Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2938

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-09-2018
Datum publicatie
12-09-2018
Zaaknummer
201805869/2/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 april 2018 heeft de minister geweigerd aan Payned dispensatie te verlenen van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten (hierna: de ABU-cao).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201805869/2/A3.

Datum uitspraak: 7 september 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

Payned Payrolling B.V. (hierna: Payned), gevestigd te Staphorst,

verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel (hierna: de rechtbank) van 4 juli 2018 in zaak nrs. 18/959 en 18/1076 in het geding tussen:

Payned

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Bij besluit van 13 april 2018 heeft de minister geweigerd aan Payned dispensatie te verlenen van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten (hierna: de ABU-cao).

Bij uitspraak van 4 juli 2018 heeft de rechtbank het door Payned daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft Payned hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft Payned de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 augustus 2018, waar Payned, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. R. Olde, advocaat te Nijmegen, en de minister, vertegenwoordigd door mr. G.E. Sneller-Jonkers, mr. L.L.E. Verplak en mr. B. Tukas-Kara, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de Algemene Bond van Uitzendondernemingen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Het verzoek van Payned om het treffen van een voorlopige voorziening strekt ertoe dat zij haar bedrijf kan exploiteren als ware zij in het bezit van dispensatie van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de ABU-cao. Op die wijze voorkomt zij dat zij onder de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de ABU-cao valt en worden onomkeerbare gevolgen, in verband met de alsdan binnen het bedrijf door te voeren organisatorische en juridische wijzigingen, voorkomen. In de bodemprocedure zijn rechtsvragen aan de orde die ook spelen in het hoger beroep van Tentoo Collective Freelance & Flex B.V. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 6 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2262, voor Tentoo een voorlopige voorziening getroffen. Bij die uitspraak heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat Tentoo hangende hoger beroep moet worden behandeld als ware aan haar dispensatie verleend van - onder meer - de ABU-cao. Er bestaat geen aanleiding ten aanzien van Payned anders te oordelen. Derhalve zal de voorzieningenrechter de hierna te melden voorlopige voorziening treffen.

3.    De minister dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat Payned Payrolling B.V. moet worden behandeld als ware zij in het bezit van dispensatie van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten totdat op het hoger beroep is beslist;

II.    veroordeelt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot vergoeding van bij Payned Payrolling B.V. in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.050,77 (zegge: duizendvijftig euro en zevenenzeventig cent), waarvan € 1.002,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    gelast dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan Payned Payrolling B.V. het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 508,00 (zegge: vijfhonderdacht euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, griffier.

w.g. Troostwijk    w.g. Van Deventer-Lustberg

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2018

587.