Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2358

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-07-2018
Datum publicatie
18-07-2018
Zaaknummer
201804638/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 mei 2018 heeft het college het locatieplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s) in de wijk Nieuwland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201804638/2/A1.

Datum uitspraak: 12 juli 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], wonend te Amersfoort,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2018 heeft het college het locatieplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s) in de wijk Nieuwland.

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] beroep ingesteld. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 juni 2018, waar [verzoekster] en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. H.J.M. van Gellekom en ing. P.W.M. Wieman, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    In het locatieplan heeft het college concrete locaties in de wijk Nieuwland aangewezen waar ORAC’ s zullen worden geplaatst. De kruising Bosappelgaarde - Goudreinetgaarde (oostzijde) is aangewezen als locatie 33377. [verzoekster] is het niet eens met de aanwijzing van deze locatie. Zij heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat het college tot plaatsing van een ORAC op deze locatie zal overgaan. [verzoekster] heeft een spoedeisend belang, nu het college heeft aangegeven dat in week 30 van dit jaar een ORAC op deze locatie zal worden geplaatst.

3.    [verzoekster] stelt dat het college niet in redelijkheid locatie 33377 heeft kunnen aanwijzen voor de plaatsing van een ORAC. Daartoe voert zij aan dat het college niet heeft onderzocht of voor deze locatie draagvlak onder de direct omwonenden bestaat. Verder stelt zij dat de locatie vanuit verkeerskundig oogpunt ongeschikt is, nu 50 m verderop een basisschool is gelegen en de kruising nabij de locatie rond de aanvang- en sluitingstijden van de school druk en onoverzichtelijk is. Plaatsing van een ORAC op de locatie is niet in het belang van de verkeersveiligheid, aldus [verzoekster].

3.1.    Bij het bepalen van de locaties in het locatieplan heeft het college onder meer de aanvullende plaatsingscriteria, zoals neergelegd in het "Uitwerkingsplan nieuwe afvalinzameling Amersfoort" van Royal HaskoningDHV, gehanteerd. Een van deze criteria is draagvlak onder de gebruikers.

    In het ontwerplocatieplan lag locatie 33377 aan de Goudreinetgaarde. Bewoners van de naast die locatie gelegen woning hebben in hun zienswijzen, ondersteund door een lijst met handtekeningen van 28 huishoudens, onder meer naar voren gebracht dat draagvlak voor deze locatie ontbreekt. Zij hebben alternatieve locaties aangedragen, waaronder de locatie bij de kruising Bosappelgaarde - Goudreinetgaarde (oostzijde). Uit de "Zienswijzennota Ontwerp locatieplan ondergrondse restafvalcontainers in Nieuwland #5778323", dat aan het besluit van 22 mei 2018 ten grondslag ligt, volgt dat de locatie aan de Goudreinetgaarde voldoet aan de plaatsingscriteria, met uitzondering van het criterium draagvlak onder de gebruikers. In de zienswijzennota heeft het college zich op het standpunt gesteld dat draagvlak onder de gebruikers van de ORAC op de locatie aan de Goudreinetgaarde ontbreekt en is deze locatie daarom vervangen door een van de door deze gebruikers in hun zienswijzen aangedragen alternatieve locaties, namelijk de locatie bij de kruising Bosappelgaarde - Goudreinetgaarde (oostzijde). Volgens het college voldoet deze alternatieve locatie aan de plaatsingscriteria.

    Ter ondersteuning van haar stelling dat voor laatstgenoemde locatie ook geen draagvlak onder de gebruikers bestaat, heeft [verzoekster] naast haar eigen beroepschrift twee dit beroep ondersteunende verklaringen van buren overgelegd, waarbij zij heeft aangegeven in deze voorlopige voorzieningenprocedure niet nog meer handtekeningen te hebben kunnen ophalen, maar dat zij dit alsnog kan doen, omdat volgens haar onder meer onder de 28 huishoudens van het naastgelegen appartementengebouw ook geen draagvlak voor deze locatie bestaat.

    Naar de voorzieningenrechter is gebleken heeft het college niet onderzocht of voor de locatie bij de kruising Bosappelgaarde - Goudreinetgaarde (oostzijde) draagvlak onder de gebruikers bestaat, terwijl dit een van de plaatsingscriteria is. Gelet hierop sluit de voorzieningenrechter op voorhand niet uit dat het besluit van 22 mei 2018 in zoverre onzorgvuldig is voorbereid dan wel onvoldoende is gemotiveerd en dat dit besluit in de bodemprocedure niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om het verzoek van [verzoekster] om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat aan de zijde van het college geen zwaarwegende belangen zijn aangevoerd die zich daartegen verzetten. Zoals het college ter zitting heeft toegelicht, zal in het geval van een voorlopige voorziening een tijdelijke voorziening op de locatie worden getroffen, bijvoorbeeld in de vorm van een bovengrondse restafvalcontainer.

4.    Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

5.    Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort van 22 mei 2018, kenmerk DIR/LO/5785889, voor zover dit besluit betrekking heeft op locatie 33377, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure;

II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 34,57 (zegge: vierendertig euro en zevenenvijftig eurocent);

III.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Graaff-Haasnoot

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2018

531.