Exploitatie verantwoordelijk voor het schoon en netjes houden van de algemene delen van het park en ondervindt zij, zoals nader toegelicht ter zitting van de Afdeling, gevolgen van een toename van de permanente bewoning op het recreatiepark, bijvoorbeeld doordat zij extra afval dient te verwerken van in recreatiewoningen gevestigde bedrijven aan huis. Gelet hierop wordt Lecc Exploitatie rechtstreeks geraakt in haar belangen door de door haar gestelde overtreding. De rechtbank heeft de door Lecc Exploitatie ingediende verzoeken gelet op het voorgaande terecht beschouwd als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb.

    Het betoog faalt.

Slot en conclusie

4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.    Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Schagen tot vergoeding van bij Lecc Exploitatie De Horn B.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    bepaalt dat van het college van burgemeester en wethouders van Schagen een griffierecht van € 508,00 (zegge: vijfhonderdacht euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J.C. Kranenburg en mr. R. Uylenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Vermeulen, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Vermeulen

voorzitter    griffier    

Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2018

700.