Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2803

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-08-2018
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
201709113/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 september 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Lexmond, Kortenhoevenseweg 6-8" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201709113/1/R3.

Datum uitspraak: 22 augustus 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

V.O.F. De Gouden Leeuw, gevestigd te Lexmond, gemeente Zederik,

appellante,

en

de raad van de gemeente Zederik,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Lexmond, Kortenhoevenseweg 6-8" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft De Gouden Leeuw beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Hervormde gemeente Lexmond (PKN) heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Gouden Leeuw heeft een nader stuk ingezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juni 2018, waar De Gouden Leeuw, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door J.J.L. Leemans en mr. F.H.M. Fassotte, rechtsbijstandverlener te Linschoten, en de raad, vertegenwoordigd door drs. E.J.A. Groen in ’t Wout, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de Hervormde gemeente Lexmond (PKN), vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plan kent aan het perceel op de Kortenhoevenseweg 6-8 te Lexmond (hierna: het perceel) de bestemmingen "Maatschappelijk" en "Horeca" en de functieaanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen" toe. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Kernen" was het perceel bestemd voor "Wonen". Het college van ouderlingen-kerkrentmeesters van de Hervormde gemeente Lexmond, de eigenaar van het perceel, heeft het gemeentebestuur verzocht de bestemming te wijzigen, omdat hij het kerkelijk centrum wil uitbreiden en daarnaast de woningen die momenteel op het perceel staan en in slechte staat verkeren wil vervangen voor nieuwbouw.

2.    De Gouden Leeuw exploiteert een horecabedrijf in een pand gelegen aan de Kortenhoevenseweg 12 te Lexmond, gevestigd direct ten oosten van het plangebied.

Ingetrokken beroepsgronden

3.    Ter zitting heeft De Gouden Leeuw erkend dat zij geen vrees meer heeft voor de niet-uitvoerbaarheid van het bestreden plan, voor zover dat betoog erop ziet dat alle artikelen uit het Burgerlijk Wetboek bij de vaststelling van het plan hadden moeten worden betrokken en dat het voorgestelde bouwplan op grond van het Bouwbesluit niet kan worden gerealiseerd.

Toetsingskader

4.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Bedrijfsbelemmeringen

5.    De Gouden Leeuw betoogt dat woningbouw op een te korte afstand van haar horecabedrijf mogelijk wordt gemaakt. Volgens De Gouden Leeuw moet een afstand van 10 m vanaf de bestemmingsgrens van haar horecabedrijf in acht worden genomen. De Gouden Leeuw vreest dat de ontwikkelingen die op grond van de functieaanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen" mogelijk worden gemaakt geluidhinder zullen ondervinden van haar bedrijf. Ter zitting heeft De Gouden Leeuw toegelicht dat zij vreest dat de activiteiten die op grond van bestemming "Maatschappelijk" mogelijk worden gemaakt hinder zullen veroorzaken voor haar bedrijfsvoering.

5.1.    De raad stelt dat een horecagelegenheid zoals De Gouden Leeuw volgens de brochure "Bedrijven en milieuzonering 2009" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure) wordt beschouwd als passend op zeer korte afstand van woningen wanneer er sprake is van een gemengd gebied. Voorts stelt de raad dat het plan niet leidt tot het toevoegen van nieuwe gevoelige functies in de omgeving van het horecabedrijf van De Gouden Leeuw, omdat onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Kernen" op de locatie Kortenhoevenseweg 6-8 de bouw van woningen al mogelijk was.

5.2.    Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in redelijkheid aansluiting kunnen zoeken bij de indicatieve richtafstanden uit de VNG-brochure. In dit geval heeft de raad getoetst aan de in de VNG-brochure opgenomen richtafstand voor cafés en pensions met keuken, die in het geval van het omgevingstype gemengd gebied met één afstandsstap mag worden verlaagd, te weten van 10 m naar 0 m. Anders dan De Gouden Leeuw stelt, geeft de VNG-brochure geen steun voor de opvatting dat het terugbrengen van de afstand enkel mogelijk is als geluidhinder wordt veroorzaakt door bedrijven, maar niet als deze wordt veroorzaakt door horecabedrijven. Een gemengd gebied in de zin van de VNG-brochure is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich, gelet op onder meer de rondom De Gouden Leeuw gelegen woon- en bedrijfsfuncties, terecht op het standpunt heeft gesteld dat het hier gaat om het omgevingstype gemengd gebied, zodat voor cafés en pensions met keuken een richtafstand van 0 m geldt.

    De door De Gouden Leeuw ter zitting aangehaalde uitspraak van 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2690, leidt niet tot een ander oordeel. Uit die uitspraak volgt dat voor cafés en bars in een rustige woonwijk een richtafstand van 10 m wordt aanbevolen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is in de omgeving van De Gouden Leeuw echter geen sprake van een rustige woonwijk, maar van gemengd gebied.

    Nu de afstand van de gronden met de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen" tot het bouwvlak van de bestemming "Horeca" op de gronden van De Gouden Leeuw ongeveer 9 m bedraagt, ziet de Afdeling gelet op de volgens de VNG-brochure in acht te nemen afstand, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet leidt tot een onevenredige inperking van de bedrijfsvoering van De Gouden Leeuw. Hierbij tekent de Afdeling aan dat in het plangebied voorheen ook reeds woningen mogelijk waren en gerealiseerd waren.

5.3.    Voor zover De Gouden Leeuw stelt dat de bestemming "Maatschappelijk" hinder veroorzaakt voor haar bedrijfsvoering, ziet de Afdeling hiervoor geen grondslag, omdat De Gouden Leeuw die hinder niet heeft geconcretiseerd.

    Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling evenmin aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de geluidhinder als gevolg van het bestreden plan ter plaatse van het bedrijf van De Gouden Leeuw plan aanvaardbaar is.

5.4.    Het betoog faalt.

Gebruik verdiepingen

6.    De Gouden Leeuw voert aan dat de raad in het plan ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt of een bestemming voor de beneden- of de bovenetage geldt. Zo heeft de raad volgens De Gouden Leeuw ten onrechte de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen" aan het perceel toegekend zonder daarbij te vermelden dat de bewoning enkel is toegestaan op de eerste verdieping. Verder stelt De Gouden Leeuw dat de raad ten onrechte de bestemming "Maatschappelijk" niet alleen heeft toegekend aan de begane grond.

6.1.    De raad stelt dat het in de gemeente Zederik niet gebruikelijk is om een onderscheid te maken tussen de functies op etages. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hiermee is aangesloten bij de wijze van bestemmen die in het gehele centrum van Lexmond is toegepast. Dat de maatschappelijke - en de woonfunctie in het plangebied allebei op zowel de begane grond als op de eerste etage gelden, stuit volgens de raad ook niet op ruimtelijke bezwaren.

6.2.    Op de verbeelding is op het perceel een vlak ingetekend waar de bestemming "Maatschappelijk" en de functieaanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen" en een bouwvlak aan zijn toegekend.

    Artikel 4, lid 4.1, van de planregels luidt: "De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. Voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, welzijn, openbare dienstverlening, godsdienstuitoefening, begraafplaatsen, onderwijs, jeugdvoorzieningen, speelvoorzieningen en verenigingsleven;  

b. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen' zijn tevens twee woningen toegestaan met daaronder begrepen aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven;

c. Bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen."

6.3.    In de planregels is opgenomen dat er maximaal twee woningen zijn toegestaan binnen het bouwvlak op het perceel. In de planregels is geen beperking opgenomen dat de woningen enkel op de eerste etage kunnen worden gerealiseerd. Voorts bevatten de planregels geen beperking dat maatschappelijke activiteiten alleen op de begane grond mogen plaatsvinden. De Gouden Leeuw heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven voor twijfel aan het standpunt van de raad dat vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen onderscheid hoeft te worden gemaakt in functie per etage. De Afdeling ziet in hetgeen is aangevoerd daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de raad in zoverre niet in redelijkheid tot de opgenomen regeling heeft kunnen komen.

    Het betoog faalt.

Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen

7.    De Gouden Leeuw betoogt dat de functieaanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen" niet voldoet aan de vereisten van de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna: SVBP 2012).

7.1.    In artikel 2, eerste lid, van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 (hierna: de Regeling) staat dat de raad het bestemmingsplan dient vorm te geven en in te richten overeenkomstig de SVBP 2012, die als bijlage 5 deel uitmaakt van de Regeling.

    In de SVBP 2012 staat dat er hoofdgroepen van bestemmingen bestaan. Daarnaast zijn er aanduidingen die specificaties van de bestemmingen bevatten met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een functieaanduiding wordt gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Een functieaanduiding kan ook worden gebruikt om op een bepaalde locatie een specifieke, niet bij de bestemming passende, functie toe te laten, aldus de SVBP 2012.

    De keuze van de raad om het plan zo in te richten dat de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - burgerwoningen" deel uitmaakt van de gebruiksmogelijkheden van de gronden met de bestemming "Maatschappelijk", is naar het oordeel van de Afdeling niet in strijd met de SVBP 2012. Gelet hierop en nu De Gouden Leeuw haar stelling niet heeft geconcretiseerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de SVBP 2012 zich verzet tegen de gekozen inrichting van het plan in zoverre.

    Het betoog faalt.

Parkeren

8.    De Gouden Leeuw betoogt dat het plan niet voorziet in voldoende parkeergelegenheid. De raad is volgens De Gouden Leeuw ten onrechte uitgegaan van dubbelgebruik. Volgens De Gouden Leeuw is het dubbelgebruik niet realistisch.

8.1.    De raad stelt dat in de directe omgeving van het kerkelijk centrum de nodige parkeergelegenheid aanwezig is op het kerkplein. Deze kan volgens de raad ook worden gebruikt door bezoekers van het kerkelijk centrum. De raad stelt dat gelet op de doelgroepen van het kerkelijk centrum en de kerk het gebruik van de bestaande parkeerruimte door beide groepen goed mogelijk is. Er zal volgens de raad vrijwel geen sprake zijn van extra gebruik of het aantrekken van extra bezoekers gedurende de kerktijden.

8.2.    Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het beroep van De Gouden Leeuw ten aanzien van het parkeren is toegespitst op de stelling dat het aantal parkeerplaatsen voor de bestemming "Maatschappelijk" niet goed is berekend, omdat daarin geen rekening wordt gehouden met de situatie dat de maatschappelijke bestemming een andere invulling krijgt dan kerkelijk centrum.

8.3.    In paragraaf 4.2 van de plantoelichting is uiteengezet hoe groot de benodigde hoeveelheid parkeerplaatsen als gevolg van het bestreden plan is. In de parkeerbalans in de plantoelichting is uitgegaan van een toename van 226 m2 aan bedrijfsvloeroppervlak (hierna: bvo) van de bestemming "Maatschappelijk". Ter bepaling van de parkeeropgave is een parkeernorm van 4,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto bvo gehanteerd. Voor de parkeernorm is aangesloten bij de categorie "cultureel centrum / wijkgebouw" van het parkeerbeleid van de gemeente Zederik, waarin wordt uitgegaan van de parkeerkencijfers van het CROW. Naar het oordeel van de Afdeling wordt, door het aansluiten bij deze categorie, de parkeerbehoefte die kan uitgaan van de bestemming "Maatschappelijk" niet onderschat. Op basis hiervan zijn negen parkeerplaatsen nodig.

    Volgens de raad hoeven hiervoor geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd vanwege dubbelgebruik van de parkeergelegenheid van de kerk op het Kerkplein in de directe omgeving van het plangebied. Voor zover de Gouden Leeuw betoogt dat bij een andere invulling dan kerkelijk centrum geen rekening meer mag worden gehouden met dit dubbelgebruik, overweegt de Afdeling dat er geen planologische belemmering is dat ook in dat geval dubbelgebruik plaatsvindt en er verder geen grond bestaat om aan te nemen dat andere belemmeringen dit uitsluiten.

8.4.    Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat kan worden voorzien in de parkeerbehoefte die door het plan wordt gegenereerd.

    Het betoog faalt.

Conclusie

9.    Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

10.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, griffier.

w.g. Van Diepenbeek    w.g. Kuipers

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2018

271-867.