Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1746

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-05-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
201701995/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 mei 2014 heeft de burgemeester aan [vergunninghouder] (hierna: de vergunninghouder) een gewijzigde exploitatievergunning verleend voor koffie- en theehuis De Wagenmakerij, gevestigd aan de [locatie] te Klaaswaal (hierna: de inrichting), met uitbreiding van de openingstijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2018/610
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201701995/1/A3.

Datum uitspraak: 30 mei 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

[appellant A], [appellant B] en [appellant C], allen wonend te Klaaswaal, gemeente Cromstrijen (hierna: [appellant] en anderen),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 januari 2017 in zaken nrs. 15/249, 15/250 en 15/251 in het geding tussen:

[appellant] en anderen

en

de burgemeester van Cromstrijen.

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2014 heeft de burgemeester aan [vergunninghouder] (hierna: de vergunninghouder) een gewijzigde exploitatievergunning verleend voor koffie- en theehuis De Wagenmakerij, gevestigd aan de [locatie] te Klaaswaal (hierna: de inrichting), met uitbreiding van de openingstijden.

Bij besluit van 24 november 2014 heeft de burgemeester de door [appellant] en anderen daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de uitbreiding van de openingstijden van de inrichting beperkt.

Bij tussenuitspraak van 21 juni 2016 heeft de rechtbank de burgemeester in de gelegenheid gesteld om de in die uitspraak genoemde gebreken in de besluitvorming te herstellen.

Bij uitspraak van 30 januari 2017 heeft de rechtbank de door [appellant] en anderen tegen het besluit van 24 november 2014 ingestelde beroepen gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 februari 2018, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigden], [appellant B], [appellant C], bijgestaan door [gemachtigde], en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. E.J. van Huut en S. Vink, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Op 1 november 2007 heeft de burgemeester aan de vergunninghouder een vergunning verleend voor de exploitatie van de inrichting als een koffiepunt, met de volgende openingstijden: vrijdag, zaterdag en zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur.    

    Op 28 maart 2014 heeft de vergunninghouder een aanvraag gedaan voor een gewijzigde exploitatievergunning in verband met uitbreiding van de openingstijden naar maandag tot en met zondag van 10.00 uur tot 22.00 uur en het aanleggen van een terras aan de achterzijde van het pand waarin de inrichting is gevestigd. In de aanvraag is vermeld dat de activiteiten zich richten op passanten en kleine partijen voor ouderen.

    Bij het besluit van 12 mei 2014 heeft de burgemeester een gewijzigde exploitatievergunning verleend voor verruiming van de openingstijden conform de aanvraag. De aanvraag voor het exploiteren van een terras is afgewezen.

    Bij het besluit op bezwaar van 24 november 2014 zijn de openingstijden van de inrichting beperkt tot woensdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur. Daarbij is vermeld dat de vergunning wordt verleend voor een koffiepunt, als bedoeld in het bestemmingsplan Landelijk gebied 2013 (hierna: het bestemmingsplan).

Relevante bepalingen

2.    Artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Cromstrijen 2011 (hierna: de APV) luidt:

"1. Het is de houder van een horecabedrijf verboden zijn bedrijf voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 en 06.00 uur.

[-]

4. Indien de burgemeester zulks in het belang van de woon- en leefsituatie in de omgeving van een horecabedrijf en/of de openbare orde nodig oordeelt, kan hij voor individuele horecabedrijven een eerder sluitingsuur vaststellen."

    Artikel 1.46 van het bestemmingsplan luidt:

"koffiepunt: een kleinschalige horecaonderneming met beperkte openingstijden bestemd voor het binnen de toegestane openingstijden in hoofdzaak verstrekken van koffie, thee, frisdrank en gebak en daarnaast consumpties in de vorm van eenvoudige gerechten, zoals broodjes, tosti’s en soep, één en ander ten behoeve van het nuttigen ter plaatse."

Het oordeel van de rechtbank

3.    Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat door de beperking van de openingstijden van de inrichting ten opzichte van de algemeen voor de horeca geldende openingstijden wordt voldaan aan de omschrijving ‘beperkte openingstijden’ in artikel 1.46 van het bestemmingsplan. Niet kan worden gezegd dat de vergunde openingstijden niet stroken met de bestemming ‘koffiepunt’.

Volgens het rapport ‘Verkeersonderzoek Bommelskoussedijk’ van 8 juli 2015 van het verkeerskundig onderzoeksbureau Bureau de Groot Volker leiden de verruimde openingstijden van de inrichting niet tot verkeersoverlast door onvoldoende parkeerplaatsen of door hinderlijk parkeergedrag op de openbare weg. Er is geen grond voor het oordeel dat de burgemeester de gewijzigde exploitatievergunning in redelijkheid niet heeft kunnen verlenen, aldus de rechtbank.

Hoger beroepen

4.    [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat uit de aanvraag van de vergunninghouder blijkt dat met de gewijzigde vergunning wordt beoogd de inrichting als een café of een restaurant te exploiteren. Volgens hen heeft de burgemeester daarom in redelijkheid niet tot verruiming van de openingstijden kunnen overgaan, omdat de vergunninghouder zich bij eventueel handhavend optreden op het standpunt zal stellen dat de aanvraag in zoverre niet expliciet is afgewezen door de burgemeester.

4.1.    In het besluit van 24 november 2014 is vermeld dat de exploitatievergunning voor een koffiepunt met de daarbij behorende beperkingen wordt verleend. Daarom kan er geen misverstand over bestaan dat de inrichting niet als een café of restaurant wordt aangemerkt.

Gelet hierop mist het betoog van [appellant] en anderen dat in strijd met het bestemmingsplan vergunning is verleend voor een café of restaurant, feitelijke grondslag.

    Het betoog faalt.

5.    [appellant] en anderen voeren voorts aan dat de burgemeester bij de verruiming van de openingstijden van de inrichting van woensdag tot en met zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur, onvoldoende oog heeft gehad voor de omgeving van de inrichting, een buitengebied dat wordt gekenmerkt door een rustig en landelijk karakter en de rust die in de avond heerst. De verruimde openingstijden en de verleende toestemming tot het geven van feesten brengen mee dat avondvullende maaltijden of buffetten zullen worden aangeboden. Alleen een sluitingstijd tot 18.00 uur garandeert dat de inrichting daadwerkelijk als koffiepunt zal blijven functioneren en dat de omgeving van de inrichting geen toenemende hinder daarvan zal ondervinden, aldus [appellant] en anderen.

5.1.    De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de burgemeester ter bepaling van de toegestane openingstijden van het koffiepunt, waarmee volgens artikel 1.46 van het bestemmingsplan een kleinschalige horecaonderneming met beperkte openingstijden is bedoeld, in redelijkheid aansluiting heeft kunnen zoeken bij de in artikel 2:29 van de APV opgenomen openingstijden voor reguliere horeca van 06.00 uur tot 01.00 uur en dat ten opzichte van die tijden de openingstijden van het koffiepunt aanzienlijk zijn beperkt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de vergunde openingstijden met de bestemming ‘koffiepunt’ rijmen. Zij heeft daarbij terecht in aanmerking genomen de verklaring van de burgemeester dat voor de inrichting geen gebruiksvergunning is afgegeven, zodat ingevolge artikel 2 van de Brandbeveiligingsverordening 2010 niet meer dan vijftig personen tegelijk in de inrichting aanwezig mogen zijn, en voorts zijn verklaring dat avondvullende maaltijden, zoals buffetten, niet onder de begripsomschrijving van een koffiepunt vallen en dat de vergunninghouder aan hem heeft meegedeeld dat dergelijke maaltijden niet zullen worden aangeboden. Aan de vergunninghouder is reeds bij brief van 16 mei 2012 toestemming verleend tot het houden van privéfeestjes en verjaardagspartijen van ouderen. Dat als gevolg van de verruiming van de openingstijden die feesten thans tot 20.00 uur in plaats van tot 18.00 uur kunnen duren, maakt die verruiming niet onredelijk.

    Het betoog faalt.

6.    Volgens [appellant] en anderen leiden met name de in De Wagenmakerij gehouden feesten tot parkeeroverlast in de omgeving. De inrichting beschikt over onvoldoende parkeergelegenheid voor de auto’s van de bezoekers van de feesten. Er wordt geparkeerd op de rijbaan van de Bommelskoussedijk, die daarvoor te smal is. Hierdoor ontstaan problemen voor passerend verkeer, met name voor brede voertuigen, zoals tractoren.

De verruiming van de openingstijden leidt tot een toename van het aantal feesten en derhalve van deze problemen, aldus [appellant] en anderen.

6.1.    Het college van burgemeester en wethouders van Cromstrijen heeft eerder, bij de aan de vergunninghouder verleende vrijstelling van het bestemmingsplan voor het realiseren van het koffiepunt, als voorwaarde gesteld dat De Wagenmakerij op eigen terrein zes parkeerplaatsen realiseert ten behoeve van de bezoekers van de inrichting. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen bij uitspraak van 6 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN9539, mocht het college bij het vaststellen van het benodigde aantal parkeerplaatsen uitgaan van de Aanbevelingen verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom, opgesteld door het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: het CROW) en, gezien de ligging en de beperkte openingstijden van de inrichting, van het door het CROW voor de categorie ‘niet-stedelijk gebied’ gehanteerde minimum van zes parkeerplaatsen. De Wagenmakerij voldoet aan deze op de CROW-norm afgestemde voorwaarde.

    Uit door de burgemeester voorafgaand aan het besluit op bezwaar opgevraagde politierapportages blijkt dat in de periode van september 2012 tot en met september 2014 zeven meldingen van onder meer parkeeroverlast zijn gedaan, maar dat door de politie geen parkeerovertredingen zijn vastgesteld. Ook tijdens eenendertig ambtshalve controles door een buitengewoon opsporingsambtenaar in de omgeving van de inrichting in de periode van mei tot september 2014 zijn geen parkeerproblemen of andere overlast door de inrichting geconstateerd. Volgens het rapport van Bureau de Groot Volker van 8 juli 2015 is bij verkeersonderzoek vastgesteld dat als gevolg van de verruimde openingstijden van 18.00 uur naar 20.00 uur de parkeervraag niet is toegenomen en de beschikbare restcapaciteit ruimte biedt om aanvullende parkeervraag op te vangen. Mede gelet op de kleinschaligheid van De Wagenmakerij acht de Afdeling niet aannemelijk dat door de verruiming van de openingstijden het aantal feesten in de inrichting en daaraan gerelateerde parkeerproblemen in belangrijke mate zal toenemen. De rechtbank heeft dan ook terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de burgemeester in redelijkheid niet dan wel niet zonder een daaraan te verbinden voorwaarde van een verhoging van het aantal vereiste parkeerplaatsen bij De Wagenmakerij tot de vergunde verruiming van de openingstijden van de inrichting heeft kunnen besluiten.

De burgemeester heeft verklaard dat bij overlast door onjuist geparkeerde voertuigen handhavend zal worden opgetreden.

    Het betoog faalt.

7.    De hoger beroepen zijn ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. C.M. Wissels en mr. H. Bolt, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.C.J. de Wilde, griffier.

w.g. Lubberdink    w.g. De Wilde

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2018

598.