Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1544

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
201703832/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 februari 2018 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog" gewijzigd vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2019/577
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201703832/2/R1.

Datum uitspraak: 9 mei 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Callantsoog, gemeente Schagen,

2.    [appellant sub 2], wonend te Callantsoog, gemeente Schagen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Schagen,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3106, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 21 maart 2017 te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 20 februari 2018 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog" gewijzigd vastgesteld.

Overwegingen

1.    De Afdeling heeft in overweging 4.2 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 21 maart 2017 voor zover dat betreft het plandeel ter plaatse van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] voor zover een bouwhoogte van meer dan 6 m is toegestaan, niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Ook heeft de Afdeling in overweging 5.4 van de tussenuitspraak geoordeeld dat de raad in het kader van de parkeerbehoefte ten onrechte niet heeft onderkend dat de vergroting van de bouwhoogte ten opzichte van het voorheen geldende plan leidt tot een grotere toename van het bedrijfsvloeroppervlak doordat een tweede verdieping kan worden gerealiseerd. Tot slot heeft de Afdeling in overweging 5.5 van de tussenuitspraak geoordeeld dat in het plan ten onrechte geen voorwaardelijke verplichting is opgenomen die ertoe strekt dat de benodigde parkeerplaatsen worden gerealiseerd en in stand gehouden en de raad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij voornemens is de realisering en instandhouding van de parkeerplaatsen te verwezenlijken.

2.    Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak zijn de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] gegrond. Het besluit van 21 maart 2017 dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening.

3.    Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het besluit met inachtneming van de overwegingen 4.2 en 5.5 van de tussenuitspraak te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling, en daarbij te voorzien in een voorwaardelijke verplichting die ertoe strekt dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, dan wel inzichtelijk te maken hoe de raad de realisering en instandhouding van de benodigde parkeerplaatsen kan verwezenlijken.

4.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 20 februari 2018 het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog" gewijzigd vastgesteld. Daarbij heeft hij ten aanzien van de bouwhoogte het plan zodanig gewijzigd dat ter plaatse van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] een maximum bouwhoogte van 6 m is toegestaan. Ook is in dit besluit een bepaling opgenomen die het gebruik van gronden en bouwwerken conform de bestemming verbiedt voor zover niet is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

5.    Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft een beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

6.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben naar aanleiding van het nieuwe besluit geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geen bezwaren hebben tegen het besluit van 20 februari 2018. De van rechtswege ontstane beroepen zijn ongegrond.

7.    De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

8.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart de beroepen tegen het besluit van de raad van de gemeente Schagen van 31 maart 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog" gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Schagen van 31 maart 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog";

III.    verklaart de beroepen tegen het besluit van de raad van de gemeente Schagen van 20 februari 2018 tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog" ongegrond;

IV.    veroordeelt de raad van de gemeente Schagen tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.046,31 (zegge: duizendzesenveertig euro en eenendertig cent), waarvan € 1.002,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

veroordeelt de raad van de gemeente Schagen tot vergoeding van bij [appellant sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.002,00 (zegge: duizendtwee euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V.    gelast dat de raad van de gemeente Schagen aan [appellant sub 1] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt;

gelast dat de raad van de gemeente Schagen aan [appellant sub 2] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W.A.M.M. Delauw, griffier.

w.g. Van der Wiel    w.g. Delauw

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2018

812.