Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2668

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
08-08-2018
Zaaknummer
201704992/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2017:4608, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 januari 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse het verzoek van [appellanten] om op grond van de Zondagswet handhavend op te treden tegen supermarkt ‘Dirk’ aan de Heereweg 246 te Lisse afgewezen. [appellanten] hadden het college verzocht handhavend op te treden tegen het op zondag laden en lossen van vrachtwagens ter bevoorrading van de supermarkt, die is gevestigd nabij hun woningen aan de [locatie A] en [locatie B] te Lisse. Volgens hen is deze bevoorrading in strijd met de artikelen 3, eerste lid, en 6 van de Zondagswet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2018/6834
JOM 2018/925
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201704992/1/A3.

Datum uitspraak: 8 augustus 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te Lisse,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 mei 2017 in zaak nr. 16/6868 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van burgemeester en wethouders van Lisse.

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2016 heeft het college het verzoek van [appellanten] om op grond van de Zondagswet handhavend op te treden tegen supermarkt ‘Dirk’ aan de Heereweg 246 te Lisse (hierna: de supermarkt) afgewezen.

Bij besluit van 6 juli 2016 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 mei 2017 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Detailconsult Supermarkten B.V. heeft als derdebelanghebbende een schriftelijke reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2018. Ter zitting is Detailconsult Supermarkten B.V., vertegenwoordigd door mr. O.H. Minjon, advocaat te Hoorn, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    [appellanten] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het op zondag laden en lossen van vrachtwagens ter bevoorrading van de supermarkt, die is gevestigd nabij hun woningen aan de [locatie A] en [locatie B] te Lisse. Volgens hen is deze bevoorrading in strijd met de artikelen 3, eerste lid, en 6 van de Zondagswet.

    Het college heeft aan de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van het handhavingsverzoek ten grondslag gelegd dat volgens een geluidsexpert van de Omgevingsdienst het geluid van het laden en lossen in de ter plaatse aanwezige situatie op een afstand van meer dan 200 meter van de supermarkt niet hoorbaar is. Ook indien het geluid op die afstand wel hoorbaar is, is de Zondagswet niet overtreden. Daartoe is van belang dat bij de invoering van deze wet is beoogd ruimte te bieden om bij de toepassing daarvan rekening te houden met maatschappelijke ontwikkelingen. De openstelling en bevoorrading van een supermarkt op zondag betreft een dergelijke maatschappelijke ontwikkeling, aldus het college.

Hoger beroep

2.    [appellanten] betogen dat de rechtbank met het oordeel dat het college zich terecht op dit standpunt heeft gesteld, heeft miskend dat de supermarkt op zondag op meerdere momenten wordt bevoorraad terwijl dat niet noodzakelijk is. Volgens hen is het geluid van de laad- en losactiviteiten, meer specifiek van het inparkeren van de vrachtwagens met geluidssignaal en het wegrijden van de vrachtwagens van de laad- en losplaats, op een afstand van meer dan 200 meter van de supermarkt hoorbaar en is dat op grond van artikel 3, eerste lid, van de Zondagswet zonder meer verboden.

2.1.    Artikel 3, eerste lid, van de Zondagswet luidt: "Het is verboden op zondag zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking hoorbaar is."

    Artikel 6 luidt: "Het is verboden op zondag zonder genoegzame reden de openbare rust door arbeid in beroep of bedrijf te verstoren."

2.2.    De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat, daargelaten de vraag of de geluiden afkomstig van het laden en lossen op een afstand van meer dan 200 meter van de supermarkt hoorbaar zijn, indien daarvan wordt uitgegaan, deze geluiden niet zodanig zijn dat de artikelen 3 en 6 van de Zondagswet daarmee worden overtreden. Het college mocht bij de beoordeling van de vraag of het geluid strikt noodzakelijk is en een genoegzame reden heeft en daarom op grond van deze artikelen is toegestaan, rekening houden met maatschappelijke ontwikkelingen, in dit geval dat de supermarkt op zondag geopend mag zijn. De gemachtigde van de supermarkt heeft ter zitting bij de Afdeling verklaard dat de supermarkt op zondagochtend op twee afzonderlijke momenten wordt bevoorraad met brood en met groente en fruit. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de omstandigheid dat de supermarkt op zondag is geopend de bevoorrading met verse producten op die dag noodzakelijk maakt en dat daarbij het maken van geluid onvermijdelijk is, zodat de openbare rust niet zonder genoegzame reden wordt verstoord. Dat, zoals [appellanten] stellen, bij twee andere supermarkten in Lisse op zondagochtend alleen brood wordt bezorgd, wat daarvan ook zij, maakt niet dat de supermarkt in strijd met de Zondagswet op zondag mede van andere verse voorraad wordt voorzien. De bevoorrading wordt door twee verschillende leveranciers verzorgd en is daardoor niet tot een bezorgmoment beperkt. Anders dan [appellanten] betogen, maakt deze omstandigheid niet dat de bevoorrading van de supermarkt inefficiënt georganiseerd en daarom niet noodzakelijk is. De rechtbank is terecht en op goede gronden tot hetzelfde oordeel gekomen.

    Het betoog faalt.

Conclusie

3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.C.J. de Wilde, griffier.

w.g. Lubberdink

lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2018

598.