Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1782

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-05-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
201706376/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 september 2016 heeft de minister [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 8.100,00. Voorts heeft de minister besloten om een aantal inspectiegegevens openbaar te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2018/140 met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201706376/1/A3.

Datum uitspraak: 30 mei 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (thans: de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid),

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 juli 2017 in zaak nr. 17/760 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 30 september 2016 heeft de minister [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 8.100,00. Voorts heeft de minister besloten om een aantal inspectiegegevens openbaar te maken.

Bij besluit van 17 februari 2017 heeft de minister het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 juli 2017 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 februari 2017 vernietigd voor zover dat ziet op de openbaarmaking van de inspectiegegevens, het besluit van 30 september 2016 herroepen voor zover dat ziet op de openbaarmaking van de inspectiegegevens en bepaald dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op de zitting van 15 mei 2018 aan de orde gesteld.

Overwegingen

1.    De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt onderdeel uit van de uitspraak.

Besluitvorming minister

2.    Bij besluit van 30 september 2016 heeft de minister aan [wederpartij] een boete opgelegd van € 8.100,00 wegens overtreding van artikel 4.54d, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit). Verder is in het besluit op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) en de Beleidsregel openbaarmaking inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen (hierna: de Beleidsregel) besloten tot openbaarmaking van een aantal inspectiegegevens.    

    De minister heeft aan de boeteoplegging ten grondslag gelegd een door de arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op ambtsbelofte opgesteld boeterapport van 13 mei 2015. Hierin is vermeld dat de arbeidsinspecteur op vrijdag 27 maart 2015 een inspectie heeft gehouden op de locatie aan de [locatie] te [plaats] waar [wederpartij], een bedrijf gespecialiseerd in asbestsanering, bezig was met asbestverwijdering. Het boeterapport vermeldt dat de arbeidsinspecteur heeft geconstateerd dat de in risicoklasse 2 ingedeelde asbestwerkzaamheden in een zogenoemde containment door vier medewerkers werden uitgevoerd. De arbeidsinspecteur heeft waargenomen dat het op geen enkele wijze mogelijk was om van buiten het containment toezicht te houden op de werkzaamheden die in de containment plaatsvonden. Aldus werden de werkzaamheden niet onder voortdurend toezicht van een deskundig toezichthouder asbestverwijdering uitgevoerd hetgeen in strijd is met artikel 4.54d, vijfde lid, van het Arbobesluit, aldus het boeterapport.

    In het besluit op bezwaar van 17 februari 2017 heeft de minister het sanctiebesluit gehandhaafd.

Hoger beroep minister

3.    De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat artikel 8 van de Wob geen grondslag kan bieden voor het openbaar maken van een aantal inspectiegegevens. Hij voert aan dat de Afdeling in haar uitspraak van 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2086, heeft geoordeeld dat artikel 8 van de Wob wel degelijk hiervoor grondslag biedt.

Beoordeling hoger beroep

4.    Niet in geschil is dat [wederpartij] artikel 4.54d, vijfde lid, van het Arbobesluit heeft overtreden. De minister heeft overeenkomstig de Beleidsregel besloten de volgende gegevens openbaar te maken: de naam en vestigingsplaats van de rechtspersoon, de geconstateerde overtredingen, de datum waarop de overtredingen zijn geconstateerd, de locatie waar het asbest aanwezig is of is geweest, welk bestuurlijk besluit is genomen en of tegen dat bestuurlijk besluit een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe nog de mogelijkheid bestaat.

4.1.    Zoals de Afdeling in de uitspraak van 2 augustus 2017 heeft overwogen, zijn de overeenkomstig de Beleidsregel openbaar gemaakte inspectiegegevens waarop een boetebesluit berust zonder twijfel aan te merken als informatie over de uitvoering van beleid en is het belang van een goede en democratische bestuursvoering, welk belang de Wob vooronderstelt, met openbaarmaking van deze gegevens gediend. Artikel 8, eerste lid, van de Wob biedt, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, voldoende grondslag om de hiervoor bedoelde inspectiegegevens openbaar te maken.

    Het betoog van de minister slaagt.

Conclusie

5.    Het hoger beroep van de minister is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 17 februari 2017 van de minister alsnog ongegrond verklaren.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 juli 2017 in zaak nr. 17/760;

III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.

w.g. Slump    w.g. Soffner

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2018

818. BIJLAGE

Arbeidsomstandighedenwet

Artikel 16

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld in verband met arbeidsomstandigheden van de werknemers.

(…)

10. De werkgever, dan wel een ander dan de werkgever bedoeld in het zevende, achtste of negende lid en de werknemers zijn verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden vastgesteld bij of krachtens de op grond van dit artikel, artikel 20, eerste lid, en artikel 24, negende lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur voorzover en op de wijze als bij of krachtens deze maatregel is bepaald.

11. Het niet naleven van de in het tiende lid bedoelde voorschriften en verboden kan worden aangemerkt als strafbaar feit.

Artikel 33

(…)

2. Als overtreding wordt tevens aangemerkt het niet naleven van de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in die artikelleden bedoelde voorschriften en verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als overtreding.

(…).

Artikel 34

(…)

10. Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens deze wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd.

(…).

Arbeidsomstandighedenbesluit

Artikel 4.54d

1. De volgende werkzaamheden, indien de concentratie van asbestvezels is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A, worden verricht door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestverwijdering, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling:

a. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid;

b. het reinigen van de arbeidsplaats nadat een handeling als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, onderdeel a of b, is uitgevoerd.

(…)

5. De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid voor het toezicht houden op het werken met asbest, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

Wob

Artikel 2

1. Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Artikel 8

1. Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, verschaft uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering.

(…)

Beleidsregel openbaarmaking inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen

Artikel 1

Deze beleidsregel is van toepassing op de volgende overtredingen: (…)

4.54d, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Artikel 2

1. Het besluit tot openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt genomen met in achtneming van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

2. Openbaarmaking vindt plaats op de website van de Inspectie SZW.

Artikel 3

1. De Inspectie SZW maakt in geval van overtreding van de in artikel 1 genoemde artikelen de volgende inspectiegegevens actief openbaar:

a. de naam en vestigingsplaats van de rechtspersoon dan wel van de natuurlijke persoon;

b. de geconstateerde overtreding;

c. de datum waarop de overtreding is geconstateerd;

d. de locatie waar het asbest aanwezig is of is geweest;

e. welk bestuurlijk besluit is genomen, dan wel welke bestuurlijke besluiten zijn genomen vanwege de overtreding op grond van de artikelen 28a, 33 of 34 van de Arbeidsomstandighedenwet;

f. of tegen de onder e bedoelde bestuurlijke besluiten een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe nog de mogelijkheid bestaat.

2. Op verzoek van belanghebbende kan in de zienswijzefase bedoeld in

artikel 4 een schriftelijke reactie over de openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, van ten hoogste 100 woorden worden gevoegd bij de openbaar te maken gegevens op de website van de Inspectie SZW. Onderdelen van de schriftelijke reactie die persoonsgegevens, bedrijfsnamen of bedrijfsgegevens van derden dan wel strafbare of aanstootgevende uitlatingen bevatten, worden niet op de website van de Inspectie SZW gepubliceerd.

Artikel 4

1. Op het besluit tot openbaarmaking is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

2. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid. De zienswijze op het voornemen tot openbaarmaking wordt gelijktijdig gevraagd met de zienswijze op het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete wegens overtreding van één of meerdere artikelen genoemd in artikel 1 dan wel het voornemen tot het opleggen van het bevel tot stillegging van werk in verband met recidive, bedoeld in artikel 28a, van de Arbeidsomstandighedenwet.

Artikel 5

1. De openbaarmaking van de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, op de website van de Inspectie SZW geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken nadat het besluit tot openbaarmaking aan de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de overtreding heeft begaan bekend is gemaakt.

2. Indien binnen tien werkdagen nadat het besluit tot openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid bekend is gemaakt, wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking van het besluit opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan.

Artikel 6

1. De gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, blijven na plaatsing op de website vijf jaar na de datum waarop de inspectie heeft plaatsgevonden op de website van de Inspectie SZW toegankelijk.

2. Indien in verband met een beslissing op bezwaar, beroep of hoger beroep over een door de Inspectie SZW genomen bestuurlijk besluit als bedoeld in artikel 3, onder e, wordt vastgesteld dat de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet meer juist of volledig zijn, worden deze gegevens op de website van de Inspectie SZW binnen vijf werkdagen na de betreffende beslissing door de Inspectie SZW aangepast.