Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:3827

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
21-11-2018
Zaaknummer
201710059/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 september 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, Borgerderweg 26 Odoorn" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201710059/1/R3.

Datum uitspraak: 21 november 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [appellant]), beiden wonend te Odoorn, gemeente Borger-Odoorn,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Borger-Odoorn,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 september 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, Borgerderweg 26 Odoorn" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 oktober 2018, waar [appellant], in de persoon van [appellant A], bijgestaan door mr. M.A. Tilstra, rechtsbijstandverlener te Assen, en de raad, vertegenwoordigd door R. Krikke en H.G.J.C. Brink, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plangebied ligt in de gemeente Borger-Odoorn en is gesitueerd ten noordwesten van het dorp Odoorn. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor het woonperceel Borgerderweg 26 en het tegenoverliggende perceel kadastraal bekend als gemeente Odoorn, sectie R, nummer 285 (hierna: het perceel R285).

2.    Met het plan worden de houtverwerkingsactiviteiten van houtverwerkingsbedrijf "The Willow" op het perceel R285 gelegaliseerd. Daarnaast wordt op het woonperceel onder meer de vestiging van een ambachtelijke meubelmakerij en detailhandel mogelijk gemaakt.

3.    [appellant] is eigenaar van de voormalige woning van zijn ouders aan [locatie] te Odoorn. Hoewel de woning leegstaat en [appellant] elders woont, is hij hier zeer geregeld meerdere uren per dag aanwezig. Het perceel van de woning [locatie] grenst aan het perceel R285. [appellant] vreest voor onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse.

Toetsingskader

4.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Ingetrokken beroepsgronden

5.    Ter zitting heeft [appellant] de beroepsgronden ten aanzien van de soorten- en gebiedsbescherming als bedoeld in de Wet natuurbescherming, ingetrokken.

Woon- en leefklimaat (geluid)

6.    [appellant] vreest geluidoverlast van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt.

VNG-richtafstand

7.    [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte een kortere afstand hanteert dan de richtafstand genoemd in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure). In dit verband voert [appellant] aan dat de raad bij het bepalen van de richtafstand moet meten vanaf de grens van de bestemming die bedrijven of andere milieubelastende functies toelaat en niet vanaf de grens van de specifieke aanduiding. Daarnaast heeft de raad voor de beslissing om de richtafstand met één afstandsstap te verlagen ten onrechte van belang geacht dat sprake is van een meer specifieke vorm van opslag, de werkzaamheden niet dagelijks plaatsvinden en de doelgroep klein is, aldus [appellant]. Deze omstandigheden kunnen namelijk ieder moment wijzigen. Volgens [appellant] had de raad bij het bepalen van de richtafstand moeten uitgaan van de maximale mogelijkheden die het plan biedt.

7.1.    De raad heeft bij de vaststelling van het plan aansluiting gezocht bij de VNG-brochure. De raad stelt dat hij voor de verschillende activiteiten op zorgvuldige wijze is omgegaan met de richtafstanden uit de VNG-brochure. Omdat er volgens de raad sprake is van omgevingstype gemengd gebied heeft hij de richtafstand voor de activiteit houtopslag verlaagd met één afstandsstap.

7.2.    Artikel 3, lid 3.1, van de planregels luidt:

"De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangegeven gronden zijn bestemd voor:

a. de bedrijfsmatige bewerking en/of beweiding van cultuurgrond;

b. de opbouw, het behoud en herstel van de aan de gronden eigen landschappelijke en natuurlijke waarden;

c. houtbewerking en (elektrische) zaagwerkzaamheden (ook ten behoeve van het vervaardigen van haardhout) als onderdeel van de bedrijfsvoering van de middels een relatie-teken aan het perceel gekoppelde ambachtelijk houtbewerkingsbedrijf aan de Borgerderweg 26 ter plaatse van de op de verbeelding weergegeven aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - houtzagen toegestaan‘;

d. opslag van boomstammen;

e. openbare nutsvoorzieningen;

f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

g. verkeersdoeleinden in de vorm van landbouw- en kavelontsluitingswegen."

7.3.    De Afdeling stelt vast dat de raad voor het bepalen van een aanvaardbare afstand voor de activiteiten die zijn toegestaan op het perceel R285 onderscheid heeft gemaakt tussen de gronden die enkel zijn aangewezen voor "Agrarisch met waarden" en de gronden die zijn aangewezen voor "Agrarisch met waarden" met de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - houtzagen toegestaan" (hierna: de aanduiding). Ter plaatse van de aanduiding zijn de activiteiten houtbewerken en houtzagen toegestaan.

    De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad voor het bepalen van een aanvaardbare afstand voor de activiteiten houtbewerken en houtzagen ten onrechte is uitgegaan van de grens van de aanduiding. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat deze activiteiten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding zijn toegestaan.

    Voor het bepalen van de richtafstand voor de activiteiten houtbewerken en houtzagen heeft de raad wat betreft het aspect geluid aansluiting gezocht bij de richtafstand die in de VNG-brochure is opgenomen voor houtzagerijen. De betrokken richtafstand bedraagt 100 m. De grens van de aanduiding waarbinnen de activiteiten zijn toegestaan ligt op ongeveer 190 m van de woning van [appellant]. Derhalve wordt ruimschoots aan de richtafstand voldaan.

7.4.    Met betrekking tot activiteiten die zijn toegestaan ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen voor "Agrarisch met waarden" zonder aanduiding heeft de raad aansluiting gezocht bij de richtafstand die in de VNG-brochure is opgenomen voor een groothandel in hout en bouwmaterialen. De raad is hiertoe overgegaan bij gebrek aan een beter passende activiteit in de lijst, waarbij hij heeft gemotiveerd dat de ruimtelijke uitstraling van de houtopslag hier beperkter is dan die van een groothandel. Voor een groothandel in hout en bouwmaterialen geldt bij een bedrijfsomvang groter dan 2.000 m2 een richtafstand van 50 m. Omdat volgens de raad de ruimtelijke uitstraling van de houtopslag beperkter is dan die van een groothandel en sprake is van gemengd gebied in de zin van de VNG-brochure, kan de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd tot 30 m. Niet in geschil is dat de afstand tussen enerzijds de grens van de bestemming "Agrarisch met waarden" en anderzijds de uiterste situering van de gevel van de [locatie] ongeveer 34 m bedraagt.

7.5.    Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de aard van het gebied leidend is geweest voor het standpunt van de raad dat de richtafstand met één afstandsstap mocht worden verlaagd. De omstandigheden dat sprake is van een meer specifieke vorm van opslag, de werkzaamheden niet dagelijks plaatsvinden en de doelgroep klein is, zijn door de raad naar voren gebracht vanwege de gemotiveerde toepassing van de VNG-brochure.

    In de VNG-brochure wordt onder gemengd gebied verstaan een gebied met matige tot sterke functiemenging, waarin naast woningen ook andere functies voorkomen. De Afdeling stelt vast dat de [locatie] is gelegen op ongeveer 160 m van de N34. De [locatie] grenst direct aan de Borgerderweg. In de omgeving van [locatie] komen voorts woningen en diverse bedrijven voor. Gelet op de ligging van [locatie] in de nabijheid van infrastructuur, woningen en diverse bedrijven, komt het standpunt van de raad dat sprake is van gemengd gebied de Afdeling aannemelijk voor.

    In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de richtafstand mocht worden verlaagd met één afstandsstap. Een en ander betekent ten aanzien van de houtopslag dat volgens de VNG-brochure een richtafstand van 30 m in plaats van 50 m is aanbevolen, waaraan wordt voldaan. Het betoog faalt.

Akoestische onderzoeken

8.    [appellant] voert aan dat niet kan worden uitgesloten dat de activiteiten op perceel R285 de geluidwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde overschrijden. Om die reden heeft [appellant] het op 12 juni 2017 verschenen rapport "Akoestisch onderzoek The Willow Borgerderweg (perceel ODN 00 R285) te Odoorn" van GeluidMeesters BV dat aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt (hierna: het geluidrapport van GeluidMeesters BV) ter beoordeling voorgelegd aan Bureau 1232. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Beoordeling rapport Geluidmeesters" van 10 december 2017 opgesteld door Bureau 1232 (hierna: het beoordelingsrapport).

    Onder verwijzing naar het beoordelingsrapport betoogt [appellant] dat er geen zekerheid bestaat over het al dan niet tonale karakter van het geluid dat afkomstig is van de motorkettingzaag en er derhalve ten onrechte niet is gecorrigeerd voor tonaal geluid, hetgeen een strafcorrectie van 5 dB(A) tot gevolg zou hebben. Volgens [appellant] kan niet worden uitgesloten dat het geluid afkomstig van de motorkettingzaag op stillere momenten dan ten tijde van de door GeluidMeesters BV uitgevoerde meting duidelijk hoorbaar is. Daarnaast voert [appellant] aan dat de beoordeling van tonaal geluid subjectief is. Ter zitting is door [appellant] naar voren gebracht dat in de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening 1998 vanwege dit subjectieve karakter wordt aanbevolen een tonaal karakter door twee of meer representanten van het bevoegd gezag te laten vaststellen. Dit heeft de raad ten onrechte nagelaten, aldus [appellant].

    Tot slot merkt [appellant] op dat er voor het gebruik van de motorkettingzaag in het geluidrapport van GeluidMeesters BV wordt uitgegaan van een bedrijfsduur van 1 uur, terwijl in het eerdere rapport "geluidberekening zagen /klieven van hout, The Willow" van 13 november 2015 opgesteld door Kraaij Akoestisch Adviesbureau (hierna: het geluidrapport van Kraaij Akoestisch Adviesbureau) dat eveneens aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt, wordt uitgegaan van 3 uur. Een verklaring voor dit verschil ontbreekt. Als het geluid van de motorkettingzaag wordt beoordeeld als tonaal en wordt uitgegaan van een bedrijfsduur van 3 uur leidt dit tot een forse overschrijding van de geluidwaarde, aldus [appellant].

8.1.    De raad stelt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van de woning van [appellant] volgens het geluidrapport van GeluidMeesters BV voldoet aan de toepasselijke geluidwaarde van stap 2 uit het stappenplan voor de beoordeling van geluidhinder in de VNG-brochure, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde, en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Verder heeft de raad GeluidMeesters BV verzocht een toelichting te geven op het beoordelingsrapport. Deze toelichting is neergelegd in de memo "Reactie akoestische punten uit: Beroepschrift van 17 januari 2018 op het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Borgerderweg 26 te Odoorn’" van 1 februari 2018 (hierna: de memo van GeluidMeesters BV). Naar aanleiding van deze memo voert de raad aan dat op 8 juni 2017 door een ervaren akoestisch adviseur ter plaatse onder representatieve omstandigheden geen tonaal geluid is waargenomen. [appellant] heeft zijn stelling dat mogelijk wel tonaal geluid kan worden waargenomen niet geverifieerd, aldus de raad. Er kan volgens de raad geen oordeel worden gegeven over tonaal geluid op basis van aannames en vermoedens. Daarnaast stelt de raad dat zelfs indien sprake is van tonaal geluid, nog steeds wordt voldaan aan de geluidwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. In dat geval bedraagt de geluidbelasting namelijk geen 45 dB(A) maar 50 dB(A) etmaalwaarde.

    Wat betreft de bedrijfsduur licht de raad toe dat het aantal uur dat gebruik wordt gemaakt van de motorkettingzaag in het geluidrapport van GeluidMeesters BV is teruggebracht van 3 naar 1 uur naar aanleiding van een gesprek met "The Willow" over de bedrijfsvoering. Doordat er uitsluitend stammen worden ingekocht met een doorsnede die direct in de kloof-/zaagmachine past, wordt de benodigde inzet van motorkettingzagen beperkt. Dit gewijzigde inkoopbeleid is de verklaring voor de vermindering van het aantal uur dat gebruik wordt gemaakt van de motorkettingzaag, aldus de raad. Daarnaast stelt de raad dat indien wel gedurende 3 uur gebruik wordt gemaakt van de motorkettingzaag, de geluidbelasting met ten hoogste 4,8 dB(A) toeneemt. Er wordt in dat geval nog steeds voldaan aan de geluidwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde, aldus de raad.

8.2.    Hoewel voor de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt wordt voldaan aan de richtafstanden die in de VNG-brochure worden aanbevolen, heeft de raad blijkens de plantoelichting vanuit een oogpunt van zorgvuldigheid twee geluidrapporten aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegd. Het betreft het geluidrapport van Kraaij Akoestisch Adviesbureau en het geluidrapport van GeluidMeesters BV. In beide geluidrapporten wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de [locatie] wordt voldaan aan de geluidwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.

8.3.    Voor zover [appellant] betoogt dat niet duidelijk is of er sprake is van tonaal geluid, overweegt de Afdeling dat het beoordelingsrapport opgesteld door Bureau 1232 en hetgeen [appellant] ter zitting naar voren heeft gebracht onvoldoende concrete aanknopingspunten bieden voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het geluidrapport van GeluidMeesters BV op dat punt. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan het geluidrapport van GeluidMeesters BV dusdanige gebreken kleven of dat dit zodanige leemten in kennis vertoont dat de raad dit niet ten grondslag had mogen leggen aan zijn besluitvorming. Gelet hierop bestaat in zoverre geen grond om aan te nemen dat de geluidberekeningen onjuist zijn.

    Wat betreft het verschil tussen het geluidrapport van Kraaij Akoestisch Adviesbureau en het geluidrapport van GeluidMeesters BV ten aanzien van het aantal uur dat gebruik wordt gemaakt van de motorkettingzaag, overweegt de Afdeling als volgt. Daargelaten of de raad voor het gebruik van de motorkettingzaag mocht uitgaan van een bedrijfsduur van 1 uur, heeft de raad gelet op de memo van GeluidMeesters BV naar het oordeel van de Afdeling aannemelijk mogen achten dat ook bij een bedrijfsduur van 3 uur wordt voldaan aan de geluidwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.

    De Afdeling overweegt dat de raad zich gelet op de geluidonderzoeken in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat ter hoogte van [locatie] wat geluid betreft een goed woon- en leefklimaat is geborgd. Het betoog faalt.

Overig

9.    [appellant] heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Conclusie

10.    Het beroep is ongegrond.

11.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, griffier.

w.g. Kramer    w.g. Kuipers

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2018

271-896.