Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2322

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
201708540/1/R3 en 201707298/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201708540/1/R3 en 201707298/1/R3.

Datum uitspraak: 11 juli 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Bornerbroek, gemeente Almelo,

en

de raad van de gemeente Almelo,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 maart 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" vastgesteld.

Bij besluit van 18 juli 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening" vastgesteld.

Tegen beide besluiten heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft verweerschriften ingediend.

[appellant] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft beide zaken ter zitting behandeld op 17 mei 2018, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door M.M. Weerink en B. Kooistra, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het ontwerpplan "Buitengebied Almelo" is van 9 december 2009 tot en met 20 januari 2010 ter inzage gelegd. [appellant] heeft bij brief van 18 januari 2010 een zienswijze ingediend tegen dit ontwerpplan.

2.    Op 29 maart 2011 heeft de raad het plan "Buitengebied Almelo" vastgesteld.

3.    [appellant] heeft bij brief van 6 mei 2011, ingekomen bij de gemeente op 10 mei 2011, en bij e-mail van 9 mei 2011 de gemeente aangeschreven over het plan "Buitengebied Almelo".

4.    Bij brief van 12 mei 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders [appellant] geïnformeerd over de uitkomsten van zijn zienswijze. Bij de brieven van 20 mei 2011 en 27 mei 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders inhoudelijk gereageerd op de brief en de e-mail van [appellant].

5.    Tegen het plan "Buitengebied Almelo" heeft een aantal partijen beroep ingesteld. Bij de uitspraak van 26 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8305, heeft de Afdeling op deze beroepen beslist.

6.    Het plan "Buitengebied correctieve herziening" voorziet in een herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo".

7.    [appellant] woont in een stacaravan op het perceel aan de [locatie] te Bornerbroek (hierna: het perceel).

8.    De [locatie] te Bornerbroek maakt onderdeel uit van het plangebied van het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" en het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening".

Betreffende het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo"

Ontvankelijkheid

9.    Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt: "De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken."

    Artikel 6:8, eerste lid, luidt: "De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt."

    Artikel 6:9, eerste lid, luidt: "Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen."

    Artikel 6:10, eerste lid, luidt: "Ten aanzien van een voor het begin van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien het besluit ten tijde van de indiening:

a. wel reeds tot stand was gekomen, of

b. nog niet tot stand was gekomen, maar de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was."

    Artikel 6:11 luidt: "Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest."

    Artikel 6:15, eerste lid, luidt: "Indien het bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde administratieve rechter, wordt het, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde orgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender."

    Het derde lid luidt: "Het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan is bepalend voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht."

9.1.    [appellant] betoogt dat de overschrijding van de termijn voor het instellen van beroep tegen het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" verschoonbaar is. Hij voert aan dat de gemeente zijn brief van 6 mei 2011 en de e-mail van 9 mei 2011 had moeten doorsturen naar de Afdeling. Daarnaast voert hij aan dat hij er pas bij brief van 8 augustus 2017 door de gemeente op is gewezen dat hij een beroep kan doen op een verschoonbare termijnoverschrijding.

    Voorts voert [appellant] aan dat de raad ten onrechte de bestemming "Bos" aan zijn perceel heeft toegekend. Daarbij beroept [appellant] zich op het gebruiksovergangsrecht. Zo stelt hij dat de stacaravan op zijn perceel permanent mag worden bewoond, omdat onder het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 1984" de stacaravan onder het overgangsrecht van dat plan viel. Ook de maximaal toegestane oppervlakte van zijn stacaravan valt volgens [appellant] onder het overgangsrecht en hoort te worden vastgesteld op 70 m2 in plaats van 30 m2.

9.2.    De raad stelt dat hij de brief van 6 mei 2011 en de e-mail van 9 mei 2011 niet heeft hoeven doorsturen naar de Afdeling. Volgens de raad is [appellant] er bij de brieven van 20 mei 2011 en 27 mei 2011 op gewezen dat hij beroep kan indienen bij de Afdeling.

    Verder stelt de raad dat het gebruiksovergangsrecht niet op [appellant] van toepassing is. Volgens de raad vond er ten tijde van de aankoop van de stacaravan op het perceel in 2008 geen permanente bewoning plaats, waardoor het overgangsrecht dat op grond van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 1984" van toepassing was, niet meer geldt. De raad stelt ter zitting dat uit coulance de maximaal toegestane oppervlakte van de stacaravan op 30 m2 is vastgesteld, omdat deze oppervlakte overeenkomt met de maximaal toegestane oppervlakte zoals die onder het overgangsrecht van het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1984" viel.

9.3.    De door [appellant] verzonden brief van 6 mei 2011 en e-mail van 9 mei 2011 zijn allebei gericht aan een ambtenaar van de gemeente Almelo. In zijn brief van 6 mei 2011 verzoekt [appellant] de raad om de bestemming "Bos" niet aan het perceel toe te kennen. De brief richt zich naar haar inhoud voor een deel tegen het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" en heeft als onderwerp "bezwaar bestemmingsplan inzake Grote Bavenkelweg 1". Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad de desbetreffende brief had moeten aanmerken als beroepschrift gericht tegen het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" en gelet op artikel 6:15, eerde lid, van de Awb, had moeten doorzenden naar de Afdeling.

9.4.    Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" is op 12 mei 2011 ter inzage gelegd. Gelet hierop is de termijn voor het instellen van beroep op 13 mei 2011 aangevangen en geëindigd op 23 juni 2011. Zoals blijkt uit hetgeen is overwogen onder 9.3 heeft [appellant] bij brief van 6 mei 2011, ingekomen bij de gemeente op 10 mei 2011, prematuur beroep ingesteld tegen dit besluit. Gelet op artikel 6:15, derde lid, van de Awb is het tijdstip van indiening bij het onbevoegde bestuursorgaan bepalend voor de vraag of het beroepschrift tijdig is ingediend. Nu het bestreden plan "Buitengebied Almelo" ten tijde van de indiening van het beroepschrift van [appellant] wel reeds tot stand was gekomen, is dit beroep van [appellant], gelet op artikel 6:10, eerste lid, onder a, van de Awb, ontvankelijk.

Inhoudelijke beoordeling

9.5.    Aan het perceel zijn de bestemming "Bos" en de functieaanduiding "specifieke vorm van recreatie - stacaravan" toegekend.

    Artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder g, van de planregels luidt: "De voor ´Bos´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:     

g. één stacaravan uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - stacaravan' met dien verstande dat de maximale oppervlakte van de stacaravan niet meer mag bedragen dan 30 m²."

    Artikel 32, lid 32.1, van de planregels luidt: "Het is verboden opstallen - of delen ervan - en gronden te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming(en)."

    Artikel 32, lid 32.2, aanhef en onder f, van de planregels luidt: "Onder een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo wordt in elk geval verstaan:

f. met betrekking tot de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden', 'Bos', 'Recreatie', 'Recreatie - Verblijfsrecreatie', 'Wonen' en 'Wonen - Villa': een gebruik van recreatiewoningen, vakantieappartementen, trekkershutten, groepsaccommodaties, bed & breakfastaccommodaties, stacaravans of enige andere recreatieobjecten ten behoeve van permanente bewoning."

9.6.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in onder meer de uitspraak van 6 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW7611, is het aan degene die een beroep doet op het overgangsrecht van een bestemmingsplan om aannemelijk te maken dat het met het plan strijdige gebruik op de peildatum plaatsvond en nadien ononderbroken is voortgezet.

9.7.    [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het met het bestemmingsplan strijdige gebruik op de peildatum, in dit geval de datum van inwerkingtreding van het bestemmingplan "Buitengebied 1984", plaatsvond en nadien ononderbroken is voortgezet. De stelling van de raad dat de stacaravan in 2008 bij aankoop van het perceel door [appellant] niet permanent werd bewoond, heeft [appellant] ook niet gemotiveerd weersproken. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het gebruik van de stacaravan met een maximaal toegestane oppervlakte van meer dan 30 m2 voor permanente bewoning op het perceel van [appellant] niet onder de beschermende werking van het overgangsrecht van het plan "Buitengebied 1984" viel.

9.8.    Gelet op het vorenstaande heeft de raad in redelijkheid aan het perceel de bestemming "Bos" met de functieaanduiding "specifieke vorm van recreatie - stacaravan" kunnen toekennen.

    Het betoog faalt.

9.9.    Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

Betreffende het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening"

10.    Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Awb wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad.

    Het ontwerpplan "Buitengebied correctieve herziening" is blijkens de kennisgeving met ingang van 9 november 2016 voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. De termijn waarbinnen zienswijzen naar voren konden worden gebracht eindigde derhalve op 20 december 2016.

    [appellant] heeft geen zienswijze over het ontwerpplan "Buitengebied correctieve herziening" naar voren gebracht.

    Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang bezien met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door een belanghebbende die over het ontwerpplan niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

    Deze uitzondering doet zich niet voor. [appellant] heeft niet toegelicht waarom hij geen zienswijze heeft kunnen indienen.

    Het beroep van [appellant] tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening" is niet-ontvankelijk.

Proceskosten

11.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Almelo van 29 maart 2011 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" ongegrond;

II.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Almelo van 18 juli 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening" niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Van Diepenbeek    w.g. Lap

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2018

288-867.