Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2367

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-07-2018
Datum publicatie
18-07-2018
Zaaknummer
201701641/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 april 2014 heeft het college naar aanleiding van het verzoek daartoe van [appellant sub 2] en anderen geweigerd handhavend op te treden tegen het gebruik dat MAC Lierop maakt van een terrein in de Herselse bossen te Lierop voor crossactiviteiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2018/822
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201701641/1/A1.

Datum uitspraak: 18 juli 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in de gedingen tussen:

1.    de vereniging Motor- en Autoclub Lierop (hierna: MAC Lierop),

2.    [appellant sub 2] en anderen, wonend te Lierop onderscheidenlijk Bilthoven en Someren

en

het college van burgemeester en wethouders van Someren (hierna: het college)

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2014 heeft het college naar aanleiding van het verzoek daartoe van [appellant sub 2] en anderen geweigerd handhavend op te treden tegen het gebruik dat MAC Lierop maakt van een terrein in de Herselse bossen te Lierop voor crossactiviteiten.

Bij besluit van 10 januari 2017 heeft het college het door [appellant sub 2] en anderen daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 8 april 2014 herroepen. Voorts heeft het college MAC Lierop onder oplegging van een last onder dwangsom gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel voor motorcrossactiviteiten te staken en gestaakt te houden.

Tegen dit besluit heeft MAC Lierop beroep ingesteld.

Het college en [appellant sub 2] en anderen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 22 juni 2017 is de aan het besluit van 10 januari 2017 verbonden begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na de uitspraak van de Afdeling op het door MAC Lierop tegen het besluit van 10 januari 2017 ingestelde beroep.

[appellant sub 2] en anderen hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 mei 2018, waar MAC Lierop, vertegenwoordigd door [gemachtigden] en het college, vertegenwoordigd door mr. A.A.M. Kuijken, zijn verschenen. Voorts zijn [appellant sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door mr. A.C.M. Klusters en mr. R.J.T. Vos, beiden advocaat te Utrecht, ter zitting gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    MAC Lierop heeft ter zitting te kennen gegeven dat het beroep alleen is ingediend door haar en niet tevens door de Stichting MAC Lierop GP en de Beheersstichting Mac Lierop.

2.    [appellant sub 2] en anderen stellen dat zij ernstige overlast ondervinden van de door MAC Lierop georganiseerde motorcrossactiviteiten in de nabij hun woningen gelegen Herselse bossen te Lierop. Bij brief van 2 oktober 2013 hebben [appellant sub 2] en anderen het college verzocht om handhavend op te treden tegen de illegale motorcrossactiviteiten. Zij geven in deze brief te kennen dat na de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3043, definitief geen aanduiding "motorcrossterrein" is toegekend aan het crossterrein in het bestemmingsplan "Buitengebied Someren" en dat de crossactiviteiten derhalve niet zijn toegestaan.

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2551, heeft het college in het besluit van 10 januari 2017 nogmaals bezien of het gebruik dat MAC Lierop maakt van het perceel onder de beschermende werking van het overgangsrecht valt. Daartoe heeft het college bezien of het gebruik dat van het perceel, kadastraal bekend gemeente Someren sectie U, nummer 565 en sectie O, nummer 235, in de Herselse bossen wordt gemaakt overeenkomt met het gebruik van dat perceel ten tijde van de peildatum op 4 juni 1982. Het college is daarbij, mede gelet op hetgeen in de uitspraak van 28 september 2016 is overwogen, tot de conclusie gekomen dat het gebruik niet wordt beschermd door het overgangsrecht, zodat het over dient te gaan tot handhavend optreden daartegen.

    Vervolgens is MAC Lierop gelast voor 1 juli 2017 het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel voor motorcrossactiviteiten te staken en gestaakt te houden, in die zin dat er geen motorcrossactiviteiten meer plaatsvinden op de bedoelde percelen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per (geconstateerde) overtreding, een en ander tot een maximum van € 30.000,00.

3.    Het college heeft in de schriftelijke uiteenzetting naar aanleiding van het beroep van MAC Lierop te kennen gegeven dat het gebruik van het perceel voor Grands Prix niet wordt beschermd door het overgangsrecht. Volgens het college heeft MAC Lierop met de in beroep overgelegde stukken evenwel aangetoond dat het aantal trainingsuren in 1982 hoger is geweest dan ten tijde van het besluit van 10 januari 2017 werd aangenomen en dat het huidige parcours vergelijkbaar is met het parcours van 1982. Het college verzoekt de Afdeling om die reden het besluit van 10 januari 2017 in zoverre te vernietigen en de bezwaren van [appellant sub 2] en anderen voor zover gericht tegen de weigering om handhavend op te treden tegen de trainingsdoeleinden en nationale wedstrijden alsnog ongegrond te verklaren.

     In het besluit van 22 juni 2017 heeft het college de begunstigingstermijn in voormeld besluit van 10 januari 2017 verlengd en daarbij te kennen gegeven dat de uitspraak van de Afdeling van 28 september 2016 niet met zich brengt dat is uitgesloten dat aan de hand van nadere stukken een succesvol beroep op het overgangsrecht kan worden gedaan. Voorts heeft het college in dat besluit te kennen gegeven dat de sluiting van het terrein leidt tot ongewenste effecten, te weten een toename van het wildcrossen binnen de gemeente Someren.

    Naar aanleiding van een verzoek daartoe van [appellant sub 2] en anderen heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van 22 juni 2017 geschorst.

Beroep MAC Lierop

4.    Het betoog van MAC Lierop dat het besluit van 10 januari 2017 in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Verdrag inzake de rechten van het kind omdat kinderen hun sport ten gevolge van de opgelegde last niet meer kunnen uitoefenen is ter zitting van de Afdeling ingetrokken.

5.    MAC Lierop betoogt dat het college niet heeft onderkend dat zij aannemelijk heeft gemaakt dat het gebruik dat zij maakt van het perceel vergelijkbaar is met het gebruik dat in 1982 van het perceel werd gemaakt en om die reden wordt beschermd door het gebruiksovergangsrecht. Voor het gebruik dat van de baan wordt gemaakt door niet-leden verwijst zij naar gebruik van de baan van MAC de Kempenrijders te Budel. Zij stelt dat het huidige gebruik van de door haar gebruikte baan door niet-leden daarmee te vergelijken valt. Verder heeft MAC Lierop verwezen naar kalenders, aankondigingen, foto's en wedstrijdverslagen waaruit kan worden afgeleid dat voor de peildatum door MAC Lierop jaarlijks vier nationale motorcrosswedstrijden werden georganiseerd op hetzelfde gebied als waar het circuit momenteel ligt.

5.1.    Ingevolge artikel 38.2, eerste lid, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied Someren" mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is worden voortgezet.

    Ingevolge het tweede lid is het verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

    Ingevolge het vierde lid is het eerste lid niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat bestemmingsplan.

    Ingevolge artikel 0.7, lid II, aanhef en onder 1, van de planvoorschriften van het aan het geldende bestemmingsplan voorafgaande bestemmingsplan "Buitengebied 1998" mag het gebruik van gronden en daarop voorkomende opstallen, strijdig met het plan en dat bestaat op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen, worden voortgezet. Dit geldt echter niet voor strijdig gebruik dat:

- in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, en;

- een aanvang heeft genomen nadat het voorheen geldende bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, en;

- waartegen rechtens nog een procedure ter beëindiging van dat strijdige gebruik gevoerd wordt of redelijkerwijs nog gevoerd kan worden.

    Ingevolge lid II, aanhef en onder 3, is het verboden het met het plan strijdige gebruik van grond en opstallen te wijzigen, indien hierdoor de afwijking van het plan wordt vergroot.

    Ingevolge artikel 31, lid B, onder 1, van de planvoorschriften behorende bij het bestemmingsplan "Buitengebied 1976" mag het op het tijdstip van rechtskracht verkrijgen van het plan bestaande gebruik van gronden en opstallen, dat met het in het plan aangewezen gebruik in strijd is, worden voortgezet.

    Ingevolge het bepaalde onder lid B, onder 2, is het verboden het onder 1 bedoelde gebruik van gronden en opstallen te wijzigen, tenzij door de wijziging van het gebruik de afwijking van het plan niet wordt vergroot.

5.2.    In dit geding is in het kader van het beroep van MAC Lierop gericht tegen het besluit van 10 januari 2017 opnieuw in geschil of het gebruik van het terrein voor motorcrossactiviteiten door MAC Lierop onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan valt en of MAC Lierop aan de hand van nader overgelegd bewijsmateriaal aannemelijk kan maken dat het door haar gemaakte gebruik van het perceel wordt beschermd door het overgangsrecht. [appellant sub 2] en anderen hebben voldoende gelegenheid gehad om op de door MAC Lierop ruim voor de zitting van de Afdeling ingediende stukken te reageren. De Afdeling ziet dan ook geen grond voor het buiten beschouwing laten van de door MAC Lierop overgelegde stukken, zoals door [appellant sub 2] en anderen verzocht.

5.3.    Tussen partijen is in hoger beroep niet in geschil dat het organiseren van Grands Prix niet onder het overgangsrecht valt. Partijen houdt verdeeld of MAC Lierop met de aangeleverde bewijzen aannemelijk heeft gemaakt dat het gebruik dat zij van de baan maakt voor trainingsdoeleinden en nationale wedstrijden wordt beschermd door het overgangsrecht.    

5.4.    Wat betreft de organisatie van nationale wedstrijden is de Afdeling van oordeel dat MAC Lierop met de door haar overgelegde bewijsstukken, bestaande uit motorboekjes, aankondigingen en uitslagen heeft aangetoond dat ten tijde van de peildatum drie á vier wedstrijddagen per jaar werden georganiseerd door MAC Lierop voor jeugd dan wel senioren. Dit aantal wedstrijddagen komt in zoverre overeen met het huidige gebruik dat MAC Lierop maakt van het perceel.

    Ten aanzien van het parcours heeft MAC Lierop, mede aan de hand van een geprinte PowerPointpresentatie waarin foto's van beeldmateriaal met een toelichting zijn opgenomen en een luchtfoto waarop foto's zijn weergegeven van de huidige situatie en de situatie in het verleden, eveneens aannemelijk gemaakt dat het huidige parcours te vergelijken valt met het parcours ten tijde van de peildatum. Daarbij is van belang dat de lus ten behoeve van de Grands Prix niet wordt gebruikt bij de trainingsdoeleinden en de nationale wedstrijden.

5.5.    Weliswaar is, naar tussen partijen niet in geschil is, aannemelijk dat niet-leden van MAC Lierop ten tijde van de peildatum gebruik maakten van de crossbaan, maar niet is aangetoond door MAC Lierop dat dit gebruik ten tijde van het besluit van 10 januari 2017 overeen komt met het gebruik door niet-leden ten tijde van de peildatum. Met de door MAC Lierop overgelegde gegevens van MAC de Kempenrijders uit Budel ten tijde van peildatum kan MAC Lierop niet aannemelijk maken op welke manier gebruik werd gemaakt van haar baan ten tijde van de peildatum. Daarnaast zijn na de peildatum, mede ten behoeve de organisatie van Grands Prix een aantal voorzieningen aangelegd, bestaande uit bijvoorbeeld een wasplaats, die evenmin worden beschermd door het overgangsrecht.

5.6.    Het voorgaande betekent dat het door MAC Lierop gedane beroep op het overgangsrecht deels slaagt en dat het college ten onrechte handhavend heeft opgetreden tegen het gebruik van de crossbaan voor nationale wedstrijden en trainingsdoeleinden voor leden. Nu in de bij besluit van 10 januari 2017 opgelegde last geen onderscheid wordt gemaakt in de hoogte van de dwangsom naar de aard van het gebruik, maar voor elke motorcrossactiviteit op het perceel een dwangsom van € 1.000 wordt verbeurd, dient dit besluit in zijn geheel te worden vernietigd.

    Dit betekent evenwel niet dat het college ten onrechte handhavend heeft opgetreden. Het college heeft terecht handhavend opgetreden voor zover het betreft het organiseren van Grands Prix en het gebruik van de motorcrossbaan voor trainingsdoeleinden door niet-leden, omdat MAC Lierop niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit gebruik wordt beschermd door het overgangsrecht. Aannemelijk is wel dat niet-leden kort voor een wedstrijddag trainen op het parcours teneinde baankennis te vergaren voor de wedstrijd. Ten behoeve van het door het college nieuw te nemen besluit op de bezwaren van [appellant sub 2] en anderen merkt de Afdeling op dat MAC Lierop het gebruik van niet-leden van haar baan, anders dan kort voor een wedstrijd trainen, waarbij gedacht kan worden aan twee tot drie weken voor een wedstrijdweekend op de toegestane trainingsdagen en - uren, dient te weren.

6.    Gelet op het voorgaande is het college bevoegd handhavend op te treden tegen gebruik dat niet wordt beschermd door het overgangsrecht.

    Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

7.    MAC Lierop betoogt dat het college onvoldoende gewicht heeft toegekend aan haar belangen en niet heeft onderkend dat handhavend optreden onevenredig is, omdat zij in de afgelopen jaren veelvuldig heeft geïnvesteerd in het circuit. Daar komt volgens MAC Lierop bij dat de klagende omwonenden op meer dan 200 meter van het circuit wonen dan wel de woning hebben gekocht toen het circuit reeds in gebruik was voor crossactiviteiten.

7.1.    Het college heeft in hetgeen door MAC Lierop is aangevoerd terecht geen grond gezien voor het oordeel dat handhavend optreden zodanig onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van handhavend optreden behoorde te worden afgezien. Daarbij is van belang dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de enkele omstandigheid dat het gebruik reeds geruime tijd heeft voortgeduurd, mede gelet op de aard en omvang van het gebruik waarbij  overlast voor omwonenden wordt veroorzaakt, niet met zich brengt dat handhavend optreden onevenredig zou zijn.

    Het betoog faalt.

8.    Het beroep van MAC Lierop gericht tegen het besluit van 10 januari 2017 is gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd. Het college dient derhalve een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [appellant sub 2] en anderen. Met het oog op een efficiënte en spoedige afdoening van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) te bepalen dat tegen het nieuw te nemen besluit slechts bij haar beroep kan worden ingesteld.

Besluit van 22 juni 2017

9.    Het college heeft zich in het besluit van 22 juni 2017 op het standpunt gesteld dat, gelet op het beroep tegen het besluit van 10 januari 2017 dat zal leiden tot een definitief oordeel over onderhavige kwestie, en de beperkte openingstijden van het circuit, de belangen van omwonenden niet zodanig onevenredig worden benadeeld door het verlengen van de begunstigingstermijn dat daarmee de belangen van omwonenden zouden moeten prevaleren boven de belangen van MAC Lierop bij een in tijd beperkte verlenging van de begunstigingstermijn.

    Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:24 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 6:19, eerste lid, van die wet, onderwerp te zijn van dit geding.

10.    Reeds omdat het besluit van 10 januari 2017 is vernietigd dient  het besluit van 22 juli 2017 eveneens te worden vernietigd. Het beroep van [appellant sub 2] en anderen is gegrond en aan een inhoudelijke bespreking van de door [appellant sub 2] en anderen aangevoerde gronden komt de Afdeling niet toe.

11.    Van proceskosten gemaakt door MAC Lierop die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten van [appellant sub 2] en anderen te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep van de vereniging Motor- en Autoclub Lierop gegrond;

II.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Someren van 10 januari 2017, kenmerk SOM/2015/15768/ak;

III.    bepaalt dat tegen het door het college van burgemeester en wethouders van Someren te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;

IV.    verklaart het beroep van [appellant sub 2] en anderen gegrond;

V.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Someren van 22 juni 2017, kenmerk SOM/2015/015768;

VI.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Someren tot vergoeding van bij [appellant sub 2] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 751,50 (zegge: zevenhonderdeenenvijftig euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Someren aan de vereniging Motor- en Autoclub Lierop het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 333,00 (zegge: driehonderddrieëndertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Vermeulen, griffier.

w.g. Hagen    w.g. Vermeulen

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2018

700.