Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2285

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
201702747/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2017:871, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 mei 2015 heeft het college een verzoek om informatie van GA1 en BPN deels afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2018/433 met annotatie van P.J. Stolk
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201702747/1/A3.

Datum uitspraak: 11 juli 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1.    het college van burgemeester en wethouders van Barneveld,

2.    Gebiedsontwikkeling A1 B.V. en Betonproductie Nederland B.V., beide gevestigd te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld (hierna: GA1 en BPN),

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 februari 2017 in zaak nr. 15/6640 in het geding tussen:

GA1 en BPN

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2015 heeft het college een verzoek om informatie van GA1 en BPN deels afgewezen.

Bij besluit van 24 september 2015 heeft het college het door GA1 en BPN daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij tussenuitspraak van 18 februari 2016 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na verzending van de tussenuitspraak de geconstateerde gebreken te herstellen met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen.

Bij besluit van 22 maart 2016 heeft het college het besluit van 24 september 2015 deels ingetrokken, het bezwaar van GA1 en BPN tegen het besluit van 12 mei 2015 alsnog deels gegrond verklaard, het besluit van 12 mei 2015 in zoverre herroepen en een aantal documenten openbaar gemaakt.

Bij uitspraak van 21 februari 2017 heeft de rechtbank het door GA1 en BPN tegen het besluit van 24 september 2015 ingestelde beroep deels gegrond verklaard, het besluit van 22 maart 2016 deels vernietigd, de rechtsgevolgen daarvan deels in stand gelaten, het college opgedragen bij een nieuw te nemen besluit op bezwaar bepaalde informatie alsnog in bruikbare vorm te verstrekken en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

GA1 en BPN hebben incidenteel hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft een zienswijze ingediend.

GA1 en BPN en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 maart 2018, waar het college, vertegenwoordigd door mr. T.H. Iking-de Jong, bijgestaan door mr. R.C.K. van Andel, advocaat te Arnhem, vergezeld door ing. P. Hekman en G. Wiersma, verkeerskundigen, en GA1 en BPN, vertegenwoordigd door mr. F.J.M. Wolbers, advocaat te Amersfoort, vergezeld door ing. G.J. Rijpstra, verkeerskundige, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Bij een besluit van 17 december 2013 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Harselaar-Zuid Fase 1a" vastgesteld. Dit plan voorziet in een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Harselaar-Oost ter grootte van 34 hectare, alsmede in de aanpassingen van bestaande wegen in en om dit bedrijventerrein. GA1 en BPN, die eigenaar zijn van gronden in het plangebied, kunnen zich met dit bestemmingsplan niet verenigen en hebben tegen de vaststelling geprocedeerd. Voorts hebben zij geprocedeerd over het exploitatieplan "Harselaar-Driehoek 1e herziening".

    Bij brief van 18 maart 2015 hebben GA1 en BPN het college op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) verzocht om gegevens die zien op de verkeersmodellering van Harselaar-Zuid Fase 1a. Het verkeersmodel is in opdracht van de gemeente Barneveld gemaakt door en in beheer bij het bureau Goudappel Coffeng.

Uitspraken van de rechtbank

2.    In de tussenuitspraak heeft de rechtbank voorop gesteld dat het verzoek ziet op de 35 punten die in het bij het verzoek gevoegde memo zijn genoemd.

    De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van de punten 13, 17, 21, 31, 33 en 34 geen geschil meer bestaat.

    Ten aanzien van de punten 5, 32, 1, 15, 16, 8, 18, 2, 3, 4, 6 en 24 heeft de rechtbank GA1 en BPN in de gelegenheid gesteld op de standpunten van het college te reageren.

     Over de punten 7, 9, 10, 11, 12, 14, 19, 20, 22, 23, 25 tot en met 30 en 35 heeft de rechtbank als volgt overwogen. Het verstrekken van de gegevens waarvoor een rapportageslag nodig is, kan op zichzelf niet als het vervaardigen van een document worden aangemerkt en derhalve niet om die reden worden geweigerd. Andere gegevens waarom GA1 en BPN hebben verzocht, kunnen volgens het college slechts gegenereerd worden door het uitvoeren van een bewerking/berekening. Volgens de rechtbank zijn deze gegevens geen elektronisch vastgelegde gegevens, zodat geen sprake is van een document als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wob. Het verstrekken van deze gegevens komt neer op het vervaardigen van documenten. Nu de Wob daartoe niet verplicht, mocht het college weigeren deze gegevens openbaar te maken.

3.    In de einduitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat ook ten aanzien van de punten 5, 2, 4, 6 en 1 geen geschil meer bestaat.

    Over punt 8 heeft het college toegelicht dat het gaat om dezelfde gegevens als onder punt 7, die reeds openbaar zijn gemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat aan punt 8 geen zelfstandige betekenis toekomt.

    Over de punten 18, 3 en 24 heeft de rechtbank geoordeeld dat de gevraagde gegevens door het college zijn verstrekt.

    Ten aanzien van de punten 7, 9, 11 en 22 heeft het college een bestand verstrekt met een tabel zonder kop of nummerindeling. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze informatie onvoldoende bruikbaar is en het college opgedragen de informatie alsnog in bruikbare vorm te verstrekken.

    Over de punten 10, 12, 14, 19, 20, 23, 25 tot en met 30 en 35  heeft het college gesteld dat de gegevens enkel worden gegenereerd door het uitvoeren van een bewerking/berekening. Volgens de rechtbank hebben GA1 en BPN dit standpunt onvoldoende gemotiveerd betwist. Het college mocht derhalve weigeren deze gegevens te verstrekken.

Incidenteel hoger beroep van GA1 en BPN

Omvang van het verzoek

4.    GA1 en BPN betogen dat de rechtbank hun verzoek ten onrechte heeft beperkt tot de 35 punten die zijn vermeld in een door een verkeerskundige opgestelde memo die bij het verzoek was gevoegd. Het memo is bedoeld als leidraad en niet als uitputtende lijst. De verkeerskundige kon geen uitputtende lijst opstellen omdat de gemeente hem geen inzicht heeft gegeven in de voor de verkeersmodellering gebruikte (bron)gegevens. GA1 en BPN wijzen op de geschiedenis van de totstandkoming van de Wob, waaruit blijkt dat is gekozen voor een stelsel waarbij de verzoeker de aangelegenheid, waarover hij geïnformeerd wil worden, moet vermelden. Hij hoeft niet precies het document aan te wijzen waarvan hij de inhoud wil kennen (kamerstukken II 1986/87, 19 859, nr. 3, p. 21).

4.1.    Artikel 3, eerste lid, van de Wob luidt:

"Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf."

    Het tweede lid luidt:

"De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document, waarover hij informatie wenst te ontvangen."

4.2.    Uit artikel 3, tweede lid, van de Wob en de geschiedenis van de totstandkoming van die wet blijkt dat een verzoeker in zijn verzoek kan volstaan met het noemen van de bestuurlijke aangelegenheid waarover hij informatie wenst te ontvangen. Het bestuursorgaan dient dan na te gaan welke documenten informatie over die bestuurlijke aangelegenheid bevatten. Uit artikel 3, tweede lid, van de Wob blijkt evenwel dat de verzoeker in zijn verzoek ook de documenten kan vermelden die hij wenst te ontvangen en die betrekking hebben op een bestuurlijke aangelegenheid.

    In het verzoek van 18 maart 2015 hebben GA1 en BPN met betrekking tot de gegevens over de verkeersmodellering van Harselaar-Zuid Fase 1a vermeld: "de gegevens die worden gevraagd treft u aan in het bijgesloten memo". Uit het verzoek blijkt niet dat het ook betrekking heeft op andere dan in het memo genoemde gegevens over de verkeersmodellering van Harselaar-Zuid Fase 1a. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het verzoek ziet op de informatie die in de 35 punten is beschreven in het memo.

    Het betoog faalt.

Punten 10, 12, 14, 19, 20, 23, 25 tot en met 30 en 35

5.    Verder betogen GA1 en BPN dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college mocht weigeren de gegevens ten aanzien van de punten 10, 12, 14, 19, 20, 23, 25 tot en met 30 en 35 te verstrekken, omdat die alleen maar kunnen worden gegenereerd door het uitvoeren van een bewerking. Volgens GA1 en BPN zijn er gegevens beschikbaar die zijn aan te merken als tussenstappen bij de uitvoering van de opdracht tot modellering. Die hebben een berekening gevergd, maar de variabelen en/of de berekening zelf zijn als beschikbare informatie opgeslagen. De berekening is volgens hen door het computerprogramma opgeslagen, zodat het gaat om opgeslagen of opnieuw te reproduceren informatie. GA1 en BPN stellen dat het aan het college is om aan te tonen dat de gegevens niet voorhanden zijn.

5.1.    Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3297, bevat de Wob geen verplichting om gegevens te vervaardigen die niet in bestaande documenten zijn neergelegd, ongeacht de mate van inspanning.

    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:414), is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, dat document toch onder het bestuursorgaan berust.

    Volgens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 1986-1987, 19 859, nr. 3, blz.11) heeft de Wob ten doel de burger in de gelegenheid te stellen de bestuurlijke besluitvormingsprocessen die hebben plaatsgevonden te doorzien. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:643) volgt hieruit dat een verzoek geen betrekking kan hebben op na dat verzoek vervaardigde documenten.

5.2.    Uit de tussenuitspraak van de rechtbank volgt dat Wiersma, verkeerskundige van Goudappel Coffeng, heeft toegelicht dat indien het verkeersmodel wordt gedraaid, een database wordt gevuld met gegevens. Van sommige in het verzoek gevraagde gegevens geldt dat die niet tijdens het draaien in de database terecht komen. Deze gegevens zijn niet elektronisch voorhanden, maar kunnen alleen maar gegenereerd worden door het uitvoeren van een bewerking/berekening.

    In het besluit van 22 maart 2016 heeft het college toegelicht dat de gegevens van de punten 10, 12, 14, 19, 20, 23, 25 tot en met 30 en 35 dergelijke berekengegevens betreffen. De rekenslag die noodzakelijk is om de gegevens te genereren is niet door of namens de gemeente gemaakt. Ten aanzien van punt 10 heeft het college toegelicht dat om die gegevens te verkrijgen een nieuwe bewerking noodzakelijk is. Over de punten 12, 14, 23 en 25 tot en met 30 heeft het college toegelicht dat dit informatie betreft die niet voor eerdere studies is gebruikt. De informatie zou gegenereerd moeten worden met het verkeersmodel. Over de punten 19 en 20 heeft het college toegelicht dat wordt gevraagd een modelvariant te fabriceren die nu nog niet bestaat. Ten aanzien van punt 35 heeft het college toegelicht dat bureau Huijskes VRT op 19 maart 2015 in opdracht van de gemeente coconberekeningen heeft gemaakt voor de kruising Harselaarseweg-Industrieweg en de resultaten ervan heeft neergelegd in een memo, overigens zonder bijlagen. Dit ontwerp is nog in bewerking en een onderbouwing, zoals gevraagd door GA1 en BPN, is niet aanwezig, aldus het college.

    Ter zitting van de Afdeling is nog door Hekman, verkeerskundige van de gemeente, toegelicht dat de gemeente geen opdracht heeft gegeven aan Goudappel Coffeng om de voormelde gegevens te berekenen, omdat de gemeente die gegevens niet hoefde te hebben. De berekeningen hebben derhalve niet plaatsgevonden.

5.3.    Het college heeft aldus gemotiveerd gesteld dat de door GA1 en BPN onder de punten 10, 12, 14, 19, 20, 23, 25 tot en met 30 en 35 gevraagde informatie niet in ten tijde van het verzoek bestaande documenten was neergelegd, omdat verkrijgen van die informatie een berekening vergt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de informatie die slechts is te verkrijgen door het uitvoeren van een berekening, niet in bestaande documenten is neergelegd. De stelling van het college komt de Afdeling niet ongeloofwaardig voor. Het was derhalve aan GA1 en BPN om aannemelijk te maken dat de door hen gevraagde gegevens in onder het college berustende documenten zijn neergelegd. Daarin zijn zij niet geslaagd. Nu de Wob geen verplichting bevat om gegevens te vervaardigen die niet in bestaande documenten zijn neergelegd, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college het verzoek, voor zover het de punten 10, 12, 14, 19, 20, 23, 25 tot en met 30 en 35 betreft, heeft mogen afwijzen.

    Het betoog faalt.

Punt 8

6.    GA1 en BPN hebben het ten aanzien van punt 8 voorgedragen betoog ter zitting ingetrokken.

Punten 3, 18 en 24

7.    GA1 en BPN betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college de informatie waarom onder 3, 18 en 24 is verzocht, heeft verstrekt. Punt 3 heeft betrekking op broninformatie, hetgeen het college niet heeft verstrekt. Over punt 18 voeren GA1 en BPN aan dat het college had moeten begrijpen dat het om drie verschillende offertes gaat. Ten aanzien van punt 24 had het college moeten vragen om het verzoek te specificeren, aldus GA1 en BPN.

7.1.    Punt 3 van het verzoek luidt: "ingevoerde SEGS van alle woon- en bedrijfsgebieden per zone".

    Bij het besluit van 12 mei 2015 heeft het college van een deel van de gemeente een plot (tabel) verstrekt, waarin per zone het aantal inwoners en arbeidsplaatsen is vermeld.

    Nu in punt 3 van het verzoek expliciet wordt verzocht om de gegevens zoals die zijn ingevoerd in het verkeersmodel, behoefde het college punt 3 niet zo op te vatten dat eveneens wordt verzocht om de broninformatie waaruit die gegevens zijn afgeleid. Met verstrekken van het plot heeft het college dan ook aan punt 3 van het verzoek voldaan.

7.2.    Punt 18 van het verzoek luidt: "alle uitdraaien en conclusies van de onderzochte alternatieven tussen Bnv039 en Bnv072".

    In de brief van 18 augustus 2016 heeft het college toegelicht welke activiteiten onder de projectcodes Bnv039, Bnv044, Bnv062 en Bnv070 zijn verricht en dat de daarbij tot stand gekomen documenten reeds openbaar zijn.

    Nu in punt 18 van het verzoek wordt verzocht om "uitdraaien en conclusies", behoefde het college punt 18 niet zo op te vatten dat eveneens wordt verzocht om offertes. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat de onder punt 18 van het verzoek verzochte gegevens niet zijn verstrekt.

7.3.    Artikel 3, vierde lid, van de Wob luidt:

"Indien een verzoek te algemeen geformuleerd is, verzoekt het bestuursorgaan de verzoeker zo spoedig mogelijk om zijn verzoek te preciseren en is het hem daarbij behulpzaam."

7.3.1.    Punt 24 luidt: "alle achtergrondinformatie op basis waarvan de HB-matrix van Harselaar-Zuid is bepaald".

    In de bijlage van het besluit van 22 maart 2016 heeft het college toegelicht dat alle relevante achtergrondinformatie is verstrekt.

    Naar het oordeel van de Afdeling is punt 24 van het verzoek niet te algemeen geformuleerd. Voorts hebben GA1 en BPN niet concreet gemaakt welke informatie zij wel wensen te ontvangen die het college niet heeft verstrekt. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat het college GA1 en BPN had moeten vragen om het verzoek te specificeren.

7.4.    Het betoog faalt.

Hoger beroep van het college

Punten 7, 9, 11 en 22

8.    Het college betoogt dat de rechtbank in de tussenuitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het verstrekken van elektronisch opgeslagen gegevens op zichzelf niet als het vervaardigen van een document kan worden aangemerkt. Het college licht toe dat vergaring heeft moeten plaatsvinden om de gegevens van de punten 7, 9, 11 en 22 te verstrekken. Die gegevens bevinden zich in een database/verkeersmodel dat Goudappel Coffeng voor de gemeente Barneveld beheert en kunnen niet met één druk op de knop of via een schermafdruk worden geprint. Omdat de Wob niet vergt dat documenten worden vervaardigd, stelt het college zich, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:414, op het standpunt dat het deze gegevens mocht weigeren.

8.1.    Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:414), zijn elektronisch vastgelegde gegevens documenten in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van de Wob, waarop artikel 3 van de Wob van toepassing is.

    Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3297, bevat de Wob geen verplichting om gegevens te vervaardigen die niet in bestaande documenten zijn neergelegd, ongeacht de mate van inspanning.

8.2.    In de door het college genoemde uitspraak van 15 februari 2017 heeft de Afdeling in acht genomen dat door het bestuursorgaan in die zaak was toegelicht dat om de verzochte informatie uit de database te verkrijgen een opdracht moet worden geprogrammeerd en lijsten moeten worden samengesteld en bewerkt. De Afdeling heeft vastgesteld dat het aantal unieke bezoekers van de website niet in documenten is neergelegd. Om tot een weergave daarvan te komen, dient het college gegevens te verzamelen en te bewerken. Dan is sprake van het vervaardigen van een document, aldus de Afdeling in de voormelde uitspraak.

8.3.    Uit de tussenuitspraak van de rechtbank blijkt dat door Wiersma, verkeerskundige van Goudappel Coffeng, is toegelicht dat de gegevens die door het draaien van het verkeersmodel in de database terecht zijn gekomen elektronisch voorhanden zijn, maar niet met één druk op de knop kunnen worden geprint of uitgevoerd. Er moet een rapportageslag plaatsvinden om de gegevens beschikbaar te krijgen. Ter zitting van de Afdeling is door Hekman, verkeerskundige van de gemeente, verder toegelicht dat een rapportageslag inhoudt dat een aantal handelingen in het verkeersmodel moeten worden verricht om de gegevens te verstrekken. Wiersma heeft ter zitting van de Afdeling verklaard dat de gegevens in de database liggen en dat met de rapportageslag geen sprake is van het creëren van nieuwe gegevens door berekening.

8.4.    Gelet op de voormelde toelichtingen, is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat het verstrekken van de informatie over de punten 7, 9, 11 en 22 niet als het vervaardigen van gegevens die niet in bestaande documenten zijn neergelegd, moet worden aangemerkt. Daartoe is van belang dat de gegevens in de database voorhanden zijn. Dat de gegevens niet met een enkele druk op de knop of een schermafdruk kunnen worden verstrekt, maakt niet dat sprake is van het vervaardigen van een document. Er is immers geen sprake van het creëren van nieuwe gegevens door berekening, maar van het door middel van eenvoudige ordening printen van gegevens die reeds voorhanden zijn. Hierin onderscheidt deze zaak zich van de zaak die leidde tot de voormelde uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2017.

    Het betoog faalt.

9.    Verder betoogt het college dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de informatie ten onrechte niet in een bruikbare vorm is verstrekt. In de "Toelichting op aanvullende stukken", die openbaar is gemaakt, heeft Goudappel Coffeng toegelicht hoe de tabel die het college over punt 7 heeft verstrekt, moet worden geduid. Over de punten 9, 11 en 22 stelt het college zich op het standpunt dat de gegevens openbaar zijn gemaakt zoals ze zijn gevraagd. In het verzoek hebben GA1 en BPN niet duidelijk gemaakt in welk detail zij de informatie wensen. Pas ter zitting van de rechtbank bleek dat GA1 en BPN niet de gemiddelde weerstand van de kruispunten wilden verkrijgen, maar de weerstanden per rijrichting op elk kruispunt.

9.1.    Artikel 2, tweede lid, van de Wob luidt:

"Het bestuursorgaan draagt er zo veel mogelijk zorg voor dat de informatie die het overeenkomstig deze wet verstrekt, actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is."

9.2.    Punten 7, 9, 11 en 22 van het verzoek luiden:

7: "inzage in de bestaande verdeling van het verkeer, aan de hand van HB-matrices per zone, per tijdsperiode";

9: "gebruikte productie en attractieformules";

11: "kruispuntweerstanden";

22: "een plot van alle kruispuntweerstanden en een onderbouwing van deze kruispuntweerstanden".

9.3.    Ten aanzien van punt 7 heeft het college een tabel met een groot aantal cijfers verstrekt zonder kolomkoppen. Daarbij is door het college een toelichting verstrekt waarin staat dat de kolomkoppen handmatig kunnen worden toegevoegd. Voorts staat in de toelichting: "Rij 1 en kolom A betreffen zone 1, rij 2 en kolom B betreffen zone 2, etc.".  Ter zitting van de Afdeling heeft verkeerskundige Rijpstra gesteld dat hij met deze toelichting niet uit de voeten kan, omdat op de zonekaart die hij bezit geen zone 1 is aangegeven. Daarop is door Hekman ter zitting toegelicht dat de zones in Barneveld niet bij nummer 1 beginnen. Als de toelichting bij de tabel wordt gevolgd en de kolomkoppen worden ingevuld, wordt vanzelf bij de hogere zonenummers van de gemeente Barneveld uitgekomen. Vervolgens heeft Rijpstra verklaard dat hij de toelichting begrijpt en dat hij met de tabel aan de slag kan.

    Nu de toelichting die het college bij de tabel heeft verstrekt, duidelijk maakt hoe de kolomkoppen dienen te worden ingevuld, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de verstrekte informatie niet actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is.

9.4.    In het verzoek is onder de punten 11 en 22 verzocht om "kruispuntweerstanden" en "een plot van alle kruispuntweerstanden". Nu hiermee niet wordt verzocht om de kruispuntweerstanden per rijrichting, bestaat geen grond voor het oordeel dat het college niet heeft verstrekt waarom is verzocht.

9.5.    Het betoog slaagt.

Conclusie

10.    Het incidenteel hoger beroep van GA1 en BPN is ongegrond. Het hoger beroep van het college is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover de rechtbank het besluit van 22 maart 2016 heeft vernietigd, voor zover dat ziet op de punten 7, 9, 11 en 22, en de rechtbank het college heeft opgedragen ten aanzien van die punten informatie in bruikbare vorm te verstrekken. De uitspraken van de rechtbank van 18 februari 2016 en 21 februari 2017 dienen voor het overige te worden bevestigd, voor zover aangevallen.

11.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep van Gebiedsontwikkeling A1 B.V. en Betonproductie Nederland B.V. ongegrond;

II.    verklaart het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Barneveld gegrond;

III.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 februari 2017 in zaak nr. 15/6640, voor zover de rechtbank het besluit van 22 maart 2016 heeft vernietigd, voor zover dat ziet op de punten 7, 9, 11 en 22, en de rechtbank het college heeft opgedragen ten aanzien van die punten informatie in bruikbare vorm te verstrekken;

IV.    bevestigt de uitspraken van de rechtbank van 18 februari 2016 en 21 februari 2017 voor het overige, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Noordhoek, griffier.

w.g. Van Altena

voorzitter    De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2018

819.