Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:3306

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-10-2018
Datum publicatie
10-10-2018
Zaaknummer
201707629/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2017:4110, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 april 2016 heeft de minister het verzoek van [appellant] om (hernieuwde) inschrijving als tolk-vertaler in het register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Rbtv) afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201707629/1/A3.

Datum uitspraak: 10 oktober 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Almere,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 9 augustus 2017 in zaak nr. 16/5234 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Veiligheid en Justitie, thans: de minister van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2016 heeft de minister het verzoek van [appellant] om (hernieuwde) inschrijving als tolk-vertaler in het register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Rbtv) afgewezen.

Bij besluit van 6 oktober 2016 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 augustus 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 augustus 2018, waar [appellant], bijgestaan door mr. F. Postma, advocaat te Leeuwarden, en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.E.S. Tomeij, zijn verschenen.

Ter zitting heeft de minister een nader stuk overgelegd.

Overwegingen

Inleiding

1.    De relevante bepalingen uit de Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Wbtv), het Besluit beëdigde tolken en vertalers (hierna: Besluit btv), het Besluit inschrijving Rbtv en het Besluit verlenging inschrijving Rbtv zijn opgenomen in de bijlage. Deze bijlage is bij de uitspraak gevoegd en maakt hiervan deel uit.

2.    [appellant] heeft verzocht om inschrijving in het Rbtv als:

- tolk Nederlands <-> Arabisch (standaard);

- tolk Frans <-> Arabisch (standaard);

- vertaler Frans -> Arabisch (standaard); en

- vertaler Arabisch (standaard) -> Frans. De vorige inschrijving van [appellant] in het Rbtv is op 13 mei 2014 van rechtswege geëindigd. Daarom heeft hij ook gevraagd om hernieuwde inschrijving in het Rbtv als:

- vertaler Nederlands -> Arabisch (standaard);

- vertaler Arabisch (standaard) -> Nederlands;

- vertaler Nederlands -> Frans; en

- vertaler Frans -> Nederlands.

De minister heeft het verzoek afgewezen omdat [appellant] niet aan de cumulatieve eisen voor (her-)inschrijving voldoet. Ook voldoet hij niet aan de eisen voor plaatsing op de uitwijklijst voor tolken.

3.    Op 7 november 2017 heeft [appellant] een certificaat behaald voor de vertaaltoets in de vertaalrichting Nederlands -> Arabisch. Met dat certificaat heeft hij opnieuw om hernieuwde inschrijving gevraagd. Bij besluit van 21 augustus 2018 heeft de minister [appellant] ingeschreven in het Rbtv als vertaler voor de vertaalrichting Nederlands -> Arabisch. Met toestemming van [appellant] is een kopie van dat besluit ter zitting aan het dossier toegevoegd. [appellant] heeft gelet op het besluit van 21 augustus 2018 de hogerberoepsgrond ingetrokken die zag op de afwijzing van zijn verzoek om hernieuwde inschrijving als vertaler Nederlands -> Arabisch (standaard).

De uitspraak van de rechtbank

4.    De rechtbank heeft overwogen dat bij hernieuwde inschrijving, net als bij een eerste inschrijving, moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 3 van de Wbtv. De basiseisen voor inschrijving en hernieuwde inschrijving zijn dus gelijk. [appellant] heeft geen getuigschriften overgelegd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a van het Besluit btv of als bedoeld in artikel 3, onder 1, en artikel 4, onder 1, van het Besluit inschrijving Rbtv. Daarom moet hij aan de eisen van artikel 3, onder 2, en artikel 4, onder 2, van het Besluit inschrijving Rbtv voldoen. Daaronder vallen taalvaardigheid op C1-niveau, 420 uur scholing in tolk- of vertaalvaardigheid en ten minste vijf jaar werkervaring als beroepstolk of beroepsvertaler in de desbetreffende vertaalrichting. [appellant] heeft de taalvaardigheid van het Arabisch als bron- en doeltaal op C1-niveau niet aangetoond, reeds daarom heeft de minister het verzoek om (her-)inschrijving kunnen afwijzen voor zover dat ziet op alle talencombinaties waarbij Arabisch is betrokken. Verder heeft hij niet aangetoond dat hij specifieke scholing heeft gehad in vertaalvaardigheden en vertaalattitude, waardoor de minister het verzoek om hernieuwde inschrijving als vertaler Nederlands <-> Frans heeft kunnen afwijzen. Voorts is de beoordeling door de minister of [appellant] als tolk op de uitwijklijst kon worden geplaatst een apart besluitonderdeel, waartegen hij niet in bezwaar is opgekomen. De beroepsgronden die daarop zien kunnen dan ook niet aan de orde komen, aldus de rechtbank. Ook heeft de minister terecht geen aanleiding gezien om op grond van bijzondere omstandigheden de aanvraag voor te leggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers (hierna: de commissie).

Het hoger beroep van [appellant]

5.    [appellant] betoogt dat Arabisch zijn moedertaal is en dat hij met de in beroep overgelegde stukken voldoende heeft aangetoond dat het taalniveau C1 voor hem geen probleem is. Voorts heeft hij bij de rechtbank nadere stukken ingediend waaruit blijkt dat onder meer geheugentraining, tekstanalyse en parafraseren deel uitmaakten van zijn scholing in de Franse taal. Daarnaast voert [appellant] aan dat het gehele besluit van 21 april 2016 zag op inschrijving in het Rbtv en dat geen onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende besluitonderdelen ten aanzien van de inschrijving, hernieuwde inschrijving en plaatsing op de uitwijklijst. Bovendien zagen zijn bezwaren onder meer op het taalniveau van het Arabisch in het algemeen, dat voor alle delen van het besluit relevant was. Verder hadden de omstandigheden dat Arabisch zijn moedertaal is, hij al lang als vertaler actief is en diverse academische opleidingen heeft gevolgd, als bijzondere omstandigheden moeten worden aangemerkt, aldus [appellant].

Het standpunt van de minister

6.    In zijn schriftelijke uiteenzetting neemt de minister het standpunt in dat [appellant] voor geen van de talencombinaties voldoet aan de eis van vijf jaar werkervaring als tolk of vertaler en dat zijn verzoek reeds hierom op alle punten mocht worden afgewezen. Verder heeft de Wbtv tot doel om opdrachtgevers toegang te geven tot gegevens van en gebruik te laten maken van de diensten van aantoonbaar gekwalificeerde tolken en vertalers. Daarom moeten tolken en vertalers voor inschrijving in het Rbtv aantonen dat zij beschikken over de vereiste competenties. Als inschrijving in het Rbtv niet mogelijk is, kunnen zij wel gewoon functioneren als tolk of vertaler. De omstandigheden dat een tolk of vertaler veel ervaring heeft, goede referenties heeft ontvangen en dat er nooit klachten zijn ingediend, kunnen er echter niet toe leiden dat iemand toch in het Rbtv wordt ingeschreven terwijl hij niet aan de eisen voldoet, aldus de minister.

Taalniveau Arabisch en tolk- en vertaalvaardigheden

7.    [appellant] heeft geen vertaal- of tolkopleiding gedaan met betrekking tot één van de gewenste talencombinaties. Daarom moet hij met andere documenten aantonen dat hij aan de eisen voor inschrijving in het Rbtv voldoet. Hij heeft daarvoor geen getuigschriften van erkende vertaal- of tolktoetsen overgelegd. Ten aanzien van het taalniveau Arabisch heeft [appellant] ook geen andere documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij Arabisch op het vereiste C1-niveau beheerst. Het feit dat Arabisch zijn moedertaal is, betekent niet automatisch dat hij die taal op het vereiste niveau beheerst. Hij moet dat op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit btv aantonen. Over de eis van 420 uur scholing in tolk- of vertaalvaardigheden met betrekking tot de Franse taal wordt overwogen dat [appellant] ook op dit punt niet met documenten heeft aangetoond dat zijn opleiding aan de vereisten voldoet. Daarbij komt nog dat [appellant] ook niet voldoet aan de eis van ten minste vijf jaar werkervaring per talencombinatie. De minister heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voldoet aan de wettelijke eisen voor inschrijving in het Rbtv.

Bijzondere omstandigheden

8.    Het betoog van [appellant] dat zijn verzoek aan de commissie had moeten worden voorgelegd, slaagt niet. De minister heeft toegelicht dat het niet de bedoeling is om mogelijk te maken dat via de commissie tolken en vertalers alsnog in het Rbtv worden ingeschreven die op diverse punten niet aan de eisen voldoen. Een dergelijke handelwijze zou ingaan tegen de bedoeling van de wetgever. Verder heeft de minister de door [appellant] naar voren gebrachte omstandigheden, dat Arabisch zijn moedertaal is, hij al lang als vertaler actief is en diverse academische opleidingen heeft gevolgd, niet zo bijzonder hoeven achten dat daarin alsnog aanleiding zou bestaan om het verzoek aan de commissie voor te leggen.

Uitwijklijst

9.    Uit het besluit van 21 april 2016 blijkt dat een tolk op de uitwijklijst kan worden geplaatst als de beheersing van een buitenlandse taal niet kan worden getoetst. Dat was ten tijde van dat besluit het geval met betrekking tot de beheersing van het Arabisch als tolk. In die situatie moet nog wel aan de andere voorwaarden, van 420 uur scholing en 5 jaar ervaring als beroepstolk, worden voldaan. [appellant] heeft in bezwaar weliswaar de waardering van zijn beheersing van het Arabisch betwist, maar dat zag op het taalniveau en niet op de tolkvaardigheden en werkervaring in de talencombinatie Nederlands <-> Arabisch (standaard). De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat [appellant] zich in bezwaar niet heeft gericht tegen het deel van het besluit dat zag op de plaatsing op de uitwijklijst. Het betoog faalt.

Conclusie en proceskosten

10.    Het hoger beroep van [appellant] is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

11.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Kuggeleijn-Jansen

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2018 BIJLAGE

Wet beëdigde tolken en vertalers

Artikel 3

Om voor inschrijving in het register in aanmerking te komen dient de tolk dan wel de vertaler te voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen ten aanzien van de volgende competenties:

-    attitude van een tolk voor de tolk;

-    attitude van een vertaler voor de vertaler;

-    integriteit;

-    taalvaardigheid in de brontaal;

-    taalvaardigheid in de doeltaal;

-    kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal;

-    kennis van de cultuur van het land of gebied van de doeltaal;

-    tolkvaardigheid voor de tolk;

-    vertaalvaardigheid voor de vertaler.

Artikel 5

De aanvraag tot inschrijving wordt afgewezen indien:

a.    de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 3 bedoelde eisen;

[…].

Artikel 8

1.    De inschrijving geschiedt voor een periode van vijf jaar. De inschrijving kan op aanvraag van de beëdigde tolk of vertaler telkens met vijf jaar worden verlengd.

2.    Op de aanvraag tot verlenging van de inschrijving is artikel 4, eerste tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in die artikelleden bedoelde verklaringen niet ouder zijn dan drie maanden, te rekenen vanaf de dag waarop de aanvraag tot verlenging wordt ingediend.

3.    Op de aanvraag tot verlenging van de inschrijving is artikel 5, onderdelen b tot en met d, van overeenkomstige toepassing.

4.    De aanvraag tot verlenging van de inschrijving wordt afgewezen indien de aanvrager, naar regelen te stellen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, niet kan aantonen dat hij de noodzakelijke kennis heeft bijgehouden en in de afgelopen periode voldoende werkervaring als beëdigde tolk of vertaler heeft opgedaan.

[…]

Besluit beëdigde tolken en vertalers

Artikel 8

1.    Een tolk of vertaler wordt in het register ingeschreven, indien hij voldoet aan een of meer van de volgende eisen:

a.    hij beschikt over een of meer van de volgende getuigschriften waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter afsluiting van een opleiding tot tolk of vertaler als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: […]

b.    hij kan anderszins aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties.

2.    Onze Minister kan onafhankelijke deskundigen aanwijzen die taal- en cultuurtoetsen kunnen afnemen waarmee tolken en vertalers kunnen aantonen dat ze beschikken over de desbetreffende wettelijke competenties.

[…]

Artikel 11

De inschrijving van een beëdigde tolk of vertaler wordt verlengd, indien schriftelijk is aangetoond:

a.    dat hij ten minste tien professionele werkopdrachten als beëdigde tolk of vertaler heeft verricht; en

b.    dat hij door middel van een door Onze Minister aangewezen opleiding zijn vakbekwaamheid heeft onderhouden.

Besluit inschrijving Rbtv

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

[…]

f.    beroepstolk: een tolk die per jaar ten minste 200 uur tolkt, waarbij geen rekening wordt gehouden met scholing, reistijd, wachttijd en overige omstandigheden;

g.    beroepsvertaler: een vertaler die per jaar ten minste 100.000 woorden vertaalt.

Artikel 3

Indien een tolk niet beschikt over een diploma van een tolkopleiding op minimaal bachelorniveau, kan hij worden ingeschreven in het Rbtv:

1.    na overlegging van een getuigschrift waaruit blijkt dat de tolk in de betreffende talencombinatie een tolktoets heeft afgelegd die voldoet aan het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde kader voor tolk- en vertaaltoetsen; of

2.    aantoont te beschikken over:

a.    integriteit;

b.    taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op ten minste C1-niveau;

c.    ten minste 420 uur scholing om tolkvaardigheid en -attitude op ten minste de onderdelen geheugen, tekstanalyse, parafraseren, notatietechnieken en tolkhouding te ontwikkelen;

d.    tenminste vijf jaar werkervaring als beroepstolk in de betreffende talencombinaties direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing als bedoeld in artikel 3, aanhef, tweede lid, onder c.

Artikel 4

Indien een vertaler niet beschikt over een diploma van een vertaleropleiding op minimaal bachelorniveau, kan hij worden ingeschreven in het Rbtv:

1.    na overlegging van een getuigschrift waaruit blijkt dat de vertaler in de betreffende vertaalrichting een vertalertoets heeft afgelegd die voldoet aan het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde kader voor tolk- en vertaaltoetsen; of

2.    aantoont te beschikken over:

a.    integriteit;

b.    taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op ten minste C1-niveau;

c.    ten minste 420 uur scholing om vertaalvaardigheid en -attitude op ten minste de onderdelen tekst en tekstbegrip, tekst en cultuur, technische aspecten van het vertalen en vertaalhouding te ontwikkelen;

d.    tenminste vijf jaar werkervaring als beroepsvertaler in de betreffende vertaalrichting direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing als bedoeld in artikel 4, aanhef, tweede lid, onder c.

Artikel 5

De Raad voor Rechtsbijstand kan, in de door haar nader te bepalen gevallen, een verzoek tot inschrijving in het Rbtv ter advisering voorleggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers.

Besluit verlenging inschrijving Rbtv

Artikel 4

1.    Van een verzoek tot hernieuwde inschrijving is sprake indien een tolk of vertaler het verzoek tot verlenging van de inschrijving indient binnen vijf jaren na het verlopen van de termijn van die inschrijving in het Rbtv, na uitschrijving op verzoek uit het Rbtv of na doorhaling op grond van artikel 9 van de Wbtv.

2.    Een verzoek tot hernieuwde inschrijving wordt gehonoreerd indien aangetoond wordt dat:

a.    Voldaan is aan de voorwaarden op basis van artikel 3 van de Wbtv;

b.    Alsnog voldaan is aan de bijscholingsverplichting zoals genoemd in het Besluit permanente educatie Wbtv die gold tijdens de periode van inschrijving waarop het verzoek tot hernieuwde inschrijving betrekking heeft;

c.    Een tolk of vertaler voldoet aan de eis van de professionele werkopdrachten zoals geformuleerd in artikel 11, onder a, van het Besluit btv.