Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:2221

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-07-2018
Datum publicatie
04-07-2018
Zaaknummer
201608906/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 oktober 2013 heeft het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie Oost van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur) besloten om niet handhavend op te treden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2018/757
Module Horeca 2019/2998
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201608906/1/A3.

Datum uitspraak: 4 juli 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. Pompstation B.V., gevestigd te Amsterdam,

2. de burgemeester van Amsterdam,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2016 in zaak nr. 14/4706 in het geding tussen:

[belanghebbende] en anderen, allen wonend te Amsterdam,

en

de burgemeester.

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2013 heeft het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie Oost van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur) besloten om niet handhavend op te treden.

Bij besluit van 19 juni 2014, heeft het dagelijks bestuur de door [belanghebbende] en anderen daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij besluit van 27 augustus 2014 heeft de burgemeester de bezwaren van [belanghebbende] en anderen ongegrond verklaard en het besluit van 19 juni 2014 tot het zijne gemaakt (hierna: het bestreden besluit).

Bij uitspraak van 27 oktober 2016 heeft de rechtbank het beroep van [belanghebbende] en anderen tegen het besluit van 27 augustus 2014 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de burgemeester opgedragen om binnen 6 weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Pompstation B.V. en de burgemeester hoger beroep ingesteld.

[belanghebbende] en anderen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 10 juli 2017 heeft de burgemeester de door [belanghebbende] en anderen gemaakte bezwaren tegen het besluit van 14 oktober 2013 opnieuw ongegrond verklaard.

Pompstation B.V. en [belanghebbende] en anderen hebben op dit besluit gereageerd.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juni 2018, waar Pompstation B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. R.G. Meester, advocaat te Amsterdam, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. Y.H.M. Huisman, zijn verschenen.

Voorts zijn ter zitting gehoord [belanghebbende] en anderen, waarvan [gemachtigde A] en [gemachtigde B] in persoon.

Overwegingen

Inleiding

1. De in deze uitspraak aangehaalde wetgeving is in de bijlage opgenomen. Deze bijlage is bij de uitspraak gevoegd.

2. Pompstation B.V. exploiteert een horeca-inrichting aan de Zeeburgerdijk 52 in Amsterdam met aan de achterzijde een terras. Het terras is ook bereikbaar via een directe toegang aan de Borneostraat. [belanghebbende] en anderen zijn omwonenden van het terras. Zij hebben om handhavend optreden gevraagd omdat volgens hen het gebruik van het terras door een groep bruiloftsgasten op 24 augustus 2013 in strijd was met het bestemmingsplan en daarmee ook in strijd met de exploitatievergunning. De burgemeester heeft bij het besluit 27 augustus 2014 van handhavend optreden afgezien omdat niet kan worden aangetoond dat er een overtreding was van de bestemmingsplanregels. Dit standpunt neemt de burgemeester opnieuw in bij het besluit van 10 juli 2017.

Het besluit van 27 augustus 2014

De uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank heeft overwogen dat het gebouw van de horeca-inrichting op 24 augustus 2013 was verhuurd voor een huwelijksfeest. Dit gebruik valt onder horeca van categorie IIa als bedoeld in de regels van het bestemmingsplan "Indische Buurt en Flevopark" (hierna: het bestemmingsplan). Nu vaststaat dat een deel van de gasten van het huwelijksfeest ook op het terras heeft verbleven, is daarmee ook het terras gebruikt voor horeca in categorie IIa. Hierbij is niet van belang of het terras ook toegankelijk was voor andere gasten. Gebruik van het terras voor horeca in categorie IIa is op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan. Daarom heeft de burgemeester ten onrechte geconcludeerd dat geen overtreding kon worden vastgesteld, aldus de rechtbank.

De hoger beroepen van de burgemeester en Pompstation B.V.

4. De burgemeester betoogt dat het gebouw van de horeca-inrichting niet werd verhuurd voor het huwelijksfeest en dat er dus ook geen gebruik als horeca in categorie IIa was. Ten behoeve van het huwelijksfeest waren alle tafels gereserveerd, maar de ruimte was niet afgesloten voor andere gasten. Ook werd er geen huur geheven en werden er geen andere extra kosten in rekening gebracht. Volgens de burgemeester past het reserveren en gebruik van beschikbare tafels in een restaurant voor bijvoorbeeld een afscheidsborrel, verjaardag of huwelijksfeest binnen de normale exploitatie van een restaurant in categorie IV. Zelfs in het geval de zaal wel zou zijn verhuurd, heeft dat niet tot gevolg dat de gasten die van die zaal gebruik maken zich op geen enkel moment op het terras mogen begeven om bijvoorbeeld een sigaret te roken. Daarmee is namelijk niet automatisch ook sprake van gebruik voor zaalverhuur op het terras, aldus de burgemeester.

4.1.

Pompstation B.V. betoogt dat het alleen al onmogelijk is om een terras voor zalenverhuur te gebruiken omdat op de gronden van het terras geen zaal aanwezig is. Verder heeft het terras een zelfstandige horecabestemming die niet is gekoppeld aan het gebruik van de horeca-inrichting in het gebouw. Het terras wordt ook nooit verhuurd, maar alleen voor typische café/restaurant-activiteiten gebruikt. Of alle tafels op het terras worden gereserveerd voor één groep, wat hier niet het geval was, of voor aparte groepen maakt voor de ruimtelijke uitstraling van het gebruik geen verschil. Volgens Pompstation B.V. was het terras op 24 augustus 2013 bijna geheel in gebruik door bezoekers die niet waren verbonden aan het bruiloftsfeest. Zij konden normaal gebruik maken van het terras en ook gebruik maken van de voorzieningen binnen zoals bijvoorbeeld het toilet. Daarnaast was in het gebouw van de horeca-inrichting ook geen sprake van zalenverhuur. De tafels in het restaurant waren gereserveerd voor een groep, maar er werd geen huur in rekening gebracht en ook geen andere extra kosten. Dit past binnen de normale exploitatie als restaurant. Voorts konden de toezichthouders van de gemeente niet met zekerheid vaststellen dat er in strijd met het bestemmingsplan dan wel met de vergunningvoorschriften werd gehandeld. Dit is onvoldoende om handhavend optreden op te baseren, aldus Pompstation B.V.

Het oordeel van de Afdeling

5. Over het betoog van Pompstation B.V. dat horeca in categorie IIa, zoals verhuur van zalen, in het geheel niet mogelijk is op een terras, overweegt de Afdeling het volgende. Weliswaar is er feitelijk geen zaal aanwezig ter plaatse van het terras, maar het is niet ondenkbaar dat de enigszins afgesloten en afgebakende ruimte waarop het terras zich bevindt, zou kunnen worden verhuurd aan een gezelschap. Ook zou die ruimte kunnen worden gebruikt als gelegenheid die alleen toegankelijk is voor leden. Gelet hierop is gebruik van het terras voor horeca in categorie IIa in theorie mogelijk. Het betoog faalt derhalve.

5.1.

Met betrekking tot de vraag of op 24 augustus 2013 in het restaurant sprake was van verhuur van zalen vallend onder horeca in categorie IIa, is de Afdeling van oordeel dat dit niet het geval is. Verhuur van zalen aan gezelschappen als bedoeld in het bestemmingsplan ziet, zoals ook door de burgemeester is toegelicht, op het aan derden in gebruik geven van een zaal onder betaling van huurpenningen voor activiteiten die los staan van de normale exploitatie van de horecagelegenheid. Dit kan ook gebeuren in combinatie met het verstrekken van eten en drinken. Naar het oordeel van de Afdeling valt het reserveren van alle tafels in een restaurant voor één groep hier niet onder. Dat in die situatie feitelijk maar één gezelschap van het restaurant gebruik maakt, maakt niet dat het gebruik van het restaurant in relevant opzicht verschil van de situatie dat de tafels door verschillende groepen worden gebruikt. Het reserveren en gebruiken van alle tafels in een restaurant door één gezelschap is dan ook geen gebruik voor horeca in categorie IIa als bedoeld in het bestemmingsplan. De rechtbank heeft gelet hierop ten onrechte overwogen dat in het restaurant sprake was van verhuur van zalen als bedoeld in het bestemmingsplan.

Nu geen sprake was van verhuur van zalen in het restaurant, was er om die reden ook geen verhuur van zalen ter plaatse van het terras in verband met de aanwezigheid buiten van gasten van het restaurant. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat sprake was van verhuur van zalen ter plaatse van het terras, vanwege het enkele feit dat er personen op het terras waren die bij het gezelschap in het restaurant hoorden. De betogen van de burgemeester en Pompstation B.V. slagen.

Ten overvloede wijst de Afdeling erop dat op grond van de exploitatievergunning van Pompstation B.V. in het geheel geen verhuur van zalen is toegestaan. Als zich in de toekomst een wijziging van de exploitatievergunning zou voordoen waardoor verhuur van zalen wel is toegestaan, dan mag dat op grond van dit bestemmingsplan nog steeds niet ter plaatse van het terras.

Conclusie en proceskosten

6. De hoger beroepen van de burgemeester en Pompstation B.V. zijn gegrond. De uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [belanghebbende] en anderen tegen het besluit van 27 augustus 2014 ongegrond verklaren.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Het besluit van 10 juli 2017

8. Bij het besluit van 10 juli 2017 heeft de burgemeester, gevolg gevend aan de uitspraak van de rechtbank, opnieuw beslist op de door [belanghebbende] en anderen gemaakte bezwaren. Nu dit besluit is genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank, is door de vernietiging van die uitspraak, voor zover daarbij het beroep gegrond is verklaard, het besluit van de burgemeester van 27 augustus 2014 is vernietigd en is bepaald dat de burgemeester een nieuw besluit dient te nemen, de grondslag aan dat besluit komen te ontvallen. Om die reden zal de Afdeling dat besluit vernietigen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de hoger beroepen van Pompstation B.V. en de burgemeester van Amsterdam gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2016 in zaak nr. 14/4706, voor zover daarbij het beroep van [belanghebbende] en anderen gegrond is verklaard, het besluit van 27 augustus 2014 is vernietigd en is bepaald dat de burgemeester een nieuw besluit dient te nemen;

III. verklaart het tegen het besluit van 27 augustus 2014 gerichte beroep van [belanghebbende] en anderen ongegrond;

IV. vernietigt het besluit van 10 juli 2017;

V. verstaat dat de griffier van de Raad van State aan Pompstation B.V. het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 503,00 (zegge: vijfhonderddrie euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. B.J. Schueler, leden, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, griffier.

w.g. Michiels w.g. Kuggeleijn-Jansen

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2018

545.

BIJLAGE

Bestemmingsplan Indische Buurt en Flevopark:

Uitsnede verbeelding

Artikel 6.1

De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. tot en met e. […];

f. horeca I, III en IV, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van horeca - Borneostraat en Timorplein’;

g. horeca IIa, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘horeca van categorie IIa’;

h. […];

i. een op eigen terrein gelegen horecaterras, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘terras’;

j. tot en met l. […].

Artikel 1.30

a. "horeca I": verkoop van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, het verstrekken van alcoholvrije dranken en/of het verstrekken van consumptie-ijs, zijnde een fastfoodrestaurant, cafetaria, snackbar, shoarmazaken, lunchroom, koffie-theehuis of ijssalon;

b. "horeca IIa": verhuur van zalen aan gezelschappen, al dan niet in combinatie met het verstrekken van eten en drinken en/of een gelegenheid alleen toegankelijk voor leden, zijnde een zalenverhuurbedrijf of sociëteit;

c. "horeca IIb": een gelegenheid om te dansen, zijnde een dancing of discotheek;

d. "horeca III": het verstrekken van sterke alcoholische dranken, zijnde een café of bar;

e. "horeca IV": het verstrekken van ter plaatse bereide maaltijden, inclusief (alcoholische) dranken, zijnde een restaurant, eetcafé of bistro;

f. "horeca V": het aanbieden van logies, zijnde een hotel of pension.