Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2854

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
29-08-2018
Zaaknummer
201709746/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "De Michaëls-terp Oosterland" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201709746/1/R1.

Datum uitspraak: 29 augustus 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Oosterland, gemeente Hollands Kroon,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Hollands Kroon,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "De Michaëls-terp Oosterland" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[belanghebbende] heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 augustus 2018, waar [appellanten], bijgestaan door mr. J.J. de Boer, advocaat te Hoorn en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. Bergman en mr. M.P.T. Veeken, zijn verschenen. Voorts is [belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigde], ter zitting gehoord.

Overwegingen

Omschrijving plan

1.    Het plangebied bestrijkt een perceel van ongeveer 4.500 m2 dat tussen de Gemeenelandsweg en de Kerkweg in Oosterland ligt. Voor zover hier van belang, is aan het westelijke deel van het plangebied een woonbestemming en - daaromheen - een tuinbestemming toegekend. Binnen de woonbestemming is voorzien in vier vrijstaande woningen met een maximale bouwhoogte van 10 meter. Aan de oostelijke helft is een groenbestemming toegekend. Beide delen worden gescheiden door een strook grond met een breedte van ongeveer 2,5 m, waaraan een verkeersbestemming is toegekend.

    Op het deel van het plangebied met de woon- en tuinbestemming stond een school met bijbehorende bebouwing. Verder lag daar een schoolplein. De schoolgebouwen zijn inmiddels gesloopt. Dit deel van het plangebied had een maatschappelijke bestemming. [appellanten] wonen op het perceel [locatie]. Dit perceel grenst aan de westkant van het plangebied, ter hoogte van het voormalige schoolplein. Vanaf de Kerkweg loopt, in noordelijke richting, een betegeld pad tussen de woning van [appellanten]. Dit pad biedt toegang vanaf de Kerkweg naar de voordeur van de woning. Verder bood het pad toegang tot het voormalige schoolplein. Dit pad ligt op het perceel in eigendom van [belanghebbende] Aan de zuidzijde van de Kerkweg ligt een smal paadje, dat Schoolpad heet.

Wettelijk kader

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het pad

3.    [appellanten] kunnen zich niet verenigen met het plan, voor zover het de bestemmingen "Wonen" en "Tuin" ter plaatse van het betegelde pad naast hun perceel betreft. Volgens hen had het plan moeten voorzien in het behouden van dat pad en in het doortrekken van het Schoolpad naar de Gemeenelandsweg. Zij stellen dat als het pad niet behouden blijft, de toegang naar de voordeur verdwijnt en ook het doorzicht vanaf de Gemeenelandsweg naar de Kerkweg. Het behouden van dat doorzicht en het continueren van het Schoolpad is volgens hen noodzakelijk gezien het provinciale beleid in de nota Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie uit 2006 en de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, het gemeentelijke beleid dat is neergelegd in het beeldkwaliteitsplan Wieringen 2011, en een stedenbouwkundige verkenning uit 2011. Verder stellen zij dat volgens het beleid het voormalige schoolplein open gebied had moeten blijven.

3.1.    In de twee genoemde beleidsdocumenten van de provincie is, samengevat weergegeven en voor zover hier van belang, vermeld dat zorgvuldig moet worden omgegaan met de rijke cultuurhistorie en de landschappelijk kwaliteiten van Noord-Holland. Voor Oosterland is daarbij aangegeven dat onderhoud en herstel van de historische nederzettingsstructuur en versterking van cultuurhistorische structuren van kleine kernen belangrijke doelen zijn.

    In het beeldkwaliteitsplan Wieringen 2011 is vermeld dat de Gemeenelandsweg en de Kerkweg de twee belangrijkste oost-west linten van Oosterland vormen. In het gebied is herstructurering wenselijk vanwege de verplaatsing van de school en herstructurering van bedrijfslocaties. Tussen deze wegen kan versterking van de kern van het dorp plaatsvinden door verdichting van de bestaande lintbebouwing langs beide wegen. Het open houden van de zichtlijn op de kerkterp is een belangrijk uitgangspunt. Verder is vermeld dat op historische kaarten langs de school een route te zien is, in het verlengde van het huidige Schoolpad. Deze route kan volgens het beeldkwaliteitsplan terugkeren in de nieuwe structuur. Op pagina 122 van het beeldkwaliteitsplan is een topografische kaart van omstreeks 1900 weergegeven waarop aan de westkant van het plangebied een weggetje te zien is.

    In de stedenbouwkundige verkenning is, kort weergegeven, vermeld dat de continuïteit van het Schoolpad niet herkenbaar is en dat de kansen van dit gebied liggen in het gebruiken van cultuurhistorisch waardevolle structuren.

    Ten behoeve van het plan is het beeldkwaliteitsplan "Michaëls-terp 2017" opgesteld. Daarin is aangegeven wat de kernkwaliteiten van het gebied zijn. Daarbij zijn de openheid van het voormalige schoolplein en het zicht op de kerk die iets ten zuidoosten van het plangebied staat als karakteristieke kernkwaliteit vermeld.

3.2.    Aan de gronden waar nu het betegelde pad loopt, is de bestemming "Wonen" en "Tuin" toegekend.

    Artikel 4, lid 4.1, van de planregels luidt: "De voor "Tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;

b. voet- en fietspaden."

    Artikel 6, lid 6.1, luidt: "De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. wonen (...);

b. groenvoorzieningen;

c. openbare nutsvoorzieningen;

d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen;

f. voet- en fietspaden;

g. waterlopen en -partijen".

3.3.    De Afdeling overweegt dat de bestemmingen "Wonen" en "Tuin" in voet- en fietspaden voorzien. Het plan maakt dus het behoud van het nu aanwezige pad aan de westkant van het plangebied en ook het eventueel doortrekken van het pad van de Kerkweg naar de Gemeenelandsweg mogelijk. Zoals uit de planregels blijkt, voorziet het plan evenwel niet exclusief in een (doorgetrokken) pad of in een voorwaardelijke verplichting die hetzij tot behoud hetzij tot het doortrekken van het pad dwingt. Anders dan [appellanten] betogen, is echter in geen van de genoemde beleidsdocumenten vermeld dat het pad aan de westkant van het plangebied moet worden behouden of moet worden doorgetrokken vanaf de Kerkweg naar de Gemeenelandsweg. In het aangevoerde ziet de Afdeling daarom geen grond voor het oordeel dat het plan in strijd is met het door [appellanten] aangehaalde beleid. Evenmin ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad anderszins uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening een pad aan de westzijde van het plangebied verplicht had moeten stellen. Daarbij betrekt de Afdeling dat ook vanaf de andere zijde een toegang tot de woning aanwezig is.

    Over het open houden van de zichtlijnen en de openheid van het voormalige schoolplein overweegt de Afdeling dat het beeldkwaliteitsplan "Michaëls-terp 2017" niet dwingt tot het volledig onbebouwd laten van het voormalige schoolterrein. Hoewel ter plaatse van het voormalige schoolplein is voorzien in een bouwvlak, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat met de verdeling van de bouwvlakken over de woonbestemming en de daardoor ontstane openheid tussen de woningen, de openheid van de omgeving en de zichtlijnen niet onaanvaardbaar worden aangetast. Verder heeft de raad aan het behouden van de openheid in de omgeving invulling gegeven door aan de oostkant van het plandeel met de woon- en tuinbestemming in een weg te voorzien. Hierdoor is eveneens een doorzicht op de kerk gecreëerd. Verder is aan de gehele oostelijke helft van het plangebied een groenbestemming toegekend, waarbinnen geen gebouwen mogen worden opgericht.

    Het voorgaande leidt de Afdeling tot de slotsom dat het plan ook in zoverre niet in strijd met het genoemde beleid is vastgesteld. Het betoog faalt.

Uitstraling woningen

4.    [appellanten] betogen dat de bebouwing te groot, grof en eenduidig zal zijn in vergelijking met de schaal van het dorp. De te bouwen villa’s zullen ook te dicht op de kerk staan.

5.    In artikel 6, lid 6.2, van de planregels staat:

"a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen van woningen gelden de volgende regels:

(...)

    4. de goothoogte mag niet meer dan 3,8 m bedragen;

    5. de nokhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; (...)"

6.    De Afdeling stelt vast dat de maximale bouwhoogtes voor omliggende woningen zijn vastgesteld op 8 m en de maximale goothoogtes op 3,5 m. Verder is de omvang van de bouwvlakken die in het plan zijn opgenomen, van vergelijkbare grootte als de gebouwen in de omgeving. Ook de onderlinge afstanden tussen de bouwvlakken zijn vergelijkbaar of zelfs groter dan de onderlinge afstanden tussen bestaande bebouwing in de omgeving. Verder ligt het dichtst bij de kerk gelegen bouwvlak op een afstand van 22 m van de kerk. [appellanten] hebben niet inzichtelijk gemaakt waarom dit te dicht op de kerk is. In hetgeen is aangevoerd ziet de Afdeling daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen zoals hij heeft gedaan. Het betoog faalt.

Conclusie

7.    Het beroep is ongegrond.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier.

w.g. Van der Wiel    w.g. Van Helvoort

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2018

361.