Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:3146

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-09-2018
Datum publicatie
03-10-2018
Zaaknummer
201806559/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juni 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Casino, Winthontlaan 8-10, Merwedekanaalzone" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201806559/2/R2.

Datum uitspraak: 27 september 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], gevestigd te [plaats],

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Utrecht,

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Casino, Winthontlaan 8-10, Merwedekanaalzone" vastgesteld.

Bij besluit van 14 juni 2018 heeft het college aan Rinkelstore C.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een casino met parkeergarage op het adres Winthontlaan 8-10 te Utrecht.

Tegen het besluit tot vaststelling van het plan en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 september 2018, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad en het college, vertegenwoordigd door mr. T. Brouwer, mr. A.C. van Vliet en drs. J.J.A. Zuidgeest, zijn verschenen. Verder zijn Rinkelstore C.V. en Investore Casinos B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. M. Klijnstra, advocaat te Amsterdam, en Holland Casino N.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. A.A. Kleinhout, advocaat te Hoofddorp, op basis van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) als partij ter zitting gehoord.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Bij besluit van 12 oktober 2017 heeft de raad de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing verklaard op het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Het plan en de omgevingsvergunning zijn vastgesteld onderscheidenlijk verleend om een vestiging van een casino mogelijk te maken op gronden aan de Winthontlaan 8-10 in Utrecht. Investore Casinos B.V. is eigenaar van de gronden waarop de ontwikkeling zal plaatsvinden, Rinkelstore C.V. is de aanvrager en houder van de omgevingsvergunning en Holland Casino zal het te ontwikkelen casino gaan gebruiken.

3.    Met het plan krijgt Holland Casino een nieuwe locatie voor haar vestiging in de stad Utrecht. Het casino is nu gevestigd op een locatie aan de Overste den Oudenlaan in Utrecht. Deze vestiging van Holland Casino is niet meer als zodanig bestemd. In het bestemmingsplan "Hoek Overste den Oudenlaan" is bepaald dat de voor "Cultuur en Ontspanning - Casino" aangewezen gronden tot uiterlijk vijf jaar na vaststelling van dit bestemmingsplan zijn bestemd voor een casino. Dit plan is vastgesteld op 29 november 2012. Het gebruik van de gronden op de hoek van de Overste den Oudenlaan als casino is dus sinds 29 november 2017 niet meer toegestaan. Momenteel gedoogt het college het gebruik van het gebouw aan de Overste den Oudenlaan 2 als casino, maar deze situatie dient in ieder geval te worden beëindigd zodra Holland Casino het voorgenomen gebouw op de locatie Winthontlaan 8-10 in gebruik heeft genomen.

4.    [verzoeker] exploiteert op de Amsterdamsestraatweg in Utrecht twee speelautomatenhallen. De bezwaren van [verzoeker] zijn gericht tegen het plan, omdat Holland Casino haar vestiging op basis daarvan naar een andere locatie in Utrecht kan verplaatsen. [verzoeker] heeft in het verleden meerdere malen getracht om één van haar vestigingen te verplaatsen naar een andere locatie in Utrecht, maar dit voornemen wordt telkens afgewezen onder verwijzing naar de gemeentelijke Verordening op de speelautomatenhallen van 1989, laatstelijk gewijzigd in 1991 (hierna: speelautomatenverordening).

5.    De raad en het college betwisten dat het belang van [verzoeker] rechtstreeks bij de bestreden besluit is betrokken. Volgens hen is [verzoeker] niet werkzaam in hetzelfde marktsegment, omdat op basis van de Wet op de kansspelen onderscheid wordt gemaakt tussen speelautomaten binnen een casino en speelautomaten binnen een speelautomatenhal zoals [verzoeker] die exploiteert.

5.1.    Volgens vaste jurisprudentie (onder meer de uitspraak van de Afdeling van 7 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA0085) is degene wiens concurrentiebelang rechtstreeks is betrokken bij een besluit, belanghebbende. Dit is het geval indien de onderneming in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied werkzaam is als de in het plan voorziene bedrijvigheid.

    [verzoeker] biedt net als Holland Casino het gebruik van speelautomaten aan. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is [verzoeker] actief in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied als de in het plan voorziene bedrijvigheid en richt zij zich tot dezelfde klantenkring. Daardoor kan niet worden uitgesloten dat de vaststelling van het plan en het verlenen van de omgevingsvergunning de exploitatie van de speelautomatenhallen van [verzoeker] negatief beïnvloedt.

    Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan het belang van [verzoeker] als feitelijk gevolg van de bestreden besluiten worden getroffen, waardoor haar belang rechtstreeks bij de bestreden besluiten is betrokken.

6.    [verzoeker] richt zich tegen het plan waarin de gronden ter plaatse van het perceel Winthontlaan 8-10 de bestemming "Cultuur en ontspanning" hebben en waar aan een gedeelte van die gronden de aanduiding "parkeergarage" dan wel "horeca" is toegekend. Op basis van de planregeling is op deze gronden, voor zover relevant, een casino toegestaan. Met het verzoek om voorlopige voorziening beoogt [verzoeker] onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding van het plan en de omgevingsvergunning te voorkomen.

7.    Het plan maakt het mogelijk dat Holland Casino haar vestiging kan verplaatsen van de locatie aan de Overste den Oudenlaan in Utrecht naar de locatie aan de Winthontlaan 8-10 in Utrecht. [verzoeker] betoogt dat de raad het plan niet had mogen vaststellen. Zij voert aan dat het beleid van de gemeente Utrecht erop is gericht het aanbieden van kansspelen op speelautomaten te verminderen. Volgens [verzoeker] is de speelautomatenverordening daarom tevens van toepassing op Holland Casino binnen de gemeente Utrecht. Daarnaast is de speelautomatenverordening volgens [verzoeker] van toepassing omdat een casino eveneens een speelautomatenhal is. Aangezien de speelautomatenverordening in de weg staat aan het verplaatsen van een speelautomatenhal naar een andere locatie binnen de gemeente, staat deze regeling volgens [verzoeker] dus in de weg aan de vaststelling van het plan. Daarnaast voert zij aan dat de raad met de vaststelling van het plan Holland Casino nadrukkelijk faciliteert haar vestiging naar een andere locatie te verplaatsen. Omdat [verzoeker] deze mogelijkheid vooralsnog niet wordt geboden, behandelt de raad haar anders dan Holland Casino met als gevolg dat het plan volgens [verzoeker] leidt tot concurrentievervalsing, hetgeen in strijd is met de Wet Markt en Overheid.

    Tot slot voert [verzoeker] aan dat het plan is vastgesteld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motiveringsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel omdat de rechtszekerheden van [verzoeker] onvoldoende in de besluitvorming zijn afgewogen, het vertrouwensbeginsel omdat het vertrouwen van [verzoeker] door de handelwijze van de raad is geschaad en het specialiteits- en evenredigheidsbeginsel omdat de raad de belangen van [verzoeker] niet bij zijn besluitvorming heeft betrokken.

7.1.    De speelautomatenverordening regelt dat een speelautomatenhal niet wordt gevestigd of geëxploiteerd zonder vergunning van de burgemeester. Namens verweerders is toegelicht dat sinds 1991 een aangescherpt zogeheten uitsterfbeleid wordt toegepast, waarbij wordt uitgegaan van maximaal vijf speelautomatenhallen. Niet in geschil is dat [verzoeker] over een vergunning beschikt voor twee speelautomatenhallen. De voorzieningenrechter begrijpt het betoog van [verzoeker] aldus dat het plan niet uitvoerbaar is omdat voor de vestiging en exploitatie van Holland Casino op de locatie Winthontlaan 8-10 een exploitatievergunning op grond van de speelautomatenverordening nodig is, maar dat die vergunning niet kan worden verleend omdat het maximaal aantal exploitatievergunningen dat kan worden verleend al is bereikt. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter staat de speelautomatenverordening naar strekking en doel van de regeling niet in de weg aan de vaststelling van het plan. De vergunningplicht in de speelautomatenverordening is van toepassing op een speelautomatenhal zoals omschreven in deze verordening, te weten een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de kansspelen (thans artikel 30c, eerste lid, onder b, van deze wet). De vergunningplicht die in deze bepaling aan de orde is ziet weliswaar op een door de burgemeester op grond van een gemeentelijke verordening te verlenen vergunning voor de aanwezigheid van kansspelautomaten, maar deze vergunningplicht ziet uitsluitend op kansspelautomaten in de inrichtingen waarop deze bepaling van toepassing is. Niet is gebleken dat de speelautomatenverordening van toepassing is op een speelcasino als bedoeld in artikel 27g van de Wet op de kansspelen. Daarbij komt dat uit artikel 30z van de Wet op de kansspelen volgt dat voor het aanwezig hebben en het exploiteren van een of meer speelautomaten in een speelcasino uitsluitend door de raad van bestuur van de kansspelautoriteit vergunning kan worden verleend. Anders dan bij een speelautomatenhal als bedoeld in de speelautomatenverordening verleent de burgemeester dus geen vergunning voor speelautomaten in een speelcasino.

    Over de door [verzoeker] gemaakte vergelijking met de positie van Holland Casino en het betoog dat zij gelijk behandeld zou moeten worden, overweegt de voorzieningenrechter dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat de positie van [verzoeker] verschilt van de positie van Holland Casino mede gezien de regelgeving die van toepassing is. In hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter voorlopig geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op dit standpunt heeft gesteld. Verder geeft hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd tegen het plan de voorzieningenrechter voorshands evenmin aanknopingspunten om aan te nemen dat het plan niet had kunnen worden vastgesteld.

7.2.    Voor zover [verzoeker] expliciet ter zitting naar voren heeft gebracht dat de gevolgde procedure onzorgvuldig is geweest, omdat de raad geen raadsinformatiebijeenkomst heeft gehouden waar [verzoeker] heeft kunnen inspreken en de raad ook anderszins niet met haar in gesprek wil treden over haar plannen om naar een andere locatie te verplaatsen, overweegt de voorzieningenrechter dat op grond van artikel 3.8 van de Wro op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is. [verzoeker] heeft niet gesteld noch is gebleken dat niet aan de wettelijke vereisten van deze procedure is voldaan. Het houden van een raadsinformatiebijeenkomst dan wel het horen van [verzoeker] maken geen onderdeel uit van de in de Wro geregelde bestemmingsplanprocedure. Dit betekent dat het niet houden van een raadsinformatiebijeenkomst of een hoorzitting geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan.

8.    Met hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd, verwacht de voorzieningenrechter niet op voorhand dat het plan in de bodemprocedure geen stand zal houden. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen. Dit betekent dat het plan en de omgevingsvergunning in werking treden.

9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Reichardt, griffier.

w.g. Helder    w.g. Reichardt

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2018

772.