Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1697

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-05-2018
Datum publicatie
23-05-2018
Zaaknummer
201705400/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juni 2016 heeft het algemeen bestuur aan Raam een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en vergroten van het gebouw Spuistraat 210-212 te Amsterdam (hierna: het Bungehuis) tot restaurant, hotel, bar en clubgedeelte (hierna: het Soho House).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2018/7995 met annotatie van G. van den End
JOM 2018/580
JOM 2018/591
JGROND 2019/154 met annotatie van Loo, F.M.A. van der
OGR-Updates.nl 2018-0130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201705400/1/A1.

Datum uitspraak: 23 mei 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1.    Raam 468 B.V. (hierna: Raam), gevestigd te Amsterdam,

2.    [appellant sub 2] en anderen (hierna: tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 2]), allen wonend te Amsterdam,

3.    het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum (hierna: het algemeen bestuur),

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2017 in zaak nr. 16/4683 in het geding tussen:

[appellant sub 2]

en

het algemeen bestuur.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2016 heeft het algemeen bestuur aan Raam een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en vergroten van het gebouw Spuistraat 210-212 te Amsterdam (hierna: het Bungehuis) tot restaurant, hotel, bar en clubgedeelte (hierna: het Soho House).

Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het algemeen bestuur aan Raam een omgevingsvergunning verleend om in afwijking van de op 7 juni 2016 verleende vergunning te bouwen.

Bij uitspraak van 24 mei 2017 heeft de rechtbank de door [appellant sub 2] tegen de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017 ingestelde beroepen gegrond verklaard en deze besluiten vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Raam, [appellant sub 2] en het algemeen bestuur hoger beroep ingesteld.

Raam, [appellant sub 2] en het algemeen bestuur hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Raam heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 februari 2018, waar Raam, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door ir. A.C.R. Kessen en mr. M.A. Grapperhaus, advocaat te Amsterdam, [appellant sub 2], bijgestaan door [gemachtigde], en het algemeen bestuur, vertegenwoordigd door mr. H.D Hosper, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het Bungehuis is een rijksmonument dat voorheen in gebruik was bij de Universiteit van Amsterdam. Aedes Real Estate B.V., waarvan Raam een dochtervennootschap is, heeft het pand gekocht om er een zogenoemd Soho House te vestigen. Raam heeft op 24 juli 2015 een aanvraag ingediend om omgevingsvergunning. Het Soho House is een internationaal concept dat de leden, die allen werkzaam zijn in de creatieve industrie, de gelegenheid biedt om elkaar te ontmoeten, ideeën uit te wisselen, te werken, te sporten en te ontspannen. Het Soho House bestaat als complex uit verschillende faciliteiten voor haar leden, zoals een filmkamer, een werkruimte met bibliotheek, een gym en fitness en een zwembad, en een hotel met 79 kamers, als ook een bar, restaurant en wellnesscentrum.

2.    Het perceel waarop het Soho House is gelegen heeft op grond van het bestemmingsplan "Postcodegebied 1012" (hierna: het bestemmingsplan) de bestemming "Gemengd-2". Bij besluit van 7 juni 2016 heeft het algemeen bestuur een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, gebruik in afwijking van het bestemmingsplan en het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig ander opzicht wijzigen van een bestaand monument. Naar aanleiding van het op 27 september 2016 ingediende verzoek om aanpassing van de verleende omgevingsvergunning heeft het algemeen bestuur bij besluit van 3 januari 2017 omgevingsvergunning verleend om, onder meer wat betreft de plek van de filmzaal, te bouwen in afwijking van de op 7 juni 2016 verleende omgevingsvergunning.

    Op basis van het (gewijzigde) bouwplan worden de hotelkamers gerealiseerd op de eerste, tweede en derde verdieping van het pand. In de kelder van het pand worden functionele ruimtes ten behoeve van het hotel gerealiseerd. Op de begane grond worden een bar van The Allis, een Italiaans restaurant van Cecconi’s en een wellnesscentrum van Cowshed gerealiseerd. Op de vierde verdieping worden een gym & fitness-ruimte en een filmkamer met bijbehorende horeca gerealiseerd en op de vijfde verdieping een werkruimte met een bibliotheek en bijbehorende horeca. Op het dak worden een dakterras, zwembad met kleedruimten en bijbehorende horeca gerealiseerd.

3.    In de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017, in samenhang bezien met de aan die besluiten ten grondslag liggende ruimtelijke onderbouwing van BRO van 2 februari 2016 en de notitie van BRO van 16 september 2016, is vermeld welke onderdelen van het bouwplan  ingevolge het bestemmingsplan zijn toegestaan en welke onderdelen van het bouwplan daarmee in strijd zijn.

    Het wellnesscentrum op de begane grond is op grond van artikel 13.1, aanhef en onder e, van de planregels toegestaan. De filmkamer met additionele horeca en de gym & fitness-ruimte op de vierde verdieping, de werkruimte met een bibliotheek en additionele horeca op de vijfde verdieping en het zwembad op het dak met bijbehorende horeca zijn voorzieningen die op grond van artikel 13.1, aanhef en onder c, van de planregels zijn toegestaan.

    Voor de hotelfunctie in de kelder en op de eerste, tweede en derde verdieping alsmede de bar en het restaurant op de begane grond is met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) in samenhang met artikel 4, aanhef en negende, lid, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor) een afwijking van het bestemmingsplan vergund. Verder is er blijkens de ruimtelijke onderbouwing sprake van een ruimtelijke afwijking ten behoeve van het dakterras, zwembad en kleedruimten.    

    Wat betreft de bouwhoogte is op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Wabo in samenhang met artikel 13.4.5 van de planregels een afwijking vergund van de op grond van artikel 13.2.5, onder b, van de planregels geldende maximale bouwhoogte.

4.    [appellant sub 2] woont aan de andere zijde van de Singel, op een afstand van ongeveer 50 m van het Bungehuis. Hij heeft beroep ingesteld omdat hij vreest dat verlening van de vergunning voor de omwonenden van het Soho House zal leiden tot meer drukte en overlast in het stadsdeel Centrum, in het bijzonder het postcodegebied 1012. Hij vreest voor een toename van de parkeerdruk, voor een aantasting van zijn privacy alsmede voor geluidshinder ten gevolge van het gebruik van het dakterras, dat toegang biedt aan 150 mensen en waarop een zwembad en een bar worden gerealiseerd.

Wet- en regelgeving

5.    De wet- en regelgeving die ten grondslag ligt aan de hierna volgende rechtsoverwegingen is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

De behandeling van de hoger beroepen

Omvang van het geding

6.    Raam betoogt dat de rechtbank in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) buiten de omvang van het geding is getreden door de gehele omgevingsvergunning te vernietigen. Volgens Raam is met het besluit van 7 juni 2016 een omgevingsvergunning verleend voor een drietal activiteiten. Omdat de in beroep bij de rechtbank aangevoerde gronden slechts zien op het vergunde gebruik, had de rechtbank moeten volstaan met een vernietiging van de omgevingsvergunning voor zover deze het gebruik in afwijking van het bestemmingsplan betreft.

6.1.    De rechtbank is naar het oordeel van de Afdeling niet in strijd met artikel 8:69 van de Awb buiten de omvang van het geding getreden. Raam heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning die betrekking heeft op bouwen, gebruik in afwijking van het bestemmingsplan en het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig ander opzicht wijzigen van een bestaand monument. Met het besluit van 7 juni 2016 heeft het algemeen bestuur door middel van één omgevingsvergunning toestemming verleend om deze drie activiteiten te verrichten. Zelfs al zouden - zoals Raam stelt - de in beroep aangevoerde gronden alleen betrekking hebben op de activiteit gebruik in afwijking van het bestemmingsplan, dan betekent dat niet dat de rechtbank, bij het slagen van die gronden, had moeten volstaan met het vernietigen van de vergunning voor zover deze het gebruik in afwijking van het bestemmingsplan betreft. Dat, naar Raam stelt, de vergunde activiteiten niet onlosmakelijk samenhangen, maakt dit niet anders. Raam heeft er immers niet voor gekozen om gebruik te maken van de in artikel 2.7, tweede lid, van de Wabo geboden mogelijkheid om voor verschillende activiteiten een afzonderlijke omgevingsvergunning aan te vragen.

    Het betoog faalt.

De grondslag voor het bouwen en gebruik in afwijking van het bestemmingsplan

7.    De rechtbank heeft overwogen dat het algemeen bestuur niet bevoegd was om de afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van de hotelfunctie op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en negende lid, van Bijlage II van het Bor te vergunnen, omdat het bouwplan ook voorziet in een uitbreiding van de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume. Daar komt bij, aldus de rechtbank, dat het realiseren van het dakterras in strijd is met artikel 13.2.8, onder c, van de planregels van het bestemmingsplan. Het algemeen bestuur heeft zich volgens de rechtbank eerst ter zitting bij de rechtbank op het standpunt gesteld dat op grond van artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor ook voor het dakterras een afwijking kan worden vergund.

8.    Het algemeen bestuur betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de omgevingsvergunning van 7 juni 2016 ook met toepassing van artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor is verleend en de omgevingsvergunning om die reden ten onrechte heeft vernietigd. Op de bij de omgevingsvergunning behorende bouwtekening, gemerkt 31, is volgens het algemeen bestuur vermeld dat het dakterras wordt vergund op grond van dit artikellid.

8.1.    Het algemeen bestuur heeft de rechtbank er in het verweerschrift van 27 september 2016 op gewezen dat in het besluit van 7 juni 2016 niet duidelijk is vermeld dat de uitbreiding van het gebouw op het dak met onder meer een zwembad, kleedkamers, bar en dakterras, op grond van artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor is vergund en dat de ruimtelijke onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan voor deze uitbreiding wel is gegeven. Ter zitting bij de Afdeling heeft het algemeen bestuur verklaard dat het na de verlening van de omgevingsvergunning op de bouwtekeningen, gemerkt 31 en 33, heeft vermeld dat de vergunning mede met toepassing van artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor is verleend. De Afdeling stelt vast dat uit het besluit van 7 juni 2016, waarin op bladzijde 13 de grondslag van de vergunde afwijking van het bestemmingsplan is toegelicht, noch uit de daaraan ten grondslag liggende ruimtelijke onderbouwing kenbaar blijkt dat de vergunning ook met toepassing van artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor is verleend. Dit betekent dat het besluit van 7 juni 2016 in strijd met artikel 3:47, tweede lid, van de Awb is genomen. De rechtbank is om die reden terecht tot de conclusie gekomen dat er een gebrek kleeft aan de verleende omgevingsvergunning. Zij heeft daarin aanleiding kunnen zien om dit besluit te vernietigen. Dat volgens het algemeen bestuur thans duidelijk is dat is bedoeld voor de uitbreiding van het gebouw op het dak op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor omgevingsvergunning te verlenen, doet aan het geconstateerde gebrek niet af.

    Het betoog faalt.

9.    Wat het gevolg van het in overweging 8.1 geconstateerde gebrek is voor de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017 zal de Afdeling in haar slotoverwegingen bespreken. De Afdeling zal in het kader van finale geschilbeslechting bij de behandeling van de overige gronden in (hoger) beroep thans uitgaan van de situatie dat het algemeen bestuur voor het bouwplan ook omgevingsvergunning heeft verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor.

10.    Raam betoogt dat de rechtbank bij de beoordeling of de afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van de hotelfunctie, de bar en het restaurant op de begane grond met toepassing van artikel 4, aanhef en negende lid, van Bijlage II van het Bor kan worden vergund, niet heeft onderkend dat een bouwplan met toepassing van een combinatie van verschillende onderdelen van artikel 4 van Bijlage II kan worden vergund. Zij verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:744). Raam stelt dat de uitbreiding waar de rechtbank aan refereert, onder meer het zwembad, de kleedkamers en de bar die op het dakterras worden gerealiseerd, met toepassing van artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor kunnen worden vergund. Deze vergroting van de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume staat er niet aan in de weg dat daarnaast ten behoeve van de hotelfunctie, de bar en het restaurant op de begane grond met toepassing van artikel 4, aanhef en negende lid, van Bijlage II van het Bor een afwijking van het bestemmingsplan wordt vergund, aldus Raam.

10.1.    Het algemeen bestuur heeft voor het gebruik van het gebouw ten behoeve van de hotelfunctie, de bar en het restaurant op de begane grond een afwijking van het bestemmingsplan vergund met toepassing van artikel 4, aanhef en negende lid, van bijlage II van het Bor. Omdat, naar niet in geschil is, door de uitbreiding van het gebouw op het dak de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume toenemen, heeft het algemeen bestuur voor deze uitbreiding een afwijking van het bestemmingsplan vergund met toepassing van artikel 4, aanhef en vierde lid, van bijlage II van het Bor. In de Nota van toelichting bij het besluit tot wijziging van het Bor per 1 november 2014 (Stbl. 2014, 333, blz. 50-51) is, zoals de Afdeling in de hiervoor genoemde uitspraak van 22 maart 2017 heeft overwogen, vermeld dat de verscheidene onderdelen van artikel 4 van bijlage II van het Bor in één omgevingsvergunning gecombineerd kunnen worden toegepast. Gelet hierop heeft het algemeen bestuur naar het oordeel van de Afdeling ook in het onderhavige geval tegelijkertijd een omgevingsvergunning kunnen verlenen voor het gewijzigde gebruik van een gedeelte van het gebouw met toepassing van artikel 4, aanhef en negende lid, van bijlage II van het Bor en voor een uitbreiding van dat gebouw met toepassing van het vierde lid van dat artikel. De zinsnede "eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bouwoppervlakte of het bouwvolume niet vergroten" in artikel 4, negende lid, van het Bor heeft naar het oordeel van de Afdeling alleen betrekking op bouwactiviteiten waarvan het gebruik met toepassing van artikel 4, aanhef en negende lid, wordt vergund en niet op bouwactiviteiten die met toepassing van artikel 4, aanhef en vierde lid, worden vergund. De rechtbank heeft gelet hierop ten onrechte overwogen dat het algemeen bestuur niet bevoegd was om de afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van de hotelfunctie, de bar en het restaurant op de begane grond op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en negende lid, van Bijlage II van het Bor te vergunnen.

    Het betoog slaagt.

Strijd met een goede ruimtelijke ordening

11.    De rechtbank heeft overwogen dat het algemeen bestuur het bouwplan voor een Soho House in het Bungehuis terecht heeft aangemerkt als een lopend initiatief als bedoeld in het "Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015" (hierna: het Hotelbeleid), dat op 27 maart 2012 is vastgesteld. Zij overweegt dat in het Hotelbeleid de plannen voor een Soho House op de locatie Spuistraat niet expliciet worden genoemd. In de nota "Grenzen aan het hotelbeleid" (hierna: de hotelnota), die op 19 november 2013 is vastgesteld, staat echter wel dat gesprekken gaande zijn met de eigenaren van het Bungehuis over een hotelinitiatief en dat het initiatief Soho House in postcodegebied 1011 wordt behandeld als een uniek hotelinitiatief. Deze passages moeten in onderling verband worden gelezen. Dit laat volgens de rechtbank echter onverlet dat dit lopende hotelinitiatief moet voldoen aan de overige eisen die hieraan in het Hotelbeleid worden gesteld, ook als het in het Hotelbeleid al is aangeduid als uniek hotelinitiatief. De rechtbank wijst daarbij op de criteria die het Hotelbeleid in Deel II (Beleidsregels), aan een uniek hotelconcept stelt en de aanvullingen daarop die zijn genoemd in de hotelnota. De rechtbank is van oordeel dat het Soho House niet aan deze criteria voldoet, omdat niet is aangetoond dat de vestiging van de club leidt tot een kwaliteitsimpuls die verder gaat dan het perceel zelf, dat het concept een substantiële bijdrage levert aan de verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse en dat daadwerkelijk een verbinding wordt gelegd met het binnenstedelijk milieu. Hierbij is van belang dat de club zich met name richt op haar eigen leden en aldus een overwegend gesloten karakter heeft. Niet is aangetoond waarom het Soho House perse in het centrum van Amsterdam zou moeten worden gevestigd en niet in een ander stadsdeel in Amsterdam. Het algemeen bestuur heeft volgens de rechtbank niet tot de conclusie kunnen komen dat sprake is van een uniek hotelconcept. Dit betekent volgens de rechtbank dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met het beleid van het algemeen bestuur en in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

12.    De relevante passages uit het Hotelbeleid en de hotelnota zijn opgenomen in de bij deze uitspraak gevoegde bijlage.

13.    [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank het bouwplan voor een Soho House in het Bungehuis ten onrechte heeft aangemerkt als een lopend initiatief als bedoeld in het Hotelbeleid. Soho House was ten tijde van de vaststelling van het Hotelbeleid met het algemeen bestuur in gesprek over een locatie aan de Klovenierswal/Raamgracht in postcodegebied 1011. Het ten tijde van de vaststelling van de beleidsregels lopende hotelinitiatief voor het Bungehuis, dat is gelegen in postcodegebied 1012, betrof volgens [appellant sub 2] niet het Soho House. Het huidige initiatief voor het Soho House in het Bungehuis kan dan ook niet worden aangemerkt als een lopend hotelinitiatief als bedoeld in de hotelnota. Wijziging van de locatie van een hotelconcept vereist voorts een integrale herbeoordeling, zodat van een lopend hotelinitiatief ook daarom geen sprake kan zijn, aldus [appellant sub 2].  

13.1.    De rechtbank heeft terecht overwogen dat het algemeen bestuur het hotelinitiatief voor het Bungehuis terecht heeft aangemerkt als een lopend hotelinitiatief in de zin van de hotelnota. De Afdeling overweegt daartoe dat in paragraaf 6 van de hotelnota is vermeld dat er gesprekken gaande zijn met de eigenaar van het Bungehuis over een hotelinitiatief en dat dit initiatief voor het Bungehuis getoetst moet worden aan het op dat moment vigerende Hotelbeleid in postcodegebied 1012. Aan andere, nieuwe hotelinitiatieven in postcodegebied 1012 zal volgens de hotelnota geen medewerking worden verleend. Raam en het algemeen bestuur hebben dienaangaande toegelicht dat het stadsdeel Centrum op 22 oktober 2013, dus voor de vaststelling van de hotelnota, een convenant heeft afgesloten met de toenmalige eigenaar van het Bungehuis, de Universiteit van Amsterdam, om te komen tot een herbestemming als hotel. Dat er op het moment dat de hotelnota op 19 november 2013 werd vastgesteld nog geen sprake van was dat het Soho House zich in het Bungehuis wilde vestigen, betekent, anders dan [appellant sub 2] betoogt, niet dat de ontwikkeling van het Bungehuis tot Soho House niet als een lopend hotelinitiatief in de zin van de hotelnota kan worden aangemerkt. Blijkens de hotelnota is voldoende dat het Bungehuis zal worden herontwikkeld tot hotel ongeacht door wie dat gebeurt.

    Het betoog faalt.

14.    Raam en het algemeen bestuur betogen dat de rechtbank aan de hand van de door haar verrichte toetsing aan het Hotelbeleid en de hotelnota ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het Soho House niet als een uniek concept kan worden aangemerkt. Het Soho House is in het Hotelbeleid al genoemd als uniek hotelconcept waarvoor plaats is in de Amsterdamse binnenstad. Voorts heeft de hotelloods positief geadviseerd over het hotelconcept. Raam en het algemeen bestuur betogen dat het Soho House aansluit bij de drie kernwaarden van de gemeente Amsterdam, te weten creativiteit, innovatie en handelsgeest. De creatieve industrie wordt gezien als één van de pijlers van de Amsterdamse economie, die de gemeente actief wil stimuleren, en draagt voorts bij aan de kwaliteit en de leefbaarheid van de binnenstad.

    Daarnaast betoogt Raam dat de rechtbank ten onrechte aan de hand van de aangescherpte criteria uit de hotelnota heeft getoetst of het Soho House een uniek concept is. De rechtbank is er daarmee aan voorbij gegaan dat het hotelinitiatief voor het Bungehuis een lopend hotelinitiatief in de zin van de hotelnota is.

    Voorts heeft de rechtbank volgens Raam bij haar toetsing ten onrechte geen acht geslagen op de discretionaire bevoegdheid die het algemeen bestuur bij de verlening van een vergunning voor gebruik in afwijking van het bestemmingsplan toekomt.

14.1.    De Afdeling is van oordeel dat Raam terecht betoogt dat de in de hotelnota genoemde aanvullende, aangescherpte criteria bij de door het algemeen bestuur te verrichten toetsing van het bouwplan of sprake is van een uniek hotelconcept in dit geval geen rol kunnen spelen. Uit paragraaf 1 van de hotelnota volgt, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 13 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2460), dat als uitgangspunt heeft te gelden dat lopende hotelinitiatieven worden uitgezonderd van het aanvullende, aangescherpte hotelbeleid dat in de hotelnota is geformuleerd. In paragraaf 6 van de hotelnota wordt bevestigd dat het hotelinitiatief voor het Bungehuis wordt getoetst aan het vigerende hotelbeleid in 1012, de aanvullende regels voor 1012 en de aanvullende voorwaarden van het stadsdeel. Gelet hierop en aangezien het hotelinitiatief voor het Bungehuis, zoals onder 13.1 is overwogen, dient te worden aangemerkt als een lopend hotelinitiatief in de zin van de hotelnota, behoeft dit initiatief niet te worden getoetst aan de in de hotelnota genoemde, aangescherpte toetsingscriteria voor een uniek hotelconcept. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De rechtbank heeft hierdoor ten onrechte van belang geacht dat het algemeen bestuur niet heeft aangetoond dat het hotelconcept een substantiële bijdrage levert aan de verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Dat het, naar [appellant sub 2] betoogt, niet duidelijk is wanneer de aanvullende criteria dan wel van toepassing zijn, maakt het voorgaande niet anders.

14.2.    In paragraaf 4.3 van deel I van het Hotelbeleid, het beleidskader, wordt Soho House genoemd als een voorbeeld van een uniek concept dat een meerwaarde zou hebben voor Amsterdam. Daarin is toegelicht dat Soho House een gerenommeerde internationale club voor onder meer filmregisseurs, theatermakers, schrijvers en ontwerpers is, die hotelfaciliteiten verbindt met zakelijke faciliteiten voor de clubleden, zoals filmzalen voor screenings en een bibliotheek. Soho House biedt een internationale ontmoetingsplek voor de creatieve industrie.

    In het besluit van 7 juni 2016, in samenhang bezien met de daaraan ten grondslag gelegde ruimtelijke onderbouwing, heeft het algemeen bestuur zich op het standpunt gesteld dat het Soho House bijdraagt aan de positie van Amsterdam als creatieve stad en als vestigingsplek voor creatieve bedrijven. Omdat het overgrote deel van de creatieve bedrijven in het centrum is gevestigd, past het Soho House bij uitstek in het binnenstedelijk milieu en met name in het centrum van de stad. Het overwegend werkgerelateerde bezoek aan en verblijf in het Soho House maakt dat het Soho House meer is dan uitsluitend een vergroting van het aanbod voor toeristen. Ook de hotelloods komt in zijn advies van 16 januari 2015 tot de conclusie dat het Soho House een uniek concept is dat een uitzonderlijke verbinding legt met het maatschappelijke, economische en culturele klimaat.

    Gelet op hetgeen in het Hotelbeleid over het Soho House is opgenomen en in aanmerking genomen de nadere toelichting van het algemeen bestuur op dit punt, is de Afdeling van oordeel dat het algemeen bestuur zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het Soho House is aan te merken als een uniek concept als bedoeld in het Hotelbeleid. Dat er, naar [appellant sub 2] betoogt, in Amsterdam meer aanbieders zijn van flexibele werk- en vergaderruimten en besloten sociëteiten voor de creatieve gemeenschap, zoals A’DAM&Co, maakt dit niet anders. Ter zitting is toegelicht dat het Soho House, anders dan bijvoorbeeld A’DAM&Co, een internationaal concept is, waarbij voor de leden ook een hotelfunctie beschikbaar is en een aantal faciliteiten voor de presentatie van creatieve producten, zoals een filmzaal voor screenings en een gamesroom. Gezien het vorenstaande heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het algemeen bestuur, gelet op zijn eigen beleid, niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat sprake is van een uniek hotelconcept. Het betoog van Raam dat de rechtbank het besluit van het algemeen bestuur onvoldoende terughoudend heeft getoetst kan onder deze omstandigheden onbesproken blijven.

    Het betoog slaagt.

Conclusie hoger beroepen

15.    Het hoger beroep van [appellant sub 2] is ongegrond. De hoger beroepen van het algemeen bestuur en Raam zijn gegrond. De Afdeling ziet, nu de hoger beroepen van het algemeen bestuur en Raam gegrond zijn, aanleiding, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, de beroepsgronden van [appellant sub 2] tegen de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017, waaraan de rechtbank niet is toegekomen, te bespreken.

De grondslag voor het bouwen en gebruik in afwijking van het bestemmingsplan

16.    [appellant sub 2] betoogt dat de totale oppervlakte aan voorzieningen waar het gewijzigde bouwplan op ziet de ingevolge artikel 13.5.4, onder a, van de planregels toegestane maximale oppervlakte van 1.000 m² overschrijdt. Voor deze overschrijding is geen afwijking van het bestemmingsplan vergund.

16.1.    Het algemeen bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat de in artikel 13.5.4, onder a, van de planregels genoemde maximale oppervlakte per voorziening geldt en dat de voorzieningen waarop het bouwplan ziet deze oppervlakte niet overschrijden.

16.2.    Ingevolge artikel 13.5.4, onder a, van de planregels mag het bedrijfsvloeroppervlak van voorzieningen per vestiging niet meer dan 1.000 m² bedragen. Weliswaar is het in dat artikellid opgenomen begrip "vestiging" niet gedefinieerd, maar uit de systematiek van de planregels, in het bijzonder artikel 13.1, in samenhang bezien met de artikelen 1.61 en 13.6.2, volgt volgens de Afdeling dat artikel 13.5.4, onder a, zo moet worden begrepen dat per voorziening die op gronden met deze bestemming wordt gevestigd het bedrijfsvloeroppervlak niet groter mag zijn dan 1.000 m². Dit betekent voorts dat in een gebouw op de bestemming "Gemengd-2" meer voorzieningen kunnen worden gevestigd met een maximum per voorziening van 1.000 m². De Afdeling vindt voor deze lezing van artikel 13.5.4, onder a, eveneens steun in hoofdstuk 6.4 van de toelichting bij het bestemmingsplan.

16.3.    Het gewijzigde bouwplan omvat de volgende voorzieningen:

- Gym & Fitness op de vierde verdieping;

- Filmzaal en additionele horeca op de vierde verdieping;

- Werkruimte met bibliotheek en additionele horeca op de vijfde verdieping;

- Zwembad en additionele horeca op het dakterras.

    Uit de notitie van BRO van 16 september 2016 die ten grondslag ligt aan het gewijzigde bouwplan volgt dat door de verplaatsing en inpassing van de voorzieningen op de vierde verdieping de oppervlakten van deze voorzieningen zodanig zijn verkleind dat geen sprake meer is van voorzieningen die per voorziening groter zijn dan de maximaal toegestane 1000 m². Het algemeen bestuur heeft ter zitting aan de hand van een plattegrond van de verdiepingen toegelicht dat de oppervlakte van deze voorzieningen per voorziening niet groter is dan 1.000 m². [appellant sub 2] heeft dit niet betwist. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het algemeen bestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de voorzieningen waarop het bouwplan ziet de in artikel 13.5.4, onder a, van de planregels genoemde maximale oppervlakte niet overschrijden, en dat deze voorzieningen op grond van artikel 13.1, aanhef en onder c, van de planregels zijn toegestaan.

    Het betoog faalt.  

17.    [appellant sub 2] betoogt verder dat het wellnesscentrum Cowshed op de begane grond niet op grond van artikel 13.1, aanhef en onder e, van de planregels is toegestaan, omdat massagesalons zijn uitgezonderd van de voorzieningen ten behoeve van consumentverzorgende dienstverlening die dit artikellid op de begane grond toestaat. [appellant sub 2] betoogt dat het begrip "massagesalon" in de Strategienota Coalitieproject 2012, Hart van Amsterdam (hierna: de Strategienota), waarin de specifieke functies zijn genoemd die het bestemmingsplan in postcodegebied 1012 beoogt te verminderen, is gedefinieerd als "een gelegenheid waar tegen een vergoeding een reguliere massage verkregen kan worden niet zijnde seksuele diensten". Aangezien dergelijke massages in het wellnesscentrum Cowshed worden aangeboden, is sprake van een massagesalon, aldus [appellant sub 2].   

17.1.    Het algemeen bestuur stelt zich op het standpunt dat het wellnesscentrum als consumentverzorgende dienstverlening kan worden aangemerkt, maar niet als massagesalon. In het wellnesscentrum vinden schoonheidsbehandelingen en lichaamsmassages plaats en er kan onder meer gebruik worden gemaakt van een modderbad. De massages die worden aangeboden, zijn onderdeel van de spa- en wellnessactiviteiten. Met het begrip massagesalons in het bestemmingsplan wordt gedoeld op salons waar massage de hoofdfunctie is. Met de bepaling in het bestemmingsplan wordt beoogd om een verdere toename van dergelijke salons in postcodegebied 1012 te voorkomen en om de functiebalans te herstellen. Een wellnesscentrum leidt niet tot een verstoring van de functiebalans, aldus het algemeen bestuur.

17.2.    Het begrip "massagesalon" is in het bestemmingsplan niet gedefinieerd. De door het algemeen bestuur gegeven uitleg daarvan, zoals hiervoor onder 17.1 is weergegeven, acht de Afdeling niet onjuist. De Afdeling is van oordeel dat een wellnesscentrum, zoals aangevraagd en zoals het algemeen bestuur ter zitting heeft toegelicht, niet vergelijkbaar is met een op zichzelf staande "massagesalon". Het wellnesscentrum Cowshed biedt diverse spa- en wellnessactiviteiten aan. Dat een massage onderdeel van die activiteiten kan zijn, betekent niet dat het wellnesscentrum Cowshed als een massagesalon moet worden aangemerkt. Gelet op het vorenstaande is het algemeen bestuur terecht tot de conclusie gekomen dat het wellnesscentrum op grond van het bestemmingsplan is toegestaan.

    Het betoog faalt.

Ruimtelijke onderbouwing en belangenafweging

18.    [appellant sub 2] betoogt verder dat de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017 in strijd met artikel 37.7 van de planregels zijn genomen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat zelfstandige horeca 3 en 4 slechts tot een oppervlakte van maximaal 150 m² of 10% van het bruto vloeroppervlakte mag worden vergund. [appellant sub 2] verwijst in dit verband naar paragraaf 6.7.4 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Volgens [appellant sub 2] heeft het algemeen bestuur ten onrechte alleen de bar van The Allis en het Italiaanse restaurant van Cecconi’s op de begane grond als zelfstandige horeca 3 en 4 aangemerkt. Hij betoogt dat ook de bijbehorende horeca op de vierde en de vijfde verdieping en het dak als zelfstandige horeca 3 moet worden aangemerkt. Deze horeca is namelijk met name bedoeld voor leden van het Soho House en hun introducees, die niet in het hotel overnachten.

18.1.    In paragraaf 6.7.4 van de toelichting bij het bestemmingsplan staat, onder het kopje "Mogelijkheid van 'zelfstandige horeca in grote hotels’": "Op dit moment mogen hotels horecavoorzieningen zoals een ontbijt-, eetzaal of bar hebben. Zolang deze voorzieningen enkel en alleen voor de eigen gasten toegankelijk zijn, worden deze gezien als onderdeel van het hotel (= additioneel). Deze horecafaciliteiten hebben geen aparte aanduiding op de bestemmingsplankaart.

Een aantal hotels heeft ook zelfstandige horeca die toegankelijk is voor mensen die geen gast zijn van het hotel. De overweging om zelfstandige horeca in hotels toe te staan komt onder meer voort uit het verzoek van enkele nieuwe hotelinitiatieven voor een zelfstandige horecavoorziening.

Bij grotere hotels past een goed restaurant dat ook toegankelijk is voor bezoekers die niet in het hotel overnachten. In het Hotelbeleid 2012-2015 staat als beleidsregel: het bevorderen van de interne - en externe functiemenging (in het pand). Zelfstandige horeca in een hotel van 1.000 m² of groter kan een bijdrage leveren aan de interne functiemenging. Een dergelijk hotel komt in aanmerking voor zelfstandige horeca 3 en 4 en is toegestaan op alle bouwlagen. Er geldt een maximale maat van 150 m² of maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak. Zelfstandige horeca in hotels wordt geregeld met een binnenplanse afwijking."

18.2.    In de ruimtelijke onderbouwing van 2 februari 2016 is toegelicht dat de horeca op de vierde en vijfde verdieping en op het dak is aan te merken als additionele horeca bij de verschillende voorzieningen, namelijk de filmkamer, de werkruimte met bibliotheek en het zwembad. Niet in geschil is dat de horeca bij deze voorzieningen slechts toegankelijk is voor leden van het Soho House en hun introducees die gebruik maken van deze voorzieningen. De Afdeling is van oordeel dat deze horeca daarmee is aan te merken als additionele horeca bij de betreffende voorziening. Dit betekent dat de oppervlakte van deze horeca niet relevant is voor de beoordeling of de ten behoeve van de zelfstandige horeca vergunde afwijking van het bestemmingsplan voldoet aan de in artikel 37.7 van de planregels gestelde voorwaarde.

    Niet in geschil is dat het Soho House, inclusief de voorzieningen, een totale bruto vloeroppervlakte heeft van 8.857 m² en dat het restaurant van Cecconi’s en de bar van The Allis, die als zelfstandige horeca 3 of 4 zijn aan te merken, een gezamenlijke oppervlakte hebben van (453 + 227 =) 680 m². Hieruit volgt dat de vloeroppervlakte van deze horeca voldoet aan de in artikel 37.7 van de planregels gestelde voorwaarde om een afwijking van het bestemmingsplan te vergunnen.

    De Afdeling volgt [appellant sub 2] ook niet in zijn betoog dat het bouwplan in strijd is met deel I van het Hotelbeleid, waarin op pagina 33 is vermeld dat bij additionele horeca bij een hotel geen terras is toegestaan. Zij overweegt daartoe dat op het dakterras additionele horeca bij de voorziening zwembad wordt vergund overeenkomstig artikel 13.1, aanhef en onder c, van de planregels. Van additionele horeca bij een hotel, zoals bedoeld in het hotelbeleid is geen sprake.   

    Het betoog faalt.

19.    [appellant sub 2] betoogt dat het Soho House niet ruimtelijk inpasbaar is op de beoogde locatie omdat het zal leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op zijn woon- en leefklimaat. Hij vreest onder verwijzing naar een notitie van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (hierna: de NSG) van 15 december 2017 voor geluidsoverlast door het dakterras met zwembad en voorts voor verlies aan privacy door inkijk in zijn woning vanaf het dakterras.

19.1.    Aan de bij het besluit van 7 juni 2016 behorende ruimtelijke onderbouwing ligt een notitie van adviesbureau Peutz (hierna: Peutz) van 8 maart 2016 ten grondslag. Uit deze notitie blijkt dat de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus vanwege de activiteiten op het dak van het Soho House voldoen aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De Afdeling is van oordeel dat het algemeen bestuur zich, gezien deze notitie en in aanmerking genomen de afstand van ongeveer 50 m tussen de voorgevel van de woning van [appellant sub 2] en het dakterras, op het standpunt heeft kunnen stellen dat de optredende geluidsbelasting vanwege de activiteiten van het Soho House als ruimtelijk inpasbaar kan worden aangemerkt. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de conclusies in de notitie van Peutz van 8 maart 2016 worden ondersteund door het rapport van Peutz van 10 juli 2017, waarin de resultaten zijn neergelegd van een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting in de omgeving door het Soho House. In dit rapport is verder toegelicht dat ter plaatse van zowel de Spuistraat als de Singel sprake is van relatief hoge achtergrondgeluidsniveaus, zodat de geluidbelasting vanwege Soho House in de dag-, avond- en nachtperiode ongeveer 15 tot 20 dB(A) lager is dan deze achtergrondgeluidsniveaus. Dit betekent volgens het rapport van Peutz dat de bijdrage van het Soho House aan het totale geluidsniveau verwaarloosbaar is.

    De door [appellant sub 2] overgelegde notitie van NSG, waarin wordt gereageerd op het rapport van Peutz van 10 juli 2017, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat Peutz een straffactor voor geluid overeenkomstig de Duitse VDI-richtlijn 3770 had moeten toepassen. Het algemeen bestuur heeft in redelijkheid de Handleiding meten en rekenen industrielawaai aanvaardbaar kunnen achten bij de beoordeling van de geluidbelasting in de omgeving door het Soho House. Voorts ziet de Afdeling, in aanmerking genomen de aanvullende notitie van Peutz van 25 januari 2018, geen grond voor het oordeel dat Peutz in haar rapport van 10 juli 2017 van te lage brongeluiden is uitgegaan. In de nachtperiode is geen sprake van muziekgeluid en het muziekgeluid in de dag- en avondperiode zal beperkt blijven, zoals in het rapport van Peutz van 10 juli 2017 is vermeld, tot achtergrondmuziek van maximaal 70 dB(A). Dit geluidniveau zal volgens Raam in verband met het voorkomen van overlast voor de omgeving niet worden overschreden, hetgeen volgens Peutz kan worden bereikt door gebruik te maken van geluidbegrenzers. In het rapport van 10 juli 2017 is verder toegelicht dat ook indien wordt uitgegaan van een harder stemgeluid, de in het Activiteitenbesluit opgenomen grenswaarden nog steeds niet worden overschreden en dat er geen aanleiding is om rekening te houden met schreeuwende mensen, nu daarvan op een terras in beginsel geen sprake zal zijn. [appellant sub 2] heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat een verkeerd beeld van het heersend akoestische klimaat in de omgeving is gegeven, gezien de periode van zes dagen dat Peutz continu geluidmetingen heeft verricht in de omgeving van het Soho House.

    Het betoog faalt in zoverre.

19.2.    Wat betreft privacy heeft het algemeen bestuur toegelicht dat de afstand van het dakterras tot de ramen van de woning van [appellant sub 2] meer dan 50 m is. Het dakterras is omgeven door een borstwering en vanaf die borstwering zal een afstand van 1,5 m in acht worden genomen, waardoor de mensen die op het terras verblijven, ondanks dat het terras verhoogd wordt aangelegd, slechts met een beperkt blikveld over de rand heen kunnen kijken. De Afdeling is van oordeel dat het algemeen bestuur zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het verlies aan privacy niet zodanig is dat dit aanleiding is om de vergunning te weigeren.

    Het betoog faalt ook in zoverre.

20.    [appellant sub 2] betoogt verder dat het bouwplan in strijd is met het Hotelbeleid omdat het leidt tot een stijgende parkeerbehoefte en verkeersgeneratie in een gebied dat wat betreft parkeer- en verkeersdruk al overbelast is.

20.1.    De relevante passage uit deel II van het Hotelbeleid over verkeersaantrekkende werking, verkeersveiligheid en gebruik van de openbare ruimte is opgenomen in de bij deze uitspraak gevoegde bijlage.

20.2.    In de bij het besluit van 7 juni 2016 behorende ruimtelijke onderbouwing van 2 februari 2016 is toegelicht dat uit de rapportage "verkeer & parkeren" van BRO van 30 oktober 2015 blijkt dat de huidige bruto parkeerbehoefte van het Bungehuis, uitgaande van het gebruik voor onderwijsdoeleinden, 58 parkeerplaatsen bedraagt. Het gebruik van het Bungehuis als Soho House leidt tot een bruto parkeerbehoefte van 123 parkeerplaatsen. Omdat de horecafuncties, de filmzaal en de bibliotheek zijn verbonden met het hotel en de hotelgasten ook van deze functies gebruik zullen maken, is er aanleiding om deze voorzieningen maar voor 50% mee te tellen in de berekening van de parkeerbehoefte. Verder is een correctie toegepast op basis van een bezettingsgraadpercentage van het hotel van 80% en een aanwezigheidspercentage van 95% voor het hotel en 85% voor het restaurant. Dit leidt tot een netto parkeerbehoefte van 66 parkeerplaatsen. In de ruimtelijke onderbouwing is toegelicht dat het afwikkelen van de toename van de parkeerbehoefte op eigen terrein niet realistisch is, maar dat volgens het parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam van de geldende parkeernormen kan worden afgeweken indien dat wordt onderbouwd. Hierbij dienen de volgende criteria te worden beschouwd:

- Kwaliteit en kwantiteit van het openbaar vervoer;

- Mobiliteitsmanagement;

- Dubbelgebruik parkeerplaatsen;

- Vestiging bestuurlijk wenselijke functie.

Hierover is toegelicht dat binnen 500 m van het Bungehuis hoogwaardig openbaar vervoer voorhanden is in de vorm van het nieuwe metrostation Rokin. Deze metro’s rijden van 06:00 uur ’s-ochtends tot 00.30 uur ’s-nachts met een frequentie van 4 tot 8 minuten. De treinstations Amsterdam Centraal en Amsterdam Zuid/WTC liggen op enkele minuten afstand. Wat betreft mobiliteitsmanagement geldt dat gasten niet gedwongen kunnen worden om niet met de auto te komen, maar dat het gelet op de nabijheid van Schiphol aannemelijk is dat de bezoekers, toeristen en zakelijke gasten, nauwelijks gebruik zullen maken van de auto. Voor het personeel is mobiliteitsmanagement wel in te zetten. Het personeel zal veelal jong zijn en met name binnen Amsterdam worden gezocht, zodat het makkelijk met het openbaar vervoer of de fiets kan komen. Het Bungehuis voorziet in 100 overdekte fietsparkeerplaatsen en in de omgeving zijn veel openbare fietsparkeerplaatsen aanwezig. Verder is sprake van dubbelgebruik door gasten die voor 10.00 uur moeten uitchecken en nieuwe gasten die pas na 15.00 uur kunnen inchecken. Tenslotte is het Soho House een bestuurlijk wenselijke functie omdat het een bijdrage levert aan het maatschappelijke, culturele en economische klimaat van Amsterdam.

    Wat betreft de verkeersgeneratie is in de rapportage van 30 oktober 2015 toegelicht dat het huidige gebruik van het Bungehuis leidt tot een verkeersgeneratie van 171 gemotoriseerde ritten per weekdag. Het Bungehuis heeft kenmerken die het autoverkeer op voorhand zullen beperken. Er zijn geen parkeervoorzieningen op eigen terrein en het is goed bereikbaar per openbaar vervoer. Bezoekers die toch met de auto komen zijn aangewezen op een aantal parkeergarages in de directe omgeving. Het gebruik van het Bungehuis als Soho House zal leiden tot een verkeersgeneratie van gemiddeld 182 ritten gemotoriseerd verkeer per weekdag. Laden en lossen vindt plaats via de openbare weg. Direct grenzend aan het Bungehuis, op de Paleisstraat, is een laad- en losplaats ingericht. Hierdoor wordt beperking van de doorstroming op de doorgaande route zoveel mogelijk voorkomen. Er wordt gebruik gemaakt van transportbusjes en kleine vrachtwagens. Het laden en lossen ten behoeve van de verschillende functies in het Soho House zal leiden tot ongeveer 30 motorvoertuigbewegingen per etmaal.     

    Het algemeen bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat de toename van de verkeersgeneratie met 11 ritten gemotoriseerd verkeer per werkdag en de parkeerbehoefte met 8 parkeerplaatsen dermate beperkt is dat dit niet afdoet aan de ruimtelijke inpasbaarheid van het project en ook niet noodzaakt tot het stellen van nadere voorwaarden.    

20.3.    Het algemeen bestuur heeft zich, gelet op de in de ruimtelijke onderbouwing van 2 februari 2016 en de rapportage van 30 oktober 2015 gegeven toelichting, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het in de toename van de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie geen aanleiding heeft hoeven zien om de op 7 juni 2016 en 3 januari 2017 verleende omgevingsvergunningen wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening te weigeren. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant sub 2] betoogt geen aanleiding voor het oordeel dat het algemeen bestuur zich bij de verlening van de omgevingsvergunningen niet kon baseren op de rapportage van 30 oktober 2015 omdat deze op verkeerde aannames zou berusten. [appellant sub 2] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitgangspunten in de rapportage, waaronder de bezettingsgraad van het hotel, het laad- en losverkeer, de wijze waarop de zelfstandige horecafuncties bij de berekening van de parkeerbehoefte en de verkeersaantrekkende werking zijn betrokken alsmede de correcties die zijn gemaakt vanwege het personeel dat de fiets zal gebruiken niet realistisch zijn en dat zou moeten worden uitgegaan van 266 ritten gemotoriseerd verkeer per weekdag en een netto parkeerbehoefte van 100 parkeerplaatsen. In de rapportage is, zoals hiervoor onder 20.2 is weergegeven, voldoende toegelicht waarom het bouwplan, gelet op het parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam en ondanks het feit dat niet op eigen terrein in de toename van de parkeerbehoefte kan worden voorzien, wel als ruimtelijk aanvaardbaar kan worden aangemerkt. Daarbij acht de Afdeling de door Raam gegeven toelichting dat de gehanteerde reductiefactor van 50% voor de voorzieningen en de zelfstandige horecafuncties is gebaseerd op ervaringen van Soho House op andere locaties, waaruit volgt dat leden bij een bezoek aan het Soho House gebruik maken van diverse faciliteiten, niet onrealistisch.

    Het betoog faalt.

Slotoverwegingen

21.    Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de overige, door de rechtbank niet besproken beroepsgronden van [appellant sub 2] tegens de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017 falen. Het beroep van [appellant sub 2] bij de rechtbank over de uitbreiding van het gebouw op het dak is door de rechtbank, zoals ook volgt uit hetgeen hiervoor onder 8.1 is overwogen, evenwel terecht gegrond verklaard. Dit betekent dat de rechtbank de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017 terecht heeft vernietigd. Dit houdt in dat de aangevallen uitspraak, gelet op hetgeen hiervoor onder 10.1, 14.1 en 14.2 is overwogen, met verbetering van de gronden waarop deze rust, dient te worden bevestigd.

    Nu, zoals in overweging 8.1 is overwogen, inmiddels duidelijk is geworden dat is bedoeld ook op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en vierde lid, van Bijlage II van het Bor omgevingsvergunning te verlenen voor de uitbreiding van het gebouw op het dak en het algemeen bestuur, gelet op hetgeen in deze uitspraak is overwogen, in redelijkheid van onder meer deze bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan gebruik heeft kunnen maken, ziet de Afdeling, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, aanleiding de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten.

    Het vorenstaande betekent dat Raam van de op 7 juni 2016 en 3 januari 2017 verleende omgevingsvergunningen voor het verbouwen en vergroten van het gebouw Spuistraat 210-212 te Amsterdam tot restaurant, hotel, bar en clubgedeelte gebruik kan maken.

22.    Het algemeen bestuur dient ten aanzien van Raam op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart de hoger beroepen van Raam 468 B.V. en het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum gegrond;

II.    verklaart het hoger beroep van [appellant sub 2] en anderen ongegrond;

III.    bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2017 in zaak nr. 16/4683;

IV.    bepaalt dat de rechtsgevolgen van de door de rechtbank vernietigde besluiten geheel in stand blijven;

V.    veroordeelt het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum tot vergoeding van bij Raam 468 B.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.002,00 (zegge: duizendtwee euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Montagne

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2018

374-845. BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3:47

1. De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het besluit.

2. Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt genomen.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.12

1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:

a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening:

1°. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking,

2°. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of

3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;

[…].

Besluit omgevingsrecht

Bijlage II

Artikel 4

Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:

[…];

4. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;

[…]

9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;

[…].    

Bestemmingsplan "Postcodegebied 1012"

Artikel 1 Begrippen

Artikel 1.6 additionele horeca:

horeca-activiteiten die ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie die ter plaatse is toegestaan en welke tot de hoofdfunctie worden gerekend. De horeca-activiteit vindt plaats in het verlengde van en ten behoeve van de hoofdfunctie. De horeca-activiteit mag niet zelfstandig worden uitgeoefend of toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie. Wanneer de ruimte waarin de horeca-activiteit plaatsvindt is afgescheiden van de hoofdfunctie, mag deze maximaal 20 % van het totale vloeroppervlak bedragen, waarbij toiletruimte, keuken en opslag ten behoeve van horeca niet wordt meegerekend;

Artikel 1.12 bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale bruto vloeroppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke;

Artikel 1.61 voorzieningen:

voorzieningen die voorzien in een basisbehoefte zoals onderwijs, gezondheidszorg, politie/brandweer en welzijnsvoorzieninggen (openbare voorzieningen) en bijzondere voorzieningen zoals sport-, recreatieve en culturele voorzieningen. Voorzieningen kunnen zowel commercieel zijn als niet-commercieel;

Artikel 13 Gemengd-2

Artikel 13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Gemengd-2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. kantoren;

b. kantoren met baliefunctie;

c. voorzieningen met inbegrip van additionele horeca, met uitzondering van kinderdagopvang, en met uitzondering van automatenhallen, en met inachtneming van het bepaalde in de artikel 13.5.4 en 13.6.2;

d. galeries;

e. […];

voorzieningen ten behoeve van consumentverzorgende dienstverlening in de eerste bouwlaag, met inbegrip van een mengformule, met uitzondering van geldwisselkantoren, telefoneerinrichtingen en massagesalons, tenzij op de verbeelding aangeduid, met inachtneming van artikel 13.5.3 en 35.1;

[…]

h. horeca 3 in de eerste bouwlaag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - horeca 3 toegestaan in de eerste bouwlaag’;

i. horeca 4 in de derde bouwlaag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - horeca 4 toegestaan in de derde bouwlaag’;

j. een massagesalon in de eerste bouwlaag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - massagesalon toegestaan in de eerste bouwlaag’ en met inachtneming van het bepaalde in artikel 13.5.8;

[…].

Artikel 13.2 Bouwregels

Artikel 13.2.8 Dakbeëindiging

[…]

c. Dakterrassen zijn niet toegestaan.

Artikel 13.5.4 Voorzieningen

a. Het bedrijfsvloeroppervlak van voorzieningen mag per vestiging niet meer dan 1000 m² bedragen.

Artikel 13.6 Bij omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels

Artikel 13.6.2

Het bepaalde in artikel 13.5.4, voor vestiging of uitbreiding van een voorziening met een groter vloeroppervlak dan 1000 m².

Bij omgevingsvergunning kan alleen worden verleend wanneer:

a. de uitbreiding/vestiging het woon- en leefmilieu niet in onevenredige mate aantast;

b. de uitbreiding/vestiging geen onevenredig verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft.

Artikel 37 Algemene regels bij omgevingsvergunning afwijken

Artikel 37.7 Zelfstandige horeca in hotels groter dan 1000 m²

De omgevingsvergunning om af te wijken voor zelfstandige horeca in hotels groter dan 1000 m² zal slechts worden verleend tot een maximale oppervlakte van 150 m² of maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak en zal slechts worden verleend voor de vestiging van horeca 3 of horeca 4 in het hotel.

Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015

Deel I Beleidskader

Paragraaf 4.3 Uitzonderingen op het spreidingsbeleid

"[…] Alle initiatieven die onder de uitzonderingsregels vallen dienen aan de algemene beleidsregels uit hoofdstuk 2 van de Beleidsregels (deel II) te voldoen. […]

Unieke hotelconcepten met meerwaarde voor Amsterdam

Amsterdam biedt graag ruimte aan vernieuwende hotelconcepten die een bijzondere verbinding leggen met de ambities van de gemeente Amsterdam. Het dagelijks bestuur kan medewerking verlenen aan uitzonderlijke hotelconcepten die een unieke bijdrage leveren aan het maatschappelijke, culturele of economische klimaat van Amsterdam en die aantoonbaar niet buiten stadsdeel Centrum gerealiseerd kunnen worden. Het gaat om concepten die niet enkel overnachtingen en/of een goed restaurant bieden maar die met hun concept tegelijk inspringen op een andere behoefte, probleem of kans voor Amsterdam en die intrinsiek verbonden zijn aan het binnenstedelijke milieu.

De initiatiefnemers van deze unieke hotelconcepten dienen aan te tonen dat zij met hun concept een exceptionele bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam als toeristische bestemming. Daarnaast dient te worden aangetoond op welke unieke wijze dit initiatief bijdraagt aan het maatschappelijke, culturele of economische klimaat van Amsterdam.

Enkele voorbeelden van unieke hotelconcepten buiten Amsterdam zijn:

[…]

- Soho House is een gerenommeerde internationale club voor filmregisseurs, theatermakers, schrijvers, ontwerpers, etc., die hotelfaciliteiten verbindt met zakelijke faciliteiten voor de clubleden, zoals filmzalen voor screenings en een bibliotheek. Soho House biedt een internationale ontmoetingsplek voor de creatieve industrie."

Deel II Beleidsregels

Paragraaf 2.1 Algemene beleidsregels

"Alle hotelinitiatieven worden getoetst aan het beleidskader (deel I van het Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015). Daarnaast dienen alle hotelinitiatieven te voldoen aan onderstaande beleidsregels (tenzij anders is vermeld).

[…]

4) Verkeersaantrekkende werking, verkeersveiligheid en gebruik van de openbare ruimte: het hotelinitiatief mag geen overmatig verkeersaantrekkende werking hebben, de verkeersveiligheid niet verslechteren en geen ontoelaatbare druk op de openbare ruimte leggen.

Bij de toetsing op dit criterium wordt gekeken naar de verkeersaantrekkende werking die het initiatief genereert, zoals het vervoer van hotelgasten (per taxi, auto, touringcar, boot of juist per openbaar vervoer) en bevoorrading. Ook wordt gekeken of dit verkeer op een veilige wijze wordt afgewikkeld in relatie tot het overige verkeer. Het gebruik van de openbare ruimte wordt hierbij in de afweging betrokken.

Alle initiatieven dienen een passage te bevatten waarin wordt ingegaan op de invloed die het initiatief heeft op de verkeersveiligheid van de beoogde locatie en op het gebruik van de openbare ruimte.

De initiatiefnemer dient aan te geven welk beslag het hotel zal leggen op de openbare ruimte met betrekking tot bijvoorbeeld taxistandplaatsen, parkeerplaatsen voor personeel en gasten van zowel auto als fiets, touringcars, bevoorrading en afvoer van goederen/vuilnis/linnen etc. De initiatiefnemer dient hierbij de relatie aan te geven met de overige gebruikers van de openbare ruimte op de beoogde locatie. Bij de beoordeling zal het beslag op de openbare ruimte van het initiatief worden afgezet tegen het beslag dat de huidige functie op de openbare ruimte legt.

Initiatiefnemers dienen de parkeerbehoefte voor zowel auto als fiets inpandig op te lossen, tenzij zij kunnen aantonen dat dit inpandig niet is op te lossen.

Voor de verkeersaantrekkende werking geldt het volgende criterium:

[…]

- meer dan 50 kamers: wel verkeersaantrekkende werking verwacht. De initiatiefnemer dient door een deskundig verkeersadviesbureau een verkeersonderzoek te laten uitvoeren, waarbij wordt ingegaan op de aspecten verkeersintensiteiten, verkeersveiligheid, parkeerbehoefte en -oplossingen (o.a. auto, fiets/scooter, taxi), laad- en losbewegingen en -plaatsen.

Indien door additionele functies in het hotel meer verkeersaantrekkende werking wordt verwacht dan het aantal kamers doet vermoeden, wordt ook een verkeerskundig onderzoek verlangd."

Paragraaf 2.2 Regels uitzonderingen op het spreidingsbeleid

"Alle initiatieven die onder de uitzonderingen van het spreidingsbeleid vallen, dienen aan de algemene regels van paragraaf 2.1 te voldoen (tenzij anders is vermeld). Daarnaast dienen de uitzonderingen aan onderstaande regels te voldoen."

[…]

Unieke hotelconcepten met meerwaarde voor Amsterdam

"Amsterdam biedt graag ruimte aan vernieuwende hotelconcepten die een bijzondere verbinding leggen met de ambities van de gemeente Amsterdam.  De criteria die aan een uniek hotelconcept met meerwaarde voor Amsterdam worden gesteld zijn:

- De initiatiefnemer maakt aannemelijk dat het hotelconcept in Amsterdam uniek is;

- De initiatiefnemer toont aan op welke wijze het concept een uitzonderlijke verbinding legt met het maatschappelijke, economische of culturele klimaat van Amsterdam en op welke wijze het initiatief op deze terreinen een meerwaarde creëert;

- De initiatiefnemer toont aan op welke wijze het concept intrinsiek verbonden is met het binnenstedelijke milieu en motiveert waarom het concept niet buiten stadsdeel Centrum gerealiseerd kan worden.

Het dagelijks bestuur wint advies in bij de hotelloods van de gemeente Amsterdam."

Postcodegebied 1012

"Voor hotelontwikkeling in het postcodegebied 1012 worden de afspraken uit de Strategienota Coalitieproject 1012, Hart van Amsterdam, overgenomen.

Kort samengevat zijn de afspraken voor hotels de volgende:

[…]

- Geen nieuwe hotels worden toegestaan, "tenzij het initiatieven betreffen met uitzonderlijk unieke en/of vernieuwende concepten. Deze bijzondere hoogwaardige concepten dragen bij aan een ruimtelijke kwaliteitsverbetering en daarmee tevens aan de economische transitie. Zij genereren een kwaliteitssprong van een gehele straat of straatwand, verder dan het eigen perceel alleen."

    

Voor het volledige hotelbeleid voor postcodegebied 1012 dienen de Strategienota Coalitieproject 1012, Hart van Amsterdam, en de Nota Beleidsaanpassingen Bestemmingsplangebied 1012 gelezen te worden.

Alle hotelinitiatieven die onder de in de Strategienota Coalitieproject 1012 gemaakte afspraken in aanmerking komen voor ontwikkeling in postcodegebied 1012, dienen aan de algemeen geldende beleidsregels te voldoen zoals geformuleerd in paragraaf 2.1 van dit uitvoeringsbeleid, met uitzondering van de regel over externe functiemenging."

    

Aanvulling

Grenzen aan het Hotelbeleid

Aanvullingen op het Hotelbeleid Binnenstad 2012-2015

Paragraaf 1. Inleiding en aanleiding

[…]

"Aan de hand van de huidige situatie in de vijf gebieden in Centrum en het beleid voor tophotels en unieke initiatieven formuleert het dagelijks bestuur aanvullende en aangescherpte beleidsregels. Buiten de hierna te noemen mogelijkheden voor hotelinitiatieven zal het dagelijks bestuur niet meewerken aan nieuwe hotelinitiatieven.

Nog lopende hotelinitiatieven waarbij medewerking is toegezegd op basis van het Hotelbeleid en die nog niet zijn afgerond en ook niet zijn ingetrokken of anderszins beëindigd, blijven normaal in procedure."

Paragraaf 2 Gebied 1011

[…]

"Op de Raamgracht 4-8/Kloveniersburgwal 73 heeft zich een initiatiefnemer gemeld voor de vestiging van een Soho House, in het Hotelbeleid 2012-2015 genoemd als uniek concept. Dit initiatief zal in behandeling worden genomen. Mocht dit initiatief niet leiden tot de vestiging van een Soho House hotel, dan zal aan een nieuw hotelinitiatief op deze plaats geen medewerking worden verleend."

Paragraaf 6 Gebied 1012

[…]

"Daarnaast zijn gesprekken gaande met de eigenaren van het Heredium gebouw, het Kasbank gebouw, het Bungehuis en hotel Winston. Hun initiatieven worden getoetst aan het vigerende hotelbeleid in 1012, de aanvullende regels voor 1012 en aan de aanvullende voorwaarden van het stadsdeel.

Aan andere nieuwe hotelinitiatieven, ook voor tophotels en unieke concepten zal geen medewerking worden verleend in 1012."

Paragraaf 7 Unieke Concepten en Tophotels

"In het Hotelbeleid 2012-2015 is de mogelijkheid geboden om hotelinitiatieven voor tophotels en unieke concepten mogelijk te maken op plekken waar dit voor reguliere hotelinitiatieven niet mogelijk is. Ontwikkeling van een tophotel is nog mogelijk in gebied Zuid in het voormalige Paleis van Justitie.

In 1011 wordt het initiatief Soho House behandeld als uniek hotelconcept.        

Verdere uitzonderingen voor tophotels en unieke concepten in het hotelbeleid worden niet langer gemaakt.

Criteria Uniek Hotelconcept

"Het Hotelbeleid 2012-2015 geeft de volgende omschrijving van een uniek hotelconcept: "concepten die niet enkel overnachtingen en/of een goed restaurant bieden maar die met hun concept tegelijk inspringen op een andere behoefte, probleem of kans voor Amsterdam en die intrinsiek verbonden zijn aan het binnenstedelijke milieu. De initiatiefnemers van deze unieke hotelconcepten dienen aan te tonen dat zij met hun concept een exceptionele bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam als toeristische bestemming. Daarnaast dient te worden aangetoond op welke unieke wijze dit initiatief bijdraagt aan het maatschappelijke, culturele of economische klimaat van Amsterdam.

Om te staven dat een hotelinitiatief daadwerkelijk uniek is zal worden verlangd dat:

- De initiatiefnemer aantoont op welke wijze het concept een uitzonderlijke verbinding legt met het maatschappelijke, economische of culturele klimaat van Amsterdam en op welke wijze het initiatief op deze terreinen een meerwaarde creëert;

- De initiatiefnemer aantoont op welke wijze het concept intrinsiek verbonden is met het binnenstedelijke milieu en motiveert waarom het concept niet buiten stadsdeel Centrum gerealiseerd kan worden;

- De initiatiefnemer aannemelijk maakt dat het hotelconcept een substantiële bijdrage levert aan de verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse en hiervoor overlegt met relevante organisaties en instanties zoals bewonersorganisaties, lokale ondernemersverenigingen en de buurtregisseur van politie."