Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1550

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
201700936/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 maart 2016 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201700936/1/A2.

Datum uitspraak: 9 mei 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 14 december 2016 in zaken nrs. 16/2422 en 16/2885 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2016 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.

Bij besluit van 12 april 2016 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.

Bij besluit van 27 juni 2016 heeft de raad het door [appellant] tegen het besluit van 11 maart 2016 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 4 augustus 2016 heeft de raad het door [appellant] tegen het besluit van 12 april 2016 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 december 2016 heeft de rechtbank de door [appellant] tegen de besluiten van 27 juni 2016 en 4 augustus 2016 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling van de zaak ter zitting.

Overwegingen

1.    Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.

2.    [appellant] is werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht. Tegen hem is aangifte gedaan wegens geweldpleging met letsel. De Koninklijke Marechaussee heeft besloten een onderzoek in te stellen. Zijn werkgever heeft in afwachting van de uitslag van dit onderzoek [appellant] met ingang van 19 augustus 2014 voor drie maanden geschorst. [appellant] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt.

    Bij besluit van 14 november 2014 heeft de werkgever de schorsing met drie maanden verlengd. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 16 maart 2015 heeft de raad hiervoor een toevoeging aan [appellant] verstrekt met nummer […].    

3.    Omdat de strafrechtelijke procedure nog niet is afgerond, heeft de werkgever bij besluit van 16 februari 2015 de schorsing van [appellant] wederom met drie maanden verlengd. De aanvraag om een toevoeging voor het maken van bezwaar tegen deze verlenging heeft de raad bij het besluit van 11 maart 2016 afgewezen, omdat de werkzaamheden vallen onder het bereik van de eerder verstrekte toevoeging met nummer […].

    Bij besluit van 23 juni 2015 heeft [appellant]s werkgever de schorsing van [appellant] nog een keer verlengd met drie maanden. Ook tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. De daarop betrekking hebbende aanvraag om een toevoeging heeft de raad bij het besluit van 12 april 2014 afgewezen, omdat ook die werkzaamheden onder het bereik van de eerder verstrekte toevoeging vallen.

4.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het rechtsbelang waarop de aanvragen om toevoeging betrekking hebben, hetzelfde rechtsbelang betreffen als waarvoor aan hem eerder de toevoeging met nummer […] is verleend. Volgens hem hebben de verlengingsbesluiten betrekking op verschillende periodes, waardoor verschillende juridische en feitelijke omstandigheden van belang zijn. Voorts bepaalt artikel 32 van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: Wrb) niet dat verschillende procedures die zijn gebaseerd op één incident, op basis van één toevoeging behandeld dienen te worden. Verder is de rechtbank met betrekking tot de twee geweigerde toevoegingen uitgegaan van twee beroepsprocedures en heeft daarvoor twee keer griffierecht geheven. Gelet op het voorgaande dienen voor beide bezwaarprocedures over de verlenging van de schorsing toevoegingen te worden verstrekt, aldus [appellant].

4.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 10 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3343) moeten, gelet op de tekst van artikel 28, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 32 van de Wrb, in onderlinge samenhang bezien, in geval van verschillende rechtsbelangen waarvoor rechtsbijstand wordt gevraagd, in beginsel meer toevoegingen worden verstrekt. Als er één rechtsbelang is kan met één toevoeging worden volstaan, tenzij sprake is van behandeling van een procedure in meer dan een instantie. Het gaat er derhalve om of het verzoek om een toevoeging op hetzelfde rechtsbelang ziet als waarvoor eerder een toevoeging is verleend. Als dat zo is dient vervolgens te worden bezien, of sprake is van behandeling van een procedure in meer dan een instantie. Het beleid van de raad is hiermee in overeenstemming. Bij toepassing daarvan dient de raad in aanmerking te nemen dat, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 14 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7924), naar gangbaar taalgebruik onder het begrip instantie wordt verstaan aanleg dan wel openbaar lichaam of overheidsorgaan. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over de uitleg van artikel 32 van de Wrb ziet de Afdeling geen grond thans anders te oordelen over de wijze van toetsing van een aanvraag om een toevoeging.

4.2.    De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het rechtsbelang waarop de aanvragen om toevoeging betrekking hebben, hetzelfde rechtsbelang betreffen als waarvoor aan [appellant] eerder de toevoeging met nummer […] is verleend. Daartoe is van belang dat met de bezwaarprocedures waarvoor de toevoegingen zijn aangevraagd, evenals de bezwaarprocedure waarvoor de toevoeging met nummer […] is verstrekt, wordt beoogd om de verlengingen van de schorsing van [appellant] ongedaan te maken. Voorts ligt aan deze verlengingen hetzelfde feitencomplex ten grondslag, waarbij het gaat om een doorlopend arbeidsgeschil. Dat de bezwaarprocedures betrekking hebben op verschillende schorsingsperiodes maakt dit niet anders. Verder kan uit de omstandigheid dat de rechtbank met betrekking tot de geweigerde toevoegingen is uitgegaan van twee beroepsprocedures en daarvoor tweemaal griffierecht heeft geheven, niet worden afgeleid dat de bezwaarprocedures waarvoor toevoeging is gevraagd en de bezwaarprocedure waarvoor toevoeging is verleend, betrekking hebben op verschillende rechtsbelangen. Verder heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat sprake is van behandeling van een procedure in meer dan een instantie. Beide aanvragen om een toevoeging hebben, evenals de aanvraag waarvoor de toevoeging met nummer […] is verleend, betrekking op een bezwaarprocedure bij de Koninklijke Luchtmacht.

    Het betoog faalt.

5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Jansen, griffier.

w.g. Bijloos    w.g. Jansen

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2018

609. BIJLAGE

Wet op de rechtsbijstand

Artikel 28

1. Het bestuur kan de toevoeging weigeren indien de aanvraag:

(…)

b. betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan de aanvrager aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging.

Artikel 32

De toevoeging geldt uitsluitend voor het rechtsbelang ter zake waarvoor zij is verleend en, in het geval van een procedure, voor de behandeling daarvan in één instantie, de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak daaronder begrepen.

Werkinstructie Bereik

In hoofdstuk 1 (bereik algemeen) is het volgende vermeld:

"Een toevoeging omvat alle werkzaamheden voor behartiging van het op de toevoeging vermelde rechtsbelang (art. 32 jo art. 24 lid 4 Wrb). Je toetst bij iedere toevoegaanvraag of de werkzaamheden vallen onder het bereik van een eerder verstrekte reguliere (…) toevoeging. Als er eerder een toevoeging aan rechtzoekende is verstrekt, toets je bij een volgende aanvraag of sprake is van hetzelfde rechtsbelang (zie paragraaf 1.2). Als dit het geval is, toets je of sprake is van diversiteit van procedures (zie paragraaf 1.3).

Er is geen sprake van verschillende procedures als beide procedures wat betreft het onderwerp van geschil en het daaraan ten grondslag liggende feitencomplex identiek of vrijwel identiek zijn."

In hoofdstuk 2 (bereik bestuursrechtelijke zaken) is het volgende vermeld:

"Uitgangspunt is dat per rechtsbelang één toevoeging wordt verstrekt. Bij meerdere beslissingen van een bestuursorgaan is niet zonder meer sprake van meerdere rechtsbelangen.

(…)

Voorbeeld meerdere rechtsbelangen:

1. Er is geconstateerd dat rechtzoekende bepaalde gegevens niet heeft doorgegeven aan de uitkeringsinstantie, bijvoorbeeld inkomsten of samenwoning. De rechtzoekende ontvangt een beschikking dat de uitkering wordt geschorst en later een beschikking dat de uitkering wordt beëindigd. Hier is sprake van één rechtsbelang. Namelijk de stopzetting van de uitkering en het recht op uitkering in de toekomst.

2. Daarnaast kan de rechtzoekende een beschikking krijgen dat de uitkering over de periode waarin geen recht op uitkering bestond, wordt ingetrokken en een beschikking dat de al uitbetaalde uitkering over deze periode wordt teruggevorderd. Dit kan ook bijzondere bijstand naast reguliere bijstand zijn. Hier is ook sprake van één rechtsbelang, het recht op uitkering in een periode in het verleden.

3. Naast de gevolgen voor de uitkering zelf kan ook een boete worden opgelegd. Dit is ook weer één rechtsbelang."