Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:3170

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-10-2018
Datum publicatie
10-10-2018
Zaaknummer
201708230/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 8 september 2017 hebben AGRAforce en [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege, naar aanleiding van een brief van 29 januari 2016 met betrekking tot het verzoek in te stemmen met een andere vorm van verevening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201708230/1/A1.

Datum uitspraak: 10 oktober 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

AGRAForce Take 2 C.V. en [appellant] (hierna: AGRAforce en [appellant]),

en

het college van burgemeester en wethouders van Veere,

verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 8 september 2017 hebben AGRAforce en [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege, naar aanleiding van een brief van 29 januari 2016 met betrekking tot het verzoek in te stemmen met een andere vorm van verevening.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak tezamen met zaak nr. 201705083/1/A1 ter zitting behandeld op 24 juli 2018, waar AGRAforce en [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. J.H.P. Hofs, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Bij brief van 29 januari 2016 hebben AGRAforce en [appellant] aan het college verzocht om akkoord te gaan met een alternatieve vorm van verevening, te weten het investeren in zonnepanelen, het wijzigen van de tenaamstelling van de kampeervergunning en -ontheffing en het omzetten van deze kampeervergunning en -ontheffing naar een kampeervergunning voor onbepaalde tijd.

2.    Bij brief van 16 augustus 2016 hebben AGRAforce en [appellant] beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit door het college op de verzoeken in de brief van 29 januari 2016.

    Bij uitspraak van 24 april 2017 in zaak nr. 16/5923 heeft de rechtbank onder meer het beroep wegens het niet tijdig beslissen voor zover dat ziet op het verzoek om in te stemmen met een alternatieve vorm van verevening, niet-ontvankelijk verklaard en voor zover dit ziet op het wijzigen van de tenaamstelling van de kampeervergunning en -ontheffing gegrond verklaard. Door AGRAforce en [appellant] en het college is hoger beroep ingesteld tegen deze hiervoor genoemde uitspraak. Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2018:3169, is door de Afdeling op dit hoger beroep beslist.

Bevoegdheid

3.    De rechtbank heeft het beroep wegens het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege doorgezonden naar de Afdeling, omdat bij de Afdeling het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 24 april 2017 aan de orde is en die zaak samenhangt met de nu voorliggende zaak. De Afdeling acht zich bevoegd uitspraak te doen op het beroep van AGRAforce en [appellant] wegens het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege.

Het beroep wegens het niet tijdig bekendmaken

4.    AGRAforce en [appellant] betogen dat het college heeft nagelaten een van rechtswege ontstane beschikking bekend te maken. Volgens hen is de brief van 29 januari 2016 een aanvraag om in te stemmen met een alternatieve vorm van verevening in de vorm van het plaatsen van zonnepanelen. Omdat het college niet tijdig op die aanvraag een besluit heeft genomen, is op 9 augustus 2016 een beschikking van rechtswege ontstaan. Het college had deze beschikking van rechtswege daarna bekend moeten maken.

4.1.    Het college stelt zich op het standpunt dat de brief van 29 januari 2016 geen aanvraag is, als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, waarop het college gehouden was een besluit te nemen. Daartoe stelt het college onder meer dat het verzoek niet is gericht op het verkrijgen van een besluit.

4.2.    Het college stelt zich terecht op het standpunt dat het verzoek van AGRAforce en [appellant] in de brief van 29 januari 2016, wat betreft de verevening, geen aanvraag is als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De tekst van het verzoek van AGRAforce en [appellant] bevat immers niet het verzoek om de kampeervergunning en -ontheffing ten aanzien van de vereveningsverplichting te wijzigen. Slechts wordt het college verzocht om in te stemmen met een andere vorm van verevening, namelijk in de vorm van het plaatsen van zonnepanelen. Hierbij acht de Afdeling van belang dat de andere twee verzoeken in dezelfde brief van 29 januari 2016, over het wijzigen van de tenaamstelling van de kampeervergunning en -ontheffing en het omzetten van deze kampeervergunning en -ontheffing naar een kampeervergunning voor onbepaalde tijd, gelet op de gebezigde bewoordingen van die verzoeken, wel aanvragen zijn als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Daaruit volgt naar het oordeel van de Afdeling dat AGRAforce en [appellant] dat ten aanzien van de vereveningsverplichting, naar het college heeft kunnen begrijpen: weloverwogen, niet hebben verzocht.

    Gelet op het voorgaande is geen beschikking van rechtswege ontstaan en is het college evenmin in gebreke gebleven een dergelijke beschikking bekend te maken.

Conclusie

5.    Het beroep wegens het niet tijdig bekendmaken is ongegrond.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.D. Kamphorst-Timmer, griffier.

w.g. Van Altena    w.g. Kamphorst-Timmer

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2018

776.