Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2736

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-08-2018
Datum publicatie
15-08-2018
Zaaknummer
201801772/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 december 2017 heeft de raad van de gemeente Nieuwkoop het bestemmingsplan "Teylerspark" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de zuidkant van de kern Nieuwveen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een watergang met een groenstrook en de woningen aan het Gruttoveld en de Weegbree. Aan de oostkant ligt het Teylersplein met het gezondheidscentrum en het gemeentehuis. Het plan voorziet in de bouw van 20 woningen. De woningen zijn bedoeld als sociale huurwoningen. In totaal worden drie locaties ontwikkeld, waaronder het Teylerspark te Nieuwveen. [appellanten] wonen ten noorden van het plangebied aan het [locatie] te Nieuwveen. Zij kunnen zich niet verenigen met de bouw van de in het plan voorziene 20 woningen in de nabijheid van hun woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2018/6837
ABkort 2018/399
JOM 2018/936
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201801772/1/R6.

Datum uitspraak: 15 augustus 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Nieuwveen, gemeente Nieuwkoop,

en

de raad van de gemeente Nieuwkoop,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Teylerspark" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juli 2018, waar [appellanten], vertegenwoordigd door [gemachtigde A], en de raad, vertegenwoordigd door A. van Luijk, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting Woningstichting Nieuwkoop, vertegenwoordigd door [gemachtigde B], als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plangebied ligt aan de zuidkant van de kern Nieuwveen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een watergang met een groenstrook en de woningen aan het Gruttoveld en de Weegbree. Aan de oostkant ligt het Teylersplein met het gezondheidscentrum en het gemeentehuis. Het plan voorziet in de bouw van 20 woningen ter plaatse. De woningen zullen worden ontwikkeld door Woningstichting Nieuwkoop. De woningen zijn blijkens de plantoelichting bedoeld als sociale huurwoningen. In de plantoelichting staat dat er een tekort is ontstaan aan sociale huurwoningen en dat de raad op 21 april 2016 heeft beslist om extra sociale huurwoningen te bouwen ten behoeve van de doorstroom van woningzoekenden, zodat de achtergebleven huurwoningen voor andere urgente woningzoekenden, zoals statushouders, beschikbaar komen. In totaal worden op grond van de beslissing van 21 april 2016 drie locaties ontwikkeld, waaronder het Teylerspark te Nieuwveen, zo blijkt uit de plantoelichting.

2.    [appellanten] wonen ten noorden van het plangebied aan het [locatie] te Nieuwveen. Zij kunnen zich niet verenigen met de bouw van de in het plan voorziene 20 woningen in de nabijheid van hun woning.

Toetsingskader

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Integrale besluitvorming

4.    [appellanten] kunnen zich niet verenigen met de gevolgde procedure. Zij voeren aan dat het plan de bouw van 20 woningen betreft terwijl het voornemen bestaat om uiteindelijk 60 woningen in dit gebied te bouwen. De voorbereidingsprocedures voor de bouw van de eerste 20 woningen en de overige woningen lopen ook door elkaar. Volgens hen strekt een dergelijk fragmentarisch en diffuus ruimtelijk beleid niet ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

4.1.    De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1410, betreffende het verzoek van [appellanten], geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de ontwikkeling een zodanige samenhang vertoont met een eventuele toekomstige uitbreiding van het aantal woningen dat de raad de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan enkel in samenhang met die toekomstige uitbreiding had kunnen afwegen. De Afdeling ziet in hetgeen [appellanten] in deze procedure naar voren hebben gebracht geen aanleiding om daarover thans tot een ander oordeel te komen dan de voorzieningenrechter heeft gedaan.

    Het betoog faalt.

De 20 Ke-contour

5.    [appellanten] betogen dat het plangebied binnen de 20 Ke-contour van Schiphol en buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt, zodat het uitgangspunt is dat op deze gronden geen woningen mogen worden gebouwd. Zij voeren aan dat ten onrechte gebruik is gemaakt van een in de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland (hierna: Verordening) en het Luchthavenindelingbesluit Schiphol opgenomen uitzondering op dit uitgangspunt voor woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van het in 2003 door provinciale staten van de provincie Zuid-Holland vastgestelde Streekplan Zuid-Holland-Oost (hierna: Streekplan). [appellanten] stellen dat het plangebied weliswaar binnen de bebouwingscontour van het in 2003 vastgestelde Streekplan ligt, maar dat de Afdeling bij uitspraak van 8 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7084, deze bebouwingscontour heeft vernietigd. De in 2006 door provinciale staten van de provincie Zuid-Holland gewijzigd vastgestelde bebouwingscontouren omvatten niet tevens het plangebied, aldus [appellanten].

5.1.    Artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt:

"De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept."

5.2.    Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) heeft de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant.

5.3.    Artikel 2.1.11 (20 Ke-contour Schiphol), eerste lid (Woningbouw uitsluitend binnen bestaand stads- en dorpsgebied), van de Verordening luidt:

"Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op Kaart 13 20 Ke-contour Schiphol, kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stads- en dorpsgebied."

    Het tweede lid (Uitzonderingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied), aanhef en onder a, luidt:

"In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan in onderstaande gevallen voorzien in nieuwe woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied als het betreft woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op Kaart 13 20 Ke-contour Schiphol."

    Blijkens kaart 13 bij de Verordening ligt het plangebied binnen de voormalige bebouwingscontour als bedoeld in artikel 2.1.11, tweede lid, aanhef en onder a, van de Verordening.

5.4.    Artikel 2.2.1d, onder 1, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol luidt:

"Op de gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit met nummer 5 zijn aangewezen, zijn buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan."

    Op de kaart in bijlage 3 bij het Luchthavenindelingbesluit Schiphol is het plangebied voorzien met nummer 5.

    Artikel 2.2.1e, derde lid, luidt:

"Onder bestaand stedelijk gebied als bedoeld in artikel 2.2.1d wordt eveneens begrepen de aan bestaand stedelijk gebied toegevoegde woningbouwmogelijkheden binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen Zuid-Holland-West van 19 februari 2003 en Zuid-Holland-Oost van 12 november 2003, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op 'Kaart 13 20 Ke-contour Schiphol' bij de Verordening Ruimte 2016 van de provincie Zuid-Holland, en de in het streekplan Noord-Holland Zuid van 17 februari 2003 opgenomen verstedelijkingslocatie Hoofddorp Zuidrand."

5.5.    Het betoog van [appellanten] strekt tot vernietiging van het bestreden besluit op de grond dat het plan in strijd is met de Verordening en het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Artikel 2.1.11 van de Verordening ziet blijkens de artikelsgewijze toelichting bij de verordening op de bescherming van mensen tegen vliegtuiggeluid en anderzijds om voldoende ruimte te laten voor ontwikkelingen van de mainport Schiphol. [appellanten] zijn geen eigenaren van gronden in het plangebied en hebben evenmin concrete plannen om één van de woningen in het plangebied te betrekken. De genoemde bepaling strekt niet tot de bescherming van het belang van [appellanten] dat is gelegen in het gevrijwaard blijven van de realisering van nieuwe woningen in de nabijheid van hun woning. Om deze reden is de Afdeling van oordeel dat het in artikel 8:69a van de Awb opgenomen relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het besluit vanwege strijd met de Verordening in zoverre. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding tot een inhoudelijke bespreking van deze beroepsgrond.

5.6.    De Afdeling overweegt dat artikel 2.2.1d van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol eveneens strekt tot bescherming van mensen tegen vliegtuiggeluid en in zoverre niet strekt tot bescherming van het belang van [appellanten] dat is gelegen in het gevrijwaard blijven van de realisering van nieuwe woningen in de nabijheid van hun woning. Dit betekent dat het betoog over dat het plan in strijd is met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, gelet op artikel 8:69a van de Awb, niet kan leiden tot vernietiging van het besluit. De Afdeling ziet daarom ook in zoverre af van een inhoudelijke bespreking van deze beroepsgrond.

Geluid

6.    [appellanten] voeren aan dat een onderzoek naar de geluidbelasting vanwege luchtverkeer op de gevels van de nieuw te ontwikkelen woningen ontbreekt.

6.1.    Het belang van [appellanten] is erin gelegen dat zij gevrijwaard willen blijven van de realisering van nieuwe woningen in de nabijheid van hun woning. De ingeroepen normen betreffen normen uit de Wet Luchtvaart en het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol die niet strekken tot dat belang. Naar het oordeel van de Afdeling staat het in artikel 8:69a van de Awb opgenomen relativiteitsvereiste dan ook in de weg aan een vernietiging van het besluit vanwege deze beroepsgrond.

Herhalen zienswijze

7.    [appellanten] hebben zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellanten] hebben in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Conclusie

8.    Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.

w.g. Van der Wiel    w.g. Lodeweges

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2018

625.