Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2607

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
15-08-2018
Zaaknummer
201806166/2/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft de burgemeester Beach Club Vroeger gelast de voorgenomen evenementen op 17, 18 en 31 maart 2018 niet te laten plaatsvinden zonder de vereiste evenementenvergunning onder oplegging van een dwangsom van € 50.000 per overtreding/evenement met een maximum van € 150.000. Bij datzelfde besluit heeft het college Beach Club Vroeger gelast het gebruik van het perceel/strandpaviljoen voor het houden van een evenement zonder omgevingsvergunning voor incidenteel gebruik van het strandpaviljoen als evenementenlocatie, na te laten onder oplegging van een dwangsom van € 50.000 per overtreding met een maximum van € 150.000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201806166/2/A3.

Datum uitspraak: 7 augustus 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

Beach Club Vroeger B.V., gevestigd te Haarlem, Elswout B.V., gevestigd te Overveen, gemeente Bloemendaal en [verzoeker], wonend te [woonplaats] (hierna: tezamen en in enkelvoud Beach Club Vroeger)

verzoekers,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) van 6 juli 2018 in zaken nrs. 18/2764 en 18/2763 in het geding tussen:

Beach Club Vroeger

en

de burgemeester van Bloemendaal en het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal.

Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft de burgemeester Beach Club Vroeger gelast de voorgenomen evenementen op 17, 18 en 31 maart 2018 niet te laten plaatsvinden zonder de vereiste evenementenvergunning onder oplegging van een dwangsom van € 50.000 per overtreding/evenement met een maximum van € 150.000. Bij datzelfde besluit heeft het college Beach Club Vroeger gelast het gebruik van het perceel/strandpaviljoen voor het houden van een evenement zonder omgevingsvergunning voor incidenteel gebruik van het strandpaviljoen als evenementenlocatie, na te laten onder oplegging van een dwangsom van € 50.000 per overtreding met een maximum van € 150.000.

Bij besluit van 30 april 2018 hebben de burgemeester en het college het besluit van 13 maart 2018 gewijzigd. De burgemeester heeft Beach Club Vroeger gelast geen evenementen te houden in het strandpaviljoen BLM 8 zonder de vereiste evenementenvergunning onder oplegging van een dwangsom van € 50.000 per overtreding/evenement met een maximum van € 150.000. Het college heeft Beach Club Vroeger bij datzelfde besluit gelast het (laten) houden van een evenement zonder omgevingsvergunning voor incidenteel gebruik van het strandpaviljoen als evenementenlocatie na te laten onder oplegging van een dwangsom van € 50.000 per overtreding met een maximum van € 150.000.

Bij besluit van 28 juni 2018 hebben de burgemeester en het college het door Beach Club Vroeger daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de begunstigingstermijn van het besluit van 30 april 2018 aangepast in die zin dat deze termijn loopt tot en met 1 juli 2018.

Bij uitspraak van 6 juli 2018 heeft de rechtbank het door Beach Club Vroeger daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft Beach Club Vroeger hoger beroep ingesteld.

Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 augustus 2018, waar Beach Club Vroeger, vertegenwoordigd door mr. M.L.M. Frantzen, advocaat te Ouderkerk aan de Amstel, vergezeld door [gemachtigden] en de burgemeester en het college, beide vertegenwoordigd door mr. R.D. Reinders, advocaat te Den Haag, vergezeld door mr. E. van Bennekom en mr. A.J. Bakermans, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Het verzoek om een voorlopige voorziening

2.    Het verzoek strekt ertoe dat de aangevallen uitspraak, het besluit op bezwaar van 28 juni 2018 en de besluiten van 13 maart 2018 en 30 april 2018 bij wijze van voorlopige voorziening worden geschorst. Het geschil betreft de oplegging van een preventieve last onder dwangsom. Bij het besluit op bezwaar van 28 juni 2018 hebben de burgemeester en het college de preventieve last onder dwangsom gehandhaafd en de begunstigingstermijn aangepast in die zin dat deze loopt tot en met 1 juli 2018. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

2.1.    Omdat de aangevraagde evenementenvergunningen zijn geweigerd en geen omgevingsvergunning is aangevraagd, is het Beach Club Vroeger niet toegestaan om individueel openbaar toegankelijke feesten te houden. Het spoedeisend belang is er volgens Beach Club Vroeger in gelegen dat zij de reeds in 2017 geplande feesten voor augustus en september 2018 kan laten doorgaan. Annulering van die feesten betekent, aldus Beach Club Vroeger, een enorme schade- en kostenpost en wellicht blijvende imagoschade.

Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening

3.    Heel kort en in de kern voert Beach Club Vroeger in haar hogerberoepschrift aan dat de rechtbank heeft miskend dat de exploitatie van het strandpaviljoen altijd overeenkomstig het oude bestemmingsplan heeft plaatsgevonden en ook past binnen de huidige bestemming, dat het beroep op het overgangsrecht ten onrechte is gepasseerd, dat de feesten onder het normaal gebruik van de horeca-inrichting vallen en om die reden niet vergunningplichtig zijn op grond van de Algemene plaatselijke verordening, dat de begunstigingstermijn te kort is en dat de hoogte van de dwangsom ongemotiveerd is. Deze gronden lenen zich, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, niet voor een (voorlopige) beoordeling ten gronde. De vraag of vooruitlopend op de finale beoordeling van het hoger beroep een voorlopige voorziening moet worden getroffen, zal daarom aan de hand van een belangenafweging worden beantwoord. Daarbij dient het financiële belang van Beach Club Vroeger te worden afgewogen tegen de algemene belangen die de burgemeester en het college met de besluitvorming behartigen.

3.1.    De burgemeester en het college hebben ter zitting van de voorzieningenrechter naar voren gebracht dat in 2017 is besloten om het aantal individueel openbaar toegankelijke feesten, waarbij meer dan 800 bezoekers worden verwacht en waarbij kaarten worden verkocht of weggegeven aan het publiek en/of publiciteit voor zo’n feest wordt gemaakt, voor het Bloemendaalse strand te reguleren. In dat kader hebben de burgemeester en het college beleidsregels vastgesteld, gepubliceerd op 10 januari 2018. In het kader van een gewenningsregeling is het de 7 strandpaviljoens verder, aldus de burgemeester en het college, toegestaan om voor het seizoen 2018 10 van dat soort feesten te organiseren. Ook mogen de strandpaviljoens gezamenlijk 6 feesten organiseren. Daarmee wordt het aantal feesten dat op het Bloemendaalse strand mag worden georganiseerd, gemaximeerd op 76 feesten per strandseizoen. Verder is het een strandpaviljoen toegestaan om besloten feesten te houden, voor zover deze feesten ondergeschikt en gerelateerd zijn aan de functie lichte horeca, aldus de burgemeester en het college. Reden voor deze regulering is, volgens de burgemeester en het college, dat het aantal feesten op het Bloemendaalse strand ongelimiteerd is geweest en dat dit leidde tot ongeregeldheden. Hierdoor werd een te groot beslag op de capaciteit van de politie gelegd. Als voorbeeld hebben de burgemeester en het college een incident uit 2017 aangehaald, waarbij een feest van Beach Club Vroeger uit de hand liep en de ME er aan te pas moest komen. De burgemeester en het college achten het in het belang van de openbare orde en veiligheid, noodzakelijk dat van te voren een veiligheidsplan wordt ingediend bij de aanvraag voor een evenementenvergunning, zodat kan worden geanticipeerd op de benodigde capaciteit van de politie en het aantal toezichthouders van de gemeente. Volgens de burgemeester en het college hebben zij bovendien te maken met de belangen van andere strandpaviljoens die geen grote feesten organiseren, maar daarvan wel hinder ondervinden. Dat geldt ook voor het restaurant dat in het duin is gevestigd, aldus de burgemeester en het college.

3.2.    Tegenover het algemeen belang dat wordt behartigd door de burgemeester en het college staat het financiële belang van Beach Club Vroeger. Ter zitting van de voorzieningenrechter is gebleken dat Beach Club Vroeger nog 9 feesten voor dit seizoen in de planning heeft staan. Annulering van die feesten heeft, naar de voorzieningenrechter aanneemt, nadelige financiële gevolgen. Die nadelige gevolgen wegen naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op tegen het algemeen belang, zoals hiervoor omschreven en dienen te worden gerelativeerd. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat in Beach Club Vroeger gedurende het seizoen al 14 individueel openbaar toegankelijke feesten hebben plaatsgevonden. Verder is gebleken dat een aantal feesten niet door Beach Club Vroeger zelf wordt georganiseerd, maar door externe partijen. Hoewel Beach Club Vroeger heeft gesteld dat zij in haar bedrijfsvoering geen rekening heeft kunnen houden met de voorgenomen regulering, heeft zij niet nader gemotiveerd waarom zij geen voorbehoud naar die externe partijen heeft kunnen maken bij de planning van de feesten om de nadelige financiële gevolgen beperkt te houden. Beach Club Vroeger was in het najaar van 2017 in elk geval op de hoogte van de voorgenomen regulering, zodat zij ook haar externe partners daarvan op de hoogte had kunnen stellen. Tot slot acht de voorzieningenrechter in dit kader van belang dat Beach Club Vroeger de exploitatie van het strandpaviljoen als zodanig niet behoeft te staken en dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar voortbestaan in gevaar komt.

Slotsom

4.    De voorzieningenrechter komt tot de slotsom dat het algemeen belang dat wordt behartigd door de burgemeester en het college bij afwijzing van het verzoek een groter gewicht toekomt dan het financiële belang van Beach Club Vroeger. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom worden afgewezen.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Grimbergen, griffier.

w.g. Van Altena    w.g. Grimbergen

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2018

581.