Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:3421

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-10-2018
Datum publicatie
24-10-2018
Zaaknummer
201709757/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 oktober 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Strijp T (hoek Beukenlaan - Achtseweg-zuid)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2019/742
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201709757/1/R2.

Datum uitspraak: 24 oktober 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

JA Real Estate B.V. en AMS Group B.V., gevestigd te Den Haag respectievelijk Amsterdam,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Eindhoven,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 oktober 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Strijp T (hoek Beukenlaan - Achtseweg-zuid)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben JA Real Estate en AMS Group beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

JA Real Estate en AMS Group hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 september 2018, waar JA Real Estate, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J.A.N. Baas, advocaat te Den Haag, en AMS Group, vertegenwoordigd door mr. J.A.N. Baas, en de raad, vertegenwoordigd door H. van den Reek, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plan voorziet in een groenbestemming ter plaatse van het zogenoemde Gloeilampplantsoen, onbebouwde gronden gelegen op de hoek van de Beukenlaan en de Achtseweg Zuid nabij het centrum van Eindhoven. Direct ten noordwesten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Zwaanstraat-Strijp T, dat één van de oudere industrieterreinen in Eindhoven is en deel uitmaakt van het in de jaren ‘40 en ‘50 van de vorige eeuw door Philips opgezette bedrijvencomplex. In het plan "Bedrijventerrein Zwaanstraat Strijp T 2006" was aan het gehele voormalige Philips bedrijvencomplex, waaronder de gronden in het plangebied, de bestemming "Bedrijventerrein" toegekend. Onder deze bestemming vielen ook onder meer de groenvoorzieningen op dit bedrijventerrein. Bebouwing van de gronden in het plangebied was op grond van dat plan niet toegestaan. Het plangebied is, met het wandelpark Philips de Jongh en de groene inrichting van de Zwaanstraat, onderdeel van de groene omlijsting van dat bedrijventerrein. Bij de aanleg was het een park bedoeld voor onder meer de werknemers in omliggende kantoren. Het park had een speciale padenstructuur in de vorm van gloeilampen. Het plangebied is daarna altijd groen gebleven.

    JA Real Estate is eigenaar en AMS Group is huurder van de gronden in het plangebied. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen omdat de raad bij de vaststelling volgens hen onvoldoende rekening heeft gehouden met hun belangen. JA Real Estate had de verwachting dat de gronden in het plangebied, gelet op de nabijheid en verbinding, gezamenlijk met Strijp T zouden worden herontwikkeld.

Procedureel

2.    JA Real Estate en AMS Group betogen dat het plan in strijd met de Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008 (hierna: de Verordening) tot stand is gekomen. Volgens hen had bij het voorbereiden van het plan samenspraak moeten plaatsvinden en is het besluit om geen samenspraakproces aan te gaan onvoldoende gemotiveerd.

2.1.    De Afdeling stelt voorop dat bij de voorbereiding van het plan de procedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht moet worden gevolgd. De raad is dus verplicht om de in die afdeling omschreven voorbereidingsprocedure te volgen. Indien de beroepsgronden daartoe aanleiding geven, beoordeelt de Afdeling of die voorgeschreven voorbereidingsprocedure juist is gevolgd.

    In dit geval is de Afdeling niet gebleken dat deze procedure niet juist is gevolgd. De door JA Real Estate en AMS Group bedoelde samenspraak maakt geen deel uit van de voorgeschreven voorbereidingsprocedure van een plan. Het gaat, blijkens de verordening, daarbij namelijk om zogenoemde participatie bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid. Bedoelde samenspraak, of het ontbreken daarvan, kan daarom niet betrokken worden bij de beoordeling door de Afdeling van de gevolgde procedure.

    Gelet hierop faalt dit procedurele betoog.

Inhoudelijk

Toetsingskader

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Beroep

4.    JA Real Estate en AMS Group betogen dat de raad in zijn afweging onvoldoende rekening heeft gehouden met hun belangen. AMS Group geeft daarbij aan dat het gaat om de mogelijkheid van het bedrijfsmatig gebruik van de gronden. JA Real Estate wijst op zijn financiële belangen als eigenaar van de gronden, waarbij hij de verwachting mocht hebben dat gebruik zou worden toegestaan dat past bij de ontwikkeling van Strijp T als geheel. Voorts zijn de concrete plannen voor de herontwikkeling van de gronden onvoldoende meegewogen, aldus JA Real Estate.

    Daarnaast trekken JA Real Estate en AMS Group de motivering van de raad in twijfel voor wat betreft het belang van herstel en instandhouding van de groene functie, omdat de raad in het verleden zich dit belang niet heeft aangetrokken.

4.1.    De Afdeling stelt vast dat in de plantoelichting uitgebreid is onderbouwd waarom een groenbestemming voor de gronden in het plangebied aangewezen is. De belangrijkste redenen daarvoor zijn de cultuurhistorie en het groene karakter van deze gronden. Daarbij is vermeld dat het Gloeilampplantsoen vanwege de industriële geschiedenis daarvan cultuurhistorische waarden heeft die hersteld en behouden moeten worden. Onder meer wordt verwezen naar het beleid gericht op het behouden van (industrieel) erfgoed, zoals neergelegd in de integrale visie "Erfgoed Eindhoven" uit 2012 en de op grond daarvan gevormde zogenoemde programmalijnen. Wat betreft het groene karakter van de gronden is in de plantoelichting vermeld dat het Gloeilampplantsoen, met het wandelpark Philips de Jongh en de groene inrichting van de Zwaanstraat, de groene omlijsting van Strijp S en T vormt. Deze omlijsting valt binnen het gemeentelijk beleid, in uitvoering, om een (robuuste) groenstructuur door Eindhoven en richting het buitengebied te herstellen en beschermen, de zogenoemde Groene corridor. Daarvoor wordt onder meer verwezen naar het, op 31 januari 2017 door de raad vastgestelde, "Groenbeleidsplan 2017" waarin het plangebied is aangeduid als "Structureel stadsgroen" waar uitsluitend plaats is voor groene functies. Ook maakt het plangebied onderdeel uit van het in dit beleid aangewezen "Prioritair gebied Spoorzone", waarin de focus ligt op behoud en versterking van de hoofdgroenstructuur langs het spoor. De raad heeft voorts aangegeven dat het vanwege deze twee redenen van zeer groot belang wordt geacht dat het Gloeilampplantsoen wordt hersteld en behouden. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat deze motivering het besluit van de raad niet kan dragen. De enkele stelling van JA Real Estate en AMS Group dat in het verleden niet van een dergelijk belang is gebleken, doet aan het door de raad bij dit plan onderbouwde belang bij verwezenlijking daarvan niet af. Bovendien mag de raad tot andere inzichten komen.

    Uit de stukken, waaronder de plantoelichting en zienswijzennota, blijkt dat de belangen van JA Real Estate en AMS Group door de raad zijn betrokken in de afweging. In hetgeen is aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het belang bij herstel en instandhouding van het groene karakter van de gronden, niet in redelijkheid zwaarwegender heeft kunnen achten dan de belangen van JA Real Estate en AMS Group. Daartoe heeft de raad kunnen betrekken dat er op grond van het vorige plan slechts beperkte bouw- en gebruiksmogelijkheden waren voor deze gronden. Voorts heeft de raad erop kunnen wijzen dat AMS Group zich pas rondom het nemen van het voorbereidingsbesluit voorafgaand aan de voorbereiding van dit plan, op de gronden heeft gevestigd en slechts van een klein deel van deze gronden gebruik maakt voor opslag in de buitenlucht. De raad heeft met het oog op de belangen bij herstel en behoud van het groene karakter van het Gloeilampplantsoen de andersluidende plannen van JA Real Estate afgewezen. Uit de stukken blijkt dat deze plannen tijdens de voorbereiding van het plan door de raad zijn bezien en als ongewenst zijn beoordeeld. De raad heeft gemotiveerd dat de plannen van JA Real Estate op diverse onderdelen niet voldoen aan het groenbeleid, en ook dat voor diverse onderdelen de behoefte ontbreekt of veiligheidsrisico’s ontstaan in verband met de naastgelegen spoorverbinding.

    Het betoog faalt dan ook.

4.2.    Voor zover JA Real Estate en AMS Group betogen dat de financiële uitvoerbaarheid in de plantoelichting onvoldoende is onderbouwd en zij betwijfelen of de gemeente over voldoende middelen beschikt om tot aankoop of onteigening over te gaan, het volgende.

    In de plantoelichting is beschreven waarom dit plan volgens de raad financieel uitvoerbaar is. Daartoe staat in paragraaf 9.4 onder meer dat de gemeente zich er eerst voor zal inspannen om gedurende de planperiode met de eigenaar tot overeenstemming te komen over de aankoop van de grond. Mocht die overeenstemming niet bereikt worden, dan zal de gemeente de eigendom middels een onteigeningsprocedure verkrijgen. Daarbij is vermeld dat de raad over voldoende middelen beschikt om de gronden te kunnen verkrijgen. Dit standpunt is door de raad in het verweerschrift nog nader met - financiële - gegevens onderbouwd. Ter zitting heeft de raad voorts benadrukt dat het herstel van het Gloeilampplantsoen van groot belang wordt geacht en, indien nodig, tot onteigening van de gronden zal worden overgegaan en de daarvoor benodigde middelen beschikbaar zijn. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de financiële uitvoerbaarheid onvoldoende is onderbouwd.

    Evenmin ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich, op basis van het bovenstaande, niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan uitvoerbaar is. De enkele twijfel van JA Real Estate en AMS Group is daartoe onvoldoende.

    Het betoog faalt.

Conclusie

5.    Het beroep is ongegrond.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. F.D. van Heijningen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, griffier.

w.g. Van Heijningen    w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2018

458-858.