Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2521

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-07-2018
Datum publicatie
25-07-2018
Zaaknummer
201710388/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft het college het wijzigingsplan "[locatie] Austerlitz" vastgesteld. Het plan betreft een wijziging van het bestemmingsplan "Austerlitz-Zeisterbossen". In de verbeelding bij het daarvóór geldende bestemmingsplan "Buitengebied" had het bouwvlak op het perceel een oppervlakte van 96 m2. In de verbeelding bij het bestemmingsplan "Austerlitz-Zeisterbossen" heeft het bouwvlak op het perceel een oppervlakte van 90 m2 gekregen. Het college heeft met het nu voorliggende plan beoogd om, met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 30, lid 30.1, van de regels bij het bestemmingsplan "Austerlitz-Zeisterbossen", opnieuw aan te sluiten bij het vóór dat plan geldende bouwvlak en om aldus een omissie te herstellen. In de verbeelding bij het plan is daarom een bouwvlak met een oppervlakte van 96 m2 opgenomen. Het perceel grenst aan de oostzijde van de Oude Postweg. [appellant] en anderen wonen aan de westzijde van de Oude Postweg, tegenover het plangebied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2019/655
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201710388/1/R2.

Datum uitspraak: 25 juli 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Austerlitz, gemeente Zeist,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zeist,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft het college het wijzigingsplan "[locatie] Austerlitz" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college van burgemeester en wethouders van Zeist heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 juni 2018, waar [appellant] en anderen, in de persoon van [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door S. Tihouna en N.G. Geelkerken, zijn verschenen. Voorts is daar [belanghebbende], in persoon en bijgestaan door [gemachtigde], verschenen.

Overwegingen

1.    Het wijzigingsplan "[locatie] Austerlitz" ziet op het perceel [locatie] te Austerlitz, gemeente Zeist (hierna: het perceel). Het plan betreft een wijziging van het bestemmingsplan "Austerlitz-Zeisterbossen". In de verbeelding bij het daarvóór geldende bestemmingsplan "Buitengebied" had het bouwvlak op het perceel een oppervlakte van 96 m2. In de verbeelding bij het bestemmingsplan "Austerlitz-Zeisterbossen" heeft het bouwvlak op het perceel een oppervlakte van 90 m2 gekregen. Het college heeft met het nu voorliggende plan beoogd om, met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 30, lid 30.1, van de regels bij het bestemmingsplan "Austerlitz-Zeisterbossen", opnieuw aan te sluiten bij het vóór dat plan geldende bouwvlak en om aldus een omissie te herstellen. In de verbeelding bij het plan is daarom een bouwvlak met een oppervlakte van 96 m2 opgenomen. Het perceel grenst aan de oostzijde van de Oude Postweg. [appellant] en anderen wonen aan de westzijde van de Oude Postweg, tegenover het plangebied.

2.    Artikel 30, lid 30.1, van de regels bij het bestemmingsplan "Austerlitz-Zeisterbossen" luidt: "Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen zodanig, dat:

a. de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot, en;

b. geen van de grenzen met meer dan 10 meter wordt verschoven;

c. indien de wijziging betrekking heeft op de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur’, moet bij het besluit tot wijziging een rapport worden gevoegd, waaruit blijkt dat een natuurtoets is uitgevoerd conform de geldende regelingen."

3.    [appellant] en anderen betogen dat de raad met het wijzigingsplan ten onrechte het bouwvlak op het perceel heeft vergroot van 90 m2 naar 96 m2. In dit verband voeren zij aan dat het college uitsluitend bevoegd is tot het vaststellen van een wijzigingsplan nadat een natuurtoets is opgemaakt. [appellant] en anderen stellen dat de gemeente ten onrechte met hen geen overleg heeft gevoerd over de natuurtoets of de situatie op het perceel. Zij betogen verder dat de natuurtoets die bij het plan is gevoegd hier niet aan ten grondslag had mogen worden gelegd omdat die is opgesteld nadat de woning was gebouwd.

3.1.    Ingevolge artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) is op de voorbereiding van een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing. Gesteld noch gebleken is dat de raad bij de voorbereiding van het plan niet op de juiste wijze toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in afdeling 3.4 van de Awb. In dat verband is van belang dat een ieder in de gelegenheid is geweest een zienswijze over het ontwerp van het plan naar voren te brengen. [appellant] en anderen hebben van deze mogelijkheid ook gebruik gemaakt. De raad heeft in de zienswijzenota een standpunt over de zienswijze van [appellant] en anderen ingenomen.

    De Afdeling overweegt dat de Awb, de Wro noch enig ander wettelijk voorschrift het college verplicht om voorafgaand aan de vaststelling van het plan met omwonenden in overleg te treden over uit te voeren onderzoeken of de situatie in het plangebied.

3.2.    Het perceel heeft de dubbelbestemming "Waarde - Natuur". Uit artikel 30, lid 30.1, onder c, van de planregels volgt dat bij het besluit tot vaststelling van het wijzigingsplan een natuurtoets moet zijn gevoegd.

3.3.     Het college heeft het plan bij besluit van 24 oktober 2017 vastgesteld. Aan het plan is de notitie "Natuurtoets Flora en Fauna [locatie] te Austerlitz, Gemeente Zeist" (hierna: de natuurtoets) ten grondslag gelegd. De natuurtoets is opgesteld op 6 februari 2017 door BRO. Ook is aan het plan de "Quickscan Flora en Fauna" (hierna: de quickscan) ten grondslag gelegd. De quickscan is opgesteld in april 2015, voordat met de bouw van de woning was begonnen, door van den Bijtel Ecologisch Onderzoek. Beide rapporten zijn vóór de vaststelling van het plan opgesteld en als bijlage bij de toelichting van het plan gevoegd.

    Ter zitting heeft het college toegelicht dat het aanvankelijk in de veronderstelling verkeerde dat met de quickscan was voldaan aan de eis dat er een natuurtoets moet worden opgesteld. Het college heeft verder ter zitting toegelicht dat het naar aanleiding van een zienswijze voorafgaand aan de vaststelling van het plan de natuurtoets heeft laten opstellen. Nu de natuurtoets is opgesteld nadat de woning was gebouwd, maar voordat het plan is vastgesteld is voldaan aan de eis uit artikel 30, lid 30.1, onderdeel c, van de planregels.

    In de natuurtoets is bezien of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. In de plantoelichting is beschreven dat zowel op basis van de quickscan als de natuurtoets met zekerheid geconcludeerd kan worden dat er geen significante effecten op of aantasting van Natura 2000-gebieden of EHS zullen plaatsvinden. Er zijn geen belemmeringen vanwege gebiedsbescherming. Verder staat in de plantoelichting dat uit de natuurtoets en de quickscan volgt dat negatieve effecten voor soortgroepen zijn uit te sluiten met inachtneming van de zorgplicht. Er zijn geen specifieke maatregelen nodig voor de verschillende soortgroepen. Daarnaast zijn negatieve effecten voor de vliegroutes voor vleermuizen uit te sluiten en is met de reeds gerealiseerde ontwikkeling geen broedgelegenheid voor vogels verloren gegaan. [appellant] en anderen hebben de conclusies van de natuurtoets en de quickscan, zoals die zijn neergelegd in de plantoelichting, niet gemotiveerd betwist.

    De door [appellant] en anderen gestelde omstandigheid dat de natuurtoets is opgesteld nadat de woning was gebouwd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de natuurtoets zodanige onjuistheden of leemten in kennis vertoont dat het college die niet aan het besluit ten grondslag heeft mogen leggen.

    Het betoog faalt.

4.    [appellant] en anderen hebben zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] en anderen hebben in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

5.    Het beroep is ongegrond.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, griffier.

w.g. Kramer    w.g. Taal

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2018

325-880.